erfgoedobject

Belgische militaire begraafplaats Houthulst

bouwkundig element
ID: 79445   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/79445

Juridische gevolgen

Beschrijving

Belgische militaire begraafplaats, gelegen langs de Poelkapellestraat, op ongeveer 1200 meter ten zuiden van de kerk van Houthulst, aan de westelijke rand van het bos van Houthulst (‘Vrijbos’) en het militaire domein van Poelkapelle/Houthulst . Ten zuiden van de begraafplaats staat een provinciale naamsteen.

Historiek

Houthulst viel tijdens de Eerste Wereldoorlog onder Duitse bezetting. De Duitsers bouwden het Vrijbos, zoals het bos van Houthulst genoemd werd, uit tot een goed gecamoufleerd depot. Een netwerk van spoorlijnen, emplacementen en smalspoorbaantjes doorkruiste het bos. Er werden tal van depots voor materialen, munitie en allerhande voorraden ingericht, evenals begraafplaatsen, oefenterreinen, schietstanden en observatieposten. Tot 1917 leek het bos een relatief veilig oord te zijn, zeker in vergelijking met de loopgraven aan het front. Maar vanaf 1917 zou het bos door de vijandelijke artillerie omgetoverd worden in een ‘vulkanisch maanlandschap’.

Om het bos te kunnen verdedigen, werden vanaf 1917 ‘Riegels’ uitgebouwd: dit waren dwarsverbindingen (oost-west gericht) tussen de hoofdstellingen die min of meer van het noorden naar het zuiden liepen. Geholpen met de betonnen versterkingen die her en der in en rond het bos opgetrokken werden, moesten de manschappen de ‘vesting’ voldoende kunnen verdedigen.

Voor het geallieerd Eindoffensief werd het bos van Houthulst beschouwd als een cruciaal punt. De verovering ervan was de verantwoordelijkheid van de ‘Groepering Noord’ van de ‘Legergroep Vlaanderen’, die stond opgesteld tussen Mangelare en Blankaartvijver. Het bos zelf moest meer bepaald veroverd worden door de 7de Infanteriedivisie, bestaande uit het 4de, het 23ste en het 24ste Linieregiment, onder leiding van Generaal-Majoor Van Acker. Deze divisie stond bekend als een Vlaamsgezinde divisie en de 'eer' om deze vesting te veroveren, werd door sommigen dan ook eerder als een 'straf' beschouwd. Op 28 september kon het 4de Linieregiment doordringen in het zuiden van het bos, het 23ste frontaal in het hart en het 24ste in het noorden. Even na de middag was het beruchte woud veroverd. Uitbundige felicitaties konden in ontvangst worden genomen. Velen hadden echter het leven gelaten en er volgde nog een bloedige namiddag, voornamelijk omdat de artillerie niet meer kon volgen.

Aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog was van het oorspronkelijke 4000 hectare grote ‘Bos van Houthulst’ nog slechts een vierde over. Er stonden vijf à zes ‘kasteeltjes’. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd het bos nagenoeg volledig verwoest, alle bomen moesten nadien geveld worden. Tijdens de jaren 1920-1922 werd het bos ontmijnd en slechts voor een deel herbebost. Vandaag telt het bos nog 370 hectare. Een deel ervan is militair domein, een ander deel is opengesteld als provinciaal wandeldomein.

De staat had in 1923 landbouwgrond aan de bosrand aangekocht. Architecten Blondeau en Moreau van de Dienst Militaire Grafsteden in Brugge tekenden de plannen voor de aanleg van de begraafplaats, die in 1924-1925 werd ingericht. Belgische graven uit de rechthoek Diksmuide – Ieper - Menen - Lichtervelde, die door hun verwanten niet gerepatrieerd werden, werden in Houthulst geconcentreerd. Het gaat voornamelijk om doden, die behoorden tot de Groepering Biebuyck en tijdens het Eindoffensief omgekomen waren in de meer zuidelijke sectoren.

De Belgische militaire begraafplaats van Houthulst telt vandaag 1.722 Belgische graven en 1 gedenksteen voor 1.230 geïdentificeerde en 493 ongeïdentificeerde doden. Onder de geïdentificeerde doden kwamen er 1.198 om in 1918, ten gevolge van het Eindoffensief. Er zijn opvallend veel doden van 28 en 29 september 1918, die oorspronkelijk begraven lagen in Klerken, Houthulst, Westrozebeke, Passendale, Langemark, Poelkapelle, Zonnebeke en Moorslede. Er zijn eveneens veel graven met als sterfdatum 14 en 15 oktober 1918: het gaat meestal om militairen die in de omgeving van Roeselare omgekomen zijn.

