Priorij Corsendonk

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Antwerpen
Gemeente Oud-Turnhout
Deelgemeente Oud-Turnhout
Straat Corsendonk
Locatie Corsendonk 5, Oud-Turnhout (Antwerpen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Adrescontrole Oud-Turnhout (adrescontroles: 07-03-2007 - 07-03-2007).
  • Inventarisatie Oud-Turnhout (geografische inventarisatie: 01-01-1997 - 31-12-1997).
Links

Juridische gevolgen

is beschermd als monument Abdij van Corsendonk: hoofdgebouw, vrouwenhuis, kinderhuis en lekenhuis

Deze bescherming is geldig sinds 09-09-1970.

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Priorij Corsendonk

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

Beschrijving

Voormalige priorij Corsendonk. Heden hotel en conferentiecentrum. Omwald domein met gedeeltelijk bewaard kloostercomplex, opklimmend tot de eerste helft van de 16de eeuw en de 17de eeuw, in laatgotische en traditionele bak- en zandsteenstijl: centraal gelegen kloosterpand met bewaarde noord- en westvleugel; ten oosten hiervan de infirmerie; de westzijde van de site vormt als het ware een afsluitingsmuur bestaande uit achtereenvolgens het vrouwenhuis met aanpalend kinderhuis, een muurpartij met inrijpoort en verder het lekenhuis; ten noorden twee quasi nieuwgebouwde volumes. Domein met park en geometrisch aangelegde tuinen; omwald door de zogenaamde "Rooise Loop" die uitmondt in de Wamp.

Historiek

Sinds 1393 verbleven priesters te Corsendonk op grond door Maria van Brabant-Gelre, Vrouwe van het Land van Turnhout, geschonken; op 9 maart 1395 stichting van een priorij van twaalf reguliere kanunniken van Sint-Augustinus waaronder Hendrik van Zelle en Wouter van Gierle; sinds 1402 lid van het Brabants kapittel dat in 1412 aansloot bij het kapittel van Windesheim; tussen 1432-1635 een besloten klooster; de religieuze geschiedenis liep parallel met die van Oud-Turnhout, uitgezonderd in de periode 1559-1731 maakte de priorij deel uit van het bisdom 's Hertogenbosch; op 23 augustus 1566 beeldenstorm te Corsendonk; in de periodes 1578-1610 en 1639-1642 ontvlucht de kloostergemeenschap het klooster; de kanunniken verwierven bekendheid met hun scriptorium en hun Latijns onderricht (1645-1761) te Turnhout (zie Begijnenstraat nummer 24); in 1784 door Jozef II opgeheven, het domein met inboedel verkocht, de kerk bleef succursaal voor de nabijgelegen gehuchten; in 1799 definitief gesloten en als nationaal goed verkocht; in de loop van de 19de eeuw in privé-bezit van verscheidene vooraanstaande families, sinds 1968 in bezit van de huidige eigenaar.

Archeologische sporen zouden verwijzen naar een eerste, vermoedelijk oudste nederzetting, gesitueerd circa 1398 en gelegen binnen een eerste omwalling van een quasi vierkante vorm (75 op 80 meter): het plan en de omvang van deze eerste aanleg worden heden op het terrein nog weerspiegeld door een gedeelte van de westzijde van de huidige omwalling en de ongewone oriëntatie van de infirmerie, samen met het voormalige knechtenhuis teruggaand op het verloop van het noordelijke deel van de oude ringgracht; de eerste kloostergebouwen vermoedelijk opgetrokken uit leem, hout en ter plaatse gebakken steen; op 12 mei 1398 inwijding van een eerste, voorlopig kerkje; circa 1430 bouwactiviteiten, in de bronnen enkel sprake van een nieuwe kloosterkerk, gebouwd naar ontwerp van H. Schildeken waarvoor een deel van de eerste omwalling gedempt werd, ingewijd in 1432; als watervoorziening en riolering circa 1433 graven van kanalen tussen het klooster en de nabijgelegen beek de Wamp; in de loop van het vierde kwart van de 15de eeuw en de eerste helft van de 16de eeuw optrekken van nieuwe kloostergebouwen met als vertrekpunt de oriëntatie van de kerk; in de tweede helft van de 16de eeuw onrustige periode ten gevolge van het iconoclasme en militaire operaties, onder meer verwoesting van de kerk in 1579; in de eerste helft van de 17de eeuw nieuwe bouwactiviteiten namelijk het herstellen of uitbreiden van bestaande gebouwen en het bouwen van nieuwe panden.

