Parochiekerk Onze-Lieve-Vrouw

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Oost-Vlaanderen
Gemeente Dendermonde
Deelgemeente Dendermonde
Straat Onze-Lieve-Vrouwkerkplein
Locatie Onze-Lieve-Vrouwkerkplein 1, Dendermonde (Oost-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Inventarisatie Dendermonde (geografische inventarisatie: 01-12-1999 - 31-12-2001).
Links

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Onze-Lieve-Vrouwekerk

Deze vaststelling is geldig sinds 20-09-2010.

is beschermd als monument Parochiekerk Onze-Lieve-Vrouw

Deze bescherming is geldig sinds 06-01-1943.

Beschrijving

Beschermd monument bij Besluit van de Secretaris Generaal van 06.01.1943.

Imposante gotische collegiale kerk ingeplant te midden van het huidige Onze Lieve Vrouwkerkplein ten noorden van de Kerkstraat, tot 1784 omgeven door het kerkhof. Nu is de kerk grotendeels omgeven door een lage haag en enkele bomen en struiken. Op de plaats van het kerkhof aan de zuid- en westkant is een parkje aangelegd.

De complexe bouwgeschiedenis van de kerk sluit nauw aan bij de geschiedenis van de stad Dendermonde. De tweevoudige afhankelijkheid van de stad, kerkelijk Brabant en wereldlijk de Graven van Vlaanderen, weerspiegelt zich ook in de architectuur op de grens van de Schelde- en Brabantse gotiek en de vroeg- en hooggotiek.

De kerk werd gesticht door de heren van Dendermonde die het patronaatsrecht hadden. De relieken van de patroonheiligen van de stad Dendermonde, Heilige Hilduardus en Christiana, afkomstig van de Sint-Pietersabdij van Dikkelvenne, zijn volgens de overlevering in 854 naar de stad overgebracht. Meer waarschijnlijk werden ze rond het midden van de 11de eeuw overgebracht naar Dendermonde en zou dit de aanleiding gevormd hebben voor de oprichting van de Onze-Lieve-Vrouwekerk waar ze nog steeds vereerd worden.

Op kerkelijk gebied behoorde Dendermonde oorspronkelijk tot het bisdom Kamerijk en sinds 1559 tot het bisdom Gent. Reingot I, voogd van de Gentse Sint-Baafsabdij, wordt in het obituarium van de Onze-Lieve-Vrouwekerk vermeld als de stichter van de kerk, midden 11de eeuw. Reingot II van Dendermonde (1085-1106) was de stichter van het kapittel; in 1108 werd dit bevestigd door Odo, bisschop van Kamerijk. Van circa 1106 tot 1798 was in de collegiale kerk dit belangrijk kapittel van kanunniken aanwezig. De eerste romaanse kerk werd ingeplant in het noordwestelijke gedeelte van de stad, ten noorden van de latere Kerkgracht die de verbinding vormde tussen de burcht van de heren van Dendermonde en de Gentsepoort. De stad Dendermonde kende in de 13de eeuw een grote bloei onder de heren van Béthune en Dampierre. In die periode werd het grondgebied van de versterkte stad uitgebreid. De bevolking nam aanzienlijk toe, zodat vermoedelijk in de tweede helft van de 13de eeuw de oude kerk te klein werd. Eerst werd het romaanse koor afgebroken en vervangen door een rechthoekig, vlak afgesloten driebeukig basilicaal koor, in vroeggotische stijl. Begin van de 14de eeuw werd een sacristie aangebouwd, met op de verdieping een kapittelkamer. In de eerste helft van de 14de eeuw werd dan het ruime schip opgetrokken, mogelijk met inachtneming van de verhoudingen van de oorspronkelijke romaanse kerk en de stevig gebouwde kruisingstoren. Overwelving met spitsboogvormig houten tongewelf onder zadeldak. Van bij het begin sloten drie grote dwarse zijkapellen bij de zuidelijke zijbeuk aan. Vanaf midden 14de eeuw werd vermoedelijk gestart met de vergroting van het koor, waaraan de werken blijkbaar circa 1375 voltooid waren. De afwerking van toren en schip werd stilgelegd in 1379-1380, toen de kerk beschadigd werd bij het beleg van de stad door de Gentenaars; in 1388 sloot men de toren voorlopig af.

