Stadhuis van Menen

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie West-Vlaanderen
Gemeente Menen
Deelgemeente Menen
Straat Grote Markt
Locatie Grote Markt 1, Menen (West-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Adrescontrole Menen (adrescontroles: 01-02-2008 - 04-02-2008).
  • Inventarisatie Menen (geografische inventarisatie: 01-05-2002 - 31-10-2002).
Links

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Stadhuis van Menen

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

is aangeduid als unesco werelderfgoed kernzone Stadhuis van Menen met belfort

Deze aanduiding is geldig sinds 04-12-1999.

is beschermd als monument Stadhuis van Menen met schuilkelder

Deze bescherming is geldig sinds 20-01-2003.

omvat de bescherming als monument Stadhuis van Menen
gelegen te Grote Markt 1 (Menen)

Deze bescherming is geldig sinds 29-11-1943.

omvat de bescherming als monument Stadhuis van Menen: belfort
gelegen te Grote Markt 1 (Menen)

Deze bescherming is geldig sinds 20-02-1939.

is deel van de aanduiding als unesco werelderfgoed bufferzone Stadhuis van Menen met belfort: buffer

Deze aanduiding is geldig sinds 04-12-1999.

Beschrijving

* Grote Markt nr. 1-8. Stadhuiscomplex: stadhuis met geïncorporeerde belforttoren en schuilkelder onder de Grote Markt. Stadhuis, beschermd bij B.S.G. van 29 november 1943.

1584: Eerste vermelding, de grote stadsbrand van 9 mei 1548 vernielt de Grote Markt en het stadhuis.

1562-1568: Heropbouw van het stadhuis op het midden van het marktplein, nieuw gebouwencomplex met gevangenis, lakenhalle, conciërgewoning, stadsweegschaal of waag en vleeshuis.

15 oktober 1694: Het stadhuis wordt door een toevallige brand opnieuw in de as gelegd. Toelating van de Franse koning Lodewijk XIV om een gedeelte van het schepenhuis te herstellen.

1706: Het gebouw wordt met de grond gelijk gemaakt tijdens het beleg van Menen door de geallieerde troepen onder leiding van de hertog van Marlborourgh. De stadsmagistraat dringt meermaals aan op de bouw van een nieuw stadhuis, de verschillende ontwerpen krijgen geen goedkeuring. De plaats waar het schepenhuis zich tussen 1568 en 1706 bevond, zou pas 90 jaar later weer bebouwd worden. Ondertussen vergadert de stadsmagistratuur in het huis "Den Fransen Scilt" in de Kortrijkstraat. Na omzwervingen vinden de stadsdiensten vanaf 1768 onderdak in de gebouwen van de oude waag, op de noordwesthoek van het bouwblok.

Huidig complex, tot stand gekomen in twee grote bouwfases.

1782: Overeenkomst tussen de roede van Menen en het stadsbestuur om een nieuw gebouw op te richten, dat door beide partijen kan gebruikt worden. Het gebouw moest dienen als vergaderplaats voor de baljuw en de schepenen van de Roede van Menen, als vergaderplaats van de stedelijke magistraat en als gevangenis en archiefbewaarplaats.
Op 10 augustus 1782 verleent de Oostenrijkse keizer Jozef II de toestemming tot de bouw van het nieuwe stadhuis, "het Landhuys" genoemd. De woning van de griffier wordt ingeplant op de gelijkvloerse en de tweede verdieping. De eerste verdieping wordt voorbehouden voor bestuursactiviteiten met een "grande antichambre", een "salle d'assemblé" en een "salle d'introgation". Zuidelijke zijvleugel met enkele overwelfde lokalen waaronder een "antichambre" een "cabinet secret" en een kamer genoemd "sert pavier". De noordelijke vleugel is voorbehouden voor juridische en politionele activiteiten. Bij de voltooiing in 1782 vormen stadhuis, belfort, hallen en waag een vierkant complex met open binnenkoer.

1794: Afschaffing van de roede van Menen. De gebouwen worden aangeslagen en verhuurd aan het stadsbestuur, om dienst te doen als volwaardig stadhuis. Vernieling van de hallen en de waag bij beschietingen door Franse revolutionairen. Enkel het in 1782 nieuw gebouwde blok blijft overeind.

