Deze pagina afdrukken

De Inventaris van het Bouwkundig Erfgoed

Sint-Carolus Borromeuskerk, Sodaliteit en Professenhuis (ID: 4118)

Foto niet beschikbaar
Alle foto's

Administratieve Gegevens

Beknopte karakterisering

Beschrijving

St.Carolus Borromeuskerk, voormalige Sodaliteit en Professenhuis

In 1556 werd besloten een Jezuïetencollege op te richten te Antwerpen. Met dat doel werd in 1574 het "huis van Aken" aangekocht, een ruime patriciërswoning van 1539 met binnenkoer, gelegen op de hoek van de Korte Nieuwstraat en het thans verdwenen Spoystraatje, en in datzelfde jaar werd de school er ingericht. Na de Spaanse Furie werden de Jezuïeten verdreven (1578) doch na de overwinning van Farnèse (1585) kwamen ze terug en begon voor hen een bloeitijd. In 1585 werd de eerste sodaliteit gesticht, de latijnse O.-L.-Vrouw-Boodschap congregatie voor vooraanstaande burgers, die in 1610 gevolgd werd door de stichting van een Franse congregatie voor vreemdelingen. Toen het "huis van Aken" te klein bleek voor zijn functie werd het college in 1607 overgebracht naar het Hof van Liere in de Prinsstraat, en diende het "Huis van Aken" als professenhuis, waarin dertig paters hun intrek namen. Het professenhuis ontwikkelde een grote bouwbedrijvigheid. Alle woningen aan het Spoystraatje werden opgekocht en gesloopt en op het vrijgekomen terrein werd een nieuw gebouwenkwadraat opgericht dat aansloot bij het "huis van Aken". Het Spoystraatje werd vervangen door de meer W.-waarts gelegen St.-Pieter en St.-Paulusstraat. T.z.t. werden ook nieuwe gronden aangekocht (het huidige Conscienceplein) waarin een rui liep die overwelfd werd (Jezuïetenrui). Op dit terrein werd de St.-Ignatiuskerk en de sodaliteit opgetrokken (fig. 62). Aan de Z.-zijde van het plein gaf een portaal toegang tot spreekkamers en receptiezalen, met op de bovenverd. de bibliotheek der Bollandisten. Daarachter lag een binnenkoer met aan de overzijde een galerij die aansloot bij het huis van Aken (l.) en bij een infirmerie (r.). De sodaliteit, gebouwd tgov. de kerk, had een benedenverd. voor gehuwde mannen en een bovenverd. voor ongehuwde mannen, beide ingericht als kapel en weelderig versierd met werken van P.P. Rubens, G. Zeghers, Delmont en Van Dijck. Al deze werken werden geleid door pater Tirinus die overste was.

De kerk werd gebouwd van 1615 tot 1621. Voor het geheel van de werken loopt de bouwperiode van 1614 tot 1626. In 1718 werd de overwelving van het schip vernield door brand. J.P. van Bauerscheidt I herstelde het volgens oorspronkelijk plan, doch met brede gordelbogen i.p.v. met caissons zoals voorheen. In 1773 werd de Jezuïetensocieteit ontbonden door Paus Clemens XIV; de St.-Ignatiuskerk werd gesloten van 1773 tot 1779, en kreeg na de heropening de naam Carolus Borromeus. De meeste kunstschatten werden naar Wenen gevoerd, de rest werd verkocht. De konventgebouwen kregen toen een tijdlang de meest diverse functies: militaire academie, huurhouderij, lokaal van de Club des Droits de l'Homme, zetel van twee muziekmaatschappiien, ziekenzaal na de slag van Waterloo, speelgoedwinkel en tenslotte, van 1826 af "café dansant". Een gedeelte van de gebouwen werd in de jaren 1780 zwaar beschadigd door het uitbreken van alle verkoopbare bouwmaterialen (balken, arduin, deuren, vensters, e.d.); de gevels aan het Conscienceplein bleven hiervan echter gespaard.