Vanaf het begin van de 15de eeuw hadden belangrijke uitbreidingswerken en verbouwingen plaats. In 1404 werd begonnen met de uitbreiding van de noordelijke transeptarm, die rond 1424 verder verhoogd, versterkt en gewelfd werd. Onder het dak kwam een nieuwe ballingenkamer, waar men volgens het schuilrecht dat aan de kerk geschonken was, ballingen tijdelijk een onderdak verschafte. Rond 1466 was men vermoedelijk klaar met de vergroting en verhoging van de transepten, met het optrekken van het achtkantige torengedeelte en met de eerste travee van de noordelijke zijbeuk. Naar aanleiding van het bezoek op 23 juli 1468 van Margareta van York werd haar wapenschild in een gewelfsleutel aangebracht. De volgende jaren werd de rest van de middenbeuk en de noordelijke zijbeuk verder opgetrokken. Tussen 1479 en 1496 liet de rijke broederschap van Onze-Lieve-Vrouw ten noorden van het hoogkoor het ruime tweebeukige Onze-Lieve-Vrouwekoor oprichten. In het begin van de 16de eeuw trok de familie van Coudenhove een klein laatgotisch koor op, toegewijd aan de Heilige Anna, ten noorden van het Onze-Lieve-Vrouwekoor. Het westportaal werd geplaatst in 1532-33.

Na de vernielingen tijdens de Beeldenstorm (1578) en de daarop volgende Calvinistische periode (1578-1584), werd vanaf begin 17de eeuw nieuw meubilair in renaissance- en barokstijl geplaatst. De houten gewelven van koor en schip werden in 1653-1655 door stenen gewelven vervangen zoals jaarstenen aangeven. Ten slotte werd in 1690-1700 tegen het recht afgesloten hoogkoor nog een barokke apsiskapel toegevoegd, toegewijd aan het Heilig Sacrament. Ze werd gebouwd op kosten van de stad en weduwe Temmerman. In 1716 werd, volgens een jaarsteen, de sacristie van het Onze-Lieve-Vrouwekoor herbouwd. Het groot venster van de westgevel draagt in de dorpel het jaartal 1779, waarschijnlijk verwijzend naar herstelwerken.

In de loop van de 19de eeuw hadden al verschillende herstellingswerken plaats, onder meer in 1836 aan de sacristie, in 1844-1850 aan de toren en de daken, in 1852 werd een nieuw plafond in de apsiskapel geplaatst. In 1853 werd een nieuw westportaal ontworpen door architect B. Cnops. In 1857-1858 werden de eerste verbouwingen in neogotische stijl uitgevoerd waarbij de Heilige Grafkapel verbouwd werd, nieuwe bergplaatsen opgericht werden en het doksaal en de preekstoel verplaatst werden. Tussen 1895 en 1901 werden de daken nogmaals vernieuwd. De eerste grondige restauratie werd uitgevoerd in 1904-1912 naar de plannen van de architecten Henri en Valentin Vaerwyck (Gent). Ook inwendig onderging de kerk in die periode wijzigingen in neogotische stijl, zoals de aankleding van het Onze-Lieve-Vrouwekoor en het Sint-Annakoor, het wegbreken van lambriseringen en koorgewelf dat vervangen werd door het houten spitstongewelf in het middenkoor. De stompe torenspits werd in 1910-1912 door een hoge houten spits vervangen. Eind 1940 waaide hij tijdens een storm af en kreeg de toren zijn huidig plat dak.