1808: Restauratie van het gebouw onder het Napoleontische bewind, onder leiding van de Brugse architect Vancaneghem.

1838: Heropbouw van de waag naar de plannen van architect Josephus Devos. Aan de zijde van de Ieperstraat voorziet het ontwerp in de bouw van vijf huizen met winkelpuien. Aan de zijde van de Groentenmarkt voorziet men twee huizen. Het woonhuis rechts, het voormalig huis van de commissaris, had een enkele inkomdeur in de twaalfde travee. Om de symmetrie van de gevel te bewaren wordt links in de tweede travee, eigenlijk in de zijgevel van het laatste huis in de Ieperstraat, een valse deur gestoken, identiek aan deze van dit rechter woonhuis. Aan de zuidzijde van het vierkant wordt de waag gebouwd. Boven de waag wordt stapelruimte voorzien.

1896: Restauratie gebeurt onder leiding van stadsarchitect François Berdal. Vervanging van de beeldengroep. De schepenzaal en de gemeenteraadszaal worden grondig verbouwd.
De gevelopstand van de Ieperstraat wordt volledig vernieuwd. Hierbij worden de winkelpuien uit 1840 vervangen door sierlijke houten puien, waartussen gepleisterd bossagewerk wordt aangebracht.

1921-1922: Aanpassingswerken onder leiding van ingenieur-architect C. Halsberghe. Herinrichten van enkele lokalen op de gelijkvloerse verdieping waardoor een groot bureau voor de burgerlijke stand werd gevormd.
De vroegere waag en het eerste huis in de Ieperstraat worden ingepalmd ten behoeve van de stadhuiswerking. De gelijkvloerse verdieping van de waag was reeds vóór 1921 omgevormd tot conciërgewoning. De tweede verdieping wordt later verbonden met de eerste verdieping van de 18de-eeuwse stadhuisvleugel en met de eerste verdieping van de voormalige commissariswoning. Deze verdieping wordt voor 1979 ingericht als kabinet voor de burgemeester.

1922: Verwijdering van de houten winkelpui van het hoekhuis van de Ieperstraat met de Groentenmarkt door commissaris Charles Rivière. Het winkelgedeelte van het huis wordt later omgevormd tot buswachtplaats en fietsenstalling.

1927: Herinrichting van de tweede verdieping van het oude stadhuis door toenmalig stadsarchitect Gaston Boghemans. Enkel groot bureel, boekerij en archiefkamer worden gerealiseerd.
Bouw van een schuilkelder in gewapend beton onder de Grote Markt tijdens het interbellum. Kelder met schuilruimtes en verschillende bijruimtes, zoals bergingen, douches, wasplaatsen en toiletten.

1969-1974: Restauratie door H. Ruysschaert (Menen) en J. Viérin (Kortrijk).

1980-1981: Vernieuwing van de daken door H. Ruysschaert (Menen) en J. Viérin (Kortrijk). Deels uitgevoerde restauratie onder leiding van V. Vuylsteke (Menen).

Complex bestaande uit noordzuid gericht hoofdvolume, waarachter twee dwarse, oost-west gerichte vleugels.
Lijstgevel van witte natuursteen. Zeven traveeën en drie bouwlagen onder schilddak (leien en pannen). Plint van Atrechtse zandsteen. Middenrisaliet van drie traveeën in vlak bossagewerk, bekroond met attiek met beeldengroep. Gevelsculptuur met wapenschild van de stad Menen, aan de linkerzijde geflankeerd door een allegorische voorstelling van de rechterlijke macht, aan de rechterzijde de bestuurlijke macht. Blinde spiegelcassette met opschrift "SPQVUQM MDCCLXXXII" (Senatus Populusque Virgae Urbisque Menenensis-1782) in vergulde letters. Rechthoekige muuropeningen, op de eerste verdieping van het middenrisaliet voorzien van waterlijsten en met balusters in de borstwering. Op de tweede verdieping met arduinen onderdorpels gesteund door consoles. Centrale inkompoort, twee zware poortvleugels waarboven een halfrond beglaasd bovenlicht waarin een houten sculptuur met het wapenschild van Menen.

