Huis van de Heren van Gruuthuse

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie West-Vlaanderen
Gemeente Brugge
Deelgemeente Brugge
Straat Dijver
Locatie Dijver 17, Brugge (West-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Adrescontrole Brugge (adrescontroles: 01-11-2007 - 30-11-2007).
  • Inventarisatie Brugge - deel B (geografische inventarisatie: 01-01-2004 - 31-12-2004).
Links

Juridische gevolgen

is beschermd als monument Huis van de Heren van Gruuthuse

Deze bescherming is geldig sinds 25-03-1938.

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Huis van de Heren van Gruuthuse

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

Beschrijving

Huis van de Heren van Gruuthuse.

Voormalige patriciërswoning van de heren van Gruuthuse. Ze verwierven in de 14de eeuw het gruitrecht en hadden daardoor het monopolie op het verdelen van het gruit, een kruidenmengsel dat diende als basis voor het gruitbier. Thans Gruuthusemuseum, museum voor toegepaste kunst. Kern uit de 15de eeuw, in het vierde kwart van de 19de eeuw grondig gerestaureerd door architect L. Delacenserie (Brugge) en met vleugel aan Gruuthusestraat van het eerste kwart van de 20ste eeuw. Ligging vlak bij de Onze-Lieve-Vrouwekerk en begrensd ten oosten door de Reie, ten zuiden door het voormalige kerkhof van de Onze-Lieve-Vrouwekerk, ten noorden door de Gruuthusestraat, aan westzijde een doorgang naar de Onze-Lieve- Vrouwekerk.
Oorspronkelijk groter geheel, zie Dijver nummer 16, aan oost- en zuidkant begrensd door Groeninge en doorsneden door de Reie. Heden aan westkant van de Reie gelegen complex op onregelmatige plattegrond met binnenplaats: de hoofdvleugel (nok loodrecht op de straat) op L-vormige plattegrond met hoektoren, in de noordwesthoek conciërgewoning, lapidarium shop en tearoom. Het huidige uitzicht is fasegewijs tot stand gekomen en wordt sterk gemarkeerd door de 19de-eeuwse-begin 20ste-eeuwse restauraties en reconstructies van einde 19de eeuw en begin 20ste eeuw.