Sinds 1975 werd de kerk in verschillende campagnes gerestaureerd onder de leiding van ingenieur-architect Octaaf Van Severen. In 1975-80 werden de zuid- en westgevels aangevat, gevolgd door de noordgevel, het Onze-Lieve-Vrouwekoor en het Heilige Geestkoor volgden in 1982-1985. Met de restauratie van de toren, de sacristie en de zuid- en westgevels in 1993-1994; was in 1995 de buitenrestauratie afgewerkt.

Asymmetrische plattegrond met benedenkerk van drie traveeën met haast even brede midden- en noordelijke zijbeuk en smallere zuidbeuk met drie aanpalende zijkapellen. Uitspringende transeptarmen, in het noorden van twee traveeën en aangebouwde huidige winterkapel, in het zuiden van drie traveeën. Voormalig dodenhuisje en berging in de noordwestelijke oksel. Kruisingstoren op vierkante basis en aansluitend, iets breder middenkoor met traptoren aanleunend tegen de noordoostelijke kruisingspijler. Middenkoor van drie en een halve travee met vlakke sluiting en aangebouwde apsiskapel of Heilige Sacramentskapel in de vorm van een kleine centraalbouw. Noordelijk koor of Onze-Lieve-Vrouwekoor van drie en een halve travee, twee beuken en vijfzijdige sluiting. Aan de noordzijde, aansluitende vijfzijdige Sint-Jozefkapel en sacristie van het Onze-Lieve-Vrouwekoor op vierkante plattegrond. Smal zuidelijk, recht afgesloten zijkoor van drie en een halve travee, in het zuiden geflankeerd door de sacristie met kapittelkamer op de zuidoosthoek en Heilige Grafkapel in de zuidoostelijke oksel, verbonden door een berging op rechthoekige plattegrond.

De kerk is volledig opgetrokken uit blokken Ledische zandsteen in verschillende formaten met sporadisch verwerking van Doornikse kalksteen en baksteen voor de zuidelijke bergingen. Afdekkende leien zadel- en lessenaarsdaken en kalotvormig leien koepeldak met lantaarn en torenhelm op de apsiskapel. De winterkapel en sacristie van het Onze-Lieve-Vrouwekoor hebben afzonderlijke leien schilddaken.

Asymmetrische westgevel met hoge puntgevel geflankeerd door versneden en verjongende steunberen; spitsboogvormig portaal met archivolten op geprofileerde basissen en bekronende kruisbloem. Brede korfboogvormige poort met gecanneleerde makelaar en latei; bovenlicht met gekoppelde spitsboogjes met glas-in-loodvulling. Boogveld met spitsboognis met bekronende kruisbloem en geflankeerd door overhoekse pinakels met hogels. Witgeschilderd beeldje van Onze-Lieve-Vrouw met Kind, kopie door J. De Decker van het oorspronkelijk zandstenen beeld van 1622 door Antoon Faydherbe (Mechelen), geplaatst in 1954. Erboven zeer hoog spitsboogvormig venster in geprofileerde omlijsting en omlopende waterlijst met kruisbloembekroning. De tracering is vervangen door ijzeren roeden (jaartal 1779 op dorpel); venster aan de binnenzijde tot halve hoogte dichtgemetseld in 1858. Spitsboogvormige zijvensters, in de noordelijke beuk in geprofileerde omlijsting, in de zuidelijke beuk met afgeschuinde dagkant, beide met vernieuwd vierledig maaswerk. Afgeschuinde zandstenen plint en doorgetrokken waterlijst ter hoogte van de onderdorpels. De noordelijke beuk wordt begrensd door een zware versneden steunbeer en schuin oplopende muur. De zuidelijke beuk met aansluitende zijkapel is horizontaal afgewerkt met een kroonlijst op kraagsteentjes. Sporen van een gedicht spitsboogvenster in de rechter travee en begrenzende zware steunbeer op de hoek.

