Ziekenhuis Toevlucht van Maria

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Oost-Vlaanderen
Gemeente Gent
Deelgemeente Gent
Straat Coupure
Locatie Coupure 267-271, 275, Gent (Oost-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Actualisatie Gent (actualisaties: 01-01-2006 - 24-09-2007).
  • Adrescontrole Gent (adrescontroles: 25-09-2007 - 25-09-2007).
  • Inventarisatie Gent (geografische inventarisatie: 01-01-1976 - 31-12-1983).
  • Project beschermingsdatabank 2013-2016 (beschermingen: 01-01-2013 - 30-06-2016).

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Ziekenhuis Toevlucht van Maria Middelares

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

omvat de bescherming als monument Ziekenhuis Toevlucht van Maria: kapel
gelegen te Coupure 275 (Gent)

Deze bescherming is geldig sinds 09-07-1996.

is deel van de bescherming als stads- of dorpsgezicht, intrinsiek Coupure en omgeving

Deze bescherming is geldig sinds 30-07-1981.

Beschrijving

Het ziekenhuis Refuge of Toevlucht van Maria werd gesticht in 1874 door de cistercieënzerinnen van de Bijloke. De ziekenhuiskapel werd ontworpen in neogotische stijl door broeder Marès-Joseph, de glasramen werden gerealiseerd in het atelier van Arthur Verhaegen en het volledige meubilair is van de hand van Mathias Zens.

Historiek

Het ziekenhuis, zogenaamd ‘Refuge’ of ‘Toevlucht van Maria’ werd gesticht door de zusters cisterciënzerinnen van de Bijloke uit vrees dat zij het Bijlokeziekenhuis moesten verlaten na de overdracht aan de Commissie van Burgerlijke Godshuizen in 1860. Zij kochten in 1871 hiervoor de fabriek Van Caneghem en Cie aan de Coupure aan, waarvan tot voor kort nog gebouwen bewaard waren aan Bijlokevest. In 1874 kwamen de eerste zusters aan. Het huidige complex (klooster, kapel en voormalig ziekenhuis, thans rusthuis voor bejaarden) is het resultaat van verschillende bouwcampagnes en uitbreidingen in neogotische stijl (kapel, 1875), eclectische baksteenarchitectuur (klooster zijde Coupure, 1894, 1908) en modern-functionele stijl (nieuwe rusthuisvleugel aan Bijlokevest, jaren 1990).

Het oudste gebouw is de achterin gelegen kapel, noordoost-zuidwest georiënteerd en haaks ingeplant op de Coupure, thans geprangd tussen het behouden kloostergebouw en de nieuwe rusthuisvleugel met vrijstaande langsgevels uitziend op de binnentuinen. Het ontwerp van 1872-1875 is van de hand van broeder Marès-Joseph (1838-1914), kloosternaam van K.L. De Pauw, leerling van de Academie van Brussel en medestichter en eerste directeur van de Sint-Lucasscholen te Gent (1862-66) en Schaarbeek (1888). Hij was één van de belangrijke neogotici samen met baron J. Bethune (1821-1894), de Belgische Pugin genoemd, wiens ideeën hij in de Sint-Lucasscholen in de praktijk bracht. De glasramen werden gerealiseerd in het atelier van architect Arthur Verhaegen (1847-1917), neogotisch kunstenaar, medewerker van Bethune en opvolger in diens glasraamatelier tussen 1875 en 1895. Het volledige meubilair, namelijk het hoogaltaar, koorgestoelte en doksaal met orgel en twee biechtstoelen, evenals de zes heiligenbeelden zijn van de hand van beeldhouwer Mathias Zens (1839-1921). Deze uit Duitsland afkomstige kunstenaar was eveneens leerling van J. Bethune in de Sint-Lucasschool en had sinds 1874 een omvangrijk atelier in de Rozemarijnstraat, vlakbij de Coupure. Het atelier was volledig in de geest van Bethune opgericht, groepeerde tientallen gespecialiseerde ambachtslui en getuigt van het belang van de kunstambachtelijke atelierproductie in die periode. Zowel zijn kerkmeubilair als beelden in hout, steen, marmer of ivoor vinden we in talrijke kerken in Gent en heel Vlaanderen terug. Hij stierf op 82 jarige leeftijd in de Refuge in 1921.