13de eeuw(?): bouwen van een nieuw "gruuthuis"; de in 1901 en 1908 teruggevonden muurfunderingen aan noord- en westzijde gaan terug tot oudste bouwfase.
Circa 1425: Jan IV van der Aa, de eerste heer van Gruuthuse, bouwt, vermoedelijk op de plaats van het gruuthuis, de Reievleugel met traptoren. Tegen de noordkant van deze vleugel wordt iets later de bottelrie of keuken gebouwd.
Derde kwart van de 15de eeuw Lodewijk van Gruuthuse, de zoon van Jan IV van der Aa bouwt de zuidvleugel, de lagere vleugel rechts van de ingang zou iets jonger zijn dan het hoofdgebouw.
1472: voltooien door Lodewijk van Gruuthuse van de kapel met uitzicht op het koor van de Onze-Lieve-Vrouwekerk. Ongeveer tezelfdertijd verwezenlijken van gebouw op de brug over de Reien, zie Dijver nummer 16.
1479: Lodewijk van Gruuthuse laat aan de noordkant van de binnenplaats de galerij, stallingen en dienstruimten optrekken.
Vierde kwart van de 15de eeuw: aanbouwen van één travee aan de zuidzijde van de Reievleugel.
1562: Marcus Gerards tekent drie vleugels rond een binnenplaats, een brug over de Reie met aan de overkant een ommuurde lusttuin en op de hoek met de Dijver twee diephuizen.
Vóór 1580: vlg. het kadaster is het domein gesplitst in twee percelen ten oosten en westen van de Reie.
1596: het huis van de heren van Gruuthuse geraakt in verval en wordt verkocht aan de Spaanse koning Filips IV.
1623: de koning schenkt het goed aan Wenceslas Cobergher, stichter van de Bergen van Barmhartigheid.
1628: inrichting als Berg van Barmhartigheid. Verbouwingen aan straatvleugel, bijbouwen van westvleugel en wijzigen van het interieur.
1637: opnieuw samenvoegen van oostelijk en westelijk deel.
1641: Sanderus tekent een volledig omsloten bebouwing rond de binnenplaats, gebouw van vijf traveeën en één bouwlaag op de brug en links een ommuurde moestuin.
1662: definitieve splitsing van beide percelen, het linker deel vanaf de brug wordt verkocht aan A. Vander Zijpe die er het Arentshuis bouwt, zie Dijver nummer 16.
Eind 18de eeuw: toevoegen van nieuwe gebouwen ten noorden van de keuken of voormalige bottelrie. De gotische huizen op en naast de brug (huidig nummer 16) worden verbouwd.
1873: het Oudheidkundig Genootschap wil het gebouw inrichten als bewaarplaats van de verzamelingen die zich dan in de Stadshallen bevinden.
1875: aankoop door de Stad.
1883-1895: ingrijpende restauratie naar ontwerp van architect L. Delacenserie (Brugge). Afbreken van gebouwen tussen oostvleugel en ingangspoort, herbouwen van de traptoren aan het water, restauratie van oostvleugel, tevens herbouwen van het gedeeltelijk afgebroken hoektorentje aan de binnenplaats, zie Marcus Gerards (1562). Restauratie van de zuidvleugel: verwijderen van parasietgebouwen en herbouwen van de achtergevel, toevoegen van een vierzijdige uitbouw met trappenhuis; aan de binnenplaats, herbouwen van vijfde travee en toevoegen portaal. Voor zandstenen onderdelen gebruikt men Euvillesteen; vensters worden voorzien van glas-in-loodramen.
1903: plaatsen van het ruiterbeeld boven de ingang.
1900-1901 en 1908: slopen van de panden aan de Gruuthusestraat, blootleggen van funderingsresten van de toren en vloertegels.
1909-1910: verbreden van de Gruuthusestraat en oprichten van nieuwe gebouwen naar ontwerp van architect L. Delacenserie, zie huidige toestand. De ronde hoektoren refereert aan de teruggevonden funderingen. Aanbrengen van vijfdelig reliëf afkomstig van Philipstockstraat nummer 43.
1955: de oudheidkundige verzameling komt in handen van de Stad, inrichting als Stedelijk Museum voor Oudheidkunde en Kunstnijverheid.
1993: restauratie van de gevel aan de Reie.

Aan Dijverzijde, monumentale neogotische ingangspoort van baksteen met gekanteelde afwerking; oorspronkelijk was de toegangspoort gevat in een grote spitsboognis met boven de ingang een Mariabeeld met Kind, geflankeerd door twee engelen. Huidige poort: gebruik van zandsteen voor tudorboogvormige poortomlijsting, beeldnis, spitsboogomlijsting, hoekkettingen, flankerende zuiltjes met beelden van engelen, gevelstenen. Aan de binnenplaats: houten puntgevel versierd met houtsnijwerk en geïnspireerd op middeleeuwse houtbouw.

Gekasseide binnenplaats: langs de zuidgevel natuurstenen platen, onder meer afkomstig van graven, ronde zandstenen waterput aan oostvleugel. Westzijde afgesloten door laag muurtje onderbroken door trapje leidend naar Onze-Lieve-Vrouwekerk en opgesmukt met beeldhouwwerk van P. Pepers afkomstig van het kasteelpark van Rooigem te Sint-Kruis.

