Archeologisch sitecomplex in alluviale context in de Demervallei

inventaris archeologisch erfgoed \ archeologische zone

Locatie

Provincie Limburg
Gemeente Lummen, Herk-de-Stad
Deelgemeente Linkhout, Donk, Schulen
Straat
Locatie Donk, Schulen (Herk-de-Stad), Linkhout (Lummen)

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • AZ-project Alluviale gebieden (bureauonderzoek, inventarisatie: 2010 - 2016).

Juridische gevolgen

Beknopte karakterisering

Beschrijving

Algemene situering

De Demervallei is in Limburg de grens tussen twee grondig verschillende streken; de zandige Kempen en het lemige Haspengouw. Komende vanuit Bilzen en Hasselt botst de Demer richting noorden tegen het Kempens plateau en zoekt zo een weg naar het westen. De Demer wordt hoofdzakelijk als regenrivier aanzien met hoog debiet tijdens periodes met veel neerslag en een laag debiet in tijden van droogte. De riviernaam Demer zou afkomstig zijn van het Keltische tam (donkerkleurig) plus ara (water). Demer zou dan donkere rivier betekenen. De Demervallei is een moerassig gebied dat zich profileert als een groene zone met broekbossen (zoals het Schulensbroek), vochtige weilanden op de iets hogere delen, en grote zones met populierenaanplantingen. In de natste delen van de vallei is de bodem zeer vochtig en venig: er is een zwarte moerassige laag waardoor de vallei ongeschikt is voor de landbouw. Alleen op de iets hoger gelegen delen vinden we af en toe een arme akker. Langs de Demer en oude meanders vinden we langgerekte rietvelden en bosjes. De ecologische waarde is hoog: verschillende zeldzame planten- en diersoorten kunnen er gevonden worden.

Gedurende het quartair kon het klimaat zo verkoelen dat er ijstijden kwamen. De eerste ijstijden waren gekenmerkt door een insnijden van de depressie van Halen-Schulen terwijl de Diestiaanzanden door het hoge ijzergehalte aan de verwering weerstonden en aldus bleven de Diestiaanheuvels bewaard. Tijdens de daarop volgende ijstijden ontstond er een vervlakking van het reliëf door afzetting in de laagste gedeelten van het landschap. Deze zanden en zandige leem werd door de wind aangevoerd en in de valleien afgezet. In het tardiglaciaal vormden er zich in de depressies door plaatselijke zandverstuivingen duinen, droge zandheuvels, de zgn. donken. Door de opkomende landbouw in het holoceen, kregen we ontbossing met als gevolg een versnelde erosie waardoor het slib in de vallei werd afgezet. Hierdoor ontstonden oeverwallen langs vooral de Gete waardoor de depressie niet meer optimaal ontwaterd kon worden met talrijke overstromingen tot gevolg. De vallei werd zodoende volledig met alluvium opgevuld en alleen de donken bleven een weinig uitsteken waardoor ze in het huidige landschap nog zichtbaar zijn. Bij het aanleggen van de E314/ A2 werd deze vallei gebruikt als groeve voor het opspuiten van zand. Hierdoor ontstond het huidige Schulensmeer dat samen met de jaarlijkse overstroming van het gebied instaat voor het opslaan van het overtollige water.

Bodemkundig wordt de zone vooral gekenmerkt door natte bodems zonder profielontwikkeling, met als textuur overwegend zandleem en plaatselijk klei. Hier en daar is er veen aanwezig.

Ten zuiden van dit gebied, aan de rand van de vallei werd in de jaren tachtig van vorige eeuw talrijke opgravingen verricht door de toenmalige NDO. Mesolithicum, brons- en ijzertijd werden er aangetroffen net als Romeinse en vroegmiddeleeuwse sporen. Nochtans zijn de vondsten in de vallei zeker zo belangrijk als deze net ten zuiden ervan.

Deze regio werd gedurende jaren geprospecteerd door de amateurarcheologen Paul Van Geel en Jos Leemans. Beiden waren sinds de jaren zeventig van vorige eeuw en zelfs daarvoor bijna wekelijks op wandel op de akkers en velden in de vallei en er rond. Zij vonden bijvoorbeeld het urnengrafveld ten zuiden van de vallei waar later werd opgegraven door L. Van Impe. Ook in de vallei zelf werden regelmatig vondsten aangetroffen en werd vooral het opspuiten van zand in de gaten gehouden. Door de talrijke vondsten en de daaropvolgende opgravingen heeft het gebied resten opgeleverd van het paleolithicum, mesolithicum, bronstijd, ijzertijd, Romeinse periode, Karolingische tijd en de middeleeuwen.

