erfgoedobject

Valleien van Mombeek en Fonteinbeek met burcht en bos van Kolmont

landschappelijk geheel
ID: 135256   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/135256

Juridische gevolgen

Beschrijving

Het gebied “Valleien van Mombeek en Fonteinbeek met burcht en bos van Kolmont” ligt op de overgang tussen vochtig en droog Haspengouw. Plaatselijk zijn er door versnijding van de beken duidelijke hoogteverschillen en variaties in landschapstypen. De valleien zelf hebben een asymmetrische vorm en kenmerken zich door de aanwezigheid van wei- en hooilanden, tegenwoordig vaak in natuurgebruik. Het landgebruik in de valleien contrasteert met de hoger gelegen gronden waar open akkers of kleinschalige boomgaarden bij huiskavels overwegen. In de valleien komt kalktuf voor. Het meest opvallende erfgoedelement is de 12de-eeuwse burcht van Kolmont van de graven van Loon. Tegenwoordig is het een ruïne waarvan de donjon nog vrij gaaf bewaard is, omgeven door een historisch boscomplex. Het voormalige fruitspoor tussen Drieslinter en Tongeren doorsnijdt het gebied en werkt ruimtelijk structurerend op de omgeving.

Fysische geografie

Het gebied maakt hoofdzakelijk deel uit van het erosiemassief van Tongeren (100 tot 115 meter). De Fonteinbeek en Mombeek zijn hierin ingesneden met plaatselijk relatief scherpe hoogteverschillen tot gevolg. Het gebied ligt op de overgang van vochtig naar droog Haspengouw. Vochtig Haspengouw wordt zo genoemd omwille van de kleilagen in de ondiepe ondergrond die het water vasthouden. Deze tertiaire afzettingen dateren uit het oligoceen (33,7 tot 23,8 miljoen jaar geleden) en bestaan uit een afwisseling van zand- en kleilagen. Waar de klei dagzoomt, komt het water als bronnen aan de oppervlakte. In de vallei komt het opstuwend grondwater ook regelmatig als kwel naar boven. Door de vochtige ondergrond is dit gebied erg geschikt voor veeteelt, fruitteelt en hooiland. In droog Haspengouw bestaat de ondergrond uit de meer waterdoorlatende secundaire krijtafzettingen. Deze afzettingen zijn ook erosiegevoeliger. Daarom trad in het overgangsgebied terugschrijdende bronerosie op, waardoor er steile hellingen en sterke versnijdingen ontstonden. Dat is onder andere goed rond Kolmont waarneembaar.

De leemafzettingen dateren uit het weichseliaan, een ijstijd waarin winden vanuit het noord-noordwesten kwamen en naast sneeuw ook loess en zand meevoerden vanuit de blootliggende sedimenten, onder andere uit de droogliggende Noordzee. Deze sedimenten bedekten het toen aanwezige reliëf en vlakten dit plaatselijk uit. Tijdens het holoceen nam de erosie, onder andere als resultaat van ontbossingen door de mens, toe en spoelde het sediment plaatselijk weg. Hierdoor kon het leemdek plaatselijk van dikte verschillen.

De asymmetrische dalen hebben zich gevormd onder periglaciale omstandigheden tijdens de laatste ijstijd. Door de felle westenwinden werd de pasgevallen sneeuw aan de lijzijde van de hellingen opgewaaid en afgezet op de oostelijke hellingen. Zo ontstond een ongelijke verdeling van de sneeuw. De zuidwestelijk gerichte hellingen kregen meer rechtstreekse zoninval en waren dus vaker onderhevig aan vorst- en dooiwerking. Wanneer de sneeuw in de zomer wegsmolt, begon de toplaag van de bodem te verglijden waardoor de helling afgezwakt werd. Dit afglijdende materiaal duwde de beken in de richting van de oostelijke hellingen, die steiler werden ten gevolge van sterkere riviererosie. In dit gebied is de vallei van de Fonteinbeek sterk asymmetrisch. Tussen Piringen en Haren, waar de Mombeekvallei van zuid naar noord loopt, is de asymmetrie minder uitgesproken dan bij de Fonteinbeek die van oost naar west loopt. De steile helling langs de oostzijde is goed waarneembaar bij de voormalige watermolen van Haren, die toegankelijk is gemaakt door een diep ingesneden holle weg met kasseiverharding.

