Parochiekerk Sint-Martinus

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Antwerpen
Gemeente Retie
Deelgemeente Retie
Straat Markt
Locatie Markt zonder nummer, Retie (Antwerpen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Adrescontrole Retie (adrescontroles: 07-03-2007 - 07-03-2007).
  • Inventarisatie Erfgoed WOI Provincie Antwerpen (thematische inventarisatie: September 2013 - Maart 2018).
  • Inventarisatie Retie (geografische inventarisatie: 01-01-2004 - 31-12-2004).

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Parochiekerk Sint-Martinus

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

Beschrijving

Vrijstaande kerk met bewaarde - weliswaar in de 19de eeuw sterk gerestaureerde - gotische toren (in kern 15de-eeuws ?) en een neogotisch schip, transept en koor van 1871-1872. Gelegen op het oostelijk gedeelte van de Markt; aan noord-, zuid- en westzijde een vernieuwde aanleg met laag ommuurde graspartijen en aanplantingen onder meer leilinden. Links van het westelijk portaal grafmonument in art deco van de dichter L. De Koninck (1838-1924), 1929, door beeldhouwer L. Jacobin (Borgerhout) en architect E. Van der Paal (Berchem); rechts van het westelijk portaal, Heilig Hartbeeld, 1925, door B. Gerrits (Antwerpen).

HISTORIEK

In 1264 stond het kapittel van de Sint-Martinuskerk te Luik zijn bezittingen en rechten te Retie af aan de abdij van Tongerlo; tot circa 1819 zal de parochie bestuurd worden door de norbertijnen (witheren). Vermoedelijk vóór 1461 beschikte Retie reeds over een stenen kerkgebouw, in dat jaar verleent de bisschop van Luik immers de toelating om een wijding te doen ter gelegenheid van aanzienlijke herstellingswerken aan onder meer dak, sacristie en koor. De kerkmeestersrekeningen van na 1461 bevatten geen enkele verwijzing naar de bouw van een nieuw bedehuis, wel aantekeningen over allerhande herstellingswerken onder meer in 1640, 1648, 1731, 1774. In 1818 uitgebreide herstellingswerken voornamelijk aan de toren.

In 1871-1872 bouw van een nieuwe grotere kerk naar ontwerp van provinciaal bouwmeester P.J. Taeymans met behoud van de oude toren, zie de arduinen gedenksteen in de westgevel; het ontwerp dateert van 18/6/1870. In 1881 inwijding door de hulpbisschop van kardinaal Descamps. Algemeen wordt aangenomen dat de huidige toren ouder is dan de in 1871 afgebroken kerk; de toren zou zelfs gedurende een bepaalde periode alleen gestaan hebben waarbij het onderste deel als kerk was ingericht. Bij voormelde vergrotingswerken werd de toren aangepast in overeenstemming met het nieuwe neogotische geheel, zie het vernieuwde neogotisch westportaal en dito spitsboogvenster met maaswerk; op het ontwerp trekt Taeymans deze aanpassing door tot op de derde torengeleding.

In de periode 1895-1902 onder leiding van P.J. Taeymans diverse herstellingswerken aan de toren met name aan het metselwerk en de torenspits. In 1920-1922 herstellingen aan de daken en goten. Oorspronkelijk met ommuurd kerkhof, sinds 1862 afgezet met een ijzeren hek; eind 1923 verhuist het kerkhof naar de huidige begraafplaats in de Kerkhofstraat; circa 1927 word de afbakening van het kerkhof gewijzigd (verkleind). Circa 1965 twee nieuwe zijportalen naar ontwerp van C. Vanhout, zie de rechthoekige deuren in de westgevels van het transept, voorafgegaan door een hellend platform van kasseien en klinkers. Voorts dakherstellingen en een te grondige interieurvernieuwing circa 1970 onder meer een nieuw altaar, een nieuwe vloer van leisteen, arduin en marmer, de neogotische polychromie uit 1894-1897 door V. Verstreyden (Herentals) werd vervangen door een monochrome schildering, de Onze-Lieve-Vrouwekapel en de Heilige Sacramentskapel (noordelijk transept) werden ingericht als winterkapel, plaatsing van de huidige kruisweg. Tegelijkertijd werden onder meer de communiebank, de vier neogotische zijaltaren en (deels) het hoofdaltaar van circa 1877 door L. Bertels en C. Van Opstal (Turnhout), de stenen kruisweg van circa 1878 door De Vriendt (Borgerhout) en beschilderd door V. Verstreyden alsook een bronzen bas-reliëf van 1928 door B. Gerrits met smeedijzeren rozentak door A. Haan uit 1930, verwijderd. De laat-barokke begin 18de-eeuwse preekstoel werd gedemonteerd en gedeeltelijk overgebracht naar de voormalige pastorie. In 1992-1998 restauratie van de toren, daken en gevels naar ontwerp van P. Gevers (Kasterlee) en van de brandglasramen door diverse deskundigen.

