Parochiekerk Sint-Walburga

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Oost-Vlaanderen
Gemeente Oudenaarde
Deelgemeente Oudenaarde
Straat Sint-Walburgastraat
Locatie Sint-Walburgastraat zonder nummer, Oudenaarde (Oost-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Adrescontrole Oudenaarde (adrescontroles: 01-02-2008 - 01-02-2008).
  • Inventarisatie Oudenaarde (geografische inventarisatie: 01-01-1996 - 31-12-1996).
Links

Juridische gevolgen

is beschermd als monument Parochiekerk Sint-Walburga

Deze bescherming is geldig sinds 28-12-1936.

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Sint-Walburgakerk

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

is deel van de bescherming als stads- of dorpsgezicht, intrinsiek Stadskern Oudenaarde

Deze bescherming is geldig sinds 05-05-1981.

Beschrijving

Sint-Walburgakerk (decanale, voorheen collegiale kerk). Oorspronkelijk ingeplant aan de buitenbochtzijde (linkeroever) van de inmiddels gedempte scherpe Scheldebocht in het Zuidwesten van de stad. Tot 1784 met omringend kerkhof, sinds protestants bewind in 1580 bebouwd met talrijke kleine huisjes. Geoosterde, thans volledig vrijstaande kerk met Westertoren uitziend op een parking en koor aan de oudste stadsmarkt, de vroegere Garenmarkt.

Geschiedenis

Eerste kerk vermoedelijk opgericht eind 10de eeuw of begin 11de eeuw samen met de nederzetting met een belangrijke handelsactiviteit, mogelijk op initiatief van de graaf van Vlaanderen die in 1027 het patronaat van de kerk verwierf van de bisschop van Doornik en dit tot het einde van het ancien régime behield. Ook het patrocinium van Sint-Walburga, voornamelijk verspreid in stedelijke nederzettingen in de 10de eeuw, bevestigt de vrij late oprichting. In 1030 vermelding van het overbrengen van relieken van Sint-Walburga en statenvergadering van bisschoppen en adel in de kerk onder Boudewijn IV. Door het ontbreken van enig archeologisch onderzoek is van het oudste kerkgebouw niets gekend.

Heropbouw van de kerk in Doornikse steen vanaf 1150 met groot rechthoekig koor en kruisingstoren, ingewijd in 1159. Uitbreiding van het koor met Noordelijke zijkoor en toevoeging van hoektorentjes begin 13de eeuw; identiek zuidelijk zijkoor toegevoegd begin 14de eeuw, en binnenin door grote bogen verbonden. Absis bijgebouwd in 1407-09 ter ere van de Bourgondische hertog Jan Zonder Vrees.

Het huidige gebouw, bestaande uit twee duidelijk onderscheiden delen, behoudt dit oude Oostelijk koorgedeelte van Doornikse steen in vroeg-gotische stijl. De westtoren en eerste travee van het schip van Balegemse zandsteen in Brabantse gotiek werden vanaf 1423 tot 1500 gebouwd vóór het oude in 1506 gesloopte schip. Volgens stadsrekeningen leidde de Brusselse bouwmeesters J. van der Eecken en J. van Everghem de werken tussen 1495 en 1499, de klokkentoren werd onder leiding van meester Nicolaas uitgevoerd. In 1510-11 kwamen de drie volgende traveeën en deel van het transept tot stand, overwelfd in 1514. In 1534 vielen de werken volledig stil; het nieuwe geplande driebeukig transept en koor met zijkoren en transkapellen werden niet meer uitgevoerd. Verrijking van elementen van het interieur in de loop van de 16de eeuw, volledig verloren gegaan tijdens de beeldenstorm. Het kerkgebouw zelf had weinig te lijden vermits het gebruikt werd als tempel. Herinrichting van het interieur begin 17de eeuw onder meer met doksaal (1609) en nieuwe altaren, oudste nog bewaarde in de kerk is gedateerd 1614. Tussen 1615 en 1627 oprichting van een torenspits naar bewaard plan van architect S. De Pape;overwelving van de klokkenkamer omgeven door een balustrade en hoektorentjes, achthoekige bakstenen kern met peervormig dak, belvedère, spits en hoektorentjes met bekronende spitsen. Vernieuwing van meubilair in de loop van de 17de tot 18de eeuw en moderniseren van de kerk onder meer door het wegnemen van maaswerk der vensters (1765) en bepleisteren van het koor in classicistische stijl (1784-86). Een blikseminslag vernielde de torenspits in 1804. Nieuwe portalen aan transeptarmen van 1825-27 en nieuwe sacristie in zuidoksel in vroeg neogotische stijl naar ontwerp van architect L. Roelandt, van 1833-39.