In 1814 werd de Jezuïetenorde hersteld door Paus Pius VII. Bij ons trad ze pas na de Belgische onafhankelijkheid terug in werking (1832). De heraankoop van dezelfde gebouwen bleek voor hen onmogelijk, zodat ze zich in 1840, vestigden in het huis "Fraula" in de Keizerstraat. In 1852 kochten de Jezuïeten opnieuw grond aan de Korte Nieuwstraat, en op de terreinen van het vroegere professenhuis bouwden ze een nieuw college, dat in 1858 voltooid was en voorzien was van een kapel met toren die diende als observatorium. Een deel van het vroegere professenhuis, nl. het middenstuk van de vleugel aan het H. Conscienceplein, werd heringericht tot pastorij.

De voormalige sodaliteit tenslotte werd in 1879 door de stad aangekocht om er de bibliotheek in onder te brengen. Het gebouw werd door stadsarchitekt Ch. Dens verbouwd in harmonie met de rest van het plein. Het werd vijf meter verbreed en kreeg een nieuwe ingang met een beeld van H. Conscience. In 1883 werd de bibliotheek ingehuldigd. Weldra bleek ze te klein, zodat de Volksbibliotheek overgebracht werd naar de Blindenstraat in 1895. In 1917 werd de St.-Annakapel in de Korte Nieuwstraat als boekenbergplaats in gebruik genomen, tot in 1930 een groot perceel van de Jezuïetenpaters werd aangekocht, waarop tussen 1934 en l936 een nieuwe vleugel van de bibliotheek werd bijgebouwd die op geslaagde wijze aansluit bij het reeds bestaande deel en waarin o.m. de leeszaal werd overgebracht. Het oude sodaliteitsgebouw dient nu enkel nog als boekenmagazijn. Aan de binnenkant is het ingedeeld met een merkwaardige ijzerconstructie die dateert van ca.1880 (214). Thans in restauratie (215).

*St.-Carolus Borromeuskerk Gebouwd als St.-Ignatiuskerk n.o.v. Jezuïetenpater F. d'Aguilon en broeder P. Huyssens, op de samenloop van de overwelfde Minderbroedersrui en Jezuïetenrui. Plattegrond (Fig. XIII): een driebeukige kerk met longitudinale aanleg met halfronde koorsluiting en minder diep gelegen halfronde sluitingen van de zijbeuken; de totale lengte bedraagt 60 m. De kerk is ingedeeld in negen trav. gevormd door Dorische zuilen, met op de hoeken twee drieledige zuilenbundels en tegen het koor twee halfzuilen. Boven de zijbeuken en boven de eerste trav. een omlopende galerij. De twee zijbeuken geven in hun vijfde trav. toegang tot de St.-Ignatiuskapel (XIII,1) en de O.-L.-Vrouwekapel (XIII, 2), resp. met een halfronde en een rechte sluiting. De St.-Ignatiuskapel heeft een bijkomende ingang aan de straatzijde. De O.-L.-Vrouwekapel sluit aan bij een sacristie (XIII, 3) en de kamer der kerkmeesters (XIII, 4), vanwaar een doorgang die omheen een binnenplaats (XIII,5) loopt toegang geeft tot het hoogkoor en tot de achter het hoogkoor gelegen en iets uit de lengte-as geplaatste toren (XIII. 6). De open binnenplaats (XIII, 5) vertoont een tegen de kerk aangebouwde galerij met vier pijlers (fig 59), waaronder een afdalende toegang tot de crypt; deze bestaat uit drie onderling verbonden kelders met graven van Jezuïeten en gewone burgers, en de krocht van de familie Houtappel, via een luik verbonden met de O.-L.Vrouwekapel. Het hoogkoor geeft aan de N.-kant toegang tot de grote sacristie (XIII, 7) die op haar beurt verbonden is met de gewadenkamer (XIII,8) en de St.-Ignatiuskapel. Op de tweede bouwl. van de N.-zijde bevindt zich het kerkmuseum, waarin o.m. schilderijen en liturgische voorwerpen bewaard worden; men bereikt het museum via de zgn. muziekkamer, die rust op een open loggia (216).

Het kerkinterieur (Pl. IV) is zeer weelderig en heeft een sterke ruimtesuggestie. De stijl is overwegend barok, zij het met klassieke inslag. De Dorische zuilen van de benedenbouw zijn verbonden door rondbogen en dragen boven de zijbeuken galerijen met Ionische zuilen die eveneens door rondbogen zijn verbonden (Fig. XIV). De vlakke zoldering van zijbeuken en galerijen is bezet met stucwerk (Fig. XV). Het middenschip wordt afgedekt door een breed tongewelf met barokke gordelbogen, die aanzetten ter hoogte van de zoldering der galerijen. De twee zijkapellen zijn overwelfd met een tongewelf met steekkappen. Vooral in de O.-L.-Vrouwekapel is de versiering ongemeen rijk; waarschijnlijk werd ze ontworpen door P.P. Rubens (vandaar ook "Rubenskapel").

