erfgoedobject

Historische stadskern van Nieuwpoort

archeologisch geheel
ID: 140009   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/140009

Juridische gevolgen

Beschrijving

Algemene Beschrijving

Nieuwpoort is ingeplant op de top van het duin ‘Sandeshoved’, dat zich van de vroege middeleeuwen tot in de loop van de 12de eeuw ten zuiden van de – definitieve - IJzer-monding had gevormd. De stad kwam tot stand op de rand van het duin. De duinvorm is nog altijd in de huidige topografie voelbaar. Het hoogteverschil bedraagt lokaal toch wel een paar meter. Bij enkele archeologische sonderingen is vastgesteld dat het oorspronkelijk maaiveld 1,5 tot 1,8 m dieper zit (7 à 8 m TAW). Op het gewestplan staat de historische kern van Nieuwpoort ingekleurd als woongebied met culturele, historische en/of esthetische waarde, parkgebied, lokaal bedrijventerrein met open karakter en een zone voor jachthavenontwikkeling. De Ganzenpoot en de Sint-Laurentiussite zijn beschermd als stadsgezicht.

Archeologische nota

Nieuwpoort - novus portus: nieuwe stad - is geen organisch gegroeide, maar een gestichte stad, en wel in 1163, weliswaar ter hoogte van een kleine vissersnederzetting (Degryse 1994). Grevelingen, Duinkerke, Damme, Biervliet en Mardijk horen eveneens in dat rijtje thuis. Deze 6 stadjes zijn gesticht door de graaf van Vlaanderen, Filips van den Elzas, en speelden een rol in zijn project van de economische uitbouw van de kustvlakte. Kanalisatie van de belangrijke waterlopen en de creatie van nieuwe havens waren speerpunten in dit plan. Zuidoostelijk van de stichting (ter hoogte van de huidige Ganzenpoot) kwam de eerste ontwateringsinfrastructuur van de IJzergolf tot stand. Het plan achter de stichting vertaalt zich in een dambordvormig stratenpatroon en ook dat vertoont een ontwikkeling. Het centrale gedeelte (Langestraat, Kokstraat, Schipstraat, op het hoogste punt) werd immers zowel in noordelijke, westelijke als oostelijke richting uitgebreid. Aan de oostzijde kwam op het eind van de 13de eeuw (1296?) zelfs een nieuwe parochie, Sint-Laurentius, tot stand (Termote 1992).

In 1236, na een bloedig conflict over de haringtienden liet de graaf op de zuidoosthoek van de toenmalige vestiging (Pottersstraat-Arsenaalstraat) een dwangburcht (motte) opwerpen, die echter al in 1241 zijn functie verloor (Degryse 1994). Na de plundering van de stad in 1383 wordt het toenmalige stadsareaal omwald, versterkt en voorzien van poorten. Daarbij integreerde men ook de Sint-Laurentiuskerk (de toren en de kruisbeuken) door ze in 1385-87 tot een omgracht kasteel (met zicht op de Magna Sclusa, de latere Ganzenpoot) om te bouwen. De stadsmuur kwam tot stand tussen 1386 en 1404. Op die manier ontstond een min of meer vierkante plattegrond (Termote & Vandamme 1988; Termote & Vandamme 1989; Termote 1992).

De stadsmuur werd verschillende malen aangepast aan de veranderende belegeringstactieken. De uitbouw van bastions vóór de poorten en de haveningang in 1576 was een belangrijke toevoeging. In de 2de helft van de 17de eeuw kwam een complexe gebastioneerde verdedigingsgordel met grachten en ravelijnen tot stand. Naderhand zouden ook de Hollanders hier nog aan sleutelen. In het noorden moest de nieuwe, grote redan de haven beschermen (Termote 1992).

Nieuwpoort raakte volledig verwoest tijdens de Eerste Wereldoorlog. Er zijn dan ook structuren bewaard, die met die oorlog in verband staan. Onder Nieuwpoort zou zich zelfs een sterk uitgebouwd tunnelcomplex bevinden (Barton e.a. 2005).

De burgerlijke gebouwen, zoals de halle, het stadhuis en de gevangenis, benadrukten de stedelijke aard van Nieuwpoort. Na de godsdiensttroebelen zijn er in de stad verschillende kloosters gesticht: recolletten, kartuizers, zwarte zusters, grauwe zusters, franciscanessen, … Voorheen waren er al minderbroeders en annuntiaten en ook had de Duinenabdij er een refuge. Er zijn verschillende gilden en gildenhuizen bekend. De Sint-Jorisgilde duikt in de bronnen herhaaldelijk op. Door zijn ligging heeft Nieuwpoort nog elementen, zoals sassen en sluizen, die mee geëvolueerd zijn met de veranderende vestingswerken. Ook de haveninfrastructuur met onder andere beschoeiingen en aanlegsteigers, heeft vermoedelijk sporen nagelaten. Naast het gebruikelijke artisanaat, dat in een modale Vlaamse, middeleeuwse stad wordt verwacht, zal hier ook materiaal opduiken i.v.m. de visserij en de zeehandel, zoals de scheepsbouw. Ook de zoutziederij kan zich aandienen. De zoutketen stond via buizen in verbinding met de kaai (Dalle 1981).

In Nieuwpoort is met uitzondering van de Laurentiustoren (Termote & Vandamme 1988; Termote & Vandamme 1989) tot dusver geen archeologisch onderzoek van betekenis doorgegaan. Wel zijn er enkele kleine werfcontroles doorgegaan o.a. in de havenkom en konden enkele verzamelingen bestudeerd worden (Termote 1984; Termote 1985).