Op het einde van het laatglaciaal warmde het klimaat op, stopte het insnijden van de rivieren en startte het opvullen van de valleien door fluviatiele sedimentatie. De afzettingen bestonden overwegend uit door de rivier herwerkte materiaal van tertiaire oorsprong (Rupeliaan en Tongeriaan) en het tijdens de ijstijden aangewaaide loess. In de vallei van de Mombeek lag het meanderende rivierpatroon nog niet vast waardoor de bedding aan veranderingen onderhevig was. Het water trad geregeld buiten zijn oevers, wat voor verschillende types afzettingen zorgde. In de stromingsbedding werd grover materiaal zoals zand en grind afgezet, terwijl het fijner lemig materiaal in de overstromingsvlakte neersloeg. In stilstaande depressies, die minder onderhevig waren aan een overstromingsregime, werden kleine hoeveelheden kalktuf gevormd.

Door de opwarming, die zich verderzette in het holoceen, raakten de hellingen bedekt met vegetatie waardoor de hellingerosie afneemt. Sinds het preboreaal (10.000 tot 9000 jaar geleden) werd in grote delen van de vallei kalktuf gevormd in de veenafzettingen. Die afzettingen gebeurden aan de zwak golvende westelijke valleirand. De kalk werd vastgezet in het skelet van de mollusken die in die periode veelvuldig in traag stromend voedselrijk water voorkwamen. De afzettingen waren het talrijkst op het einde van het preboreaal, wanneer het kalktuf met ca 30 cm/100 jaar aangroeide. Toen de temperatuur weer daalde, verdwenen de mollusken, stopte de veenvorming en werd de laag kalktuf met alluviaal materiaal afgedekt, ten gevolge van de weer toenemende hellingserosie. Later waren de omstandigheden voor de vorming van kalktuf enkel ideaal in de laagste zones.

Vanaf ca. 3000 jaar geleden werd de mens actief in het gebied. De bebossing nam af door begrazing waardoor de hellingserosie weer toenam en er weer afzettingen van alluviaal materiaal plaatsvonden. Tussen 300 en 900 n.C. raakten de hellingen weer bebost waardoor het erosie- en sedimentatieproces afnam en er gedurende een korte periode terug op grote schaal veenvorming optrad. Dit veen met veel mos, maar geen mollusken of houtig materiaal was typisch voor deze vallei. Ten gevolge van de middeleeuwse ontbossingen en de toenemende erosie en rivieractiviteit, werd deze veenlaag weer bedekt met alluviale en colluviale sedimenten.

Twee dominante bodemtypes ontwikkelden in het gebied: leembodems met textuur b horizont op de hellingen en interfluvia en colluviale leembodems in de valleien en depressies. Overal in de vallei zijn ook veen- en kalktufafzettingen te vinden. Het kalktuf werd later onder andere gebruikt in de kerk van Piringen.

Cultuurhistorisch landschap

Bewoning en nederzettingen

Sporen van menselijke aanwezigheid zijn in deze streek het best gekend van uit de Romeinse periode (1ste eeuw v.C.-5de eeuw n.C.). Over de aanwezigheid van de mens in vroegere periodes is veel minder geweten omdat prehistorische sporen in mindere mate zijn aangetroffen en niet zo systematisch bestudeerd zijn. Het meest sprekende voorbeeld is een reeks stenen in de bodem ten westen van Kolmont die samen een halve cirkel met een diameter van ongeveer 300m vormden (Centraal archeologische inventaris). De vondst werd met een megalithisch ensemble uit het neolithicum geassocieerd, maar deze theorie is zeer twijfelachtig. Enkele sporen uit de ijzertijd, zoals een kuil met gefragmenteerd nederzettingsafval, bieden te weinig aanknopingspunten om conclusies over de bewoning van deze streek in de periode 8ste-1ste eeuw v.C. te kunnen doen.

