Provinciaal Hof

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie West-Vlaanderen
Gemeente Brugge
Deelgemeente Brugge
Straat Markt
Locatie Markt 3, Brugge (West-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Adrescontrole Brugge (adrescontroles: 01-11-2007 - 30-11-2007).
  • Inventarisatie Brugge - deel A (geografische inventarisatie: 01-12-1999 - 31-12-1999).
Links

Juridische gevolgen

is beschermd als monument Provinciaal Hof

Deze bescherming is geldig sinds 28-03-2002.

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Provinciaal Hof

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

is deel van de bescherming als stads- of dorpsgezicht, intrinsiek Markt en Burg met omgeving

Deze bescherming is geldig sinds 15-03-2017.

Beschrijving

T-vormig gebouw in neo-Brugse stijl met representatieve westvleugel als dominant, centraal element van de oostelijke Marktzijde; de oostelijke achtervleugel met vergaderfunctie is omgeven door een kleine binnenplaats en tuin aansluitend bij die van de ambtswoning van de gouverneur; in de zuidwestelijke oksel van beide vleugels bevindt zich het deels ingebouwde trappenhuis met de staatsietrap. Samen opgetrokken met het rechts aanpalend Postgebouw naar ontwerp van architecten L. Delacenserie (Brugge) en R. Buyck (Brugge) van 1885 en 1909, zie de twee bouwfasen respectievelijk 1887-1892 en 1914-1921. Sinds najaar 1999 vergadert de provincieraad in het Provinciaal Administratief Centrum te Sint-Andries (Brugge). Het Provinciaal Hof heeft thans een representatieve functie en fungeert tevens als tentoonstellingsruimte. Binnenin vermeldt een gedenkplaat - 150 jaar provinciewet - de bouwgeschiedenis van het Provinciaal Hof.

1850: het provinciebestuur verwerft het huis De Brock, centraal pand van de laatclassicistische eenheidsbebouwing van 1789-1791 aan de oostelijke Marktzijde. Op de binnenplaats, oprichting van een raadszaal die tevens paalt aan de in het voormalige bisschoppelijk paleis aan de Burg ondergebrachte ambtswoning van de gouverneur. Tot dan toe vergaderde de provincieraad in de zogenaamde "Gotische zaal" van het stadhuis.

1878: de verwoestende brand van het midden- en rechter gedeelte van de laatclassicistische eenheidsbebouwing, die toen reeds lang een doorn in het oog was van de voorstanders van de "Brugse stijl", zie onder meer J. Weale, leidt voor een pleidooi voor een nieuwe oostelijke Marktvleugel in neo-Brugse stijl én naar opdracht van een Brugse architect: naast het Provinciaal Hof zouden er ook andere openbare diensten als Post en Telegraaf, Bruggen en Wegen, en Spoorweg worden ondergebracht. Dit impliceert de afbraak van de niet uitgebrande huizen links bij de hoek Philipstockstraat.

1881: vermelde Brugse architecten dienen hun plannen voor Provinciaal Hof en Postgebouw in, waarna de Bestendige Deputatie een adviescommissie opricht; haar opmerkingen betreffen onder meer het te weinig uitgesproken Brugs karakter van het concept (!), inzonderheid het onvoldoende benadrukte verticalisme.

1885: de goedgekeurde herwerkte plannen worden nu aan de K.C.M. voorgelegd. Deze plannen voorzien ter hoogte van de binnenplaats een galerij op vier zuilen als verbinding tussen de ambtswoning van de gouverneur en de bovenverdieping van het Provinciaal Hof (niet uitgevoerd).

1886: K.C.M. stelt een versobering van de gevels voor, vindt het grote oostelijke venster eerder een element van de kerkelijke dan van de burgerlijke bouwkunst, en acht tenslotte het uitgangspunt - bouwen in neo-Brugse stijl - verkeerd.

Nieuwe tekeningen houden rekening met de opmerkingen van de K.C.M., zonder af te wijken van het eerder gestelde uitgangspunt.

20 maart 1886: uiteindelijk goedkeuring van de plannen door de K.C.M. 1887: aanbesteding van de bouwwerken van Provinciaal Hof en Postgebouw. Grond- en funderingswerken zijn inmiddels reeds uitgevoerd.

1892: in gebruikname van het Provinciaal Hof, waarvan enkel de zeven rechter traveeën zijn voltooid. Het Postgebouw is reeds sinds september 1891 in gebruik.

1891-1909: geleidelijke afwerking van het exterieur en interieur, ook hier met uitgesproken Brugse inbreng wat de uitvoering betreft. Tien vorstenbeelden en bijhorende consoles in de raadzaal door H. Pickery (1891-1892) naar het iconografisch programma opgesteld door J. Bethune en dr. De Meyer, tevens voordragers van de hier aanwezige muurschilderingen met beroemde landgenoten. Twee leeuwenbeelden aan de toegangstrap en tien kleine beelden van bekende Vlamingen uit de Middeleeuwen samen met de gewelfconsoles van het trappenhuis binnenin, door respectievelijk H. en G. Pickery (Brugge). Groot oostelijk venster van de raadzaal met glasramen door J. Dobbelaere, die hier ook talrijke andere ramen van wapenschilden voorziet. Koperen Sint-Michielsbeeld van voorgevel naar ontwerp van G. Pickery, en kroonluchters in trappenhuis en raadzaal naar ontwerp van architecten L. Delacenserie en R. Buyck, door kunstsmid E. De Vooght (Brugge).

