is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Oorlogsgedenkteken en vrijheidslinde
Deze vaststelling is geldig sinds
is aangeduid als beschermd cultuurhistorisch landschap Opgaande linde als vrijheidsboom Tervuren
Deze bescherming is geldig sinds
omvat de aanduiding als beschermd monument Oorlogsgedenkteken
Deze bescherming is geldig sinds
is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Oorlogsgedenkteken
Deze vaststelling was geldig van tot
Opgaande linde als vrijheidsboom met ervoor het oorlogsmonument van beeldhouwer R. (?) Blondiau met bronzen beeld door Vande Capelle, ingehuldigd op 19 augustus 1923. Opgericht als herdenking voor de gesneuvelden van de Eerste Wereldoorlog, later uitgebreid voor de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Omstreeks 1930 aangevuld met een omheind plantsoen.
In 1919 besliste de gemeenteraad van Tervuren om een monument op te richten ter ere van de tijdens de Eerste Wereldoorlog gesneuvelde soldaten, burgerslachtoffers en weggevoerden. Het eerste ontwerp was van de hand van beeldhouwer P. Stoffijn die ook het oorlogsgedenkteken van Ternat maakte. Omwille van de hoge kostprijs - 35000 BEF - werd de opdracht echter niet aan Stoffijn gegund. Het zou tot 1923 duren vooraleer het uiteindelijke oorlogsmonument er zou komen. Het werd ontworpen door beeldhouwer Camille Vande Capelle (1881-?), en vervaardigd in bronsgieterij Vindevogel (Zwijnaarde). Beiden tekenden - samen met architect Karel Van Der Beken - ook voor het oorlogsgedenkteken op het Gemeenteplein van Asse. Het gedenkteken werd voor de Vrijheidsboom geplaatst en op 19 augustus 1923 plechtig ingehuldigd.
Over Camille Ernest Marie-Joseph Vande Capelle is niet veel geweten. Hij werd in 1881 geboren in Sint-Joost-ten-Node, nam in 1906 deel aan de voorbereidende wedstrijd voor de Prix de Rome en moet ten tijde van de realisatie van het oorlogsgedenkteken in Asse een atelier gehad hebben in Anderlecht, getuige het opschrift op de sokkel.
Bronsgieter Vindevogel was vermoedelijk Karel Vindevogel (1875-1952) die een bronsgieterij had in Zwijnaarde en wiens zoon Geo Vindevogel (1923-1977) als ontwerper en bronsgieter betrokken was bij de oorlogsgedenktekens van de Tweede Wereldoorlog in Gent (Achtmeiplein) en Deinze (Kongoplein).
Oorlogsgedenkteken, gevormd door een in brons gegoten, triomferende soldaat, oprukkend met hoog geheven vlag en geplaatst op een sokkel die het middenaccent vormt van een ietwat lagere, halfronde en in witte natuursteen uitgewerkte gedenkmuur. De gedenkmuur wordt beëindigd door twee hoekpijlers, bekroond door een leeuw met wapenschild waarop twee klauwende leeuwen, de wapens van Tervuren en België. Op de gedenkmuur zijn, naast de namen van gesneuvelde soldaten, de opschriften "AAN/ ONZE/ HELDEN" (sokkel) en "1914/ 1940" (linker hoekpijler) en "1918/ 1945" (rechter hoekpijler) aangebracht. Het monument, geflankeerd door twee vlaggenstokken, staat op een drie treden tellend verhoog en wordt voorafgegaan door een plantsoen met rode grindpaden rond twee cirkelvormige hagen, het geheel van het openbaar domein afgeschermd door middel van een geblokte, hardstenen plint waarop een laag, geometrisch uitgewerkte hekwerk in smeedijzer.
Achter het monument staat de vrijheidsboom van 1985 die de originele linde, aangeplant in 1830 ter gelegenheid van de Belgische onafhankelijkheid, verving.
Het gaat om een Hollandse linde die verwijst naar een oudere traditie van vrijheidsbomen op deze plaats. Volgens de arduinen gedenksteen aan de voet van de boom werd hier in 1830 een vrijheidsboom geplant ter herinnering aan de Belgische onafhankelijkheid. Op dezelfde locatie zou voordien ook al een Vrijheidsboom van de Franse Revolutie hebben gestaan. Rechts achter het oorlogsmonument, aan de voet van de linde, ligt nog steeds de gedenksteen met het opschrift “Vrijheidsboom geplant in 1830”.
De oorspronkelijke linde uit 1830 was een zeldzaam bewaard voorbeeld van een vrijheidsboom uit de periode van de Belgische onafhankelijkheid. Ten tijde van de bescherming in 1951 was de boom ongeveer 20 meter hoog en had hij een stamomtrek van circa 3 meter. Door zijn ligging naast het oorlogsgedenkteken en in de onmiddellijke omgeving van de kerk vormde hij een markant en beeldbepalend element in de dorpskom van Tervuren.
Omdat de oude vrijheidsboom was aangetast door houtrot en daardoor vanuit veiligheidsoverwegingen niet langer behouden kon blijven, werd hij in 1985 geveld. Op dezelfde plaats werd een nieuw exemplaar aangeplant, waarmee de symbolische betekenis van de locatie werd voortgezet. Deze nieuwe vrijheidsboom, eveneens een linde, had in 2007 al een hoogte van 12 meter bereikt en een stamomtrek van 1,27 meter (gemeten op 1,50 meter hoogte). Zo bleef de herinnering aan zowel de Belgische onafhankelijkheid als aan de oudere traditie van vrijheidsbomen zichtbaar aanwezig in het dorpsbeeld.
Auteurs: Verloove, Claartje; Kennes, Hilde; Van der Linden, Geert
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)