In de Romeinse periode was de omgeving rond Tongeren sterk ontwikkeld. Het vruchtbare Haspengouw vormde in zekere zin het agrarische hinterland van stedelijke kernen als Tongeren. Villa’s en landbouwdomeinen kwamen er in grote getale voor. Zo zijn in dit gebied de concentraties met resten van gallo-Romeins bouwmateriaal bekend, die op twee mogelijke locaties van Romeinse villa’s wijzen, één ten westen van Kolmont en één ter hoogte van de voormalige spoorweg. Deze sporen behoren tot hetzelfde vermoedelijke villadomein als een grotere vindplaats ten zuiden van het spoor (en buiten het gebied gelegen).

In lange periode tussen de 5de en de 10de eeuw zouden in de ruime omgeving nieuwe woonkernen opkomen. Terwijl Tongeren veel van zijn luister verloor, groeide rond de abdij van Sint-Truiden een nieuwe nederzetting en werd Kortessem het centrum van de graaf van Haspengouw. Nog opvallend is dat in de 7de-8ste eeuw grote abdijen in de streek opereerden. Zij verwierven hier uitgestrekte gronden of grote landgoederen, vaak via schenkingen door Frankische edelmannen. Zo is er het voorbeeld van de abdij van Sint-Truiden, ontstaan uit een schenking van een domein door Trudo, een edelman van Frankische afkomst. Een bijzonder geval is Wintershoven, dat al van in de 7de eeuw als landgoed bekend stond. Naar verluidt zou de Haspengouwse edelman Bavo het in de 7de eeuw aan de Sint-Baafsabdij van Gent schenken (Delcroix 1997, 18-20). En Widooie werd het controlecentrum van de abdij van Corbie over haar bezittingen in Brabant, Haspengouw en de Kempen. Dat grootgrondbezit zou tot een 9de-eeuwse schenking kunnen worden terug gevoerd, maar er zijn redenen om te twijfelen aan het waarheidsgehalte van het verhaal (Zoller-Devroey 1976). Waarschijnlijk waren het kapittel en de bisschop van Luik de belangrijkste grondeigenaars, die pas in de 12de eeuw eigendommen aan Corbie overdroegen. Nog meer Luikse invloed kwam er na de 8ste-eeuwse schenking van het Frankische domein van de Pippiniden in Tongeren aan twee Luikse kerken (Diriken 2013). Sint-Truiden, Wintershoven, Widooie, Tongeren, liggen buiten het hier voorgestelde gebied, maar we mogen veronderstellen dat de verwerving van Frankische domeinen door abdijen illustratief is voor de hele streek.

Vanaf de 11de eeuw zijn de eerste schriftelijke vermeldingen van bewoning in het gebied terug te vinden in archiefstukken. Kolmont wordt vermeld vanaf de late 11de eeuw en het Kasteel van Rooi wordt voor de eerste maal vermeld in een oorkonde van 1278, maar de bestaansgeschiedenis van de site gaat verder terug. De oudste woningen en nederzettingen in dit gebied – Kolmont, het kasteel van Rooi en de Herkwinning - liggen in de vallei of op de hogere gronden aan de rand van de alluviale vlakte. Kenmerkend voor dit gebied -en bij uitbreiding voor heel Haspengouw- is het verspreid voorkomen van vele kleine gehuchten, zoals Kolmont, Herk, Rooi en Haren. Of deze voortgekomen zijn uit kleine agrarische gemeenschappen bij een merovingisch of karolingisch domein (Theuws 2011) is koffiedik kijken. Feit is dat de vruchtbare streek een voor die tijd grote dichtheid aan kleine gemeenschappen demografisch toeliet. Er waren vele monden te voeden, en dat kon ook. Nog een feit is dat het grondgebied in de (late) middeleeuwen over vele kleine lenen en/of heerlijkheden was versnipperd. Het voorkomen van imposante kastelen of hoeves, zoals de Herkwinning of het kasteel van Rooi, zijn de materiële uitdrukking van dat feodale verleden. Waarschijnlijk waren het de zetels van deze heerlijkheden.

