Parochiekerk Sint-Pieter

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie West-Vlaanderen
Gemeente Ieper
Deelgemeente Ieper
Straat Sint-Pieterskerkhof
Locatie Sint-Pieterskerkhof 87, Ieper (West-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Actualisatie Ieper (actualisaties: 01-08-2008 - 31-08-2008).
  • Adrescontrole Ieper (adrescontroles: 08-02-2008 - 11-02-2008).
  • Inventarisatie Ieper (geografische inventarisatie: 01-01-1987 - 31-12-1987).
  • Thematische inventarisatie 20ste-eeuwse kerken (geografische inventarisatie: 01-07-2008 - 31-12-2009).
Links

Juridische gevolgen

is beschermd als monument Parochiekerk Sint-Pieter

Deze bescherming is geldig sinds 20-02-1939.

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Parochiekerk Sint-Pieters

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

Beknopte karakterisering

Beschrijving

Bouwgeschiedenis. Oorsprong soms teruggebracht tot 1073 met bouw van een bedehuis dank zij Robrecht de Fries; historisch en architectuuronderzoek situeren nu de oprichting in de tweede helft van de 12de eeuw; in 1102 stichting van de parochie, afhankelijk van het Sint-Maartenskapittel in Ieper. De door F. Desmidt uitgewerkte reconstructie van de romaanse plattegrond toont een kruiskerk met westblok, aansluitend en even breed schip, uitspringend transept en rechte koortravee met niet bepaalde sluiting. Systematische uitbreiding tot gotische hallenkerk met behoud van het westblok en kruisingspijlers doch verbouwing van de beuken, einde 14de - begin 15de eeuw; later aanbouwen van een nieuwe koorpartij (15de eeuw). Hoogste torengeleding van baksteen met gekoppelde spitsbogige galmgaten, uit einde 13de - begin 14de eeuw; torenspits door bliksem en brand vernield in 1638 en niet hersteld bij gebrek aan geldmiddelen. Bekommernis van de kerkfabriek hieromtrent vanaf 1861; aantal projecten, en lange besprekingen onder meer binnen de Koninklijke Commissie voor Monumenten; uiteindelijke opdracht aan J.J. Van Ysendijck, die toen instond voor de restauratie van Belfort-Hal en Sint-Maartenskerk. Bewaard plan van 1865: torenspits geflankeerd door vier polygonale hoektorentjes in het verlengde van de eind 13de- begin 14de eeuw aangezette arkeltjes; voltooiing in 1870; tevens aanpassing van de galmgaten en restauratie van het westportaal "in zijn oorspronkelijke toestand", waarbij de latere, omschrijvende spitsboognis werd verwijderd en vervangen door een lagere rondbogige op flankeerzuiltjes.

Restauratie begin 20ste eeuw onder leiding van Jules Coomans met zorgvuldige opmetingen en plans van 1908 en volgende, die na de vernieling van de Eerste Wereldoorlog als basis zullen dienen voor de "archeologische" wederopbouw. Werk van Jules Coomans naar genuanceerde eenheid-van-stijlprinciepen, voornamelijk gericht op het herstel van de vermoedelijk tijdens het barok aangepaste kruising en transept, met onder meer herstel van de dwarsbogen. Naoorlogse wederopbouw: de plans voor ruwbouw (1920 en volgende) en interieurafwerking (1923) naar ontwerp van Jules Coomans herstellen de gerestaureerde vooroorlogse toestand met integratie van gespaard gebleven muren en partijen, voornamelijk in het westblok. Voor de bovenbouw en bekroning van de westtoren wordt, in het verlengde van Coomans' vroeger toegepaste princiepen geopteerd voor een "nieuwe", "passende" vormgeving in benaderende neoromaanse stijl, die "historische" tussenstadia uitschakelde. Het project bevatte ook een evenwel niet uitgevoerde omheiningsmuur voor het kerkhof en de wederopbouw van de pastorie.

Plattegrond: ruim rechthoekig romaans westblok met tot westtoren uitgroeiende vierkante middenpartij geflankeerd door laag gehouden zijruimten en ten westen aansluitende rechthoekige hoektorens reikend tot het begin van de klokkenverdieping en afgedekt door middel van een afgewolfde leien bedaking; in de muurdikte uitgespaarde spiltrappen in de noordwestelijk- en zuidwestelijke hoeken. Aansluitende, bredere gotische hallenkerk met schip van drie traveeën, aan de noordzijde, ter hoogte van de derde travee voorzien van een aangebouwde sacristie. Niet uitspringend transept en ruime koorpartij van vier traveeën met vlak afgesloten zijkoren en hoofdkoor met vijfzijdige absis. Sacristie aan de zuidoostkant. De in het wederopbouwdossier vermelde bouwmaterialen zijn gele baksteen in combinatie met "witsteen", ijzerzandsteen voor het westblok en arduin, wet nagenoeg moet overeenkomen met de oorspronkelijke, hoewel sommige bouwonderdelen een nieuw en meer homogeen uitzicht kregen.

