erfgoedobject

Romp van de Vredesmolen en molenaarswoning

bouwkundig element
ID: 79523   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/79523

Juridische gevolgen

  • is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Molenromp
    Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009

  • is aangeduid als beschermd stads- of dorpsgezicht, intrinsiek Windmolenromp en molenaarshoeve
    Deze bescherming is geldig sinds 01-04-1999

  • omvat de aanduiding als beschermd monument Windmolenromp
    Deze bescherming is geldig sinds 01-04-1999

Beschrijving

De molenromp van de voormalige stenen graan- en oliewindmolen, de Vredesmolen genoemd, is gelegen op het gehucht De Smisse op het hoogste punt van Klerken, (43 meter boven de zeespiegel), ten zuidoosten van de Molenweg. Het is de eerste heuvelkam (deel uitmakend van de heuvelrug Geluveld-Staden-Klerken) ten oosten van het IJzerfront. Deze omgeving was dan ook een strategisch belang tijdens de Eerste Wereldoorlog. De naamgeving van de molen veranderde doorheen de tijd naargelang de molenaarsfamilie die er werkzaam was: ‘Vandenbussches molen’ in de tweede helft van de 19de eeuw, ‘Vandemoorteles molen’ in de eerste helft van de 20ste eeuw. Ook bekend als ‘Van Couillie's molen’, de ‘afgeschoten molen’ of recentelijker de ‘Vredesmolen’.

Historiek

De huidige molensite gaat terug op een standaardmolen, die in 1766 werd opgericht in opdracht van molenaar Jacob Ferdinand De Necker (Klerken) en  is aangeduid op de Ferrariskaart (1770-1778) en de kaart van Philippe Vandermaelen (circa 1850). Het betrof een houten oliewindmolen (zie octrooibundel bewaard in het Algemeen Rijksarchief te Brussel, fonds 'Raad van Financiën). In 1791 werd de oliewindmolen ook ingericht als graanmolen. Hiertoe werd de molenkast ingericht met een derde zolder. Op de kaart van Ph. Vandermaelen (circa 1850) is de molen aangeduid als "Stampkot Molen"; ook de hoeve (de huidige molenaarshoeve) ten noordoosten van de molen, aan de andere zijde van de Molenweg is reeds aangegeven. In 1879 liet molenaar Louis Vandenbussche de houten staakmolen vervangen door een roodbakstenen stellingmolen met ijzeren galerij. De benedenverdieping werd ingericht als olieslagerij voor kool- en lijnzaad (met kollergang, vuring en perslade met heien). Voorts werd de stellingmolen voorzien van vier zolders met twee koppels maalstenen. In 1880 werd een stoommachine geplaatst in een bakstenen bijgebouw met schoorsteen. In 1901 werd de olieslagerij verwijderd, maar de molen bleef in werking als graanmolen tot in 1914.

De molen doorstond vrij goed de doortocht van de Duitsers in 1914. Later tijdens de Eerste Wereldoorlog fungeerde de molen als Duitse observatiepost, en werd  ze via een onderaardse gang verbonden met de "Flandern II Stellung", een Duits verdedigingsbolwerk ter hoogte van Handzame, Hooglede en Roeselare. In 1917 brandde de molen - naar verluidt per toeval - uit. Na eerdere pogingen werd de molen met strategische observatiepost op 29 september 1918, als laatste Duitse bolwerk, door het Belgisch leger heroverd. Hieraan herinnert een  bronzen gedenkplaat van 1963 op de molen, met opschrift in hoogreliëf: "DEZE HOOGTE WERD OP 29 SEPT. 1918 HEROVERD DOOR DE 2-22 EN 3 LINIEREG(IMEN)TEN GESTEUND DOOR DE 1 EN 13 ART(ILLER)IE" (zelfde tekst in het Frans). De molen werd bij deze herovering zwaar beschadigd (schade aan het parement, de volledige romp blijft echter bewaard). Ook de hoevegebouwen werden vernield. De molenromp bleef na de oorlog particulier bezit en werd nooit hersteld. De molen vormt bijgevolg een materiële getuige van de strategische rol die deze en andere windmolens van de frontstreek in de Eerste Wereldoorlog opgedrongen kregen. In 1983 stortte een deel van de molenromp in. In 1997 startte de dorpsraad een actie om de molen te redden en in 1999 werd de molen beschermd als monument. Een zware storm in januari 2006 veroorzaakte een metersbrede scheur in het bakstenen molenromp, waardoor ter hoogte van de derde en vierde zolder slechts één derde van de kuipomtrek bewaard is en de kuip niet langer aaneenhield. Door de gemeente Houthulst, die intussen eigenaar was geworden, werd een restauratie opgestart die tussen 2011 en 2014 werd uitgevoerd door Monument Vandekerckhove naar een ontwerp van ingenieur-architect Dries Vanhove. Deze werken beoogden de consolidatie van de molenromp en het bijgebouw als ruïne en oorlogsrelict.

