erfgoedobject

Vrije Basisschool en bijhorend klooster

bouwkundig element
ID: 212073   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/212073

Juridische gevolgen

Beschrijving

Klooster van de zusters van Maria van Pittem, met aanpalende Vrije Basisschool. Het huidige uitzicht gaat voornamelijk terug op de grootschalige verbouwingscampagnes van 1901-1904, met uitbreiding uit de jaren 1920 en schoolgebouwen uit 1949-1950.

Geschiedenis. In 1837 wordt door pastoor De Wilde een 'armenschool' opgericht in de Tieltstraat, waarvoor drie "godsvruchtige jonge dochters" worden aangetrokken. In 1839-1840 worden langs de Stationsstraat nieuwe gebouwen opgetrokken: een woning voor de onderwijzeressen en twee grote klaslokalen. De gebouwen met U-vormig grondplan worden in 1841 bij het kadaster genoteerd. In 1846 wordt aan de armenschool een "spellewerkschool" toegevoegd waar het kantklossen aangeleerd wordt. In dezelfde periode wordt een "leerwerkhuis", "spinschool" of "weefschool" opgericht, volgens kadaster eerst gehuisvest in enkele bestaande huisjes ten westen van de school, en in 1865-1866 op een groter grondplan herbouwd. De betalende meisjes uit de burgerij volgden onderwijs in de zogenaamde "Fransche school" (zie Markt). Er was tevens een zondagsschool ondergebracht in de gebouwen van de armen- en van de gemeenteschool.

In 1847 wordt de gemeenschap als kloostercongregatie erkend: de congregatie van de zusters van Maria. Een eerste kloosterkapel wordt gewijd in 1849. In 1874 wordt een kleuterschool opgericht, gegroeid uit een 'bewaarklasje' dat reeds rond 1852 was ingericht.

In 1879 krijgen de zusters naar aanleiding van de Wet Van Humbeeck (aanleiding schoolstrijd) het bevel de kloostergebouwen te ontruimen voor de inrichting van een gemeentelijke meisjesschool. In 1881 verhuizen de zusters met de school naar naastgelegen gebouwen ten oosten, die als pensionaat waren opgetrokken in 1854 en met nieuwe klaslokalen uitgebreid circa 1881. In 1882 wordt een nieuwe kapel gebouwd op de hoek van de Stationsstraat en de Koolskampstraat. Na de schoolstrijd worden ook de oude gebouwen in 1887 opnieuw overgenomen. De congregatie breidde zich in de laatste decennia van de 19de en de eerste decennia van de 20ste uit met een 15-tal bijhuizen; vanaf 1924 was ze tevens actief in Belgisch Congo.

In 1901-1904 worden klooster en school nagenoeg volledig herbouwd in neogotische stijl. Het kadaster noteert in 1905 een volledige herbouwing van het volume uit 1854 en een gedeeltelijke heropbouw van de armenschool uit 1840 en de klassen en kapel uit 1881-1882. De straatvleugel wordt, vermoedelijk in 1927 wanneer een nieuw volume voor het noviciaat gebouwd wordt, met een tiental traveeën aan westzijde uitgebreid, opgetrokken in dezelfde stijl als het oudere volume. In 1949 wordt de eenlaagse vleugel langsheen de Koolskampstraat volledig gesloopt en vervangen door een nieuwbouw schoolvleugel van twee bouwlagen, naar ontwerp van bouwmeester Willem Nolf uit Torhout.

In 1959 worden enkele nieuwe achtergelegen vleugels gebouwd, enkele jaren later opnieuw enkele kleine verbouwingen geregistreerd. Ook het interieur van het klooster wordt bij deze verbouwingscampagne heringericht.

In 1982 worden de gebouwen van de voormalige "leerwerkschool" afgebroken in functie van een uitbreiding van het klooster, naar ontwerp van de Pittemse architect Pascal De Jaeghere. In 1992 noteert het kadaster opnieuw een vergroting van een achtergelegen schoolvleugel.

