Parochiekerk Onze-Lieve-Vrouw van Bijstand

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Oost-Vlaanderen
Gemeente Aalst
Deelgemeente Aalst
Straat Onze Lieve Vrouwplein
Locatie Onze Lieve Vrouwplein zonder nummer, Aalst (Oost-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Actualisatie Aalst (actualisaties: 01-05-2005 - 31-05-2005).
  • Adrescontrole Aalst (adrescontroles: 11-12-2007 - 11-12-2007).
  • Inventarisatie Aalst (geografische inventarisatie: 01-01-1978 - 31-12-1978).
  • Project beschermingsdatabank 2013-2016 (beschermingen: 01-01-2013 - 30-06-2016).
Links

Juridische gevolgen

is beschermd als monument Parochiekerk Onze-Lieve-Vrouw van Bijstand

Deze bescherming is geldig sinds 16-07-2014.

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Parochiekerk Onze-Lieve-Vrouw-Bijstand

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

Beschrijving

De Onze-Lieve-Vrouw van Bijstandkerk is een neogotische basilicale kerk met voorplein, opgetrokken in 1902 naar ontwerp van architect Jules Goethals.

Historiek

De wijk Mijlbeek omvat het volledige Aalsterse stadsgebied op de rechteroever van de Dender. De naam wordt voor het eerste vermeld in een charter van 1110 (abdij van Vorst) en verwijst naar de Mijlbeek die in het Kravaalbos ontspringt en het gebied doorkruist. ‘Mijl’ zou verwijzen naar sompig stinkend land. Net zoals Schaarbeek en Nieuwerkerken vormde Mijlbeek sinds de 16de eeuw een groot gehucht extra muros. Het gehucht omvatte het volledige gebied van aan de Dender tot aan de grenzen van Herdersem, Moorsel en Erembodegem. Het gebied stond bekend als éPraterye Mylbekeé (naast Praterye Schaarbeek en Nieuwerkerken). Het was een gebied van aan elkaar grenzende lenen en heerlijkheden die om beheersredenen samensmolten tot één geheel. De bewoners van de ‘Praterye’ waren buitenpoorters van de stad. Aan het hoofd stond een Prater die als een soort veldwachter waakte over de veldvruchten, koornrenten inde, schadelijke dieren bestreed. Mijlbeek was in die periode het toeleveringsgebied voor landbouwproducten naar Aalst.

In de loop van de 19de eeuw kende Mijlbeek een echte transformatie. De aanleg van de spoorweg Brussel - Aalst - Gent (1856) door de wijk Mijlbeek zet de industrialisatie in gang. De rechteroever van de Dender wordt de slaapplaats voor de arbeiders. Verder weg richten de fabriekseigenaren en andere gegoeden hun kasteeltjes op.

Eind 19de eeuw werd de nood aan materiële en geestelijke ondersteuning van de bevolking te groot. De straten worden verhard in 1878 en de eerste scholen worden opgericht. Dé grote urbanisatie vindt plaats in 1902 met de aanleg van de Albertlaan en het begin van de bouw van de kerk en de pastorie, Mijlbeek telt dan 5000 inwoners.

De eerste stappen naar een eigen parochie werden gezet door het bisdom in 1846. Het stadsbestuur van Aalst zag echter een parochie in Mijlbeek niet zitten. In 1878 liet Judocus de Cock een Corneliuskapel oprichten langs de Moorselbaan. De pastoor van Aalst weigerde deze in te zegenen. Ondertussen was in de Aalsterse stationswijk reeds de Sint-Jozefskerk opgericht en als parochiekerk erkend. Uiteindelijk werd de druk te groot en besliste de gemeenteraad op 13 december 1899 een parochie op te richten in Mijlbeek.

De Corneliuskapel werd vanaf 1901 als parochiekerk benut. Ondertussen was ze privé-eigendom geworden van Charles De Vis en op 12 mei 1901 werd de eerste mis er gecelebreerd. De kapel bleek al snel te klein en in 1902-1903 werd de nieuwe kerk opgetrokken. Na 1904 werd de Corneliuskapel gebruikt door de zusters van Sint-Vincentius à Paulo die er een klooster- en schoolkapel van maakten. De familie De Vis bleef eigenaar maar voerde geen herstellingen meer uit. De Corneliuskapel werd afgebroken in 1980.