Noordelijke zijbeuk van drie traveeën gemarkeerd door versneden steunberen en doorbroken door drie grote spitsboogvensters met geprofileerde dagkanten en vierledige tracering. Boven de lessenaarsdaken is slechts een deel van de middenbeuk met twee gedichte bovenlichten in rollijst zichtbaar. Tegen de derde travee leunt het vroegere dodenhuisje aan, opgetrokken op vierkante plattegrond en voorzien van een leien tentdak op geprofileerde consoles en met bolbekroning. Korfboogdeurtje in westgevel in geprofileerde omlijsting, met sluitsteen, waterlijst met bekronend kruis en imposten met opschrift: "anno – 1659". Ovaal venster onder waterlijst in de noordgevel.

Zuidelijke zijgevel gemarkeerd door drie topgevels van de zijkapellen, gescheiden door versneden steunberen. Puntgevels met groot spitsboogvenster met vierledig vernieuwd maaswerk, onder waterlijst met kruisbloem. Erboven, sierlijke, omlijste spitsboogvormige beeldnissen tussen fiaaltjes en met bekronende kruisbloem, in de derde topgevel breder van vorm. Tussen de puntgevels, zichtbare muur van de middenbeuk met twee spitsboogvensters. Noordelijke transeptgevel, begrensd door zware versneden steunberen en doorbroken door een groot spitsboogvenster met vijfledige tracering. Puntgevel met oculi. Zuidelijke transeptgevel met neogotisch portaal en hoog spitsboogvenster met nieuw maaswerk; nieuwe nis met Onze-Lieve-Vrouwebeeldje in linker steunbeer. Oostmuur met gedicht spitsboogvenster.

Achthoekige kruisingstoren met twee geledingen uitstekend boven de even hoge zadeldaken van schip, hoogkoor en transepten. Eerste blinde geleding met driehoekige schilden als overgang van de vierkante kruising naar de achthoekige toren. Klokkenhuis met hoge spitsboogvormige galmgaten met geprofileerde dagkanten; noordoostelijk galmgat geblind door het aanleunend zeshoekig traptorentje. Hoeken gemarkeerd door lisenen met waterspuwers en bekroond met fijne fialen die onderling door een geajoureerde borstwering verbonden zijn. Hoogkoor van drie traveeën, enkel aan de zuidzijde met drie spitsboogvensters met vernieuwde rollijst boven het lessenaarsdak van het zijkoor of Sint-Kwintenskoor en de sacristie; travee-indeling door lisenen en aflijnende geprofileerde kroonlijst. Tegen de derde travee aanleunende sacristie met voorpuntgevel. Een bakstenen muur met spitsboogdeur en twee hooggeplaatste spitsboogvensters van recentere bergingen verbindt transeptarm en sacristie.

Noordelijk zijkoor of Onze-Lieve-Vrouwekoor met twee hoge spitsboogvensters met vierledige vernieuwde tracering; travee-indeling door zware versneden steunberen. Tegen de tweede, oostelijke travee aanleunende sacristie van het Onze-Lieve-Vrouwekoor van twee traveeën met getoogde deur en getralied venster onder waterlijstje.

De derde travee werd uitgebouwd met een vijfzijdige kapel, het zogenaamde Sint-Annakoorken of Sint-Jozefkoor. De driezijdige sluiting, gemarkeerd door versneden steunberen is doorbroken door hoge spitsboogvensters met vernieuwde tweeledige tracering, onder waterlijstje. Het Onze-Lieve-Vrouwekoor zelf heeft een polygonale sluiting, gemarkeerd door steunberen en doorbroken door spitsboogvensters met vernieuwde drieledige tracering.