Kolmont behoorde in de 12de eeuw tot het domein van de graven van Loon, die op gespannen voet leefden met die andere grote machthebbers van de streek, de bisschoppen van Luik en de (latere) hertogen van Brabant. Elk probeerde zijn territorium en invloedssfeer uit te breiden. Tegen die expansiedrift verstevigde de graaf van Loon zijn positie aan de zuidelijke en westelijke grens van zijn graafschap. In Kolmont, Brustem, Borgloon en Montenaken liet hij versterkte sites optrekken of verbeterde hij de bestaande. Telkens ging het om een versterking met een toren op een hoogte of een kunstmatige heuvel. In Kolmont bestond de versterking uit twee delen: een ruime binnenplaats (het neerhof) met binnen de ommuring een vierkante toren, en de eigenlijke burchthoogte met de donjon. De donjon was boven op een bestaande cilindervormige versterking opgetrokken (Doperé 1993). Toen de Luikse bisschop in 1180 op strafexpeditie tegen de graaf van Loon trok, vernielde hij de reeks Loonse burchten. Pas nadat het graafschap Loon definitief in Luikse handen kwam (1366), verloor Kolmont zijn strategisch belang als versterkte site in een grensgebied. De ontmanteling van de burcht werd definitief bezegeld toen de stad Tongeren de stenen liet weghalen voor de aanleg van de stadswallen (eind 15de eeuw). Een ruïne bleef over.

De huidige configuratie van kasteel van Kolmont met park en ruïne dateert van 1866, toen de familie de Bellefroid aan de overzijde van de Burchtstraat een kasteel liet optrekken. De burchtruïne en het omringende bos werden in het park opgenomen, met een visuele relatie tussen het kasteel en de burcht. De aandacht voor ruïnes paste in het (romantische) concept van de landschappelijke parkaanleg. Het bos kreeg meer het karakter van een park onder andere door de plaatsing van beelden langs wandelpaden en de aanplanting van individuele bomen. De burchtruïnes zijn nu nog zichtbaar te midden van het historische bos waarmee de hoge, deels kunstmatig aangelegde, burchtheuvel begroeid is. De basis is omgeven door een aarden wal en grachten.

Het gehucht Kolmont ligt momenteel langs een slingerende weg die uit het noorden naar het zuiden afdaalt naar de vallei van de Fonteinbeek. Op 18de-eeuwse kaarten is duidelijk te zien dat deze weg nog recht van noord naar zuid liep. De bocht is voor het eerst afgebeeld op de topografische kaart van 1886. Waarschijnlijk is de lus gemaakt omdat de weg loodrecht op de helling te steil was voor het toenemende verkeer. De oorspronkelijke route bleef bewaard als de Oude Kolmontstraat, een deels onverharde holle weg.

Nog een oude kern is het gehucht Haren. De kerk van Haren is een oude, autonome stichting die eerst aan het bisdom Luik en later aan de abdij van Corbie toebehoorde. Het heeft een gotisch schip uit de 15de eeuw die op een romaanse onderbouw rust. De kerk ligt binnen een ommuurd en beboomd kerkhof met enkele mooie kastanjes en een solitair uitgegroeide linde. Het gehucht heeft in oorsprong de vorm van een straatdorp langs een valleirand. Middeleeuws van oorsprong is de inmiddels verdwenen molen van Haren op de Mombeek. Een archeologisch vooronderzoek op de voormalige molensite in 2013 leverde geen datering van de gebouwensporen op. De oudst bekende schriftelijke vermelding dateert van begin 14de eeuw. De vijver bij de Singelstraat is een restant van een complex van merkwaardig gevormde vijvers stroomafwaarts van de molensite, die op de Molenbeek waren afgedamd. Het complex komt al op de Villaretkaart voor (1745).