Het schip wordt verlicht door acht driezijdig afgesloten vensters aan beide zijden van de tribune. Het koor ontvangt licht door twee korfboogvensters ter hoogte van de tribune en een vijfzijdig koepeltorentje met rondboogvensters bovenaan. De sluitingen van de tribunes hebben een gelijkaardig lantaarntorentje boven het altaar. De voorgevel (fig. 60) (217) wordt terecht beschouwd als een meesterwerk van de kerkelijke barokarchitectuur. Horizontalen en vertikalen houden elkaar op subtiele manier in evenwicht zonder dat dit afbreuk doet aan de dynamiek van de compositie. De gevel heeft een monumentale breedte van zeven trav. over twee bouwl. en met een bekronende bovenpartij van drie trav. onder gekornist driehoekig fronton. De twee uiterste trav. worden gevormd door lichtjes achteruit springende aanbouwen. Elke trav. heeft een sterke vertikale accentuering over de hele hoogte. De gevel is opgetrokken uit Balegemse zandsteen en blauwe hardsteen voor de zeilen en hoofdgeledingen.

De onderste bouwl. wordt ritmisch gemarkeerd door een afwisseling tussen gegroefde Dorische zuilen en vlakke pilasters met lijstkapitelen, die rusten op een gekorniste plint en die een hoofdgestel dragen met een fries van trigliefen en metopen en een geprofileerde en gekorniste kroonlijst. De monumentale deur wordt geflankeerd door rondboognissen met imposten en sluitsteen waarin de beelden van St.-Petrus en St.-Paulus. Deze beelden waren, evenals al het andere beeldhouwwerk aan de voorgevel, het werk van de beeldhouwersfamilie de Nole. Neergehaald tijdens de Franse overheersing, werden ze in 1820 vervangen door nieuwe beelden door J.B. van Hool. De twee onderste beelden dateren van 1868. In derde en zesde trav. segmentboogvensters waaronder spiegels, en de zijdeur in de twee uiterste trav. heeft een kruisvormige omlijsting, versierd met een cartouche en bekroond door een driehoekig fronton, waarboven een rechth. getralied bovenlicht.

De hoofdingang wordt gevormd door een rondboogvormig portaal met meerledige pilastervormige stijlen, imposten en sluitsteen; het houten boogveld is versierd met een stralende zon; reliëfs met twee trompetblazende engelen waarboven guirlandes in de zwikken; in de fries een gevelsteen met vergane inscriptie. Het portaal wordt bekroond door een gebogen fronton waarin een cartouche met het wapen van Antwerpen. De tweede bouwl. herhaalt de benedenindeling, doch met Ionische kapitelen op zeilen en pilasters en grillige krulmotieven in de fries. De hoofdtrav. draagt een monumentale cartouche met het wapen van Christus, dat gedragen wordt door engelen en omgeven is door vruchtentrossen. De cartouche, wellicht uitgevoerd naar tekeningen van Rubens, wordt ter hoogte van de fries bekroond door een gevleugelde kroon. In de twee "ritmische" zijtrav., rechth. nissen met vlakke bandomlijsting gecantonneerd door kleine vleugelstukken en gekroond door een gebroken, gebogen fronton met bloemenvaas. Deze nissen bevatten samen met de twee bovenste de beelden van de vier Evangelisten. De tweede en vijfde trav. zijn voorzien van een balustrade waarboven een rechth. venster in kruisvormige bandomlijsting, met maskers in de bovengeleding en bekronend driehoekig fronton. In de twee aanbouwen telkens twee boven elkaar geplaatste vensters, waarvan het onderste een gebogen en gebroken druiplijst heeft met een schelp als sluitsteen, en het bovenste versierd is met guirlancles onderaan en aan de bovenkant met een gestrekte druiplijst. De bovenste bouwl. verheft zich indrukwekkend boven de drie middentrav. geflankeerd door brede monumentale voluten en bekroond door een breed driehoekig fronton. Zuilen en pilasters hebben hier Corintische kapitelen, de fries is versierd met cartouches waartussen de modillons die het fronton schragen. Middenvenster gevat in een vlakke rechth. omlijsting met oren en geflankeerd door langwerpige vleugelstukken met onder de geprofileerde en gekorniste druiplijst een cartouche met inscriptie "brign". Boven de druiplijst houden engelenbeelden, zittend op twee door een guirlande verbonden voluten, een lauwerkrans vast boven het borstbeeld van St.-Ignatius. Twee evangelisten in de zijtrav. staan in een rondbogige nis afgesloten met een mijterboogvormige druiplijst. Twee zijvoluten versierd met rankwerk en gevleugelde engelen; gekornist fronton met siervazen op de hoeken en kruis op de top; in het timpaan een beeld van de H. Maagd met Kind onder baldakijn en aan weerszijden engelen die een drapering ophouden. De twee aanbouwen worden afgesloten met een open balustrade, waarachter een achtkantig koepeltorentje met rondboogvormige muuropeningen.