De oudst gekende gravure van L. Vorsterman geeft een vrij betrouwbaar beeld van de omvang en aanleg circa 1659: een omwald en met bomen omzoomd complex met centraal een vierkant kloosterhof gevormd door een naar het oosten georiënteerde kerk (ten zuiden) en drie kloostervleugels namelijk de oostvleugel met sacristie, kapittelzaal, cellen van prior en procurator en op de bovenverdieping het dormitorium; de noordvleugel met kelder, calefactorium, één of meerdere eetzalen, keuken, wasplaats en dormitorium; de westvleugel met vertrekken voor de niet-kloosterlingen; rondom dit vierkant de overige woon- en dienstgebouwen namelijk de infirmerie, het met de noordvleugel verbonden knechtenhuis, het vrouwenhuis met hoofdingang, het kinderhuis, het lekenhuis, de brouwerij, de hoeve, schuren, stallen,...; voorts nog een kloostertuin, een moestuin, boomgaarden, een labyrint en zo meer en buiten de wallen een molen en hoeve (zie straatnota).

Volgens een gravure van 1880 werd het domein in de loop van de 19de eeuw door privé-eigenaars getransformeerd tot het zogenaamde "Hof Corsendonck", een kasteel in neoclassicistische stijl met park: ten noorden, in het verlengde van voormelde dreef (zie straatnota), toegankelijk via een ijzeren poort met sierhekken, ten westen via een brug; de kloostertuin werd volgens de smaak van de tijd aangelegd als een romantisch park met wandelpaden, tuinbeelden, prieeltjes,...; een binnenhof werd nog gevormd door de resterende noord-, oost- en westvleugel, laatstgenoemde met later opgetrokken muurpartij, en resten van de in 1817 afgebroken kerk; de gebouwen kregen een witte bepleistering boven het oude parement, verkleinde en rechthoekig gemaakte ramen, een hoofdingang in de noordvleugel met een monumentale bordestrap. Het interieur werd aangepast en verbouwd onder meer ter hoogte van de noordwesthoek van de noordvleugel bevond zich op de bel-etage een neogotische kapel; het vrouwen-, kinder-, en lekenhuis en de overige gebouwen waren in gebruik als stallingen, schuren, bergplaatsen,...; verschillende gebouwen toen reeds verdwenen onder meer het knechtenhuis, de infirmerie waarvan het torentje in gebruik als "paradetoren". In 1969-1975 werden in opdracht van de familie Nédée de resterende en vervallen priorijgebouwen namelijk de noord- en westvleugel, het vrouwen-, kinder en lekenhuis en de infirmerie onder leiding van architecten L. Fornoville en J. Gabriëls gerestaureerd of gereconstrueerd in hun toestand van het eerste kwart van de 16de eeuw en 17de eeuw; het museum Albert Van Dijck (heden verhuisd naar Schilde), een deel van de verzameling wandtapijten van familie De Wit en een internationaal conferentiecentrum werden er in ondergebracht. Voormelde gravure uit 1659 en archeologisch onderzoek vormden het uitgangspunt van de restauratie.

Beschrijving

Verankerde volumes in bak- en zandsteen met muurvlechtingen onder leien zadeldaken, met aandaken en/of dakkapellen. L-vormig kloostergebouw van twee bouwlagen met hoge kelderverdieping in laatgotische en traditionele bak- en zandsteenstijl.