In opstand vertoont het vrij imposant westelijk blok van ijzerzandsteen een vrij gesloten opbouw met stoer karakter, onder meer verleend door de oplopende en van een twaalftal versnijdingen voorziene steunberen aan weerszij van de middentravee en op elkaar gesteld aan de noordwestelijke en zuidwestelijke hoeken. Voornamelijk opengewerkte middentravee: uitzonderlijk doch ietwat ruw uitgewerkt westelijk rondboogportaal dat de Eerste Wereldoorlog overleefde: vlakke, vierledig getrapte archivolten opgevangen door evenveel natuurstenen driekwartzuiltjes met iconische kapitelen en basement met hoekklauwen, laatst genoemde steunend op getrapte sokkels. De zuiltjes zijn niet meer oorspronkelijk, de zes ietwat strak en naïef uitgewerkte kapitelen zijn wel authentiek, wet op zichzelf een unicum betekent voor de streek; ze sluiten duidelijk aan bij de romaanse iconografie waarin mensen- en dierenfiguren graag worden vermengd en met behulp van plantmotieven worden herleid tot decoratieve elementen ingepast in de basisvormgeving van architectuuronderdelen: zo vormen bijvoorbeeld de vrij sierlijke vleugels van dieren en engelen een vanzelfsprekende overgang tussen de driekwartcirkel van de zuilen en het driekwartvierkant van de dekplaat.

Boven het portaal, de circa 1870 herstelde rondboognis op stenen zuilen naar het patroon van de drie over de middentravee doorgetrokken rondboogvensters op imposten en flankeerzuiltjes, die merkwaardigerwijze deels gespaard bleven tijdens de Eerste Wereldoorlog. Hier eindigde oorspronkelijk het ijzerzandstenen parement van het westblok, verderop, baksteenmetselwerk voor de bovenbouw uit de 13de en 14de eeuw; bij de wederopbouw werd ijzerzandsteen doorgebruikt over de volledige hoogte. Derde geleding van de middentravee gemarkeerd door twee rondboogvensters met deelzuiltjes onder omlopende druiplijst als verbeterde uitgave van het derde kwart van de 19de eeuw - restauratie die zelf de vensters van voor 1870 had herleid tot "betere proporties".

Haast blinde hoektorens op de lichtgleuven van de trappenhuizen na, boven de waterlijst bij de wederopbouw verrijkt met blinde rondboognissen als "meer romaans aandoende vervanging" van de vierkante muuropeningen van voor 1870 en voor de Eerste Wereldoorlog; aanbrengen in dezelfde zin van een gekoppelde rondboogfries in de middentravee. Hoger uitgroeiende westtoren met neoromaans uitzicht, uit het tweede kwart van de 20ste eeuw: vrij gedrongen klokkenverdieping, op elke zijde voorzien van drie gekoppelde rondbogige galmgaten, telkens op gekoppelde zuiltjes van arduin; omlopend fries en leien tentdak. Zijruimten van het westblok onder lessenaarsdak (leien) aansluitend bij de oplopende toren en de stenen westelijke puntgevels van de zijbeuken met hun hierom naar het noordwesten en het zuidwesten verschoven spitsboogvenster.

Midden- en zijbeuken onder gelijklopende leien zadeldaken van gelijke hoogte. Zijgevels van de drie beuktraveeën gemarkeerd door hoge stenen sokkel met over de steunberen doorgetrokken waterlijst; spitsboogvensters op afzaat in geprofileerde omlijsting van baksteen en voorzien van drie- en vierlichttracering van natuursteen naar laatgotisch patroon. Het plan van Coomans, 1902, vertoont een meer heterogeen stenen parement naar het oosten toe overgaand in overheersend baksteenmetselwerk; ook uniforme drielichten. Gedicht zuidportaaltje in de eerste westelijke travee en rondboogdeur met hergebruikte (?) sluitsteen waarin attributen van patroonheilige en gotisch jaartal 1495 in de noordgevel.

Lagere noordelijke sacristie met vrij gesloten tuitgevel en zadeldak (nokrichting loodrecht op het schip); klein rondvenster en drielobbig bovenlicht in de noordgevel; tweelichten in de westelijke en oostelijke gevels.

Transept gemarkeerd door verankerde tuitgevels tussen steunberen; kort, loodrecht zadeldak aansluitend bij dakschild van zijbeuk; vierlicht met rozetten in de kop en drielobbig bovenlicht; gedichte, getoogde deur aan noordzijde. Vier koortraveeën met eenvoudige opstand zie zijbeuken; meer geprofileerde vensteromlijstingen en omlopende druiplijst; vrij gedrongen hoofdkoorsluiting met spitsbogige tweelichten tussen steunberen met versnijding.