Tegen het oorspronkelijk recht afgesloten hoogkoor met hoog spitsboogvenster werd in 1690-1700 de apsiskapel of Heilige Sacramentskapel aangebouwd. Barokke polygonale bouw op geprofileerde plint. Hoeken gemarkeerd door Toscaanse pilasters die een rijkelijk uitgewerkt hoofdgestel ondersteunen De rondboogvensters in geprofileerde omlijsting met oren zijn voorzien van een waterlijst en uitgewerkt sluitstuk met cartouche met cherubs, vruchtenslingers en wapenschild van de stad met letter S (vermoedelijk oorspronkelijk S. P. Q. T. voor de restauratie). Klokvormig dak met tienzijdige houten lantaarn met gebeeldhouwde stijlen met griffioenen en cherubs, maskers, vogels, duivelskoppen en vruchtenslingers. Overstekende kroonlijst op uitgesneden schoorstukken en klok- en uivormig dak met gesmeed ijzeren kruisbekroning. Gedicht middenvenster voorzien van een hardstenen beeldnis onder driehoekig fronton met beeld van Onze-Lieve-Vrouw met Kind. Onafgewerkte bakstenen zuidelijke wachtgevel, voorzien als binnenwand van een niet uitgevoerde koorsluiting van het zuidelijk zijkoor.

Interieur. Basilicaal schip van drie traveeën en drie beuken, aan de zuidelijke beuk voorzien van drie dwarskapellen. Vrij gedrukte zandstenen zuilen op achtkantige sokkel en vereenvoudigd kapiteel dragen de spitsboogarcaden. Scheibogen met moerboog tussen twee rollijsten, eindigend op merkwaardige gebeeldhouwde zandstenen kraagstenen met grotesken. Twee spitsboogvensters in verhoogde zuidelijke beukmuur en blinde noordelijke muur. Overwelving met kruisribgewelven met gepleisterde gewelfvlakken en fijne zandstenen ribben, in de middelste gewelfsleutel 1653 gedateerd evenals in een cartouche boven het venster in de westgevel. Gelijkaardige kruisribgewelven in de zuidelijke zijbeuk en zijkapellen, vermoedelijk aangebracht in 1654. Zijkapellen gescheiden door brede spitsbogen die onderaan gedicht werden en waartegen de altaren opgesteld zijn. De meest westelijke zijkapel of doopkapel is afgesloten door een eikenhouten afsluiting in barokstijl, van 1637, oorspronkelijk en tot 1860 geplaatst aan de kapel van de Leeuwerckenaers in de noordelijke zijbeuk. Vermoedelijk uitgevoerd door Jacob Ulner (Dendermonde) met koperen balusters gemerkt door geelgieters Hendrik De Ridder en Hans Heyndrickx (Antwerpen) op sokkels met ingegrifte teksten en wapenschilden verwijzend naar opdrachtgevers en schenkers, boogvelden met beeldjes van Heilige Petrus en Paulus boven de deuren en schilderijtjes met de vier evangelisten.

In de noordbeuk draagt de sluitsteen van de meest oostelijke travee het wapenschild van Margaretha van York. De gewelfvlakken er rond zijn versierd met een geschilderde krans van rozentakken, doorvlochten met linten en vier banderollen met gregoriaanse muziek. Overige twee traveeën met laatgotische kruisribgewelven op kleine verminkte consoles; sluitsteen met wapenschild van de stad.

Kruising met zware kruispijlers en kruisriboverwelving met sluitsteen met wapen van Dendermonde en klokgat in noordelijk gewelfvlak. Noordelijk transept of Heilige Kruiskoor van twee traveeën met kruisribgewelven steunend op slanke muraalribben met gebeeldhouwde kraagstenen; sluitstenen met wapenschilden van het graafschap Vlaanderen en van Bourgondië, namelijk van Jan zonder Vrees. Zuidelijk transept van drie traveeën met kruisribgewelven steunend op muraalzuiltjes en kraagstenen.

Basilikaal koor, vroeger uitsluitend voorbehouden aan de kanunniken of leden van het kapittel, van drie traveeën met spitsboogarcade op zandstenen zuilen op achthoekige basis en met verschillende kapitelen met één of twee rijen loofwerk. Beukmuren en oostgevel van grote blokken zandsteen, bovengedeelte van kleinere zandsteenblokken. Spitsboogvormige bovenlichten en hoog spitsboogvenster in de oostgevel. Overwelving met houten spitstongewelf aangebracht bij de restauratie van 1908-1910. Koorafsluiting in zwart en veelkleurig marmer en albast uit eind 16de eeuw, in 1652 tweedehands gekocht in Antwerpen en hier geplaatst in 1681-1682.