Achtergevel. Neoclassicistische lijstgevel van dertien traveeën en twee en halve bouwlaag. Middenrisaliet met verticaliserende pilasters met Ionische kapitelen bekroond met driehoekig fronton waarin een rond venster.

Gecementeerde of rode bakstenen zijvleugels met variërende traveebreedte en twee en een halve bouwlaag onder pannen zadeldaken.

AFDELING ROHM WEST-VLAANDEREN, Cel Monumenten en Landschappen, archief nr. W/00444.

Belfort, beschermd bij K.B. van 20 februari 1939. Samen met 23 andere belforten in Vlaanderen en zes in Wallonië wordt het op 4 december 1999 ingeschreven op de lijst van het werelderfgoed van UNESCO.

1573: de Gentenaar Bartholomeus Dhaese wordt door het Menense stadsbestuur belast met de bouw van het belfort.

5 maart 1574: eerste steenlegging, de bouw wordt stilgelegd tijdens de godsdienstoorlogen die in 1575 in alle hevigheid losbarsten.

1602: herstellingswerken aan het reeds voltooide deel en hervatting van de werken. Onder leiding van de Kortrijkse meester-metselaar Jan Persyn en de Menense meester-metser Jan Deleu wordt het belfort voltooid in 1610. Hierbij worden de plannen van Bartholomeus de Haze slechts lichtjes gewijzigd.
Een uurwerk wordt reeds aangebracht in 1611. Tijdens een pestepidemie wordt in 1631 een O.L.V. beeldje in een nis boven de ingang geplaatst.

1706: de spits wordt vernield. In 1711 herstelling van de toren, toevoeging van een derde achthoekige gemetste verdieping afgesloten met een koepelvormig dak met lantaarn en klokkenspel. Nieuw uurwerk aangebracht in 1713.

1794: bij beschietingen door de Franse republikeinse troepen worden de lantaarn met kap vernield.

1828: herstellingswerken onder leiding van provinciaal architect Van Caneghem, toevoeging van een vierde achthoekige verdieping, geheel afgesloten met platform met opengewerkte balustrade met stenen pijlers, in 1890 vervangen door gietijzeren pijlers.

Jaren 1930: plannen van stadsarchitect Gaston Boghemans voor de reconstructie van de naald op het belfort, geweigerd omwille van financiële redenen.

1961-66: herstellingswerken en installatie van een nieuwe beiaard, deze werd vernield in 1794 en nooit eerder hersteld.

Belfort met een totale hoogte van 33 m. bestaande uit vierzijdige onderbouw en achtkantige bovenbouw. Onderbouw van vier bouwlagen waarvan de eerste twee van Balegemse kalkzandsteen, twee bovenste bouwlagen van rode baksteen. Torenvolume bestaande uit vier achthoekige trommels van rode baksteen. Geheel bekroond met platform met open balustrade van gietijzeren pijlers. Muuropeningen, rechthoekig in de onderbouw, segmentbogig in de bovenbouw. Heiligennisjes in voor- en zijgevel.

AFDELING ROHM WEST-VLAANDEREN, Cel Monumenten en Landschappen, archief nr. W/00436.

DETAEVERNIER M., Het belfort van Menen, in 't Wingheroen, jg. 65, nr. 2, 1996, p. 3-21.

Bron: De Gunsch A. & De Leeuw S. met medewerking van Scheir O. 2004: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Menen, Deelgemeenten Menen, Lauwe en Rekkem, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL7, (onuitgegeven werkdocumenten).

Auteurs: De Gunsch, Ann & De Leeuw, Sofie

Aanvullende informatie

In 1973 werd de zwaar beschadigde beeldengroep bovenaan de voorgevel van het stadhuis gereconstrueerd door Gerard Thienpont, beeldhouwer (Eke-Nazareth). De witstenen beeldengroep (circa 2,40 m hoog en 6,00 m breed) bestaat uit een bas-reliëf met wapenschild van de stad Menen, aan de linkerzijde geflankeerd door een allegorische voorstelling van de rechterlijke macht, aan de rechterzijde de bestuurlijke macht.

  • Informatie verstrekt door E. Thienpont.

Driessen, Caroline (06-11-2013 )

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Grote Markt

Grote Markt (Menen)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.