Oostvleugel uit het eerste kwart van de 15de eeuw: onderkelderde verankerde baksteenbouw van twee bouwlagen onder zadeldak (leien), met grotendeels bewaarde oorspronkelijke vormgeving .
Aan de binnenplaats, lijstgevel van vijf traveeën + rechts toegangstravee naar de traptoren in de oksel. Tijdens de restauratie in het vierde kwart van de 19de eeuw: verbouwen van drielichtvensters op de begane grond; de getrapte toppen van de drie dakvensters en het inbrengen van de rechter deur gaan mogelijk terug op grafische bronnen, reconstructie van de balustrade, zie bewaarde resten. Gebruik van zandsteen voor hoekketting, kruis- en bolkozijnen met negblokken en balustrade. Rechter travee gevat in tudorboognis met driepas: boven de deur met buitentrapje, hoge zandstenen tudorboognis met wapenschild van de heren van Gruuthuse geflankeerd door eenhoorns, daarboven rechthoekig venster in spitsboognis met driepas, rechthoekig dakvenster in accoladeboognis met driepas. Dakvlak verlevendigd met dakkapelletjes.
Aan de Noordzijde van de vleugel, zogenaamd bottelrie: driezijdige aanbouw onder spits dak met dakkapelletje; gebruik van zandsteen voor hoge plint, hoekkettingen en vensters, onder meer kruiskozijn rechts. Ingang ligt verzonken, geblokte rondboogingang.

Reiegevel. Verankerde punt- en lijstgevels; ongelijke travee-indeling. 19de-eeuwse restauratie: herstellen van baksteenparement en aanbrengen van zandstenen elementen. In 1993 consoliderende restauratie naar ontwerp van gebouwendienst van Stad Brugge. Rechthoekige vensters met zandstenen kruis- en bolkozijnen gevat in travee-nissen met eenvoudig maaswerk op borstweringen en in de boogvelden; kelderopeningen met traliewerk, op de begane grond enkele met vensterkorven. Van links naar rechts puntgevel: één travee-brede aanbouw van het vierde kwart van de 15de eeuw. Travee-nis afgewerkt met gekoppelde spitsbogen en versierd met zandstenen drielob. Op de bovenverdieping kruiskozijn in gekoppelde spitsboognis en daarboven bolkozijn. Puntgevel afgewerkt met kruisbloem. Zijgevel van drie traveeën en lagere aanbouw van één travee, kruiskozijnen met negblokken, bovenbouw met quasi blinde gevel, miniatuurvenstertje.
Grote puntgevel: drie traveeën gevat in grote spitsboognis, opengewerkt met driepas, twee- en drielobben refererend aan de houtbouw. De neuzen zijn versierd met beschilderde wapenschilden van Jan IV van der Aa, de eerste heer van Gruuthuse, en zijn vrouw Agnes van Mortaigne. Lijstgevel van drie traveeën met afwijkende linker travee: later toegevoegd benedenvenster wijkt af van de as, op de bovenverdieping sporen van oudere opening. Ter hoogte van de bouwnaad traptoren met ingesnoerde torenspits, sporen van tribune; bij de restauratie van 1883-1895 wordt de toren hoger opgetrokken en de vorm licht gewijzigd.
Tweede lijstgevel van z.g. keuken had oorspronkelijk op de begane grond drie vensters in plaats van huidige twee. Zandstenen balustrade met visblaasmotief en waterspuwers toegevoegd bij restauratie van 1883-1895 en geïnspireerd op bewaard fragment van de zuidvleugel. Vijf dakkapelletjes, schoorsteenschachten met polygonale rookmonden.

Zuidvleugel uit het derde kwart van de 15de eeuw. Onderkelderde verankerde baksteenbouw met hoger linker deel van drie bouwlagen en lager rechter deel van twee bouwlagen onder zadeldaken (leien). Zie Marcus Gerards (1562) telde linker deel één bouwlaag, Sanderus (1641) tekent er twee: tweede verdieping dateert wellicht van circa 1628 bij de herbestemming als Berg van Barmhartigheid. Voor- en achtergevel zijn resultaat van ingrijpende, historiserende restauratie uit het vierde kwart van de 19de eeuw. Gebruik van zandsteen voor plint, negblokken, kruis- en bolkozijnen, balustrade, dakvensters. Rechthoekige vensters, getralied op de kelderverdieping en op de begane grond.
Gevel aan de binnenplaats. Links: lijstgevel van vijf traveeën in doorlopende nissen is resultaat van de 17de-eeuwse verbouwing en 19de-eeuwse restauratie. Bij laatst genoemde horizontaal afdekken van bovenste vensters in plaats van segmentbogen., herbouwen van de vervallen dakvensters, reconstructie van de balustrade, zie bewaarde fragmenten in rechter deel. Terugvinden van sporen van bordes, op die plaats maken van neogotische ingangspartij met buitentrap: daartoe gedeeltelijk verwijderen van het bovenvenster, aanbrengen van zandstenen portaal met beeldnis geïnspireerd op kasteel te Blois; rijke neogotische versiering. Beeldhouwer G. Pickery (Brugge) gebruikt beeld van Louis XII als model voor zandstenen ruiterbeeld (1901) van Lodewijk van Gruuthuse, plaatsing in 1903.
Rechter lijstgevel van drie traveeën 19de-eeuwse restauratie: verwijderen van rechter aanbouw en op die plaats invoegen van derde travee. Vensters op de bovenverdieping hebben doorlopende lekdrempels. Dakvenster met trapgevel geflankeerd door balustrade, vier dakkapelletjes in het dakvlak.