Apsiskapel of Heilige Sacramentskapel Achter het hoofdaltaar (1690-1699), uitgewerkt in de vorm van een centraalbouw en bekroond met een tienzijdige lantaarnkoepel. Verbinding tussen het hoogkoor en de apsis door middel van een grote rondboog met barokke stucversiering die het onderste deel van het grote spitsboogvenster oversnijdt. Tiendelig gewelf met gepleisterde en geschilderde lijsten, in het midden opengewerkt en uitziend op de lantaarn met gebeeldhouwde houten stijlen en blauwgeschilderd plafond met duif in stralenkrans.

Noordelijk, tweebeukig zijkoor of Onze-Lieve-Vrouwekoor met centrale rij van drie slanke zuilen op hoge achthoekige sokkel en Brabants krulkoolbladkapiteel. Overwelving met kruisribgewelven en stergewelf in de polygonale sluiting, steunend op halfzuiltjes met kapiteel. Sluitstenen met onder meer engelenfiguurtjes of voorstelling van Onze-Lieve-Vrouw met Kind en gewelfvlakken er rond beschilderingen met rankwerk en aankleding in barokstijl. Een brede zandstenen korfboog onder het bewaarde spitsvenster met tracering in de noordmuur van de derde travee geeft toegang tot het Sint-Annakoor, nu Sint-Jozefkoor, overwelfd met een stergewelf op halfzuiltjes op nieuwe gebeeldhouwde kraagstenen. Gewelfschildering met rankwerk rond de sluitsteen.

Zuidelijk zijkoor of Sint-Kwintenskoor van drie traveeën met rechte sluiting, met deels gedicht spitsboogvenster. Opgetrokken uit grote zandsteenblokken. Overwelving met een kruisribgewelf. Zuidmuur met lage korfboogdeur naar de Heilige Grafkapel en nieuwe toegang tot de sacristie met rechts een restant van de oorspronkelijke 14de-eeuwse toegangspoort.

Mobilair. Schilderijen: "Graflegging", kopie naar origineel van Hugo Van der Goes, 16de eeuw; olie op paneel; "Verheerlijking van Onze-Lieve-Vrouw", door Gaspar De Crayer, 1636, altaardoek in hoogaltaar; "Sint-Rochus en de Pestlijders", door Gaspar De Crayer, midden 17de eeuw, "Heilige Rochus door de engelen verzorgd" doek door Pieter Thijs , 17de eeuw: "Verheerlijking van Christus" triptiek met op de zijluiken Heilige Christiana en Hilduardus, gesigneerd en gedateerd David Teniers de Oude, 1617; "Calvarie of Kruisiging" door Antoon van Dyck, 1629, olie op doek, afkomstig uit het hoofdaltaar van het gewezen kapucijnenklooster, sinds 1816 in de Onze-Lieve-Vrouwekerk; "Aanbidding der herders of Kerstnacht" door Antoon van Dyck, 1631, altaardoek van het Onze-Lieve-Vrouwealtaar; "Aanbidding der herders" toegeschreven aan Henri met de Bles (Bouvignes), 16de eeuw, olie op paneel; "De marteling van de Heilige Catharina" door Peter Thijs, doek, circa 1664-1675; "Engelbewaarders beschermen twee kinderen tegen het verderf", door Antoon Goubau (Amsterdam), doek, gedateerd 1668; "Aartsengel Michaël", door Godfried Maes (Antwerpen), doek, tweede helft 17de eeuw; "Sint-Jan in de Olie", doek, 17de eeuw; "Onze-Lieve-Vrouw schenkt een kazuifel aan Sint-Ildefonsus", doek, tweede helft 17de eeuw; "Heilige Familie", paneelschildering, toegeschreven aan Jan van Balen (Antwerpen), tweede kwart 17de eeuw; "Sint-Michiel", door Gaspar Van Opstal (Antwerpen), 1709. Reeks merkwaardige votieve portretten (18de-19de eeuw) van kinderen, die door hun ouders op vijfjarige leeftijd aan Onze-Lieve-Vrouw werden opgedragen.