Architect van de nieuwe kerk werd Jules Goethals en de aannemer de Gebroeders Van Pottelberghe uit Erembodegem. Op 20 maart 1902 startten de graafwerken. De ondergrond bleek echter ongeschikt voor de bouw en de kerk werd 60 meter naar achter verschoven zodat een voorplein ontstond. De inwijding vond plaats op 27 september 1903. Daarmee was de eerste kerk voor Mijlbeek een feit, net als de eerste dorpskern voor de wijk. In de 20ste eeuw werden verschillende andere parochies afgesplitst (Heilig Hart in 1925, Sint-Jan in 1965, Sint-Paulus in 1986).

Pastoor Lauwerys betreurt in het Liber Memorialis (1903) het ontbreken van geschikte meubels en versieringen. Daaraan werd zeer snel verholpen door aankopen en schenkingen:

  • Triomfkruis, geschonken door het broederschap van de Hallebedevaarders, 1903
  • Altaar van de Heilige Jozef, gift van pastoor de Meerleer van Sint-Niklaas
  • Altaar van Onze-Lieve-Vrouw, omhaling bij de parochianen en toelagen van de overheden
  • Hoogaltaar, schenking van Losie - Van de Velde uit Sint-Niklaas
  • Koperen lichtarmaturen in het koor, gift van de Congreganisten en de Sociëteit van Onze-Lieve-Vrouw-bijstand
  • Twee koperen godslampen, gift van de Hallebedevaarders en mevrouw Matthys-de Weirdt uit Schellebelle
  • Sacristiekast, geschonken door zuster Blondine Hooft
  • Beeld van Heilige Cornelis, gift van het broederschap van de Hallebedevaarders, 1908
  • Beeld van Heilige Apolonia, gift van Cam. De Schaepdrijver 1909
  • Beeld van Onze-Lieve-Vrouw van zeven weeën, gift van het broederschap van de Hallebedevaarders
  • Verguld kruis op het hoogaltaar, gift van het broederschap van Onze-Lieve-Vrouw van Bijstand (1903)
  • Het orgel werd geplaatst in 1911 door de broeders Vereecken uit Gijzegem. De kast werd gemaakt door Robert van Caelenbergh.

In 1956 werd een nieuwe vloer in de kerk gelegd en sinds 1974 werden de muurschilderingen overgeschilderd. De preekstoel kreeg een plaats achter in de kerk.

Beschrijving

De plattegrond bestaat uit een - niet georiënteerde - driebeukig schip van vijf traveeën, een transept van twee traveeën en drie koren. Ten noordoosten van het schip sluit een vijfzijdige doopkapel aan en aansluitend bij de voorgevel(noorden) werd een halfronde traptoren aangebouwd. In de oksels van het transept en het schip werden zijportalen (oosten en westen) opgetrokken. Het hoofdkoor en de zijkoren tellen drie rechte traveeën met respectievelijk een vijfzijdige en een driezijdige koorsluiting. In de oksel van het transept en de koren werden twee sacristieën (ten oosten en ten westen van de koren) opgetrokken.

De basilicale baksteenbouw in Nieuwpoortse baksteen (gele baksteen afgewisseld met een horizontale belijning in rode baksteen) rust op een hardstenen plint en is afgelijnd door een baksteenfries met dropmotief onder zadeldaken en lessenaarsdaken (zijbeuken).

De voorgevel (noorden) heeft een vooruitspringende middenbeuk en terugwijkende zijbeuken. De voorgevel wordt geflankeerd door steunberen met vier versnijdingen, een spitsboogvormige toegangspoort met hardstenen omlijsting, twee spitsboogramen met rozet en een eenvoudige maaswerkversiering onder een spitsboogvormige druiplijst. In de geveltop bevinden zich vier kleinere ramen. De terugwijkende voorgevels van de zijbeuken zijn voorzien van grote spitsboogvormige druiplijsten op sokkels gevuld boven drie lancetvensters. De vijf traveeën (zijgevels) worden geritmeerd door steunberen met twee versnijdingen en drie lancetramen per travee, zowel in de zijbeuken als in de hoofdbeuk. De zijportalen zijn voorzien van een hardstenen spitsboogvormige omlijsting. Boven de portalen bevindt zich een beeldnis met natuurstenen sokkel. De transeptgevels hebben eveneens twee lancetvensters met een rozet onder een natuurstenen druiplijst en drie ramen in de topgevel. De zijgevels tellen twee traveeën met dezelfde raamverdeling als de zijgevels. Op de viering staat een zware toren met achthoekige trommel en bekroond met een naaldspits. Beide sacristieën zijn éénlaagse volumes onder halve schilddaken en tellen drie bij drie traveeën waarbij elke travee een rechthoekig getralied raam heeft. In de topgevel werd de middelste travee ingevuld met een schouw. De hoeken hebben dubbel versneden steunberen. De zijkoren zijn voorzien van dubbel versneden steunberen en het hoofdkoor van steunberen die vier keer zijn versneden. Elke travee is ingevuld met een spitsboograam. Op het dak van het schip staan vier dakkapellen en op het hoofdkoor twee. De daken zijn belegd met leien.