Belangrijke eerste grote restauratiecampagne onder leiding van architect P. Langerock tussen 1889 en 1912 met vervangen van materialen, ontpleisteren van het interieur en vernieuwen in "gotische stijl", het herplaatsen van de venstertraceringen voorzien van neogotische glas-in-loodramen van G. Ladon, beschildering door L. Bressers (1909-11) en vernieuwen van een deel van het meubilair in neogotische stijl, onder meer het hoogaltaar en zijaltaren en tochtportalen. De Van den Gheynbeiaard van 1759 met 41 klokken werd in 1894 van het stadhuis naar hier overgebracht (nadien herhaaldelijk vernieuwd).

Zware oorlogsschade in november 1918 voornamelijk aan de toren en het Oostelijke koorgedeelte en nieuwe restauratie waarbij de glasramen voor een tweede keer door G. Ladon gemaakt werden. Restauratie verder gezet door architect P. Langerock vanaf 1919, onder meer restauratie van de toren (1922). Herstelling van oorlogsschade van de Tweede Wereldoorlog in 1948-1950 door architect A.R. Janssens.

De discussie over het vrijmaken van het koor door sloping van de huisjes, aangevat in 1899 door de K.C.M.L., sleepte aan tot jaren 1960. Met uitzondering van twee 17de-eeuwse huisjes zogenaamde "De Carillon" werden alle huizen gesloopt.

Beschrijving

De plattegrond vertoont een vierkante westtoren geflankeerd door zijkapellen, een basilicaal schip van vier traveeën en drie beuken met zijkapellen, uitspringende transeptarmen van drie traveeën en één en een halve beuk (drie voorzien) en een hallekoor van twee traveeën met centrale absis met zevenzijdige sluiting geflankeerd door een kapittelkamer (noorden) en oude sacristie (zuiden); nieuwe sacristie in Zuidoostelijke hoek.

Massieve vierkante Westtoren van 88 m hoog; vier (?) verdiepingen, geleed door talrijke omlopende lijsten, geflankeerd door twee achthoekige traptorens aan noord- en zuidzijde en aan alle zijden gestut door zware steunberen, op de twee bovenste geledingen verrijkt met wimbergen met hogels en kruisbloemen in Brabantse gotiek. Bekronende geajoureerde borstwering tussen vier afgeknotte hoektorentjes en achthoekige blinde geleding onder leien koepeldak met achthoekige belvedère met bekronende balustrade; hoge uivormige spits en naaldspitsen op de hoeken verdwenen in 1804.

Westgevel met hoog spitsboogportaal in geprofileerde omlijsting, twee gekoppelde korfboogdeuren en hoog spitsbogig tweelicht met gotische tracering en glas-in-loodraam. Zijwanden met omlopende nissen van vroegere beelden. Bekronende borstwering en twee kleine spitsboogdeuren onder omlopende waterlijst. Gelijkaardige luikjes in noord-, oost- en zuidgevel. Opengewerkte twee bovenste verdiepingen met per zijde twee spitsboogvensters, onder waterlijst met kruisbloem en wimbergen met hogels en kruisbloemen. Vier uuurwerken werden tussen de wimbergen aangebracht. Haast blinde westgevels van zijbeuken, afgezet met steunberen, doorbroken door een smal spitsboogvenster onder omlopende waterlijst.

Basilicaal schip, geritmeerd door versneden steunberen en hoge spitsboogvensters met vier- en vijfdelige gotische tracering. Afdekkende leien lessenaarsdaken en hoog zadeldak.