Beschrijving

De kapelvleugel is een sober bakstenen gebouw in neogotische stijl, referend aan de 13de-eeuwse vroeggotiek, van vier traveeën met lager koor van twee traveeën onder steile leien zadeldaken tussen zijaandaken, zeshoekig houten dakruiter onder hoge naaldspits (kruis verdwenen) en houten dakkapelletjes. Ten oosten werd een kapittelzaal van drie traveeën onder parallel zadeldak aangebouwd en een sacristie met tuitgevel onder haaks, achteraan afgewolfd dak. De zijgevels worden geritmeerd door hoge spitsboognissen waarin gekoppelde lancetvensters met gotische tracering met toot en glas-in-loodramen en een oculus met vijfpas gevat zijn. Een dubbele muizetand onder de houten gootlijst lijnt de gevels af. Sierankers verrijken de penanten. De zuidwest-puntgevel kreeg een nieuw bakstenen parement bij de vernieuwing van de rusthuisvleugel en nieuwe verbinding met dit gebouw. De kapittelzaal wordt verlicht door per drie gekoppelde lancetvensters met glas-in-loodramen tussen versneden steunberen. De sacristie wordt verlicht door een drielichtvenster met stenen kruisen ingeschreven in een spitsboognis.

Het interieur van deze éénbeukige kapel, thans sober overgeschilderd, was oorspronkelijk voorzien van neogotische polychromie in sjablonentechniek met omlopende tekstbanden en figuratieve voorstellingen in de wandnissen. De oorspronkelijk overwelving met houten spitstongewelf met fijne ribben op geprofileerde consooltjes bleef goed bewaard. De traveeën worden aangegeven door vlakke pilasters waartussen onderaan telkens twee gekoppelde spitsbogennissen met centrale console en bovenaan een grote spitsboognis met ingeschreven vensters gevat zijn. Een drielichtvenster met figuratieve glas-in-loodramen onder meer met voorstelling van Onze-Lieve-Vrouw met Kind, tussen heiligenfiguren, verlicht het koor boven het altaar. Een glasraam links in het koor is gedateerd "MDCCCLXXXI", één boven het korfboogdeurtje in de linker zijgevel draagt een inscriptie ter nagedachtenis van de eerwaarde heer Coemans, eerste bestuurder van de "Toevlucht van Maria" in 1874, overleden in 1895. Een geblokte vloer met rode, witte en zwarte tegels verlevendigt de ruimte en was geconcipieerd in functie van de polychrome beschildering.

Opmerkelijk is vooral het neogotische meubilair, volledig van de hand van Mathias Zens en dat behoort tot zijn vroegste werken in Gent. Het hoogaltaar bestaat uit een altaartafel van beige en witte marmer met bekronend rijkelijk gesculpteerd eikenhouten retabel met bekronende engelenfiguren en tabernakel met koperen deur en calvarie. Een fijn gesculpteerde communiebank en een calvarie op een balk erboven zijn verdwenen. Langs weerszij vóór het koor bevindt zich het monumentale koorgestoelte, hier met telkens dubbele banken of twee rijen van acht plaatsen, met typisch vouwbladmotief en rijk gesculpteerde zijwangen.

Het doksaal met orgel in een neogotische gesculpteerde houten orgelkast heeft een prachtige houten leuning met nissenrij waarin onder meer ingelegde lichthouten engelenfiguren voorgesteld zijn. De eikenhouten orgelkast is bekroond door fijne pinakels. Onderaan wordt het doksaal ondersteund door twee vierkante pijlers. Links en rechts van de spitsboogdoorgang staan twee neogotische biechtstoelen, eveneens voorzien van rijkelijk neogotisch sculpteerwerk met kenmerkende spitsboognissen, drie- en vierlobben, hogels, pinakels en beeldjes die de centrale deur flankeren. Zes houten heiligenbeelden op sokkel, eveneens gerealiseerd door M. Zens, sieren de penanten.

De kapittelzaal is een ruime overwelfde zaal met blauwgeschilderd drielobbig gewelf met fijne ribben, omlopende houten banken en een neogotisch altaar met retabel met gepolychromeerde panelen.

De sacristie heeft een kamerhoge wandkast, tafelvormig meubel en lavabo met sacristiefonteintje met marmeren waterspuwer onder het raam.

Bron: Onroerend Erfgoed, Digitaal beschermingsdossier DO002031, Kapel van Refuge of Toevlucht van Maria

Datum tekst: 1996

Alle teksten

Relaties

maakt deel uit van Coupure

Coupure (Gent)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.