Noordvleugel klooster

Langgestrekte noordvleugel: tegen de zuidzijde heropgebouwde gevelbrede pandgang met segmentboogarcade onder lessenaarsdak; de muuropeningen in de noordzijde geven een duidelijk beeld van de verschillende bouwfasen namelijk de grote spitsboognis in het eerste travee, vermoedelijk eertijds een doorgang vanuit de verdwenen oostvleugel (laatste kwart van de 15de eeuw - eerste kwart van de 16de eeuw) naar een traptoren (zie gravure), de negen traveeën met gedrukte spitsboogvensters voorzien van vernieuwd glas in lood dateren uit circa het eerste kwart van de 16de eeuw, de kruiskozijnen met ontlastingsbogen dateren van de uitbreiding in het eerste kwart van de 17de eeuw, het grote spitsboogvenster met getint bronsglas in de oostelijke zijpuntgevel is een recente toevoeging; eertijds bevond zich ter hoogte van het trapje naar de pandgang een rechthoekige uitbouw namelijk het washuis, ter hoogte van de noordoosthoek een toren, en was de kelder van de vleugel via een gang verbonden met de kelder van het knechtenhuis.

Interieur

Duidelijk onderscheid in geest en kwaliteit tussen laatgotisch gedeelte (eerste kwart van de 16de eeuw) en latere uitbreidingen (eerste kwart van de 17de eeuw). In laatgotisch gedeelte authentiek bewaarde kelder, overwelfd met bakstenen kruisribgewelven, gestut door vier octogonale middenpijlers, muren bepleisterd volgens oude wijze; op de begane grond het voormalige calefactorium met originele, eiken zoldering van moer- en kinderbalken met typische balksloffen op zandstenen consoles, monumentale, laatgotische schouw in zandsteen met rechts wang van arduin, achterwand van rode klompsteentjes waarin drie Sint-Andrieskruisen in grijze klompsteen en wapenschild; op de verdieping voormalige dormitorium met tevens oorspronkelijke moer- en kinderbalken op zandstenen consoles; ruime zolder met origine(e)l(e) gebinte en bebording namelijk bokkenspantconstructie met pen- en gatverbinding en telmerken.

Westvleugel klooster

Haaks aansluitende westvleugel (van vier traveeën in traditionele bak- en zandsteenstijl, opklimmend tot het eerste kwart van de 17de eeuw; ter hoogte van de tweede travee een traptoren met laatgotische reminiscenties, opklimmend tot het tweede kwart van de 17de eeuw; vierkante uitbouw op hoge plint onder haaks zadeldakje met puntgeveltje, geritmeerd door Brugse traveeën, gestut door overhoekse steunberen, korfboogdeur in zandstenen omlijsting, heden de hoofdingang; de schoorsteenschacht tegen zijpuntgevel duidt op de mogelijkheid de vleugel eventueel later uit te kunnen breiden, in tegenstelling tot de gravure is deze echter nooit voltooid geweest tot tegen de kerkgevel; archeologisch onderzoek wees enkel op een als begraafplaats gebruikte pandgang die de zijde afsloot.

Interieur

Traptoren met spiltrap voorzien van zandstenen treden, onderwelfd door bepleisterde kruisgewelven gedecoreerd met verschillende patronen.

Oostvleugel klooster en kerk

Op basis van archeologisch onderzoek werd door middel van zandstenen blokken in de grond, ingevuld met dolomiet, de omvang gereconstrueerd van de verdwenen kerk en oostvleugel. Een zaalkerk van elf traveeën, afgesloten door een vijfzijdige koorapsis, aan de zuidzijde geritmeerd door steunberen, tegen de noordzijde een pandgang met op de verdieping een bibliotheek, ter hoogte van de pandgang een vierkante aanbouw met brede fundering, vermoedelijk duidend op een toren, vóór het koor bevindt zich een, heden dichtgemaakte, crypte. Op het kelderniveau van de voormalige oostvleugel tevens sporen die duiden op een ingenieus systeem van waterbevoorrading en -afvoer.