BESCHRIJVING

Symmetrisch opgevatte georiënteerde kruisbasiliek met westtoren, een driebeukig schip van vijf traveeën, een recht afgesloten transept van drie traveeën en een koor van drie rechte travee met driezijdige sluiting, sacristie aan zuid- en berging aan noordzijde, elk in de vorm van een driezijdig afgewerkte aanbouw; in beide kooroksels zijkapellen van twee traveeën waarvan één met driezijdige sluiting, tevens zijkapellen aan weerszijden van de toren; voornamelijk leien zadel- en lessenaarsdaken met dakkapellen en smeedijzeren kruis boven koor. Zijkapellen van koor met afgewolfde bedaking, ten zuiden met smeedijzeren kruis.

Baksteenbouw op dito plint met verwerking van zandsteen voor onder meer afzaat, kordons, dek- en kraagstenen, lekdrempels, omlijstingen, monelen en maaswerk. Vierledige toren op vierkant grondplan onder een octogonale, ingesnoerde naaldspits met bekronend smeedijzeren kruis en windvaan; gestut door versneden steunberen; aanleunende traptoren aan de noordzijde. Spitsbogig westportaal; rechthoekige houten vleugeldeur met fraai beslag onder een timpaan met vierpas, geflankeerd door met colonnetten uitgewerkte dagkanten. Voorts een spitsboogvenster (zie verder), een blinde muurpartij met torenuurwerk en gekoppelde spitsbogige galmgaten met negblokken. Het metselwerk van voornamelijk de twee bovenste geledingen getuigt van restauratieve ingrepen uit begin en eind 19de eeuw. Gevels van schip, transept, koor en zijkapellen geritmeerd door versneden steunberen en spitsboogvensters en eindigend op een bakstenen keperboogfries met tandlijst onder een houten kroonlijst. Gevarieerde spitsboogvensters in een geprofileerde bakstenen omlijsting met afgeschuinde kordonvormende lekdrempels; afwisselend maaswerk namelijk drielobbige deelvensters met onder meer een bekronende drie- of vierpas en/of een roosvenster, al dan niet met spitse lobben.

Zuidelijke langsgevel met arduinen 19de-eeuwse grafzerken. Puntgevels van de zijkapellen en van het transept met aandak en schouderstukken; bij eerstgenoemde geveltop met vierpas, bij laatstgenoemde uitgewerkt met gekoppelde rondboogvensters en een klimmende boogfries. Westgevels van het transept met later ingebrachte onopvallende zij-ingangen, bij het zuidelijk transept met een arduinen grafzerk waarboven een beschilderde gekruisigde Christus (tweede kwart van de 20ste eeuw) beschut door een afdakje met houten windborden, het originele oude Christusbeeld werd in 1931-1932 verkocht aan het Museum voor Schone Kunsten te Antwerpen. Berging en sacristie met brede muizentand, spitsboogvensters met fraai traliewerk en bewaard houtwerk; trap leidt naar spiegelboogvormige sacristiedeur, uitgewerkt naar analogie met het westportaal.

Interieur

Bepleisterd en beschilderd interieur. Tweeledige opstand met spitsboogarcade op zuilen met een octogonale beschilderde sokkel en een koolbladkapiteel met octogonale dekplaat; lichtbeuk met een schijntriforium van blinde driepasbogen en spitsboogvensters. Kruisribgewelven, in de middenbeuk, eerste transept- en koortravee eindigend op gebundelde schalken met koolbladkapiteel die op hun beurt aanzetten op de dekplaat van de arcadezuilen; in de zijbeuken eindigend op halfzuilen met dito kapiteel; in de overige transept- en koortravee, het straalgewelf van de koorsluiting, alsook in de zijkapellen eindigend op al dan niet gebundelde schalken die tot onder doorlopen. Kruising met stergewelf; afgezet met spitsbogen, samen met de gewelfribben eindigend op de dekplaten van met halfzuilen samengestelde pijlers. Gekoppelde zijkapellen in de kooroksels, met name de Heilige Lucia- en Heilige Kruiskapel ten zuiden, de Onze-Lieve-Vrouwekapel en de Heilige Sacramentskapel ten noorden; gescheiden van koor en schip door spitse scheibogen, de twee laatstgenoemde inmiddels ingericht als winterkapel door middel van een in de scheibogen aangebrachte afsluiting van glas en aluminium. Doopkapel ten zuiden van de toren, ruimte met verwarmingsinstallatie ten noorden, elk afgesloten met een houten rechthoekige vleugeldeur met opengewerkte en getraliede deurpanelen.