Aan de bovenloop van de Fonteinbeek ligt het kasteel van Rooi . Deze plaatsnaam wordt in 1278 vermeld. Een kasteel op deze plaats werd waarschijnlijk in de 14de eeuw opgetrokken. Een muur met silex en mergel hoekstenen zou nog een restant van deze voorloper van het huidige kasteel zijn. Het huidige kasteel is een witgekalkt U-vormig gebouw met aansluitende, gesloten hoeve. De noordwestvleugel behield sporen van het oorspronkelijke gebouw, hoewel in latere periodes aangepast. De hoeve dateert uit de 17de eeuw, maar werd ook later aangepast. Ten zuidwesten van het kasteel ligt een vijver die gevoed wordt door de bronnen van de Fonteinbeek. Naar het westen wordt de binnenplaats door een dreef verbonden met de Hasseltsteenweg, die in 1741 werd aangelegd. Ten noorden en noordwesten loopt het reliëf omhoog tot een plateau waar de akkerbouw en fruitteelt (laagstam) overheersen.

De brede samenvloeiing van Fonteinbeek en Mombeek wordt als natuurgebied beheerd met extensieve hooi- en weilanden. Te midden hiervan ligt de Herkwinning, genoemd naar de vierkantshoeve waarvan beweerd wordt dat de oorsprong tot de 12de eeuw teruggaat. Mogelijk behoorde het tot de bezittingen van de heer van Ridderherk, het nabijgelegen gehucht, waarmee het via een voetweg was verbonden. De Herkwinning was een belangrijke, voorheen gesloten hoeve, gelegen in het laag, moerassig brongebied van de Mombeek. Op 18de-19de-eeuwse kaarten vertoont de Herkwinning nog een tweeledige structuur, omgeven door water (Villaretkaart 1745). Het huidige complex bezit een gotische, 16de-eeuwse kern en bestaat uit bakstenen gebouwen rond een rechthoekig, gekasseid erf, bereikbaar via een gekasseide oprit en een poortgebouw. Recent werd deze hoeve ingrijpend gerestaureerd.

Op het plateau nabij Piringen is het kasteel Burghoven gelegen. Het kasteel werd vermoedelijk aan het begin van de 19de eeuw als buitenverblijf aangelegd. In de daaropvolgende decennia onderging het verschillende verbouwingen: de eigenaar liet een deel van de hoevegebouwen afbreken, legde het poortgebouw aan en voegde de kasteeltoren toe. Het 19de-eeuwse herenhuis met aansluitend een gesloten hoeve ligt te midden van hoogstamboomgaarden, door meidoornhagen van de akker afgesloten. Daarmee is dit een opvallend en beeldbepalend landschapselement. Ten oosten van het kasteel is het park gelegen. Dit park bevat enkele merkwaardige bomen.

Landschapsontwikkeling

De kabinetskaart van de Ferraris (1771-1777) is de eerste kaart die een volledig landschappelijk overzicht geeft van het gebied. Uit deze kaart blijkt dat op het einde van de 18de eeuw de valleien uit graslanden bestonden en dat op de hogere gronden buiten de vallei vooral aan akkerbouw werd gedaan. Rond de hoeves en kastelen waren boomgaarden aangelegd en de burcht van Kolmont was door bos omgeven. Het contrast tussen akkers op de hoger gelegen gronden en de ingesneden beekvalleien die als groene linten door het landschap slingeren, is typisch voor dit overgangsgebied tussen droog- en vochtig Haspengouw.