Evaluatie van de bewaringstoestand en motivatie voor de afbakening

De stedelijke ruimte bewaart sporen van samenlevingen die daar achtereenvolgens aanwezig waren en deze ruimte aan hun noden hebben aangepast. Ze is met andere woorden het resultaat van een complex levenstraject waarbij de invulling veranderlijk was naargelang de sociaal-economische, maatschappelijke en institutionele context. Meer nog dan bij dorpen hebben stadsplattegronden een cumulatief karakter en verschillende fasen. De meeste steden zijn niet als geheel gepland, maar hebben vaak een oude nederzettingskern die teruggaat op een burcht of abdij, een economische infrastructuur of andere. Soms kunnen deze zelfs refereren naar een oudere, vroeg- of pre-middeleeuwse aanwezigheid.

Het gebruik van de 19de-eeuwse kadasterkaart (gereduceerd kadaster) als bron voor het onderzoek naar de historische gelaagdheid van een stad wordt gesuggereerd omdat deze een tijdsbeeld geeft van net voor de industrialisering en omdat dit de eerste nauwkeurige versie van het kadaster is met perceelsaanduiding. De oorspronkelijke perceelsindeling van een stad is een relatief stabiel element in de plattegrond, die vaak een prestedelijke oorsprong kent. Ondanks de processen van herverdeling blijven oude bezitsgrenzen en straatpatronen toch lang zichtbaar in het stedelijke landschap. De historische stedelijke kernen zijn immense archeologische sites en behoren tot de meest uitgebreide en complexe sites ter wereld, zowel in extensie als in stratigrafie. Tegelijkertijd zijn deze sites door permanente verstedelijking en stedelijke ontwikkeling ter plaatse zwaar bedreigd.

Wat betreft de afbakening wordt er traditioneel van uitgegaan dat de aanwezige versterkingen in de eerste plaats louter defensieve structuren waren en als dusdanig infrastructuur met een zware belemmerende invloed op de stadsontwikkeling. Hieruit volgt de constructie om de stadswallen te beschouwen als grenzen aan de stadsgroei en dus als bepaling van stadsfasen. De stadswallen vormen een belangrijk onderdeel van de stedelijke identiteit en zijn als zodanig actieve componenten en bepalend voor de conceptuele stedelijke ruimte vóór de industriële periode en dus ook betekenisvol als afbakening van de complexe archeologische sites die steden zijn.

Omwille van al deze redenen wordt de grens van de archeologisch complexe en waardevolle ruimte vastgelegd op de buitenste afbakening van de stadsgracht rond de wallen en muren. De grachten bieden bovendien goede bewaringscondities voor organisch stedelijk afval. In een aantal gevallen werden de laatmiddeleeuwse muren tussen de 16de en de 18de eeuw vervangen door bastions en Vaubanversterkingen. De vergelijking met oudere stadsplannen laat echter steeds zien dat deze latere omwallingen ook de volledige laatmiddeleeuwse ruimte omvatten.

Het intekenen van de kernen gebeurde vanuit de ruimste perceelsafbakening en rekening houdend met belangrijke fysieke grenzen. Deze afbakening concentreert zich in de eerste plaats op de begrenzingen die zichtbaar zijn op de kaart, zoals stadsmuren, omwalling, stadsgrachten. Ook de open ruimten tussen de bebouwde kern en strategische elementen, zoals de rivieroever, worden opgenomen. Op deze manier zijn we honderd procent zeker dat de afbakening van de historische stedelijke kernen in Vlaanderen dekkend is voor de volledige zone met complex stadsarcheologisch erfgoed (Tys e.a. 2010).

Bibliografie

De vesting Nieuwpoort, ontwerp van de verbouwing 1816-1822 (Brussel, ARA, Kaarten en plannen, 5552).

Gereduceerde Kadasterkaart van België, Dépôt de la Guerre, uitgegeven in 1845-1855, schaal 1:20.000.

BARTON P., DOYLY P. & VANDEWALLE J. 2005: Beneath Flanders Fields Tunnels en mijnen 1914-18, Zonnebeke

DALLE G. 1981: Gids voor Veurne-Ambacht, Antwerpen

DEGRYSE R. 1994: De vroegste geschiedenis van Nieuwpoort. Een havenstad en omgeving in Westelijk Vlaanderen tot 1386, Nieuwpoort.

TERMOTE J. 1984: Het archeologisch onderzoek in de Westhoek in 1983-84, WAVO Berichten 4, 4

TERMOTE J. 1985: Het archeologisch onderzoek in de Westhoek in 1985, WAVO Berichten 5, 3-4

TERMOTE J. & VANDAMME P. 1988: Onderzoek van de site van de Sint-Laurentiuskerk te Nieuwpoort (W.-Vl.), Archaeologia Mediaevalis 11, 55-56.

TERMOTE J. & VANDAMME P. 1989: De situs van de Sint-Laurentiuskerk te Nieuwpoort (W.-Vl.), Archaeologia Medaevalis 12, 39-40.

TERMOTE J. 1992: Wonen op het duin. De bewoningsgeschiedenis van de Westduinen vanaf het Neolithicum tot de Franse Revolutie, in TERMOTE J. (red.), Tussen land en zee. Het duingebied van Nieuwpoort tot De Panne, Tielt, 67-71.

TYS D., BUYLE E., VERDURMEN I. & CANTERS F. 2010: Vectorisering en karakterisering van nederzettingskernen op basis van het zgn. 'gereduceerd kadaster', Skar-Rapport 5, Brussel.


Bron     : AZ-dossier
Auteurs :  Dewilde, Marc
Datum  : 2014


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Historische stadskern van Nieuwpoort [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/140009 (Geraadpleegd op 06-12-2019)