1914-1921: optrekken in aansluitende bouwtrant van de linker vleugel - drie traveeën - van het Provinciaal Hof naar ontwerp van architecten L. Delacenserie en R. Buyck van 1909. Iconografisch programma van de glasramen - voornamelijk allegorische voorstellingen - en de schouwbeelden bepaald door kannunik A. Duclos. Inmiddels is reeds sinds 1914 de ambtswoning van de gouverneur naar ontwerp van architect J. Coomans klaar; in dit hoekpand bij de Philipstockstraat - initieel voorzien als locatie van de Spoorwegadministratie - trekt tenslotte het Bestuur van Bruggen en Wegen in.

Met de voltooiing van het Provinciaal Hof is de monumentale oostelijke gevelwand van de Markt uiteindelijk volledig.

1979: reinigen en herstellen van de Marktgevel.

Rechthoekige Marktvleugel van tien traveeën en twee bouwlagen - onderkelderd met uitzondering van rechter koetspoorttravee - onder leien zadeldak, tussen derde en zevende travee onderbroken door inkompartij van drie traveeën en drie bouwlagen onder hoog dito schilddak. Voorgevel als imitatieve, versoberde variante - geen beeldnissen! - van die van het stadhuis van 1376-1421 met inbegrip van zijn 19de-eeuwse restauratie en -toevoegingen, zie het gebruik van natuursteen zijnde Euvillesteen. Verticale indeling met Brugse traveeën, type I, de kruiskozijnen via uitgewerkte borstwering overgaand in tweelichten met maaswerk onder accolade-bogige druiplijst voorzien van hogels en kruisbloem; aflijnende borstwering met pinakels en arkeltjes onder stenen spits, evenals het imposante zadeldak met vorstkam voorzien van hogels en kruisbloemen, de houten dakkapellen en de hoge zijpuntgevels met aandak uitlopend in geprofileerde schoorsteen. Anderzijds, twee grote natuurstenen dakkapellen waarvan puntgevel afgelijnd met hogels en pinakels, zie die van het door architect L. Delacenserie in 1883-1895 gerestaureerde "Hof van Gruuthuse" (15de eeuw). Voorts, benadrukte inkompartij. Monumentale toegangstrap met opengewerkte leuning aanzettend bij twee schildhoudende leeuwen en eindigend op twee lantaarns. Geprofileerde tudorbogige hoofdingang onder druiplijst met hogels, tussen tweezijdige pinakels; maaswerk in het bovenlicht; middenpijler met beeld van de Maagd van Vlaanderen. Erboven, resp. vier en drielicht onder uitgewerkte puntgevel met het provinciewapen en zijn schildhouders; flankerende pinakels en bekronend Sint-Michielsbeeld van koper. Onder de vorstkam van het schilddak, een vergulde L verwijzend naar de toenmalige koning Leopold II, tussen de wapenschilden van Vlaanderen en Oud-Vlaanderen. Tudorbogige koetspoort met dienstdeurtje links ervan; erboven, vier engelen met de wapenschilden van Vlaanderen, Oostende, Kortrijk en Ieper ingewerkt in de borstwering van de spitsboogvensters.

Zelfde neo-Brugse vormgeving voor de achtergevel, de haakse achtervleugel en de traptoren, hier echter uitgevoerd in donkerrode baksteen met gebruik van natuursteen voor muuropeningen en architectonische versieringen.

Achtervleugel van tien traveeën. Twee bouwlagen met hogere middenpartij onder leien zadeldak voorzien van kleine houten dakkapellen en haaks aansluitend bij het schilddak van de inkompartij; twee lagere zijvleugels onder lessenaarsdak (bitumen). Middengedeelte bovenaan verlicht met spitsbogige tweelichten. Typerende oostelijke puntgevel met kruisbloem als topstuk en verticaal geleed door middel van versneden steunberen die onder meer uitlopen op pinakelvormige bekroning; groot spitsboogvenster met ingewerkte vierlichten bovenaan aansluitend bij roosvenster. Verzorgd metselwerk, zie de korf- en spitsboognissen met bakstenen maaswerk. Laatst genoemden verrijken ook de gemarkeerde schoorsteentravee van de zijvleugels voorzien van omlopende gekanteelde borstwering met spuwers, ter hoogte van de vrijstaande hoeken als bekroning van gesuperposeerde halfzuiltjes waartussen centraal uitgespaarde beeldnis onder pinakelvormig baldakijn.

Deels ingebouwde veelzijdige traptoren onder leien spits met uitgewerkte bekroning. Gekanteelde borstwering uitkragend op bogenfries.