Het bos van Kolmont, waarin de burcht gelegen is, een oud bos. Op de Villaretkaart (1745) is de burchtheuvel vrij van beplanting. Het bos lag toen ten noordoosten van de burcht. Enkele decennia later is de burchtheuvel wel bebost (kabinetskaart de Ferraris, 1771-1777). In het zuidoosten breidde het bos geleidelijk tot zijn huidige omvang uit. Aangezien er zeker de laatste periode niet ingegrepen is, is het nu rijk aan monumentale bomen en zwaar dood hout (Inbo 2007). Zo mat het INBO in 2007 maar liefst 82 bomen met een diameter groter dan 100cm. Dit zijn veelal beuken, maar de dikste is een zomereik met een diameter van 164cm. Hiermee is dit bos van 17,6ha een van de bossen met de grootste dichtheid aan zware bomen in Vlaanderen.

De Fonteinbeek ligt ten zuiden van het dorp, bos en burcht van Kolmont. De vallei van de Fonteinbeek is hier diep ingesneden met op de noordhelling over 300m een hoogteverschil van bijna 40m. De bronnen van de Fonteinbeek liggen rond het kasteel van Rooi. Eén ter zuiden ervan nabij Tongeren, één ten noorden ervan nabij de Hasseltsesteenweg en één ten oosten van het kasteel in het bos. Samen vormen deze bovenloopjes een beek die in westelijke richting afstroomt en die juist voorbij Kolmont met de Mombeek samenvloeit. In de 18de eeuw was de Fonteinbeek stroomafwaarts van het kasteel van Rooi tot vijvers afgedamd. Deze vijvers zijn al verdwenen op de kaart van Vandermaelen (1830). Op deze kaart is ook te zien dat de oorspronkelijke kronkelende beek is rechtgetrokken. Ook de Mombeek was oorspronkelijk een sterk meanderende waterloop, maar deze werd herhaaldelijk rechtgetrokken in functie van de aanleg van watermolens, zoals de molen van Haren. De valleien werden eeuwen gebruikt als graas- en hooiland. Het hooi van de Mombeekvallei was van hoge kwaliteit en in heel de streek gekend. Na de Tweede Wereldoorlog kregen de valleien een meer gesloten karakter vooral door de aanplant van populieren. Toen de beekvalleien hun agrarische functie als gras- en weilanden verloren, plantte men op grote schaal canadapopulier aan (Diriken 2013). Deze boom gedijt goed op natte gronden en heeft een economische waarde voor de houtverwerkende nijverheid. De verrijking van de bodem met stikstof door de bladval brengt de beekdalbegeleidende kruidvegetatie in de verdrukking door brandnetels en bramen die goed op stikstofrijke gronden gedijen. Nog opvallend is het veelvuldig voorkomen van maretakken in de bomen, vooral in de canadapopulieren, te wijten aan het kalkrijke water. De vallei van de Fonteinbeek wordt tussen Kolmont en Tongeren visueel begrensd door de steile noordhelling en de voormalige spoorweg in het zuiden. Door de afwezigheid van bebouwing (behalve de drie historische sites van het kasteel van Rooi, het kasteel van Kolmont en de Herkwinning) en verharde wegen is dit een uitermate stil gebied. Langs de beek overwegen graslanden en populierenaanplanten. Het gebied is bovendien rijk aan hagen (voornamelijk meidoornhagen), houtkanten en bomenrijen.