Beschrijving

Roodbakstenen molenromp met sporen van kalkbeschildering (baksteenafmetingen: 21 x 10,5 x 6 centimeter). Rondbogige muuropeningen  met geschrankte opstelling, gevat in een geriemde omlijsting van gele baksteen. Ter hoogte van de tweede zolder, voorheen ijzeren gaanderij; ter hoogte van derde en vierde zolder amper een derde van de rompomtrek bewaard. Benedenverdieping gekenmerkt door een rondboogpoort (straatzijde) en dichtgemetselde dito deur. In het baksteenparement nog afleesbare sporen van de beschietingen tijdens de Eerste Wereldoorlog.

Bewaarde muren van roodbakstenen bijgebouw voor stoommachine, oorspronkelijk onder zadeldak (haaks op de molenromp), restant van puntgevel tegenaan de molenromp. Lange gevels met bewaarde 'hondjes' of modillons voor dakoverstek. Aan de straatzijde, rechthoekige poort, geflankeerd door getoogde venstertjes.

Ten noorden van de molen (ten noordoosten van de Molenweg), molenaarswoning- en hoeve gelegen binnen het beschermde dorpsgezicht. De hoeve is als dusdanig reeds aangeduid op de kaart van Philippe Vandermaelen (circa 1850). Na vernietiging tijdens de Eerste Wereldoorlog, heropgebouwd in de jaren 1920, in de lijn van 19de-eeuwse hoevebouw.

Ten noordwesten van het erf, geelbakstenen molenaarshuis met rechts geïncorporeerde stalling onder doorgetrokken zadeldak (mechanische en Vlaamse pannen). Getoogde muuropeningen (vernieuwd houtwerk met T-indeling), klimmend laadvenster. Verbouwde zij- en achtergevels. Voorts roodbakstenen nutsgebouwen (onder meer schuur onder zadeldak) rondom het erf opgesteld; schuifpoorten, klimmend laadvenster.

  • Afdeling Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumenten en Landschappen West-Vlaanderen, Cel Monumenten en Landschappen, archief nummer 1483.
  • Inventarisatie van relicten uit WO I in de Westhoek (Provincie West-Vlaanderen, "Oorlog en Vrede in de Westhoek", en Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Afdeling Monumenten en Landschappen).
  • DECLERCK P. 2001: 't Is oorlog, pastoor! Het oorlogsdagboek van pastoor Edmond Denys uit Klerken, 1914, Koksijde, 15-17.
  • DENEWET L. 1998: Dorpsraad Klerken redt molenruïne als oorlogsmonument, Molenecho's 26.2, 70-77.
  • DESMYTTERE J. 1998: Herdenking 80 jaar bevrijding van Klerken en zijn molen, Werkgroep West-Vlaamse Molens 14.4, 175-177.
  • DESMYTTERE J. 1954: Klerken, het dorp op de heuvel, s.l., 16-17 & 24 (iconografie).
  • DEVLIEGHER L. 1984: De molens in West-Vlaanderen, Kunstpatrimonium van West-Vlaanderen, deel 9, Tielt-Weesp, 222.
  • JACOBS M. 1995: Zij, die vielen als helden ... Inventaris van de oorlogsgedenktekens van de twee wereldoorlogen in West-Vlaanderen. Deel 2, Brugge, 174.
  • S.N. 1998: Herdenking 80 jaar bevrijding van Klerken en zijn molen, Werkgroep West-Vlaamse Molens 14.4, 175-177.

Bron     : Missiaen H. & Vanneste P. met medewerking van Gherardts F. 2006: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Houthulst, Deelgemeenten Jonkershove, Klerken en Merkem, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL24, (onuitgegeven werkdocumenten).
Auteurs :  Becuwe, Frank, Missiaen, Halewijn, Vanneste, Pol
Datum  : 2020


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Romp van de Vredesmolen en molenaarswoning [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/79523 (Geraadpleegd op 21-10-2020)