Beschrijving. Kloostervleugel van vierentwintig traveeën en twee bouwlagen boven naar het westen toe verhogende kelderverdieping op afhellend terrein. Volume in neogotische stijl met grotendeels symmetrische opbouw. Het linker gedeelte werd echter later aangebouwd, zie oude foto's en bouwnaad tussen de 10de en de 11de travee. Rode baksteenbouw boven een plint uit blauwe hardsteen. In de 17 linker traveeën bevinden zich rechthoekige meervoudige keldervensters gescheiden door een moneel en voorzien van traliewerk. Bovengaande verdiepingen geritmeerd door Brugse travee-indeling. Kruisvensters onder dubbele verdiepte gedrukte spitsbogen, gevat in een over de twee bouwlagen doorlopend korfbogig spaarveld. Toegang in de twaalfde travee oplopend in een puntgevel met overhoeks topstuk en ijzeren bekroning. Vernieuwde deur toegankelijk via vier treden, onder een bovenlicht met neogotische tracering, Tudorboog en naamsteen met opschrift "ZUSTERS VAN MARIA". Samen met het bovengelegen drieledig venster met bekronend Mariabeeldje en zoldervenster onder driepasboog, gevat in een naar boven toe versmallende travee. Aan beide zijden geflankeerd door een travee met drielichten en verjongende traveenissen, oplopend in een smaller dakvenster. Bijkomend dakvenster in de 6de en de 18de travee, waarvan de laatste voorzien van een tweede toegangsdeur. Gevel afgeboord door een tandlijst met muizentand- en zaagtandpatroon, onder een vernieuwde gootlijst en zadeldak in zwarte geglazuurde pannen. Negen witbeschilderde houten dakkapellen onder leien zadeldakje, voorzien van fraaie neogotische bebording en makelaar. Gebruik van blauwe hardsteen voor onder meer plint, kruisvensters, dorpels, treden, hoekstenen, consoles en dekstenen. Westelijke zijgevel uitgewerkt als trapgevel met kruisvensters, door aanbouw grotendeels verdwenen, onder neogotische traceringen en Heilig Hartbeeld in de top. Hoekvolume met de Koolskampstraat, van twee bouwlagen en tien (Stationsstraat)/ drie traveeën (Koolskampstraat), onder bij het klooster aansluitend zadeldak, parallel met de Stationsstraat en bedekt met zwartgeglazuurde pannen. Uitkragende kroonlijst. Bruine baksteenbouw geritmeerd door tien smalle traveeën met smalle segmentboogvormige vensters binnen over de twee bouwlagen doorgetrokken spaarveld. Onderdorpels, doorgetrokken op de eerste bouwlaag, bestaande uit geglazuurde tegels. Langs de Koolskampstraat een puntgevel op oren, met Heilig Hartbeeld in de top. Aansluitende sobere lijstgevel van 26 traveeën en twee bouwlagen, onder een overkragende gootlijst en zadeldak in mechanische pannen voorzien van een rij dakvensters over bijna de volledige gevelbreedte. Grosso modo vierkante vensters met vernieuwd schrijnwerk boven zwartgeglazuurde onderdorpels, aangevuld met een segmentboogvormige deur in linker travee en een dubbele toegang via twee treden, met natuurstenen of kunststenen tussenpost en kwartronde dagkanten, onder luifel en bovenlicht in glas-in-lood. Bovengelegen houten erker op consoles. Terugspringend volume onder schilddak, waarin poorten en gekoppelde rechthoekige vensters met bewaard houtwerk, gevat binnen een natuurstenen omlijsting. Traplicht rechts in de gevel. Houten pui onder luifel, waarboven centraal een beeldhouwwerk van meisjesfiguur op console, tussen deurvensters afgesloten door een ijzeren borstwering. Plint in natuursteen. Drie dakkapellen aan straatzijde. Ingebouwde naar het noordwesten gerichte kapel onder leien zadeldak bekroond door een hoge spitse dakruiter. Licht verlaagd zevenzijdig koor onder dito bedaking, tegen puntgevel op oren, bekroond door een stenen kruisje. Door muizentandfriezen afgeboorde zij- en koorgevels onder de houten kroonlijsten.