Archeologische nota

Prospecties van Paul Van Geel en Jos Leemans leverden talrijke vondsten op gedurende enkele jaren (begin jaren 1970 en 1980). Zij waren bijna dagelijks aanwezig op de zandwinning en zandopspuiting die begin jaren zeventig gebeurde om de E314 aan te leggen. Volgende belangrijke vondsten werden verzameld:

- midden paleolithische artefacten samen met fauna elementen waarbij een bijzonder aangepunt benen voorwerp met 14 inkepingen (1976).
- neolithische pijlpunten en ander lithisch materiaal uit diverse perioden (1975-1976).
- 2 hertshoornen hakken uit de midden bronstijd (1977).
- talrijke scherven uit de late ijzertijd (1976).
- als topstuk van de prospectie werd bij diezelfde zandopspuitingen in 1980 een ijzeren zwaard met schede gevonden dat dateerde uit de 1ste eeuw v.Chr. (La Tène).

Naar aanleiding van deze talrijke vondsten werd door het Labo voor Prehistorie van de KULeuven tussen 1977 en 1979 o.l.v. Rob Lauwers en Prof. P.M. Vermeersch meerdere opgravingscampagnes verricht op de plaats waar nu het Schulensmeer ligt. Meerdere mesolithische vondstconcentraties werden aangetroffen. Bij de opgraving werden er tevens sporen en aardewerkscherven aangetroffen uit de late bronstijd.

In het westen van de archeologische zone ligt archeologische site Herk-De-Stad – Lummen Donk Oud Kerkhof. In 1986 werd op deze plaats van de oude kerk van Donk een opgraving uitgevoerd. De opgraving werd geleid door L. Van Impe, K. Maes en G. Vynckier. De verwachte funderingen van de in 1750 afgebroken kerk en haar voorgangers werden niet aangetroffen, maar enkel een puinlaag en de graven uit het rond de kerk liggende kerkhof. Tussen de grafkuilen kwam een mesolithische concentratie tevoorschijn die in samenwerking met het Labo voor Prehistorie van de KULeuven werd onderzocht. Op het einde van de opgraving werd de rand van de duin (donk) aangesneden en kwamen er venige opeenvolgende lagen aan het licht die duidelijke oeverformaties waren. Deze lagen werden afgewisseld met dunne lagen zandafzettingen. Het aardewerk uit deze lagen dateerde uit de 8ste eeuw en later. Door wateroverlast kwam de volledige werkput onder water te staan en werd de opgraving stopgezet. Via het gebruik van het Digitaal Hoogtemodel Vlaanderen 2 werd in 2012 een aantal ‘nieuwe’ elementen van dit site ontdekt, met name een grachtencomplex dat deze site omringd en in 2 deelt, zodat een min of meer 8-vormige configuratie ontstaat.

In 1986-1987 werd na de opgraving het gebied onderworpen aan een prospectie waarbij nog een aantal mesolithische en ijzertijdsites konden gelokaliseerd worden.

Evaluatie van de bewaringstoestand en motivatie voor de afbakening

Evaluatie van de bewaringstoestand

In deze vallei en alluviale vlakte bevinden zich de resten van talrijke sites uit meerdere periodes. Door een veranderde waterhuishouding en het vochtiger worden van deze vallei in de loop van de geschiedenis werd deze vallei verlaten waardoor de oudere nederzettingen en sporen onaangeroerd bleven. Door het overspoelen van de vallei met alluvium werden deze nederzettingen goed bewaard maar zijn ze aan de andere kant ook moeilijker te lokaliseren. Alleen de hoger gelegen eilandjes, de zgn. donken steken iets boven het huidige landschap uit en zijn in de zomermaanden toegankelijk. Door het verlaten van het gebied en het weinig door de akkerbouw gebruikte terreinen zijn de vindplaatsen in deze vallei ongestoord. In de regio zijn er op het einde van vorige eeuw enkele waterhuishoudingaanpassingen gebeurd in het gebied. Ook het opspuiten van zand voor de aanleg van de E314 en de aanleg van het Schulensmeer heeft een grote impact gehad op de vallei. Toch kunnen we stellen dat op de lichte verhevenheden en onder het alluvium talrijke vondsten bewaard zijn gebleven in een gebied dat weinig akkerbouw kent.

De bewaring van het vondstenmateriaal is zeer goed, en het wordt hier niet erg bedreigd door akkerbouw. Er zijn door de permanent natte bodem zijn organische artefacten en venige lagen bewaard. Behoud van deze hoge grondwatertafel is uiteraard essentieel voor dit zeldzame vondstmateriaal.

Motivatie voor afbakening

De afbakening van deze zone is in de eerste plaats gebaseerd op de huidige ligging van de Demer en de rand van de vallei in het noorden en het zuiden, met uitzondering waar het Schulensmeer is gelegen. De noordoostelijke en oostelijke afbakening volgt de lijnen van de spoorweg Diest-Hasselt en de naar het zuiden lopende wegen die net op de valleirand gelegen zijn. De smalle zijde in het westen werd bepaald door de loop van de Gete. De verstoorde zone van het Schulensmeer vormt eveneens een buitengrens van de archeologische zone.

Beschrijving van de erfgoedkenmerken

Het gebied omvat een gedeelte van de alluviale vlakte van de Demervallei, waarin verschillende donken aanwezig zijn. Archeologisch verkennend en evaluerend onderzoek toont in dit gebied de aanwezigheid van sites uit diverse periodes: paleolithicum, mesolithicum, neolithicum, ijzertijd, en de vroege, volle en late middeleeuwen.