Oorspronkelijk basilicaal opgevat transept doch enkel westelijke zijbeuken met scheimuren tot onder de aanzet van de bovenlichten gerealiseerd onder mank lessenaarsdak. Onafgewerkte noord- en zuidgevels, afgezet en gestut met zware steunberen, voorzien van een thans gedicht hoog spitsbogig tweelicht onder omlopende waterlijst; oostpijlers van voorzien portaal verrijkt met geprofileerde lijsten en hogels. Oostgevels deels van Doornikse steen aansluitend bij het koor, met op de bovenverdieping gekoppelde lancetvensters en in 1825-27 toegevoegd portaal onder geprofileerde booglijst; derde geleding met drie blinde rondboognissen oorspronkelijk voorzien als bovenlichten. Zelfde zuidtransept, thans met de in 1839 ervoor gebouwde sacristie: arduinen voorgevel van drie traveeën en twee bouwlagen met geajoureerde borstwering en gekoppelde spitsboogvensters in vroeg neogotische stijl.

Hallenkoor in vroeg-gotische stijl met drie haast identieke koren onder afzonderlijke leien zadeldaken. Noord- en zuidkoor in de zijgevels doorbroken door vier hooggeplaatste gekoppelde lancetvensters met deelzuiltje, onder omlopende waterlijst. Hoeken begrensd door overkragende, horizontaal gelede ronde traptorentjes versierd met twee registers met blinde rondboogarcaden met zuiltjes en steunen, onder leien kegeldak. Oostgevels met groot vijfdelig spitsboogvenster met vernieuwde gotische tracering en glas-in-loodramen in noord- en zuidkoor en zevenzijdig uitgebouwde absis met hoge driedelige vensters met dito tracering, tussen versneden steunberen.

Interieur: in tegenstelling tot het exterieur, vrij homogeen voorkomend interieur met rijzig en helder witgeschilderd basilicaal schip met drie beuken gescheiden door spitsboogarcaden op zandstenen zuilen met koolbladkapiteel, in de middenbeuk voorzien van barokbeelden van de 12 apostelen op sokkel. Drieledige opstand met triforium met rondboognissen en geajoureerde borstweringen en spitsboogvormige bovenlichten. Spitsbogige overwelving met kruisribgewelven op fijne diensten rustend op de zuilen; bepleisterde gewelfkappen beschilderd met 15de-eeuwse polychrome bladranken, ontdekt bij restauratie in 1911-14, hersteld in 1930.

Vijf zijkapellen gewijd aan verschillende patroonheiligen van de gilden, neringen en broederschappen openen aan weerszij van de zijbeuken met spitsbogen op gebundelde zuilen. Zware bundelpijlers schragen de toren en aanzet van de kruising met slecht één uitgevoerde zijbeuk van het transept met gelijkaardige zuilen en overwelving.

Spitsboogdoorgang en bekronende frescoschildering met verheerlijking van de Heilige Drievuldigheid, de apostelen en zendelingen, voornamelijk Sint-Walburga van 1911, als afsluiting van het sterk constrasterend en sober vroeg-gotisch koor overwelfd met houten spitstongewelven. Twee grote spitsbogen rustend op een centrale hardstenen zuil met bladkapiteel scheiden de drie koren; absis met zeven rondboognissen met schilderijen en koorbanken onder de hoge spitsboogvensters.

Mobilair. Rijk mobilair uit de 17de en 18de eeuw, begin 20ste eeuw deels vervangen en uitgebreid in neogotische stijl.

Schilderijen: "Tenhemelopneming van Maria" van G. de Craeyer, in 1652 geplaatst op het thans verdwenen barokaltaar van Onze-Lieve-Vrouw van de Rozenkrans door L. Fayd'herbe; "Verheerlijking van Onze-Lieve-Vrouw" van N. De Liemaeckere-Roose, eerste helft van de 17de eeuw; "Besnijdenis" van J. De Pape, van zijaltaar van de Zoete Naam Jezus, eerste helft van de 17de eeuw; "Kruisafneming", van S. De Pape, midden 17de-eeuwse copie naar P.P. Rubens, tot 1786 op hoogaltaar; triptiek "Vrijkoping van christene slaaf van de Turken, Doopsel van Jezus en Heilige Petrus verlost uit de gevangenis" van S. de Pape, tweede helft van de 17de eeuw, op vroeger barokaltaar van Heilige Drievuldigheid; "Voorspraak van Onze-Lieve-Vrouw" van S. De Pape, altaarstuk van het zijaltaar van Onze-Lieve-Vrouw van Bijstand; 4 werken uit de reeks "Heilige Drievuldigheidscongregatie" van G. Heuvick, 17de eeuw; "Laatste Oordeel" van G. Heuvick, 17de eeuw; "Verheerlijking van Jezus op de berg Thabor" van J. Snellinck, in 1616 gemaakt als altaarstuk van het zijaltaar van Heilige Rochus; "Verheerlijking van Maria in de hemel" van J. Snellinck, in 1616 gemaakt als altaarstuk van zijaltaar van H. Michaël; verschillende 16de- en 17de-eeuwse doeken van de Vlaamse School en 4 portretten van de priesters-martelaars.