De achtergevel (218) volgt een geknikte rooilijn. en wordt gevormd door de drie trav. brede aanzet van de toren en de vier trav. brede buitenmuur van de sacristie. L.g. telt twee bouwl. onder schilddak met twee klimmende dakkapellen. Geprofileerde hardstenen plint en hooggeplaatste vensters, opgenomen in een steekboogvormige geblokte omlijsting met oren en met drieledige sluitsteen: gekorniste lekdrempels en druiplijsten over de hele gevelbreedte: een casement op elke borstwering. Bovenvensters opgevat als stenen kruiskozijnen in geblokte omlijsting met oren en sluitsteen. Een gekorniste en geprofileerde kroonlijst sluit de gevel af.

De 58 m. hoge toren (fig. 61) bestaat uit vier duidelijk gescheiden geledingen. Brede basis met middentrav. en centraal venster in geblokte omlijsting met driehoekig fronton, smeedijzeren lantaarn, engelenbeelden en voorstelling der H. Eucharistie. Cartouche van het wapen van Christus in gebroken fronton. Twee zijtrav. van twee bouwl. met rechth. vensters in geblokte omlijsting met oren, op benedenverd. bekroond door een gebroken fronton, en op bovenverd. door een rechte druiplijst waarboven postamenten met bolornament. De hele onderste torengeleding wordt afgesloten door een entablement met onversierde fries en met tandlijst op de middentrav. De tweede torengeleding met, aan de straatzijde, een balustrade waarvan de hoekpostamenten aan beide zijden gestut worden door voluten met siervazen op de uiteinden. Op deze postamenten rusten geringde Dorische zuilen die de eveneens geringde pilasters van de portiektrav. - een per wand - flankeren. Zuilen en pilasters dragen een tweede hoofdgestel met fries van trigliefen en metopen aan weerszijden van een met guirlandes omringde ramskop. Nissen met driehoekige bekroning en met in de vermelde portiektrav. het beeld van Christus met kruis en aan de zijkanten twee engelenbeelden. De derde torengeleding volgt dezelfde indeling als de tweede doch in de Ionische orde, en met rondbogige galmgaten met gekorniste waterlijst in de vier wanden. Op de fries van het derde hoofdgestel schragen ann elke torenkant vier consoles de uitspringende kroonlijst, die op de bovengeleding als basis dient voor een aan de vier zijden uitspringende balustrade met siervazen op de postamenten. Deze balustrade vormt de overgang naar de cilindrische lantaarntoren, waarvoor waarschijnlijk Rubens de plannen tekende, en die een van de mooiste voorbeelden vormt van de barokke torenbouw in Europa. Hij vertoont aan de vier zijden een Venetiaanse lichtopening, waartussen Corinthische pilasters geplaatst zijn; hoornblazende engelen in de zwikken. Daarboven een gekornist entablement met onversierde fries, dat als basis fungeert voor het koepelvormige dak met beurtelings driehoekige en gebogen dakkapellen. Boven deze koepel verheft zich nog een tweede koplantaarntje dat d.m.v. rondbogen is opengewerkt en waarop het voetstuk van het kruis rust.