Beeldbouwwerk: Onze-Lieve-Vrouw van Troost, miraculeus beeld van gepolychromeerd hout, eind 15de eeuw; Heilige Anna, begin 16de eeuw; beeldengroep de Bewening van Christus, gepolychromeerd hout, in laatrenaissancestijl, gedateerd 1618 met neogotische beschildering van 1857; Christus op de koude steen, gepolychromeerde zandsteen, 17de eeuw; Piëta, gepolychromeerd hout, eind 15de of begin 16de eeuw; Onze-Lieve-Vrouw met Kind door A. Faydherbe (Mechelen), geverfde zandsteen, 1622; Heilige Kwinten, gepolychromeerd hout en textiel, 17de eeuw; Ecce Homo en Christus aan het kruis, geschilderd hout, 18de eeuw, Onze-Lieve-Vrouw en Heilige Johannes van een Calvarie, ontverfd hout, 18de eeuw; Heilige Christiana en Heilige Hilduardus, gepolychromeerd hout, 1854.

Altaren. Hoofdaltaar: monumentaal portiekaltaar van marmer en albast, bekroond met beelden van de patroonheiligen Hilduardus en Christiana, en van Christus als Salvator Mundi, in vroege barokstijl, door beeldhouwer Hubert Van den Eynde (Antwerpen), 1629-1631; achterzijde met tabernakeldeurtje en dubbele trap door Willem Kerricx. Heilig Sacramentaltaar, barok portiekaltaar in apsiskapel, geschilderd en gemarmerd hout, 1714 en eind 18de eeuw, versierd met vier beelden van kerkvaders en heiligen, fronton met God de Vader op wolk, tombe in Lodewijk XVI-stijl. Onze-Lieve-Vrouwealtaar, in noordelijk zijkoor door Remi Rooms en Frans en Aloïs De Beule, neogotisch, retabel in eik, altaartafel in marmer, circa 1908-1910. Sint-Jozefaltaar in Sint-Annakoorken, neogotisch retabel door Mathias Zens (Gent), gepolychromeerd eikenhout en stenen tafel, 1908-1910. Sint-Michiel en Sint-Kwintenaltaar in zuidelijk zijkoor, portiekaltaar, gemarmerd en geschilderd hout, circa 1709 en marmeren altaartafel van 1753. Sint-Rochusaltaar in noordelijk transept, empirestijl, 1806-1819, hout met drie beelden van Sint-Rochus uit de 17de en de 18de eeuw. Sint-Niklaasaltaar in het zuidelijke transept, geschilderd en gemarmerd houten, portiekaltaar in late barok- en rococostijl, in opdracht van de lakenwevers en de "vensteriers", door beeldhouwer Theodoor Verhaegen (Mechelen), 1752-1759.

Altaar van Onze-Lieve-Vrouw van Zeven Weeën en van de Heilige Barbara in de eerste zuidelijke zijkapel tegen het transept, barok portiekaltaar met beeldengroep in plaats van schilderij, gemarmerd en verguld hout door Mattheus Van Beveren (Antwerpen) voor de broederschap van Onze-Lieve-Vrouw van zeven weeën, 1668. Onze-Lieve-Vrouwaltaar, oorspronkelijk in Onze-Lieve-Vrouwekoor, circa 1910 naar de Sint-Rochuskapel overgebracht, hier in 1992 heropgericht en opnieuw voorzien van de ‘Kerstnacht’ (1631) van Antoon van Dyck, portiekaltaar in vroege barokstijl naar ontwerp van Jan van Zwaervelde, uitgevoerd door het atelier van Hieronymus Duquesnoy de Oude (Brussel) en Antoon Faydherbe (Mechelen), wit en zwart marmer, 1629. Heilige Anna-altaar in doopkapel, 16de eeuw, in barokstijl met gepolychromeerd houten beeld toegeschreven aan Quellinus de Oude (Antwerpen), derde kwart 17de eeuw. Modern altaar van beeldhouwer Jos De Decker (Dendermonde) onder de vieringtoren, blauwe hardsteen, 1977.