Beeldhouwwerk: Piëta, 14de-eeuws gepolychromeerd houten beeld; Heilige Barbara, 16de-eeuws beeld in Balegemse steen; twaalf 17de-eeuwse apostelenbeelden van Avesnesteen op sokkels in het schip; Jezus op de koude steen, gepolychromeerd houten beeld, 18de eeuw; Sint-Anna-te-Drieën, 16de tot 17de-eeuws gepolychromeerd houten beeld.

Meubilair: marmeren hoogaltaar door L. Blanchaert en DD Ds Verleyden Fres, van 1904 in neogotische stijl met prachtig in koper gedreven verguld tabernakel door Fierlafijn. Noor- en Zuidkooraltaar van Onze-Lieve-Vrouw en Heilige Drievuldigheid in Franse witte steen door M. Zens in neogotische stijl van 1914 en 1908. Noordtranseptaltaar met houten, zeer rijkelijk versierd retabel van Onze-Lieve-Vrouw van Halle in late barokstijl van 1735. Vroegbarokaltaar van Heilige Amandus en Heilige Sebastiaan met gemarmerd houten retabel en Sebastiaanfiguur in noordtransept. Zuidtranseptaltaar van Onze-Lieve-Vrouw van Bijstand met barok houten retabel uit de 17de eeuw.

Zijaltaren gewijd aan verschillende patroonheiligen van de gilden, neringen en broederschappen, in Noordkapellen van Oost naar West: H. Jacob Lacops, neogotisch houten retabel op altaartafel van witte steen, door A. Van Eename van 1867; Heilige Barbara, marmeren barokaltaar uit de 18de eeuw; Heilige Anna, altaartafel en retabel uit Franse witte steen door Aloïs De Beule in neogotische stijl van 1913; Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes, arduinen altaartafel met houten retabel door P. Roemaet naar ontwerp van P. Langerock in neogotische stijl van 1914; Sint-Jacob van Compostella, oudst bewaard altaar met laatrenaissanceretabel, gedateerd 1614. Zijaltaren in Zuiderzijkapellen, van Oost naar West toegewijd aan: Heilig Hart in plaats van altaar van Onze-Lieve-Vrouw van Milaan, altaartafel en retabel van Franse witte steen gebeeldhouwd door P. Roemaet naar ontwerp van P. Langerock in neogotische stijl van 1912; Heilige Catharina, Heilige Jozef, Heilige Johannes de Doper en Heilige Maria Magdalena, gemarmerd houten retabel in barokstijl uit de 17de eeuw; Heilige Antonius en Heilige Nicolaas, barok retabel van gemarmerd hout, uit de 17de eeuw; Zoete naam Jezus, rijkelijk uitgewerkt retabel in marmer en gemarmerd hout in rococostijl uit de 18de eeuw; Sint-Michiels, laat barok retabel van gemarmerd hout met beelden bovenaan door E. van Zijl van 1616, thans doopkapel.

Eikehouten koorgestoelte in renaissancestijl van 1601 door G. Vanderbanck. 17de-eeuwse eiken communiebank en 2 marmeren neogotische communiebanken naar ontwerp van architect P. Langerock, door P. Roemaet van 1914. Preekstoel vernieuwd in 1813. Twee empirebiechtstoelen (1814) en neoclassicistische biechtstoelen (19de eeuw). Orgel van G. Cloetens (Sint-Gillis-Brussel) van 1910.