Er zijn slechts 19 doden van 1914, 2 van 1915, 3 van 1916 en 8 van 1917. De meeste militairen maken deel uit van de infanterie, maar er zijn er ook 69 doden van de artillerie. Er zijn 51 officieren.

Op de begraafplaats staan ook 81 Italiaanse grafkruisen (met Italiaanse vlag) voor 74 geïdentificeerde en 7 ongeïdentificeerde doden. Er zijn verschillende eenheden vertegenwoordigd. De Italianen waren krijgsgevangenen die als werkkracht ingezet waren bij het Duitse leger. Ze werden onder meer als sjouwers ingezet in de havens van Roeselare en Izegem of ze dienden werken uit te voeren aan de spoorweg Gent-Tielt-Diksmuide, die ontdubbeld moest worden. Aanvankelijk werden ze begraven op de Duitse militaire begraafplaats van Roeselare of op de gemeentelijke begraafplaats van Izegem. Zes anderen lagen oorspronkelijk begraven op de gemeentelijke begraafplaats van Deinze. Ook hun graven werden overgebracht naar Houthulst (november 1975).

Kenmerken

De Belgische militaire begraafplaats van Houthulst heeft een oppervlakte van 394 are. Het terrein is vlak en wordt voor een groot deel omgeven door het bos van Houthulst.

De begraafplaats zelf neemt de vorm aan van een zespuntige ster, met paden in rode kiezelsteen die de stervorm versterken. Er is één centraal pad, die de spiegelas van de stervormige plattegrond vormt, vanaf de ingang start tot aan de vlaggenmast (met Belgische vlag) met erachter de Italiaanse graven. Vanaf de ingang vertrekken eveneens twee paden naar de zijkanten van de begraafplaats. De rest van de begraafplaats wordt ingenomen door grasperken met de graven. Het geheel wordt getooid met bloemperken en solitaire bomen, met vooral de groene en bruine beuk en in mindere mate berken. In de lente sieren narcissen de begraafplaats.

Aan de straatzijde is de begraafplaats afgesloten door een lage roodbakstenen muur met arduinen dekplaat, hoekstukken, pilasters en arduinen balustrades, bij de toegang onderbroken door twee massieve roodbakstenen pijlers met uitgewerkte arduinen kroonlijst op consoles, met opschrift "CIMETIÈRE MILITAIRE DE HOUTHULST" (links) en "MILITAIR KERKHOF VAN HOUTHULST" (rechts). Centrale toegangspartij met smeedijzeren hekken tussen (deels gebogen) arduinen balustrade en lage arduinen pijlers. Aan de twee hoeken van de voormuur staat telkens een gelijkaardige massieve roodbakstenen pijler met opschrift "1914-1918".

De andere zijden van de begraafplaats worden grotendeels omzoomd door het Vrijbos en afgebakend met omheiningsdraad. Rechts bij de toegang staat het houten schuilgebouwtje, met grondplan, register en bezoekersboek. De grafstenen – van het officiële Belgische type – zijn verspreid over verschillende perken. Achter de Belgische vlaggenmast, in de meest oostelijke hoek van de begraafplaats, staan de Italiaanse grafkruisen (met Italiaanse driekleur) bij een bakstenen gedenksteen met witmarmeren plaat met opschrift: "L' ITALIA AI SUOI CADUTI 1915-1918" en een Italiaanse vlag.

  • BACCARNE R. & STEEN J. 2002: Van het Vrijbos tot Roeselare. Eindoffensief 1918, eigen beheer.
  • DE BOUVER R. 1996: Militaire kerkhoven te Deinze, in: Bijdragen tot de geschiedenis der Stad Deinze en van het land aan Leie en Schelde, Kunst- & Oudheidkundige Kring Deinze, LXIII.
  • Informatie verzameld door Roger Verbeke
  • Informatie afkomstig van de Dienst Oorlogsgraven (Algemene Directie Material Resources – Divisie CIS en Infrastructuur – Sectie Infrastructuur – Bureau Real Estate)

Bron     : Onroerend Erfgoed West-Vlaanderen, Beschermingsdossier DW002404, Belgische militaire begraafplaatsen (DECOODT H., 2008)
Auteurs :  Decoodt, Hannelore
Datum  : 13-01-2020


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Belgische militaire begraafplaats Houthulst [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/79445 (Geraadpleegd op 05-07-2020)