  • CLAASSEN, A. 1978: Prehistorische bijlen uit Herk-de-Stad, Limburg 57, 113-129.
  • HUYGE, D. 1990: Mousterian skiffle? Note on a Middle Palaeolithic engraved bone from Schulen, Belgium, Art Rock Research 7, 125-132.
  • JACOBS L. 1980: Bodemkundige studie van een archeologische vindplaats te Schulen, Herk-de-Stad, onuitgegeven verhandeling Katholieke Universiteit Leuven.
  • LAUWERS, R. & VERMEERSCH, P.M. 1982: Mésolithique ancien à Schulen (avec des contributions de E. Gilot, A.V. Munaut & J. Van Damme) In: VERMEERSCH, P.M. (ed.), Contributions to the study of the Mesolithic of the Belgian Lowland, 55-112.
  • MERTENS, J. 1981: Laat La Tène-zwaard uit Schulen , Archeologie 1981.1, 46-47.
  • TIMMERMANS, J. 1956: Problemen in verband met de oude kerk van Donk, Limburg 35, 103-111.
  • TIMMERMANS, G. 1956: Problemen in verband met de oude kerk van Donk (vervolg en slot), Limburg 35, 129-134.
  • VAN IMPE, L. 1977b: Donk (Limb.): "Oud Kerkhof", Archeologie 1977.2, 121-122.
  • VAN IMPE, L. 1979: Het urnenveld te Donk, Archaeologia Belgica. Nieuwe Reeks MCMLXXVIII, 54-57.
  • VAN IMPE L. & VANGEEL P. 1980: Schulen: laat La Tène-zwaard, Archeologie 1980.1, 108.
  • VAN IMPE, L. 1980: Urnenveld uit de late Bronstijd en de vroege IJzertijd te Donk, Archaeologia Belgica 224, Brussel.
  • VAN IMPE L. & VANGEEL P. 1981: Een La Tène zwaard uit Schulen, Archaeologia Belgica 238, 22-26.
  • VAN IMPE, L. 1981: Nederzetting uit de ijzertijd en de Romeinse periode te Donk In: Conspectus MCMLXXX, 47-51.
  • VAN IMPE L., STROBBE P. & VYNCKIER P. 1984: Sonderingen rond de priorij te Donk, Archaeologia Belgica, conspectus MCMLXXXIII 1983.258, 144-146.
  • VAN IMPE, L. 1986: Donk 'Oud Kerkhof' (Herk-de-Stad), Archeologie 1986.2, 142-143.
  • VAN IMPE L., MAES K. & VYNCKIER G. 1987: Van Karolingisch Donk naar 16de-eeuws Herk (Limb.), Archaeologia Mediaevalis 10, 43-44.
  • VAN IMPE L., MAES K. & VYNCKIER G. 1987: Archeologie tussen Gete en Herk, Archaeologia Belgica 3, 117-126.
  • VAN IMPE, L.1991: Nederzettingssporen uit de ijzertijd te Donk (België) In: FOKKENS, H. & ROYMANS, N. (eds.), Nederzettingen uit de Bronstijd en de vroege IJzertijd in de Lage Landen, 181-192.
  • VAN IMPE L., HUYGE D, VAN LAERE R. & VYNCKIER G. 1992: Archeologisch onderzoek in en rond de Demervallei, In: WILLEMS, W.J.H. (ed.), Speurwerk. Archeologische monumentenzorg in de Euregio Maas-Rijn, 550-572.
  • VAN PEER, P. 1979: Midden-Paleolithicum te Schulen, Acta Archaeologica Lovaniensia 18, 1-10.
  • VRANCKEN R. 1987: Nood-gebied. Historische studie naar aanleiding van de heraanleg van de Herk, onuitgegeven rapport.
  • VYNCKIER G. & VERMEERSCH P.M. 1985: Een mesolithisch site te Donk (Gem. Herk-de-Stad), Archaeologia Belgica 2, 13-16.
  • VYNCKIER, G. , MAES K. 1991: Enkele mesolithische sites tussen Gete en Herk (gem. Herk-de-Stad), Archeologie in Vlaanderen 1, 19-30.
  • VYNCKIER, P. (RED.) 1981: De prehistorie in de streek van Diest. Getuigen van menselijke bewoning van voor onze tijdrekening, Diestsche Cronycke 4, Diest.

Bron: AZ-dossier

Auteurs: Jansen, Isabelle; Meylemans, Erwin & Vynckier, Geert

Datum tekst: 2016

Relaties

maakt deel uit van Donk

Donk (Herk-de-Stad)

maakt deel uit van Linkhout

Linkhout (Lummen)

maakt deel uit van Schulen

Schulen (Herk-de-Stad)

omvat Site Donk - Oud Kerkhof

Schulen (Herk-de-Stad)

U kunt deze pagina citeren als:

Agentschap Onroerend Erfgoed 2017: Archeologisch sitecomplex in alluviale context in de Demervallei [online], https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/302890 (geraadpleegd op ).
Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.