erfgoedobject

Sigarettenfabriek Araks

bouwkundig element
ID: 7459   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/7459

Juridische gevolgen

Beschrijving

Sigarettenfabriek in oriëntaalse stijl opgetrokken door de maatschappij Tchamkerten & Co, producent van het merk van Araks. Het complex dat een ruim perceel beslaat tussen Plantin en Moretuslei en Wipstraat, werd in 1913 ontworpen door de ingenieur-architect Maksoud Mihrtadiantz. Aannemer was Theodoor Vermeulen uit Borgerhout, die de fabriek in 1914 voltooide. Het complex werd in 1955-1956 verbouwd en gerenoveerd door de architect John Van Zeeland, en in 2005 omgevormd en heringedeeld tot een wooncomplex met handelsruimte op de begane grond.

Historiek en context

Het tabaksbedrijf werd opgericht door de van oorsprong Armeense familie Tchamkerten, die eind 19de eeuw de pogroms in het Ottomaanse Rijk was ontvlucht. De Tchamkertens behoorden tot de groep van vijf Armeense families, die tijdens de vroege 20ste eeuw de Belgische markt van zogenaamde ‘cigarettes Egyptiennes’ domineerde. De andere families waren Matossian producent van Marouf, Enfiadjian van Enfi, Missirian van Davros en Mirzabekiantz. Tchamkerten & C°, opereerde vanaf 1921 onder de naam Manufacture de Cigarettes Egyptiennes Araks-Tchamkerten & C°, met bijhuizen in Alexandrië, Genève en Stockholm. Vanaf 1919 was ook het Armeense consulaat in de bedrijfsgebouwen aan de Plantin en Moretuslei gevestigd.

Tchamkerten & C° engageerde voor de bouw van de nieuwe Araksfabriek in eerste instantie de architect Edouard Van Opstal, die in 1907 als vermoedelijk eerste vestiging van het bedrijf al een atelier in de Provinciestraat 16 had opgetrokken. Deze ontwierp najaar 1912 een vierbeukig bedrijfsgebouw van acht traveeën, vier bouwlagen hoog, met zijdelings ingeplante lichtschachten en traphallen. De gevelopstand ontleende zijn oriëntaalse karakter aan de lisenen in spitse hoefijzerboogvorm, de tweelichten in drielobvorm, en vooral de twee minaretachtige hoektorens met een lantaarn, een uivormige koepel en een spits als bekroning.

Najaar 1913 diende Tchmakerten & C° een nieuwe bouwaanvraag in, waarvan de plannen waren opgemaakt door de ingenieur-architect Maksoud Mihrtadiantz, zoals de Tchamkertens van Armeense origine. Dit in industriële en betonconstructies gespecialiseerde studiebureau uit Vorst (Brussel), agent van het Duitse Wayss & Freytag in 1904-1906, van het Franse Considère & Cie vanaf 1907 en meervoudig patenthouder, geldt als één van de pioniers van de gewapend-betontechniek in België. Voor het gewapend-betonskelet van de sigarettenfabriek Araks, werd het systeem Hennebique toegepast. Programma en vormgeving waren vergelijkbaar met het ontwerp van Van Opstal, maar Mihrtadiantz reduceerde de overspanning en het aantal steunpunten van de constructie tot een driebeukige structuur van zes traveeën, georganiseerd rond een centraal atrium onder een glaskap.

Het gevelfront behoort in Antwerpen tot de zeldzame voorbeelden van oriëntaalse architectuur op grote schaal, hier toegepast uit commercieel oogpunt als uithangbord van het sigarettenmerk Araks. Ook in het logo met kameel, de verpakkingen (blikken dozen) , advertenties en reclameposters voor de ‘cigarettes Egyptiennes’, appelleerde Tchamkerten & C° aan de oosterse connotatie van tabak. Het oriëntaalse karakter berust op elementen geïnspireerd op de architectuur van het Moorse Spanje en het Mamelukse of Ottomaanse Egypte, met gebruik van hoefijzer- en spitsbogen, wafel- of vlechtbandpatronen in stervorm, en uivormige koepels. Als bekendste buitenlandse voorbeeld van een sigarettenfabriek in oriëntaalse stijl geldt het door een monumentale glas-in-loodkoepel bekroonde Yenidze in Dresden, naar ontwerp van Martin Hammitzsch uit 1908-1909. Tot de andere beeldbepalende oriëntaalse gebouwen in Antwerpen behoren de synagoge Shomre Hadass uit 1891-1893 in de Bouwmeestersstraat, een ontwerp van Ernest Stordiau en Joseph Hertogs, en het verdwenen theater “Scala” door Leonard en Henri Blomme uit 1884 in de Anneessensstraat.