Mobilair. Schilderijen: Heilige Maagd met kind Jezus, Aanbidding der herders, respectievelijk uit de 18de eeuw en uit de eerste helft van de 17de eeuw, in 1932 gerestaureerd, Vlaamse School.

Beeldhouwwerk: Ecce Homo, eerste helft van de 16de eeuw, steen; Heilige Martinus van Tours, 18de eeuw, gepolychromeerd hout; Heilige Ambrosius, circa 1600, gepolychromeerde steen; Heilige Nicolaas, circa 1600, gepolychromeerd hout; Heilige Antonius Abt, 17de eeuw, gepolychromeerd hout; Heilige Barbara, 18de eeuw, gepolychromeerde terracotta; Heilige Sebastiaan, 18de eeuw, gepolychromeerd hout; Heilige Augustinus van Hippo en de Heilige Norbertus van Prémontré, 18de eeuw, witgeschilderd hout.

Meubilair: bewaarde altaartafel van het hoofdaltaar, 1877, steen, door L. Bertels (Turnhout), retabel verwijderd; vier biechtstoelen, 18de eeuw, eik, twee in het transept afkomstig van de priorij van Corsendonk, twee in de zijbeuken gemaakt naar model van de voormelde, door Jacobus Van der Neer (Antwerpen); doopvont, 19de eeuw, marmer en messing; orgeltribune met portaal, 18de eeuw, eik, afkomstig van de priorij van Corsendonk; orgel, circa 1970, door firma Pels-D' Hondt (Herselt), ter vervanging van het "orgel du Four" uit het tweede kwart van de 20ste eeuw, laatstgenoemde afkomstig van Brussel en verhuisd naar Retie circa 1936, door M. Welte und Söhne (Freiburg); sacristiekast, midden 18de eeuw, eik.

Varia: vermeldenswaardige collectie van gekleurde glas-in-loodramen, door onder meer S. Coucke (Brugge), 1875-1876, (A.) Stalins (Antwerpen), vierde kwart van de 19de eeuw - eerste kwart van de 20ste eeuw, E. Steyaert (Brussel), 1930-1931, J.J. Vosch (Brussel), 1934, L. Hermans (Tienen), 1956, J. Huet (Wortel), 1961; Sint-Jozefsklok, 1803, door C. Drouot; St.-Martinusklok en de Onze-Lieve-Vrouweklok, beide van 1962, door Petit & Fritsen (Aarle-Rixtel, Nederland).

  • Afdeling Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumentenzorg Antwerpen, Cel Monumenten en Landschappen, archief, dossier 1110.
  • Kadaster Antwerpen, Mutatieregisters Retie, schetsen 1874/16, 1927/27.
  • Provinciaal Archief Antwerpen, Kerken, Retie, dossier 1.
  • JANSEN J., Fotorepertorium van het meubilair van de Belgische bedehuizen. Provincie Antwerpen. Kanton Turnhout II, Brussel, 1976, 54-56.
  • S.N., Feest. Sint-Martinuskerk, 125 jaar (brochure Open Monumentendag), Retie, 1998.
  • SNEYERS E., Bijdrage tot de geschiedenis van Retie, s.l., 1972, 171-208.
  • STAPPAERTS R., De Wouwer. Evolutie van een Kempens dorp, s.l., 1999, 303-331.

Bron: De Sadeleer S. & Plomteux G. 2004: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Antwerpen, Arrondissement Turnhout, Kanton Arendonk, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 16N6, Brussel - Turnhout.

Auteurs: De Sadeleer, Sibylle

Datum tekst: 2004

Aanvullende informatie

In het interieur is links van het portaal een koperen (?) en in houten geprofileerde lijst gevatte gedenkplaat aangebracht, voor de gesneuvelden van de Eerste Wereldoorlog. Bovenaan zijn aan weerszijden van de centrale, met eikenranken omgeven piëta het gemeentelijke en nationale wapenschild weergegeven. Centraal staat de tekst "Gedenkt onze helden/ die sneuvelden voor het/ Vaderland", waaronder de namen van de gesneuvelden. Onderaan is verder te lezen "Genadige Jesus geef/ hun de eeuwige rust". Vermoedelijk is ook het buiten het kerkportaal gelegen Heilig Hartbeeld uit 1925 (B. Gerrits, Antwerpen), in verband te brengen met de aan de Eerste Wereldoorlog gerelateerde Heilig Hartverering.

Van Severen, Elke (01-02-2014 )

Relaties

maakt deel uit van Markt

Markt (Retie)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.