Vleugel op de bovenverdieping verbonden met Onze-Lieve-Vrouwekerk door bidkapel boven doorgang, laatst genoemde op de begane grond met twee korfboogpoorten, daarboven verweerde zandsteen met rest van console, op de bovenverdieping betralied rechthoekig venster in spitsboognis; ijzeren hek.
De 15de-eeuwse traptoren, in de oksel van zuid- en oostvleugel is reeds in 1641, zie Sanderus, gedeeltelijk afgebroken; hij wordt in 1894 volgens tekening van Marcus Gerards (1562) terug opgebouwd. Polygonale toren met boven het spitse dak natuurstenen spitsbooggalerij afgewerkt met balustrade; flankerend, hoger opgaand, rond torentje met kegeldak.
Achtergevel. Lijstgevel van vijf traveeën met vierzijdige uitbouw ter hoogte van tweede travee en aan zuidwestzijde geflankeerd door achtzijdig traptorentje. Tijdens restauratie wegbreken van parasietgebouw rechts van traptoren en één travee-brede gotische trapgevel versierd met lisenen. Nieuw gebouwde gevel, weinig geïnspireerd op de oorspronkelijke toestand, plaatsen van vier neogotische dakvensters en borstwering, zie bewaarde resten boven de rechter travee.; boven de traptoren komt een hogere spits met klokje. De vierzijdige uitbouw, onder meer opengewerkt met lisenen en boogfriezen is bekroond met galerij onder tentdak.

Interieur. Door 17de-eeuwse verbouwingen en 19de-eeuwse aanpassingen in functie van museum, weinig oorspronkelijk; 19de-eeuwse indeling met neogotische versiering geïnspireerd op 15de-eeuwse voorbeelden. Nog aanwezig vóór de restauratie: balken met sleutelstukken versierd met de wapens en initialen L en M (Lodewijk en Margareta) met voorstelling van het Gulden Vlies en afbeelding van bombarde; in de zuidvleugel resten van groenrode beschildering op muren en vloer en met het Gruuthusedevies "PLUS EST EN VOUS"; laatst genoemde ook op houten gebeeldhouwde friezen. Heden zijn nog enkele 15de-eeuwse elementen bewaard. In de keuken: brede, monumentale zandstenen schouw met zuilen met bladkapitelen, deels gepolychromeerde zijwangen. Op de begane grond, in de muur ingewerkt restant van flankerende zuiltjes van vroegere deuropening.
Bidtribune op de bovenverdieping: verbindt zuidvleugel en noordelijke kooromgang van de Onze-Lieve-Vrouwekerk en met een benedenkapel aansluitend bij de kerk (zie aldaar). De bovenkapel is een rechthoekige, volledig met hout beklede ruimte, met een vijfzijdige sluiting aan kerkzijde. Spitstongewelf doorbroken door twee standvensters, gewelfribben steunen op met engeltjes gebeeldhouwde consoles, daartussen het devies "PLUS EST EN VOUS". Gewelfvlakken waren oorspronkelijk met papieren bloemmotieven en deviezen beplakt, enkele sporen blijven bewaard. Aan de vensters, met uitzicht op het koor van de kerk, staat een bidbank. Aan koorzijde sierlijke houten afwerking met verfijnde versiering o.m. met initialen, devies, wapenschilden en bombarde.
Voorts in de traptoren een zandstenen spiltrap. Op de zolder van de Reievleugel: een laatgotische zandstenen schouw met hoofden, twee opgeklampte deurtjes met bewaard schrijn-, hang- en sluitwerk, strijkbalk op gebeeldhouwde console; dakconstructie met schaargebinten. Op de zolder van de zuidelijke aanbouw uit het vierde kwart van de 15de eeuw sleutelstukken met initialen L & M en dakconstructie met sporenkap.
Voorts is het interieur haast volledig heringericht door architect L. Delacenserie: totaalconcept in neogotische stijl met verwijzingen naar de heren van Gruuthuse door middel van initialen, devies, wapenschild en bombarde. Indrukwekkende inkom en trappenzaal met houten bordestrap en balustrade op de bovenverdieping, houten zoldering met gesculpteerde hanggewelven. Meerdere monumentale zandstenen schouwen met gebeeldhouwde haardbalken. Doorgedreven vormgeving in geprofileerde deuromlijstingen, deuren en deurklinken, vensterluiken, balkwerk, smeedijzeren leuningen, gepolychromeerde friezen, parket, cementtegels onder meer met afbeelding van wapenschild en bombarde.
Op de begane grond: zandstenen 15de-eeuwse schouw afkomstig van een pand aan de Mariastraat en een in 1974 aangekochte arduinen schouw, met wapen van de Habsburgers, afkomstig van Roubaix.