Interieur

Het interieur heeft een tweeledig wandschema in de middenbeuk. Een spitse bakstenen scheibogenarcade rust op ronde tweekleurige natuurstenen zuilen met bladkapiteel en erboven een verhoogde vensterzone met lancetvensters, geaccentueerd door rode bakstenen omlijstingen. Hetzelfde type zuilen ondersteunen de viering waar de scheibogen eveneens in tweekleurige natuursteen zijn uitgevoerd. Boven de scheibogen verjongen de zuilen tot muurpilasters in baksteen. Middenbeuk met bakstenen spitsboogarcaden op zuilen met bladkapitelen. Zijbeuken en zijkoren zijn voorzien van bakstenen pilasters. Alle beuken zijn voorzien van kruisribgewelven met natuurstenen kruisen en bakstenen gewelfvlakken. Alle ramen zijn aan de interieurzijde voorzien van een rode bakstenen omranding. De muurvlakken zijn geschilderd en in de middenbeuk voorzien van een Mariamonogram. De vloer heeft een motief in zwarte en witte tegels.

De glas-in-loodramen werden vervaardigd door het atelier Ysabie uit Gent en Jozef Casier. In het koor werden vijf glas-in-loodramen geplaatst. De ramen verbeelden steeds vier heiligen per raam. Van links naar rechts:

  1. Heilige Camillus, Heilige Petrus, Heilige Alphonsus, Heilige Antonius van Padua. Het werd geschonken door Cam. De Schaepdrijver-Moens in 1904.
  2. Heilige Benedictus, Heilige Melanie, Heilige Carolus Borremeus, Heilige Joanna de Chantal(?). Het werd geschonken door Petrus Moens en Melania de Coninck (1905)
  3. Het middelste raam werd geschonken door pastoor Lauwerys voor zijn 25-jarig jubileum als priester (1904). Het stelt voor: het Heilige Hart verschijnt aan Maria Margaretha Alacoque, Onze-Lieve-Vrouw en Heilige Jozef en de wapens van Pius X en Monseigneur Stillemans.
  4. Heilige Paulus, Heilige Adelaïde, Paus Leo en Heilige Felix van Valois. Het venster werd geschonken door baron Leo de Béthune en broers (1904)
  5. Heilige Monica, Heilige Augustinus, Heilige Andreas, Heilige Elisabeth. Het werd geschonken door Jan-Baptist Moyersoen en Maria Carolina van den Hende in 1906.

De kapel van de Heilige Jozef telt drie ramen; van links naar rechts:

  1. Het huwelijk van de Heilige Jozef en de Heilige Maagd Maria, geschonken door August de Schaepdrijver in 1905
  2. De dood van de Heilige Jozef uit 1905
  3. Opdracht van Jezus in de tempel uit 1905.

De Onze-Lieve-Vrouwkapel telt drie glas-in-loodramen uit 1905 van atelier Ysabie uit Gent. Van links naar rechts:

  1. Paus Pius, vier blijde mysteriën geschonken door Felix de Hert–De Coen en Marie De Coen
  2. Vijf droeve mystrieën geschonken door Felix de Hert–De Coen en Marie De Coen
  3. Heilige Dominicus en de vier glorieuze mysterieën, geschonken door Edward Muylaert-van der Meersche (voorzitter van de kerkraad).

In de doopkapel nog drie ramen uit 1904 .Van links naar rechts:

  1. Sint-Amandus, schenking door Carolus Collin
  2. Doopsel van Jezus, geschonken door Serafien de Bruyn
  3. Sint-Ursmarus, geschonken door Stephan en Georges Eeman.

De altaren en het houtwerk (koorbank, biechtstoelen, preekstoel en tochtportalen) zijn alle in neogotische stijl vormgegeven en van uitzonderlijke kwaliteit (houtsnijwerk). Ze werden volledig verzorgd door het atelier van Remi Rooms.