Architectuur

Het vier bouwlagen hoge gebouw onder plat dak beslaat een rechthoekige plattegrond, met een statig gevelfront van zeven traveeën aan de Plantin en Moretuslei, en een eenvoudige fabrieksgevel van tien traveeën aan de Wipstraat. De constructie berust op een betonskelet van drie beuken en zes traveeën, in de kern opengewerkt door een oorspronkelijk overdekt atrium.

Zoals voorgeschreven kreeg het gevelfront aan de Plantin en Moretuslei een parement uit witte natuursteen, op een plint uit blauwe hardsteen. Volkomen symmetrisch van opzet, wordt de compositie verticaal geritmeerd door twee torenvormige risalieten in de tweede en voorlaatste travee, op de bel-etage gemarkeerd door driezijdige erkers met balkon. Horizontaal beantwoordt de opstand aan een drieledig schema, opgebouwd uit een gedrukte pui, twee hoofdverdiepingen in kolossale orde, en een als attiek opgevatte topgeleding. Met het portaal in de linker travee, is de pui opengewerkt tot een arcade van hoefijzerbogen. De twee hoofdverdiepingen worden in de middenpartij en de twee hoektraveeën gemarkeerd door sterk geprononceerde korf- en spitsbooglisenen met vlechtbandlijsten, rustend op composiete zuilen. Ook hier vormen de vensters van de tweede verdieping een hoefijzerboogarcade, nu met gelobde archivolt; de bortweringen en penanten zijn bewerkt met vlechtbanden in stervorm of wafelpatronen. In de topgeleding, afgewerkt met een brede, sterk gelede keperlijst, vormen de gekoppelde vensters een spitsboogarcade, waarvan de vlak omlijste zwikken eveneens met een wafelpatroon bewerkt zijn. De typische, lelievormige balustrade, die op de bouwplannen als gevelbekroning is aangegeven, werd vermoedelijk verwijderd. Ook van de torenbekroning is enkel de basis bewaard, ingesnoerd op de hoeken en afgewerkt met een fries; de uivormig koepels volgens de bouwplannen geschubd, met spits en Davidsster, werden in 1956 verwijderd, maar recent in vereenvoudigde vorm gereconstrueerd als een open stalen structuur. Vergelijkbaar met de torenbekroningen van de synagoge Shomre Hadass, gaat de vorm terug op de mausolea uit het oude Caïro. Van het oorspronkelijk houten schrijnwerk zijn de inkomdeur en een gedeelte van de vensters bewaard.

De fabrieksgevel is opgetrokken uit rode baksteenbouw in kruisverband met ontlastingsbogen, en gebruik van hardsteen voor de plint, dorpels en speklagen. Opgebouwd uit regelmatige registers van rechthoekige vensters, wordt het gevelveld per twee traveeën geritmeerd door hoekrisalieten en middenpilasters. De garagepoorten met ijzeren latei dateren van een latere verbouwing; het schrijnwerk is vernieuwd.

Volgens de bouwplannen bood de lage begane grond ruimte aan de productieateliers, een refter en kleedkamer, een tabaksopslagplaats, een kleine garage en een conciërgewoning. Op de bel-etage zijde Plantin en Moretuslei, toegankelijk via de vestibule met trappenbordes, bevonden zich de kantoren voor directie, dactylo en bedienden. Het verpakkingsatelier, opslagplaatsen voor verpakte en niet verpakte sigaretten en toiletten, namen rondom het atrium de overige ruimte in, ontsloten door de traphal en de goederenlift. De plattegronden van de tweede en derde verdieping, volledig benut voor bedrijfs- of opslagruimte, ontbreken in het bouwdossier.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossiers 1912#2302, 1913#4310, 18#34812, 18#35635, 18#36051 en 545#334.
  • S.n. 1985: De Egyptische sigaretten kwamen ooit uit Antwerpen, Gazet van Antwerpen 21 december, 25.

Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2015


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Sigarettenfabriek Araks [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/7459 (Geraadpleegd op 15-11-2019)