Interieur. Typerende drieledige hoofdindeling zowel beneden als boven: enfilade respectievelijk met voorzaal, vestibule met spitsbogige doorgangen - ook links en rechts, respectievelijk uitkomend in de vestiaire en de staatsierap, en grote achterzaal. Flankerende vertrekken onder meer oorspronkelijke bibliotheek, kleinere vergader-, dienstlokalen en -trappen. Doorgedreven vormgeving met aandacht voor afwerking en detaillering, zie uitgewerkte natuurstenen omlijstingen van de deuropeningen met afhankelijk van de locatie ook de toepasselijke allegorische beelden van de Gerechtigheid, Moed, Onpartijdigheid, Wet ... . Fraai deurhoutwerk, balkenzolderingen waarvan de sleutels geprofileerd, figuratief of voorzien zijn van stadswapens onder meer van de hoofdplaatsen van de acht arrondissementen, glas-in-loodramen onder meer met binnenluiken, natuurstenen schouwmantels met onder meer beeldhouwwerk, en de smeedijzeren en koperen kroonluchters en wandverlichting.

Grote benedenzaal als vlak overzolderde ruimte met brede midden- en twee smalle zijbeuken van vier traveeën geritmeerd door arduinen zuilen; in de oostelijke muur, twee deuren naar de tuin.

Monumentaal achtzijdig trappenhuis eindigend bij de publieke tribune van de provincieraadzaal. Natuurstenen ere-trap op spitsbogen waarvan de bundelpijlers verrijkt zijn met de beelden van de kroniekschrijver Philippe de Comines, de dichter Jacob van Maerlant, de schilders Jan Van Eyck en Lanceloot Blondeel, de musicus Andries Pevernage, de drukker Jan Brito, de geneeskundige Jan Yperman, de humanist Luis Vives, de theoloog Joos Clichtove en de rechtsgeleerde Filip Wielant. Overkluizend stergewelf waarvan de consoles de personen betrokken bij de bouw van het Provinciaal Hof voorstellen, zijnde gouverneur A. Ruzette, architect L. Delacenserie, de beeldhouwers G. en H. Pickery, de Antwerpse aannemers gebroeders Hargot, hoofdingenieur-directeur E. Piens, ingenieur Van der Scheuren en architect R. Buyck. Typerende grote kroonluchter.

Bovenverdieping. De zogenaamde "Balkonzaal" naar het hier gesitueerde ijzeren balkon uitziend op de Markt. Voornamelijk vermeldenswaardig is hier de fraai uitgewerkte, natuurstenen schouwmantel met maaswerk, kruisbloemen, pinakels, twee leeuwenschilden en twee wapens van Oud-Vlaanderen, en een centrale nis waarin een leeuwenschild gehouden door twee leeuwen en bekroond door een Sint-Michiel die de draak verplettert.

Grote provincieraadzaal onder houten spitstongewelf met steekkappen ter hoogte van de spitsboogvensters, als archaïserend element van het voorts "moderne" constructiesysteem van de ijzeren dakspant. Dito trekstangen met tien geschilderde vlaggen van 1958, geïnspireerd op 16de-eeuwse gravures van vorstenzegels. De gordelbogen rusten op baldakijnen waaronder de beelden van de belangrijkste historische gezagdragers over Vlaanderen op figuratieve console met voorstelling van scene uit hun leven. In oostelijke muur, groot spitsboogvenster waarvan de glasramen met voorstelling van de patronen en wapenschilden van de acht arrondissementele hoofdplaatsen, de wapens van de acht Belgische provincies en centraal het West-Vlaamse provinciewapen. In westelijke muur, de publieke tribune als drieledige spitsboogarcade met opengewerkte leuning, uitgevend op rechthoekige ruimte onder houten tongewelf.

Zijvertrekken van de voorzaal of hal sluiten links aan bij trappenhuis - diensttrap - afwisselend overzolderd en overkluisd met troggewelfjes van witte glazuurbakstenen tussen ijzeren I-balken; rechts, gang met trap onder houten tongewelf naar koetsendoorrit onder stergewelf op figuratieve consoles.

Mobilair. Enkel belangrijke schilderijen onder meer uit de romantische school, portretten van gouverneurs en voorzitters van de Provincieraad, schilderijen betreffende belangrijke politieke gebeurtenissen, landschappen van de Antwerpse schilder Joos de Momper (1564-1635), het schilderij "De Burg te Brugge" (1701) door de Brugse schilder Jan-Baptist Van Meunincxhove (1701) en "De Groene Rei te Brugge" circa 1850 van schilder Jan Van de Putte.

  • Ministerie van Openbare Werken, Regie der Gebouwen.
  • DEVLIEGHER L., Van Waterhalle tot Provinciaal Hof, Brugge, 1994.

Bron: Gilté S. & Vanwalleghem A. 1999: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Stad Brugge, Oudste kern, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 18NA, Brussel - Turnhout.

Auteurs: Gilté, Stefanie & Vanwalleghem, Aagje

Datum tekst: 1999

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Markt

Markt (Brugge)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.