Interieur. Toren: vlak afgedekte ruimte met houten plafond op moer- en kinderbalken; voorheen verbindende rondboog naar het schip op de begane grond en gelijksoortige muuropening op zuiltjes op de als tribune opgevatte bovenverdieping. Huidige vormgeving met brede spitsbogen van ijzerzandsteen passend in de corrigerende visie van Coomans' wederopbouw.

Schip geleed door arduinen zuilen met bij de Scheldegotiek aanleunende knoppenkapitelen; herleid tot halfzuilen aan de west- en oostzijden. Spitsbogige scheibogen van baksteen. Bepleisterde en beschilderde (boven-)muren onder gelijklopende houten spitstongewelven met makelaars en door consoles opgevangen trekbalken; smalle gordelen nokribben. Houten spitstongewelf (nokrichting loodrecht op het schip) in het heden met orgeldoksaal uitgerust noordelijk kapelletje.

Samengestelde kruisingspijlers onder rondbogen; voor de Eerste Wereldoorlog waren nog de romaanse noordoostelijke en zuidoostelijke pijlers bewaard evenals de noordelijke en zuidelijke bogen: halfkruisvormige pijlers geflankeerd door halfzuiltjes en voorzien van teerlingkapiteel en gekorniste dekplaten; het enige oorspronkelijke kapiteel met rankmotief, nu aangebracht aan de westzijde van de noordoostpijler diende tijdens de wederopbouw als model voor alle andere.

Transept onder houten kruisribgewelven. Koortravee nagenoeg naar het patroon van het schip, doch naast zuilen met knoppenkapiteel, naar het oosten, zuilen van Atrechtse zandsteen met achthoekige sokkel en kapiteel en scheibogen van natuursteen in alle traveeën. Vereenvoudigd houten straalgewelf in het hoofdkoor. Brede ruimtewerking, algemeen gezien, evenwel enigszins verbrokkeld door de verschillende, zichtbaar gelaten steensoorten, die voor de Eerste Wereldoorlog blijkbaar bepleisterd en beschilderd waren zoals de overige muurpartijen.

Mobilair. Aantal bewaarde panelen onder meer triptiek met centrale Kruisafneming, gedateerd 1562; zijpanelen van een aan Karel van Ieper toegeschreven triptiek, circa 1620; schilderijen op doek uit de 17de eeuw, onder meer documentair interessante Brand van Sint-Pieterskerk en Verschijning van Onze-Lieve-Vrouw van Smarten, tweede helft van de 17de eeuw en werken uit de 19de eeuw en de eerste helft van de 20ste eeuw. Beelden, voornamelijk de 17de eeuw, 19de eeuw en eerste helft van de 20ste eeuw, respectievelijk Onze-Lieve-Vrouw met kind en wereldbol, bronzen Heilige Petrus en beschilderd stenen Mariabeeld (1924).

Meubilair: altaren voornamelijk circa 1924, marmer en brons en ouder zijaltaar, circa 1891, met wapen van schenker uit Ieperse familie Surmont de Volsberge; biechtstoelen opgenomen in lambrisering waaronder een gereconstrueerde met 17de-eeuwse onderdelen als Jezusmonogram, Passiewerktuigen enzomeer; houten communiebank van circa 1924. Fraai en markant koorhek met rococo-inslag, 1774. Doopvont, circa 1700; 15de-eeuwse grafsteen van hardsteen met onder meer Onze-Lieve-Vrouwafbeelding; buiten, ten noorden van het westportaal, marmeren E.M. Van Wel (+ 1704) en ten zuiden, J.P. Van Wel, en andere (+ 1751).

  • Algemeen Rijksarchief, Dienst der Verwoeste Gewesten, 1805, 1809, 2041, 2144, 6262.
  • Archief Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, 389.
  • CONSTANDT H., Ieper in het monumentenjaar, in Iepers Kwartier, XI, 1975, p. 23-24.
  • (DESMIDT F.), De Romaansche Kerkelijke Bouwkunst in West-Vlaanderen, (Gent), 1940, p. 127-135; 317-319.
  • ROOSE-MEIER B., Fotorepertorium van de Belgische bedehuizen, Provincie West-Vlaanderen, Ieper II, Brussel, 1978-1979, p. 32-37.

Bron: Delepiere A.-M., Huys M. & Lion M. 1987: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie West-Vlaanderen, Arrondissement Ieper, Kanton Ieper, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 11N1, Brussel - Turnhout.

Auteurs: Delepiere, Anne Marie; Huys, Martine & Lion, Mimi

Datum tekst: 1987

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Sint-Pieterskerkhof

Sint-Pieterskerkhof (Ieper)

omvat Orgel kerk Sint-Pieter

Ieper (Ieper)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.