Infirmerie

Op basis van de nog bestaande funderingen volledig gereconstrueerde infirmerie van vijf traveeën en twee bouwlagen met hoge kelderverdieping in traditionele bak- en zandsteenstijl met gedeeltelijk ingebouwde polygonale traptoren waarin gotische spitsboogvensters; mogelijk daterend uit de tweede helft van de 17de eeuw of, gezien het gebinte van het torentje identiek terug te vinden is in gebouwen uit het derde kwart van de 15de eeuw, zou het geheel kunnen opklimmen tot het vierde kwart van de 15de eeuw tot eerste kwart van de 16de eeuw en de infirmerie zelf in de loop van de 17de eeuw aangepast geweest zijn; plaats en oriëntatie bepaald door de oude ringgracht; tegen de westzijde gevelbrede wandelgang onder lessenaarsdak met korfboogdeur in zandstenen omlijsting; overwegend kruiskozijnen met glas in lood onder ontlastingsboog; torentje met gedrukte spitsboogvensters en origineel dakgebinte bestaande uit geprofileerd en gebogen balkwerk.

Vrouwenhuis en kinderhuis

Het vrouwenhuis van vijf traveeën en twee bouwlagen, gebouwd circa 1631 (zie jaarankers) door prior Van Baekel, in traditionele bak- en zandsteenstijl; naar het oorspronkelijk voorbeeld gereconstrueerde hoofdingang namelijk rondboogpoort in zandstenen omlijsting met waterlijst en bekroond door rondboogvormige beeldennis waarin Onze-Lieve-Vrouwebeeld; tegen oostzijde uitbouw; decoratieve, monumentale schoorsteen met ijzeren windvaantje; interieur met zoldering van oorspronkelijke moerbalken met decoratieve balksloffen op zandstenen consoles en laatgotische, zandstenen schouw.

Aanpalend, sterk gerestaureerd kinderhuis van zes traveeën en één bouwlaag. Aanpalende omheiningsmuur gereconstrueerd naar de oorspronkelijke toestand met nieuw aangebrachte doorgang. In gelijkaardige stijl opgetrokken lekenhuis van acht traveeën en één bouwlaag, vermoedelijk opklimmend tot midden 17de eeuw, in 1994 ten zuidoosten uitgebreid.

Stallingen

Aan ten noorden gelegen voormalige schuren of werkplaatsen wordt herinnerd door twee volumes, circa 1989 gebouwd ter uitbreiding van de overnachtingsaccomodatie naar ontwerp van Van Steen-Maes, die in ligging, volume en/of dakhelling hierop teruggaan.

Tuin

Naar ontwerp van tuinarchitect J. Wirtz werd op bepaalde plaatsen, met als basisgegeven de gravure van 1659, de geordende kloostertuin van weleer gereconstrueerd onder andere tweemaal een vierseizoenen tuin.

  • Afdeling Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumentenzorg Antwerpen, Cel Monumenten en Landschappen, archief, dossier A/0635.
  • BRENDERS F., Korsendonk. Een bouwgeschiedenis archeologisch doorgelicht, in Taxandria. Nieuwe Reeks, XLIX, 1978, 5-38.
  • DE KOK H., Gids voor het oude Turnhout en omgeving, Dl. 2, De omliggende gemeenten, Antwerpen-Amsterdam, 1980, 11-16.
  • PERSOONS E. & DE KOK H., Korsendonk en de Moderne Devotie, tentoonstellingscatalogus, Turnhout, 1984, 53-60.
  • PERSOONS E., DE KOK H., FORNOVILLE L. e.a., Korsendonk sine loco, 1981.
  • WELVAARTS T.I., Geschiedenis van Corsendonck, 2 delen, Turnhout, 1881.

Bron: De Sadeleer S. & Plomteux G. 1997: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Antwerpen, Arrondissement Turnhout, Kanton Turnhout,Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 16N1, Brussel - Turnhout.

Auteurs: De Sadeleer, Sibylle

Datum tekst: 1997

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Corsendonk

Corsendonk (Oud-Turnhout)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.