Interieur. Eenbeukige kapel van zes traveeën onder een houten spitstongewelf met aansluitend koor. Schip geritmeerd door spitsbogige uitsprongen onder steekgewelf, voorzien van een gebeeldhouwde sluitsteen met engelenkop op de kruising. Per travee situeren zich twee lancetboogvensters waarin glas-in-loodramen met centrale afbeelding van een engelenfiguur, geflankeerd door pijlers waartegen drie zuilen op basement en bekroond door een bladwerkkapiteel opklimmen. Zevenzijdig koor gekenmerkt door zeven lancetboogvensters met tussengelegen zuiltjes die de ribben van het koorgewelf dragen.

De huidige interieuraankleding gaat grotendeels terug op een verbouwingscampagne uit het einde van de jaren 1950, waarbij de kapel aan achterzijde tevens met twee traveeën verlengd werd (huidig doksaal). Thans witgepleisterde wanden verlevendigd door geelbeschilderde accenten voor onder meer de zuiltjes, ter vervanging van een kleurrijk neogotisch interieur met regelmatig geplaatste beelden onder lamberkijn en een koorgewelf voorzien van sjabloonschilderingen. Nieuwe biechtstoelen, tegelvloer, beelden, een tegen de wanden van het schip aangebrachte kruisweg van 14 staties en altaar. Orgel mogelijk ook uit de jaren 1950, ter vervanging van een orgel uit 1934 door Jules Anneessens (Menen), dat op haar beurt een orgel uit 1890-1900 van de Gentse orgelbouwer J. Deprez verving. Ook enkele kloostervleugels zoals de pandgang, en het kloosterinterieur gaan terug op verbouwingen uit het einde van de jaren 1950.

Ten zuiden situeert zich een tuin met grasperk, aan zuidzijde omgord door enkele hoge bomen, struiken en een Lourdesgrot met Onze-Lieve-Vrouwbeeld.

  • GEMEENTEARCHIEF PITTEM, Bouwaanvragen.
  • KADASTERARCHIEF WEST-VLAANDEREN, 207: Mutatieschetsen, Pittem, 1841/2, 1847/4, 1854/5, 1866/6, 1880/14, 1882/3, 1885/5, 1886/7, 1889/19, 1905/9, 1907/11, 1959/13, 1961/23, 1982/31, 1992/2.
  • 150 jaar Zusters van Maria. Inzegening nieuwe kapel in jubeljaar, 15/05/1998 (in documentatiemap met krantenartikels in POB Pittem).
  • ARICKX V., Geschiedenis van Pittem, Pittem, 1951, p. 203-204, 206-207, 208-210.
  • DESCHOUT T., De Congregatie van de Zusters van Maria van Pittem: ontstaan en uitbreiding tot na de tweede wereldoorlog, (onuitgegeven licentiaatsverhandeling), Katholieke Universiteit Leuven, 1979.
  • VERMEULEN J., Oude foto's van Pittem en Egem, Pittem, 2003, 2 delen.
  • VERSCHUERE A., De Zusters van Maria van Pittem, een eeuw congregatieleven…, Tielt, 1948.

Bron     : Devooght K. & Santy P. 2010: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Pittem met deelgemeente Egem, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL49, (onuitgegeven werkdocumenten).
Auteurs :  Devooght, Kristien, Santy, Pieter
Datum  : 2010


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Vrije Basisschool en bijhorend klooster [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/212073 (Geraadpleegd op 12-12-2019)