Buiten de valleien overwoog in de 18de eeuw de akkerbouw. Door de graancrisis op het einde van de 19de eeuw, zochten veel landbouwers naar een neveninkomen en schakelden (gedeeltelijk) over op een combinatie van fruitteelt en veeteelt. Rondom de dorpen en op de valleihellingen werden vanaf die periode veel hoogstamboomgaarden aangeplant. De voormalige spoorweg Drieslinter - Tongeren uit 1879, ook het fruitspoor genaamd, loopt door het gebied. De aanleg van dit spoor heeft er mee voor gezorgd dat Haspengouw uitgroeide tot een echte fruitstreek. Via dit spoor werd het in de streek geteelde fruit en suikerbieten geëxporteerd. Langsheen de spoorweg werden ook fruitverwerkende industrieën opgericht zoals stroopfabrieken. Met de uitbreiding van het wegennet en de komst van het vrachtverkeer wordt de spoorlijn ontmanteld. De sporen werden in 1970-71 opgebroken maar de bedding is nog zichtbaar en vormt een groen, lineair element in het landschap. Het wordt deels als fietspad gebruikt. Langs deze oude spoorlijn zijn de stationnetjes van Piringen en Jesseren bewaard gebleven.

Na de Tweede Wereldoorlog schakelden de fruittelers over naar de minder arbeidsintensieve en productievere laagstamteelt. Gestimuleerd door rooipremies in de jaren 1970, verdwenen veel hoogstamboomgaarden. Toch bleef binnen het gebied nog een aantal (relicten) van hoogstamboomgaarden bewaard, veelal in combinatie met een meidoornhaag. De landschappelijk meest relevante zijn deze rond het kasteel Burghoven en het kasteel van Kolmont. Verder liggen enkele verspreid die veelal niet volledig compleet zijn, zoals in de omgeving van het gehucht Kolmont en Haren.

