Geografisch thema

Kronenburgstraat

ID: 11308   URI: https://id.erfgoed.net/themas/11308

Beschrijving

De Kronenburgstraat is een rechte straat die de Klooster- met de Kasteelpleinstraat verbindt. Samen met de Kasteelpleinstraat vormt ze de noordoostelijke grens van het Zuidkwartier, waarbij de noordzijde aansluit bij de bebouwing van de historische stad. De straat maakt deel uit van het oorspronkelijke verkavelingsplan van het Zuid zoals opgemaakt in 1875. In 1913 werd ze verbreed en in 1921 werd een nieuwe rooilijn goedgekeurd. De straatnaam, goedgekeurd in 1876, verwijst naar een oudere Kronenburgstraat of Kronenburgpoortstraat, die samen met de gewezen Kaaistraat circa 1803 verdween om plaats te maken voor het arsenaal en de scheepstimmerwerven van Napoleon (zie Timmerwerf- en Arsenaalstraat).

De percelen aan de zuidzijde van de straat, met de even huisnummers, behoren tot de terreinen van de Zuidverkaveling. De bebouwing die we hier terugvinden sluit aan bij architectuur die typisch is voor het Zuid: burgerwoningen gebouwd in het laatste kwart van de 19de of begin 20ste eeuw, doorgaans drie traveeën en drie bouwlagen tellend, en afgewerkt met een neoclassicistische of een eclectische gevel. Omdat de verkoop van de bouwgronden niet optimaal verliep en pas vrij laat op gang kwam, zijn er op het Zuid relatief weinig woningen te vinden uit de beginjaren van de wijk, namelijk uit de jaren 1870. In de Kronenburgstraat zijn echter wel een aantal zeer vroege woningen te vinden. De kavels zullen vrij aantrekkelijk geweest zijn door hun nabijheid bij de oude stad en door het feit dat de noordzijde van de straat al van bebouwing was voorzien. De opvallende neo-Vlaamse renaissancewoning op nummer 112 werd al rond 1877 gerealiseerd en kreeg een expressieve gevel mee die representatief is voor de stijl en afwerking die de goedkeuring van de Société Anonyme du Sud d’Anvers kon genieten. Kenmerkend voor de Kronenburgstraat is dat hier in 1878-1879 een reeks meergezinswoningen werd gebouwd naar ontwerp van Victor Durlet, waarvan de eenheidsbebouwing tussen nummers 60 en 68 bestemd was als arbeidershuisvesting. Achter de hoofdvolumes aan straatkant, zijn achterhuizen voorzien met op elke bouwlaag een aantal appartementen. Deze opdeling werd herhaald bij de panden die Durlet voor privé-eigenaars bouwde op nummers 50-58.

Twee voorbeelden uit de jaren 1880 zijn de nummers 86 en 88, allebei neoclassicistische burgerhuizen die de conventionele opbouw en afwerking van dit type woning volgen en daarmee goede voorbeelden zijn van de basisbebouwing op het Zuid. Nummer 86 werd in 1886 ontworpen door L. Hamaide voor Ed. Boelens-Demageere en werd ondertussen gedecapeerd; nummer 88 is een ontwerp dat Emile Thielens in 1884 tekende voor Hippolyte Kennes. Het hoekpand met de Lambermontstraat dat bij deze twee woningen aansluit is met zijn gele bakstenen parement met opvallen siermetselwerk typerend voor het materiaalgebruik uit de eerste jaren van de 20ste eeuw. Aannemer Ph. Ahlstrand bouwde het pand voor eigen rekening rond 1904. Uit hetzelfde jaar dateert het bouwdossier van de sterk verbouwde eclectische panden op nummers 22-24, die als huis met achterliggende magazijnen voor Eug. Roels werden gebouwd. De rode bakstenen gevels van nummers 26-28 werd eveneens sterk aangepast en dateren vermoedelijk van eind 19de eeuw.

Het meest opvallende pand dat in de Kronenburgstraat op de Zuidgronden werd gebouwd, is de haringrokerij op nummer 34. De gebroeders Vanden Bemden richtten dit visverwerkingsbedrijf op in 1893 en lieten de gebouwen ontwerpen door Henri Thielens, met latere uitbreidingen door A. Cols & Defever. Dit als monument beschermde industriële complex is vooral bekend als één van de vroegste en tevens een van de beste voorbeelden van collectief wonen, gerealiseerd in de jaren 1990.

Verder is in deze straat een van de weinige eind-19de-eeuwse katholieke scholen op het Zuid gelegen, op nummer 30.

De kavels aan de noordzijde van de Kronenburgstraat, aansluitend bij de oude stad, zijn bijna volledig ingenomen door bebouwing uit de 20ste eeuw. Het enige voorbeeld van bebouwing met een historische kern dat hier nog bewaard is, is de hoekwoning met de Begijnenstraat op nummer 65. Op beide hoeken met de Nationalestraat domineren grote interbellumcomplexen het straatbeeld: aan oostzijde het Tropisch Instituut van 1933 (zie Nationalestraat 155), aan westzijde de modernistische woningblokken naar ontwerp van G. Fierens van 1937-39. Op nummer 45, ten oosten van het Tropisch Instituut, steekt de opvallende hoogbouw van het Provinciaal Instituut voor Hygiëne boven de andere bebouwing in de buurt uit. In 1969 liet het provinciebestuur hiervoor de huizenrij van nummer 45 tot 53 afbreken. In 1973 wordt de bouwaanvraag goedgekeurd voor het Instituut voor Hygiëne en Scheikunde, een ontwerp van het Borgerhoutse architectenbureau Stynen, bestaande uit J.L. Stynen en H. Van den Berghe.

  • Stadsarchief Antwerpen, Bouwdossiers, 18 # 55375 (45), 18 # 55923 (45), 1904 # 1194 (22-24), 1904 # 2123 (84), 1886 # 90 (86), 1884 # 709 (88).
  • PRIMS L. & DE MEYER R. 1993: Het Zuid (Antwerpen 1875-1890). Architectuur & maatschappij, Antwerpen, 83-100.

Bron     : -
Auteurs :  Hooft, Elise
Datum  : 2012


Relaties

  • Omvat
    Eclectische eenheidsbebouwing

  • Omvat
    Haringrokerij

  • Omvat
    Hoekpand De houten lepel

  • Omvat
    Modernistische woonblokken Onze Woning

  • Omvat
    Neoclassicistisch burgerhuis

  • Omvat
    Neoclassicistisch burgerhuis

  • Omvat
    Neorenaissance burgerwoning

  • Omvat
    Neorococo appartementsgebouw

  • Omvat
    Parochiale jongens- en meisjesschool

  • Omvat
    Twee neoclassicistische woon- en winkelpanden

  • Is deel van
    Het Zuid