  • Altaar van de Heilige Jozef met drie in steen gebeitelde taferelen (Heilige Jozef, huwelijk van Heilige Jozef en Heilige Maria, vlucht naar Egypte)
  • Altaar van Onze-Lieve-Vrouw met eveneens de in steen gebeitelde taferelen (boodschap van de engel aan Maria, kroning van Maria)
  • Hoogaltaar, onderaan versierd met drie taferelen in mozaïek: offers van Abel, Abraham en Melchisedech. Het tabernakel is van massief koper en in de deuren is een kelk met hostie geprent. Naast het tabernakel staan in steen gebeiteld volgende taferelen: Jezus stervend aan het kruis met zijn moeder en Heilige Johannes, links en rechts ervan aanbidding der koningen, Laatste Avondmaal en de vier evangelisten.
  • Doopvont, uit 1905 heeft een koperen deksel in 1906 gemaakt door Gentenaar Alfons Geernaert.
  • Koorgestoelte en koorafsluiting, verwezenlijkt door atelier Rooms, respectievelijk in 1906 en 1905 is zeer verfijnd en heeft elegant houtsnijwerk
  • Eikenhouten communiebank uit 1905 heeft een lengte van 16 meter en heeft volgende afbeeldingen: ark des verbonds, Mozes en het hemelse manna, kruis en kelk met hostie, Emmaüsgangers, aanbidding van het Lam Gods, Heilige Johannes, Jezus aan het Laatste Avondmaal, vermenigvuldiging der broden.
  • De preekstoel werd verplaatst naar achter in de kerk. Hij is vervaardigd uit hout in neogotische stijl. Op de kuip houtsnijwerk dat de vier evangelisten voorstelt.

Het altaar van de Heilige Antonius (1906) met drie in eik gebeitelde taferelen uit het leven van de heilige: Heilige Antonius verdedigt zijn regel en kleding voor Paus Gregorius en het altaar van de Heilige Andreas van Avelinni (1907) met drie in eik gebeitelde taferelen uit het leven van de heilige: priesterwijding, communie op zijn sterfdag terwijl hij de mis opdraagt, vervolledigen het vaste meubilair.

De kruiswegstaties (1908) en de Onze-Lieve-Vrouw van Zeven Weeënstaties (1909) zijn op koper geschilderd door Leo Steel. Uit dezelfde periode (1908) dateren de biechtstoelen met kwalitatief houtsnijwerk en religieuze symbolen op de luiken. De eerste werd vervaardigd door Remi Rooms en bekostigd door pater Marchal, rector van het Jezuïetencollege. De drie bijkomende biechtstoelen waren van de hand van Robert van Caelenbergh die tevens de orgelkast maakte. Ook hier is het vakmanschap en de artistieke kwaliteit uitzonderlijk. Er is geen kwaliteitsverschil tussen de vier biechtstoelen.

Het orgel uit 1911 is het werk van de gebroeders Vereecken uit Gijzegem en de neogotische eiken kast is van de hand van Robert van Caelenbergh. Het telt twee klavieren, vrij pedaal, 26 volledige spelen en verschillende combinaties.

Verder komen volgende nog niet vermelde neogotische beelden voor op neogotische sokkels: Heilige familie, Heilige Rita, Heilige Theresia, Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes, Heilige Wivina, Pastoor van Ars, Heilige Hart, Heilige Appolonia. De beelden zijn in authentieke neogotische staat bewaard en nooit overschilderd.

  • DE CEUNINCK A. 1993: Mijlbeek van Praterij tot parochie, VVAK mededelingen 20.1.
  • DE MEYER J. 1988: De Sint-Lucasscholen en de neogotiek, in: Kadoc-studies, 5, Leuven: Universitaire Pers Leuven.
  • GHYSENS J. 2005: Stad Aalst - Mijlbeek, Aalst: Genootschap voor Aalsterse geschiedenis.
  • UYTTERSPROT M. 1991: Robert van Caelenbergh, VVAK mededelingen 18.1.
  • UYTTERSPROT M. 1993: De parochiekerk van O.L.V-bijstand te Aalst – Mijlbeek, VVAK mededelingen 20.1, 20.2, 20.3, 20.4.
  • VERNAEVE W. 2003: 100 jaar Mijlbeek, VVAK mededelingen 30.2, 30.3, 30.4.
  • VERNAEVE W. 2004: 100 jaar Mijlbeek, VVAK mededelingen 31.1, 31.2.

Bron: Onroerend Erfgoed, Digitaal Beschermingsdossier 4.001/41002/106.1, Aalst: Onze-Lieve-Vrouw van Bijstandkerk.

Auteurs: Mertens, Joeri

Datum tekst: 2014

Alle teksten

Relaties

maakt deel uit van Mijlbeek

Aalst (Aalst)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.