  • Carte topographique de la partie de la Belgique comprise entre Gand et Tournay, Maestricht et Liège, levée par Villaret, Ingénieur du Roi, 1745-1748, Institut National de l’Information Géographique et Forestière-Saint-Mandé (France), CH 292, schaal 1:14.400.
  • Kabinetskaart van de Oostenrijkse Nederlanden voor Zijn Koninklijke Hoogheid de Hertog Karel Alexander van Lotharingen, Jozef Jean François de Ferraris, Koninklijke Bibliotheek van België, uitgegeven in 1770-1778, schaal 1:11.520 herleid naar 1:25.000.
  • Atlas van de Buurtwegen, opgesteld naar aanleiding van de wet op de buurtwegen van 10 april 1841, schaal 1:2.500 (overzichtsplannen schaal 1:10.000).
  • Gereduceerde Kadasterkaart van België, Dépôt de la Guerre, uitgegeven in 1845-1855, schaal 1:20.000, kaartbladen Bommershoven, Piringen, Overrepen, Neerrepen.
  • Topografische kaart van België, Philippe Vandermaelen, uitgegeven in 1846-1854, schaal 1:20.000.
  • Topografische kaarten van België, Eerste editie, Krijgsdepot, uitgegeven in 1865-1880, schaal 1:20.000, kaartbladen 33-8 en 34-5.
  • Topografische kaarten van België, Tweede editie, Militair Cartografisch Instituut, uitgegeven in 1880-1884, schaal 1:20.000.
  • Topografische kaarten van België, Herziening derde editie, Militair Cartografisch Instituut, uitgegeven in 1900-1930, schaal 1:20.000.
  • Kaart van België, Militair Geografisch Instituut, uitgegeven in 1949-1970, schaal 1:25.000.
  • Topografische basiskaart numerieke reeks, Nationaal Geografisch Instituut, uitgegeven in 2009, schaal 1:10.000.
  • BAERTEN J. 1969: Het graafschap Loon (11de - 14de eeuw): ontstaan, politiek, instellingen, Assen.
  • BAEYENS L. 1959: Bodemkaart van België: verklarende tekst bij het kaartblad Borgloon N106 E, S.l.
  • BAILLIEN H. 1948: Het leengoed Mulken, Het Oude Land van Loon, 3, 17-25; 38-45.
  • BAILLIEN H. 1949: Het kasteel van Rooi en zijn bezitters, Het Oude Land van Loon, 4, 33-44.
  • CEUNEN N. 2011: Het landschap vertelt, Kortessem, Regionaal Landschap Haspengouw en Voeren.
  • DELCROIX K. & PARTOENS G. 1997: Sint-Landoald en zijn gezellen: leven, overbrengingen, verheffingen en wonderen, Leuven, 18-20.
  • CLAASSEN A. 1970: Van mottetoren tot kasteel, Provinciaal Gallo-Romeins Museum 14, Tongeren.
  • DE MEULEMEESTER J. 1993: Mottekastelen in het Graafschap Loon, Archeologie in Limburg 55, Maastricht.
  • DIRIKEN P., HEYVAERT F. & GILOT G. 1995: Post-glacial palaeo-ecological evolution of tht Molenbeek-Mombeekvallei, Wetlands in Flanders, Aardkundige mededelingen 1991 nr. 6, Leuven.
  • DIRIKEN P. & VAN GENACHTE G. 2000: De ruimtelijke landschapskenmerkenkaart Limburg, rapport in opdracht van de Vlaamse Regering.
  • DIRIKEN P. 2012: Religieus erfgoed in Haspengouw, Georeto's Haspengouw Monografieën, Kortessem.
  • DIRIKEN P. 2013: Het Haspengouwse Landschap in evolutie, Georeto's Haspengouw Monografieën, Kortessem.
  • DIRIKEN P. 2014: Het Haspengouws kastelenlandschap, Georeto's Haspengouw Monografieën, Kortessem.
  • DE KEERSMAKER L. & VANDEKERKHOVE K. 2007: Bijzondere elementen in bosreservaat Kolmont, INBO Bosreservatennieuws, 7, 16-17.
  • DOPERE F. en UBREGTS W. 1993: Torenburchten in Limburg: militair en/of residentieel? Archeologie in Limburg, 55, 1-7.
  • PAQUAY J. 1935: Ridderherk (Overrepen), Limburg, 17, 112-114.
  • VAES J. 2016: Graven van Loon: Loons, Luiks, Limburgs, Leuven.
  • ROEBBEN J. 1988: Kortessem: een geschiedkundig overzicht, Kortessem.
  • THEUWS F. 2011: Proloog van Brabant: verleden landschappen van Romeinen en Franken, in: VAN UYTVEN R. (red.), Geschiedenis van Brabant: van het hertogdom tot heden, Zwolle.
  • VAN LIEFFERINGE N. & SMEETS M. 2013: Het archeologisch vooronderzoek te Tongeren en Borgloon-Haren (Collector Mombeek), Archeo-rapport 184.
  • VLM Jaaroverzicht 2005, s.l. https://www.vlm.be/nl/SiteCollectionDocuments/Publicaties/jaarverslag05.pdf (geraadpleegd op 18 december 2017).
  • ZOLLER-DEVROEY C. 1976: Le domaine de l'abbaye Saint-Pierre de Corbie en Basse-Lotharingie et en Flandre au Moyen-Âge, Revue belge de Philologie et d'Histoire, 54-2, 427-457 en 54-4, 1061-1097.

Bron     : -
Auteurs :  De Haan, Aukje, Kinnaer, Anse, Verboven, Hilde
Datum  : 2017


Relaties

  • Omvat
    Cluster hoogstamboomgaarden

  • Omvat
    Holle weg naar watermolen van Haren

  • Omvat
    Hoogstamboomgaard bij hoeve de Herkwinning

  • Omvat
    Hoogstamboomgaard op de Oude berg

  • Omvat
    Kasteeldomein Rooi

  • Omvat
    Kasteelpark Borghof

  • Omvat
    Kasteelpark Kolmont

  • Omvat
    Landweg langs de Fonteinbeek

  • Omvat
    Spoorwegbedding lijn 23 Drieslinter-Tongeren

  • Is deel van
    Borgloon

  • Is deel van
    Tongeren

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Valleien van Mombeek en Fonteinbeek met burcht en bos van Kolmont [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/135256 (Geraadpleegd op 31-03-2020)