Orgelkast door R. Rooms van 1931. Doopvont met koperen deksel, gedateerd "anno 1704". Neogotische muurschildering in kapel van Heilig Hart door L. Bressers van 1913, deze in de drie koren van 1911 verdwenen na Wereld Oorlog I. Doksaal en tochtportalen (1907-13) naar ontwerp van P. Langerock door A. Sinaeve in neogotische stijl. Voormalige koorsluiting van 1649 in wit en zwart marmer door L. Faydherbe, thans aan Westerzijkapellen.

Brandglasramen in koor volgens totaalplan van G. Ladon (1903-1918, hermaakt in 1921-39) in neogotische stijl; opstand der Geuzen in 1572 door H. van de Perre van 1964 in Westportaal; legende van Sint-Antonius in dito kapel door G. Ladon (1913); verheerlijking van Sint-Barbara, gesigneerd C. Ganton (1913), in dito kapel en Heilige Drievuldigheid en aanbidding der wijzen in Heilige Hartkapel (1920-24 ?).

Verschillende Oudenaardse wandtapijten en verdures, onder meer van Van Verren. Praalgraf van Cl. Talon, gouverneur onder Lodewijk XIV door Franse beeldhouwer Girardon (eind 17de eeuw); grafmonument van M. Ketele (1819 door J.F. Ingels) en J.J. Raepsaet (1832); vernieuwde reusachtige grafsteen van de vier priesters-martelaars van Sint-Walburga, door de Geuzen in de Schelde verdronken in 1572, in 1786 vóór het altaar geplaatst; 2 grafstenen uit begin 15de eeuw, gedeeltelijk vernield door de beeldenstormers in zuidertransept; verschillende 16de-, 17de- en 18de-eeuwse grafstenen van belangrijke Oudenaardse families, onder meer Ioos Cabelliau, heer van Mullem en zijn echtgenotes, Cateline Van Hembyse-van Lummere, Stalins-Duval, Vanden Broecke, heer van Diesvelt, P. Van Verren.

  • Afdeling Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumentenzorg Oost-Vlaanderen, Cel Monumenten en Landschappen, Archief.
  • Stadsarchief Oudenaarde, Modern Archief, nr. OUD. 861.3-13 tot 49.
  • Beiaarden en klokkenspellen in Oost-Vlaanderen, Gent, 1995, p. 95-100.
  • DE SMET M., Het dagboek van Bartolomeus De Rantere (Oudenaarde tussen 1787 en 1825), Oudenaarde, 1973, p. 169, 191-192, 216-217.
  • DEVOS P., Bouwgeschiedenis van de toren der Sint-Walburgakerk te Oudenaarde in Kultureel jaarboek voor de provincie Oost-Vlaanderen, XXVIII, 1973, band 1, p. 191-215.
  • DEVOS P., Onderzoek van het koor van de Sint-Walburgakerk te Oudenaarde, Oudenaarde, 1976.
  • DEVOS P., De Sint-Walburgakerk, in Open Monumentendag te Oudenaarde, Oudenaarde, 1989, p. 12-22.
  • GOETGHEBUER P.J., Notes sur les sculpteurs et architectes des Pays-Bas, manuscript.
  • MERTENS Th., Uit licht geboren, Gust Ladon (1863-1942), Hoogtepunt van neogotische glasschilderkunst, Lommel, 1990, p. 103.
  • VANDENBUSSCHE-VAN DEN KERCKHOVE C., Fotorepertorium van het meubilair van de Belgische bedehuizen, Provincie Oost-Vlaanderen, Kanton Oudenaarde, Brussel, 1978, p. 51-60.
  • VAN DE VYVERE P., Audenaerde et ses monuments, Oudenaarde, 1913, p. 23-53.
  • WILLEMS R., De Sint-Walburgakerk te Oudenaarde, Vlaamse Toeristische Bibliotheek, 16, Antwerpen, 1967.

Bron: Bogaert C., Lanclus K., Tack A. & Verbeeck M. 1996: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur Provincie Oost-Vlaanderen, Arrondissement Oudenaarde, Stad Oudenaarde met fusiegemeenten, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 15N1, Brussel - Turnhout.

Auteurs: Bogaert, Chris; Lanclus, Kathleen; Tack, Anja & Verbeeck, Mieke

Datum tekst: 1996

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Sint-Walburgastraat

Sint-Walburgastraat (Oudenaarde)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.