erfgoedobject

Parochiekerk Heilig Hart

bouwkundig element
ID: 7113   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/7113

Juridische gevolgen

Beschrijving

Historiek en context

De Heilig Hartparochie werd opgericht in 1900, en beschikte aanvankelijk over een voorlopige kerk op dit perceel. Daarvoor kocht het bisdom in 1896 het grondstuk, en maakte de architect Jules Bilmeyer in 1899 het ontwerp. Het betrof een langgerekte, driebeukige kerk in baksteenbouw, waarvan de puntgevel met spitsboog-portaal, -drielicht en -spaarveld, werd bekroond door een klokkentoren met spits. Architect Jules Goethals en zijn zoon ingenieur-architect Emile Goethals uit Leuven, tekenden in 1913 een eerste ontwerp voor de nieuw op te richten kerk, ambitieuzer van opzet dat het uiteindelijk gerealiseerde gebedshuis. De centraalbouw onderscheidde zich door een lantaarnkoepel met een hoge ronde trommel naar het voorbeeld van de Basilique du Sacré-Coeur in Parijs. Het gevelfront werd geflankeerd door ronde torens met spits, en week terug tussen een nieuw te bouwen burgerhuis en de pastorie op de rooilijn van de straat. Dit project kwam door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog niet aan uitvoering toe. Het gewijzigde en sterk vereenvoudigde tweede ontwerp door Emile Goethals uit 1919-1920, werd in de loop van 1928 achtereenvolgens goedgekeurd door het aartsbisdom Mechelen, de Stad Antwerpen en de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen. De openbare aanbesteding voor de bouw vond plaats op 24 oktober 1932, en de werken namen een aanvang op 15 februari 1933 en werden voorlopig aanvaard op 5 september 1934, uitgevoerd door de Algemeene Ondernemingen van Openbare Werken Firmin Liebaert uit Brugge en Brussel. De Heilig Hartkerk werd op 31 juli 1934 ingewijd door kardinaal Jozef Van Roey. In 1934 kwam ook de rechts aanpalende pastorie tot stand; het burgerhuis links van de kerk werd nooit gebouwd.

Emile Goethals behaalde in 1908 het diploma van ingenieur-architect aan de universiteit van Leuven en liep stage bij zijn vader Jules Goethals. Hij volgde In 1918 Vincent Lenertz op als docent aan de Speciale Scholen voor Ingenieurs van de Katholieke Universiteit Leuven, en was van 1930 tot 1951 hoogleraar in architecturale en stedenbouwkundige compositie, burgerlijke architectuur en bouwwetgeving. Goethals’ oeuvre, dat alle soorten opdrachten omvat, illustreert de principes die hij in zijn colleges uiteenzette als voorstander van een structurele aanwending van beton - getuige meerdere uitgaven daarover - maar gekant tegen avant-gardevernieuwingen zoals het Corbusiaanse plan libre of het zichtbare beton. Voor de Leuvense universiteit realiseerde Goethals in 1926-1931 de Speciale Scholen voor Ingenieurs, in 1938-1939 het Instituut voor Lichamelijke Opvoeding, en in 1949-1956 het Instituut voor Scheikunde. In Antwerpen bleef zijn productie verder beperkt tot het hotel Albert Mertens uit 1928 aan de Jan Van Rijswijcklaan.

Architectuur

De Heilig Hartkerk is ontworpen als een centraalbouw in neoromaanse stijl, met een volledig inpandige inplanting binnen het bouwblok gevormd door Lange Beeldekensstraat, Van Schoonhovenstraat, Dambruggestraat, Schaafstraat, Lange en Korte Winkelhaakstraat. Enkel de noordelijke voorgevel is zichtbaar, ingeplant achter de rooilijn aan een geplaveid voorpleintje dat wordt afgesloten door een hek. Het geheel wordt aan de rechter zijde geflankeerd door de eenvoudige pastorie (Lange Beeldekensstraat 20).

De noord-zuid georiënteerde centrale aanleg berust op een schip in de vorm van een Grieks kruis met korte transepten en halfronde absidiolen in de vier hoeken. De narthex aan de noordzijde telt twee traveeën, voorafgegaan door een drieledig voorportaal van één travee, en ten oosten geflankeerd door een ronde traptoren met lantaarn en spits.  Het vierkante koor aan de zuidzijde, afgesloten door een halfronde apsis, wordt ten westen geflankeerd door het eenlaagse paviljoen van de sacristie, de kerkmeesters en koorknapenkamer, en ten oosten door een ondiepe aanbouw van twee bouwlagen met een 'hoogzaal' op de verdieping. De constructie bestaat uit rood baksteenmetselwerk in kruisverband, met spaarzaam gebruik van blauwe hardsteen voor plinten, portalen, deur- en vensteromlijstingen, maaswerk, hoekblokken, dekstenen en topstukken. Het geheel wordt overspannen door een koepel en tongewelven uit gewapend beton, beschermd door zadeldaken en een twaalfzijdig tentdak met polygonale lantaarn. Deze hebben een structuur uit stalen vakwerkspanten, en zijn gedekt met rode pannen. Het lessenaarsdak van het voorportaal, de traptorenspits en de helm van de koepellantaarn onderscheiden zich door een koperen bekleding.