Mobilair Schilderkunst: H. van Baelen: Graflegging Christi en Verschijning aan Maria Magdalena, predella v. hoogaltaar, XVIIA; Taferelen uit leven v. O.-L.Vronw en St.-lgnatius, op marmerbekleding v. abscissen v. resp. O.-L.-Vrouwekapel en St.-Ignatiuskapel, met landschappen door J. Brueghel, XVIIa. C. Schut: Besnijdenis, in O.-L.-Vrouwekapel XVII; O.-L.-Vrouw Hemelvaart, in O.-L.-Vrouwekapel, XVII; Episoden uit leven v. St.-Franciscus Xaverius, zijpanelen v. altaarstuk in l.-zijbeuk; Kroning v. O.-L.-Vrouw, altaarstuk hoogaltaar, XVII; Madonna met Kind in bloemenkrans, in St.-Ignatiuskapel, met bloemenkrans door D. Zeghers, XVII. G. Zeghers: Kruisverheffing, altaarstuk hoogaltaar, XVII; O.-L.-Vrouw verschijnt aan St.-Franciscus Xaverius, altaarstuk; l.-zijbeuk, XVII; St.-Aloysius doet afstand van de troon, in kerkmuseum. J. Lievens: O.-L.-Vrouw met H. Elisabeth, St.-Jan en Zacharias, in O.-L.Vrouwekapel, XVII. H. Francken: zijpanelen v. altaarstuk met marteldood v. St.-Crispinus en St.-Crispinianus, 1589, in kerkmuseum. F. Francken II (toegeschr. aan): David in triomf gedragen, in kerkmuseum. C. Van Opstal: Geboorte, in O.-L.-Vrouwekapel, XVIId-XVIIIa. G. Wappers: O.-L.-Vrouw v.d. Carmel, altaarstuk hoogaltaar, XIX. J. Delin: Opdracht v. Jezus in de tempel, in kerkmuseum, ca. 1800.

Beeldhouwkunst: J. P. van Bauerscheidt I: allegorische beelden v.h. Geloof, de Hoop en de Liefde, binnenportaal, 172l; twee engelen in terra cotta: medaillons met reliëfs uit leven v. Christus, toegeschr. aan van Bauerscheidt. H. Duquesnoy II: St.-Ignatius en Fr. Xaverius, hoogkoor onderaan, 1654; Gekruisigde Christus, ivoor, in sacristie (ook toegeschr. aan M. van Beveren). A. Colijn de Nole: O.-L.Vrouw en St.-Jozef, in O.-L.-Vrouwekapel, 1635; andere beelden in O.-L.Vrouwekapel eveneens uit atelier v. fam. de Nole. Artus Quellien de Oude: St.Franciscus Borgia en St.-Aloysius van Gonzaga, hoogkoor bovenaan, 1654: O.-L.-Vrouw van VII Smarten. aan ingang St.-Ignatiuskapel, XVII, toegeschr. aan Artus Quellien. H. van Mildert: O.-L.-Vrouw, boven hoogaltaar, XVIIA. Reliëfs met taferelen uit leven van St.Franciscus, hout, langs N.-zijbeuk, en taferelen uit leven v. St.-Ignatius langs Z.-zijbeuk. toegeschr. aan M. van der Voort d.o. en J.P. van Bauerscheidt d.o., na 1718.

Meubilair: Hoogaltaar naar tekening van Rubens (?). Communiebank v. O.-L.-Vrouwekapel door A. Colijn de Nole, ca. 1625. Altaar St.-Ignatiuskapel en communiebank St.-Ignatiuskapel door A. van Papenhoven, XVIII. Biechtstoelen in zijbeuken toegeschr. aan J. P. van Bauerscheidt en M. Van der Voort. Biechtstoelen in St.-Ignatiuskapel uit XVII in O.-L.-Vrouwekapel uit XVII behalve één uit XVIB. Predikstoel en orgelkast door J. P. van Bauerscheidt I, XVIIIA