Conciërgewoning en lapidarium. Na de sloop van oude 15de-17de-eeuwse gebouwen in 1909-1910: oprichting van een nieuwe constructie naar ontwerp van L. Delacenserie en zodoende herstellen van het gesloten karakter van de binnenplaats. Opgravingen van 1901 en 1908 hebben funderingen van veldsteen en baksteen blootgelegd. Geheel van bakstenen gebouwen van één en twee bouwlagen op L-vormige plattegrond in neo-Brugse stijl en met dominerende ronde toren. Het middendeel met lapidarium, heeft aan binnenplaatszijde een lijstgevel van zes traveeën, rechts ingewerkte traptoren en op de begane grond tudorbooggalerij op zandstenen zuilen. Op de hoek van de conciërgewoning, fraaie smeedijzeren arm met vergulde halve maan als uithangbord, aan de straatgevel bijwerken en inmetselen van gebeeldhouwde fries afkomstig van Philipstockstraat nummer 43 en zie afbeeldingen horend bij Gruuthuse: initialen L en M, bombarde centraal in een tuin geplaatst, afgewisseld met voorstelling van tenten.

  • Afdeling Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumentenzorg West-Vlaanderen, Cel Monumenten en Landschappen, archief, doss. DW000036.
  • BEERNAERT B., CARDINAEL P., Open Monumentendagen. Een tuin is meer dan er staat, Brugge, 2002, p. 30-35.
  • BEERNAERT B., D'HONDT J., Jaarboek Stedelijke Musea, 1995-1996, p. 174-189.
  • CONSTANDT L. (ed.), Behoedzaam omgaan. Monumentenzorg in Brugge, 1988-1993, 1994, p. 55-56.
  • DEVLIEGHER L. 1975: De huizen van Brugge, Kunstpatrimonium van West-Vlaanderen 2-3, Tielt, 59-67.
  • DEVLIEGHER L., De bouwgeschiedenis van Gruuthuse, in West-Vlaanderen, 1957, p. 10-13.
  • WITTEVRONGEL K., De restauratie van Gruuthuse te Brugge -1883-1911 , in Gentse bijdragen tot de kunstgeschiedenis, HIKO, RUG, XXIII, 1973-1975.

Bron: Gilté S., Vanwalleghem A. & Van Vlaenderen P. 2004: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Stad Brugge, Middeleeuwse stadsuitbreiding, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 18NB Zuid, Brussel - Turnhout.

Auteurs: Gilté, Stefanie; Van Vlaenderen, Patricia & Vanwalleghem, Aagje

Datum tekst: 2004

Relaties

maakt deel uit van Dijver

Dijver (Brugge)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.