De voorgevel vormt een puntgevel, onderaan getrapt (drie treden) op schouderstukken, met geprofileerde dekstenen en een omcirkeld kruis als topstuk. De bovenbouw wordt in het eerste register geopend door een getrapte compositie van drie roosvensters met waterlijsten, vierlobbig maaswerk en glas-in-loodramen. Een rondboogdrielicht met hoger middenvenster doorbreekt het tweede register, gevat in een kwarthol geprofileerde omlijsting op zuiltjes met knoppenkapiteel. Het vooruitspringende, drieledige voorportaal wordt gemarkeerd door een centrale puntgevel met kruisbloem tussen overhoekse posten op kraagstenen. Daarin is een nis uitgespaard met een bewerkte sokkel en baldakijn voor een Heilig Hartbeeld. Het portaal bestaat uit een arcade van drie ongelijke rondbogen met geprofileerde archivolten en waterlijsten, opgevangen door een rankwerkfries op zuiltjes met knoppenkapiteel, die rusten op de hoge plint met schuine afzaat. De boogvelden boven de tussendorpels zijn gevuld met vierlobbig maaswerk en glas-in-loodramen. Het grote middenportaal onderscheidt zich door gekoppelde zuiltjes en een bijkomende halve ring van cirkels in het maaswerk. Een kroonlijst op kraagstenen beëindigt de zijflanken. Bewaarde houten vleugeldeuren met paneelwerk en smeedijzeren beslag. De afsluiting van het voorplein bestaat uit vier zware postamenten uit metselwerk en blauwe hardsteen, waartussen smeedijzeren hekken.

De narthex wordt ten oosten geflankeerd door de ronde traptoren van het doksaal, met rondbooglichten in de schacht, en een lantaarn als topgeleding opengewerkt door een rondboogarcade, en afgewerkt met een kroonlijst op kraagstenen en een kegelspits. De centraalbouw van het schip wordt aan de oost- en westzijde gemarkeerd door hoge, brede puntgevels geopend door een groot roosvenster met vierlobbig maaswerk en cirkelmotieven. Zij worden geflankeerd door kleinere puntgevels geopend door een rondboogvenster met vierlobbig maaswerk, boven de vijfzijdige absidiolen. Veellichten doorbreken de koortraveeën, en een register van zeven rondboogvenstertjes de halfronde koorapsis die tegen de blinde, zuidelijke puntgevel aanleunt.

Het interieur is opgebouwd uit een aaneenschakeling van rondbogige scheibogen van de korte transepten, absidiolen, het portaal en koor. Deze zijn opgetrokken uit baksteenmetselwerk met contrasterende banden en sleutels, en rusten op pijlers met een getrapte sokkel en een lijstkapiteel uit blauwe hardsteen. Wandvlakken, tongewelven en de koepel met steekkappen zijn bepleisterd en beschilderd, de vloer met een diagonaal patroon is uitgevoerd in twee tinten blauwe hardsteen en wit marmer. De scheiboog van de koorapsis draagt geschillderde grisaillemedaillons met de vier Evangelisten, het apsisgewelf een polychroom medaillon met het Lam Gods. Boven het noordportaal is het doksaal met een eenvoudige balustrade ingewerkt, waarop het orgel.

Het vaste meubilair maakt deel van het totaalontwerp door Emile Goethals. Het hoogaltaar bestaat uit een hardstenen altaartafel op kolommen, een ivoorkleurig betegelde altaarwand, geelkoperen tabernakeldeuren en een neogotisch baldakijn voor het gepolychromeerde Heilig Hartbeeld. De kleinere zij-altaren in de vier absidiolen hebben eenzelfde altaartafel en -wand waarop een heiligenbeeld, deze van de transepten worden geflankeerd door wandpijlers waarop een engel- of heiligenbeeld. Verder omvat het meubilair een preekstoel uit smeedijzer en hout met reliëfs uit gedreven koper, een triomfkruis, geelkoperen kandelaars en kroonluchters in het koor, en heiligenbeelden tegen de pijlers. Reeks glas-in-loodramen door Alfons Annys uit 1933: zeven koorramen met onder meer het Heilig Hart, de Goede Herder en eucharistische symbolen; twaalf kleine ramen in de absidiolen met onder meer de Heilige Geest, het Heilig Hart, de Heilige Jozef, Theresia van Lisieux en Margaretha-Maria Alacoque.

  • Agentschap Onroerend Erfgoed, Planarchief Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, plannen A0084-A0108.
  • Provinciaal Archief Antwerpen, Kerken, Antwerpen, Heilig Hart, dossier 1.
  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossiers 1899#1656, 1932#43119, 1933#44708 en 18#738.

Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2019


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Parochiekerk Heilig Hart [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/7113 (Geraadpleegd op 15-12-2019)