Z. en W.-kant van het H. Conscienceplein Beide vleugels van de voormalige sodaliteit en professenhuis werden opgetrokken in dezelfde stijl, die door de verbonwing van XIXd gerespecteerd werd, wat het plein een grote homogeniteit verleent. De Z.-kant telt elf trav. waarbij nog eens twee trav. die aansluiten bij de kerkgevel, de W.kant telt tien trav. en vier trav. aan de kant van de Wijngaardstraat. Het geheel heeft parament van witte zandsteen; de twee bouwl. zijn afgedekt met een zadeldak dat aan het uiteinde afgesnuit werd. De eerste bouwl. met arduinen plint in rustiek werk en rechth. vensters in geprofileerde omlijsting en met sluitsteen, afgedekt met een geprononceerde druiplijst. Een brede puilijst loopt over de hele gevelbreedte. Op de tweede bouwl. rechth. vensters in geprofileerde omlijsting met hanekam en casementen onder de lekdrempels. De vensters hadden vroeger een dubbele tussendorpel (fig. 62) die enkel bewaard bleef op de tweede bouwl. van de twee bij de kerkgevel aansluitende trav. Een klassieke kroonlijst sluit de gevels af. Het dak wordt per twee trav. doorbroken door dakkapellen met zadeldak. beurtelings bekroond met een driehoekig en gebogen fronton versierd met bolmotief: elke dakkapel wordt gecantonncerd door volutevormige vleugelstukken.

De * Z.-vleugel met ingang in de vierde trav. gevormd door een rondhoogvormige monumentale poort geflankeerd door geblokte pilasters met lijstkapiteel waarop een klassiek hoofdgestel met fries van trigliefen en metopen. De kroonlijst dient als basis voor een balkon met open balustrade tussen postamenten. In de zevende trav. werd een venster verbouwd tot deur als toegang tot de pastorij. De tiendc trav. van de Z.-kant vormt de ingang van de stadsbibliotheek.

In de eerste trav. van de * W.-kant een monumentale met tongewelf oversluisde doorgang z.g. Jezuïetengat: geblokte omlijsting in hanekamvorm boven de rondboog. De zesde trav. van de W.-kant bevat de vroegere ingang van de stadsbibliotheek, gebouwd in 1883. Als poort diende de zware deur van de kapel van het stadhuis, daterend van 1680 en gegoten door W. en H. de Vos naar tekeningen van B. Bouvaert. Voor de poort een vierkant portaal op verhoogde begane grond, met aan beide zijden een trap met balustrade en gietijzeren lantaarn op de postamenten. Deze voorbouw heeft rondboogvormige doorgangen aan drie zijden, met bossagewerk, imposten en sluitsteen tussen twee vlakke hoekpilasters met lijstkapiteel. Aan de voorzijde van de uitbouw bevindt zich een beeld van Conscience door F. Joris, van 1883. Ter hoogte van de tweede bouwl. werd een balkon gebouwd met balustrade tussen hoekpostamenten met bolornament.

De Z.-gevel aan de Wijngaardstraat,van oorspronkelijk drie trav., kreeg in XIXd een vierde trav. aangebouwd in dezelfde stijl. De verbouwing is zichtbaar aan het dak, waar het bijgebouwd deel plat is afgedekt. Ingang in de tweede trav., waarboven het oude opschrift "A la sodalité - café Moortgat".

De achtergevel met acht trav. en één afgeschuinde hoektrav. van XIXd heeft zelfde kenmerken als de voorgevel, doch met geblokte rondboogdeur waarboven een zwaar balkon op consoles met sierbollen op de postamenten in de afgeschuinde hoektrav.: een tweede ingang bevindt zich in de vijfde trav. De verbinding tussen het aangebouwde deel en de Jezuïetendoorgang wordt op de tweede bouwl. gevormd door een kwartrond uitspringende erker op geprofileerde kraagsteen. Op het dak boven de doorgang een dakkapel met driehoekig fronton (219-220-221-222).

  • DERMUL, A. De Antwerpse Stadsbibliotheek, Antwerpen, 1941.
  • DIDDENS, H., Het Jezuïetencollege te Antwerpen, 1956.
  • HUYBRECHTS, F., Kunst in de St.-Caroluskerk te Antwerpen, Antwerpen, 1974.
  • LEURS, S., Barokkerken te Antwerpen, Antwerpen. 1935.
  • LEYSSENS, IS., Hans van Mildert, in Gentse Bijdragen tot de Kunstgeschiedenis, deel VII, 1941.
  • PRIMS, F., De kunst- en kunstenaarskerk Carolus Borromeus, Antwerpen, 1947.

Bron: Goossens M.& Plomteux G. met medewerking van Linters A., Steyaert R., Illegems P. & De Barsée L. 1976: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Stad Antwerpen, Bouwen door de eeuwen heen 3NA, Brussel - Gent.

Auteurs: Goossens , Miek & Plomteux, Greet

Relaties