Koorbanken in het hoogkoor, eikenhouten koorgestoelte, in laatrenaissancestijl vermoedelijk eind 16de eeuw, hier geplaatst rond 1645.

Dis of muurbank van de lakenwevers en "vensteriers" met reliëf met de voorstelling van de ‘Dood van Saphira’ in rococostijl toegeschreven aan beeldhouwer Theodoor Verhaegen (Mechelen), 1759-1760; dis van de Onze-Lieve-Vrouwmeesters in Onze-Lieve-Vrouwekoor door Pieter Verbruggen de Oude (Antwerpen), in overdadige barokstijl met putti, medaillons en vruchtenslingers, eikenhout, 1660-1662.

Lambriseringen in noordelijke zijbeuk, hergebruikte oorspronkelijke koorafsluiting door Otmaar Van Ommen (Antwerpen), late renaissancestijl en vroege barok, eikenhout, 1597-1598; in het Onze-Lieve-Vrouwekoor tussen de biechtstoelen en de dis, in barokstijl, 1660-1662; in beide transepten, eikenhouten aankleding in rococostijl met rijk uitgewerkte tochtportalen door Joos Van Rossem en Antoon Bransewijck, 1773; in Heilige Sacramentskapel, in rococostijl, eikenhout, derde kwart 18de eeuw; tegen de westmuur van schip in classicistische stijl, eind 18de eeuw.

Preekstoel door Mattheus van Beveren (Antwerpen) in barokstijl, eikenhout, 1681-1684, verplaatst, gerestaureerd en gewijzigd in 1859, met een nieuw klankbord en aangepaste en vernieuwde dubbele trapleuningen; kuip, gedragen door drie engelen die het ongeloof vertrappen en versierd met de borstbeelden van Onze-Lieve-Vrouw, Christus en God De Vader geflankeerd door engeltjes.

Communiebank door Jan Baptist de Vree en Jan Geeraerts (Dendermonde), in barokstijl met opengewerkte panelen en putti, eikenhout, 1681-1682, nu afsluiting van Onze-Lieve-Vrouwekoor.

Biechtstoelen: één biechtstoel van het gesloten type in vroege barokstijl in Sint-Barbarakoor, eerste kwart 17de eeuw; twee biechtstoelen in barokstijl ingewerkt in 17de-eeuwse lambriseringen in Onze-Lieve-Vrouwekoor, door Pieter Verbruggen de Oude (Antwerpen), van het open type met bekronend gebogen fronton met schelpmotief en vruchtenslingers, twee cherubijnen-hermen, versierd met schelpen en festoenen, eikenhout, 1660-1662; één biechtstoel in laat-barokstijl met engelenbeelden door Jan Baptist de Vree (Antwerpen), eikenhout, circa 1670.

Orgel door Pieter Van Peteghem (Gent); orgelkast naar ontwerp van architect Jan Beeckman met deels uit 1654 daterend orgelfront van Christoffel Coopman en Herman Hullener en beelden van koning David en vier engelen door Jan Van Peel (Gent) van 1654, verbouwd in 1946 door J. Lonck & zonen (Diksmuide-Esen), gerestaureerd in 1995-2000 en 2003-2005 door G. Potvlieghe-De Mayer (Ninove) en Pels & Van Leeuwen (’s Hertogenbosch).

Doksaal, tot 1858 koor afsluiting, nu tegen de westgevel van de middenbeuk, door Adriaan Van Ronsse naar ontwerp van Hubert Van den Eynde; beeldhouwwerk van Artus Quellinus en beelden van Mattheus van Beveren, marmer, gips en koper, 1659-1666. Vier rode marmeren zuilen met Ionisch kapiteel ondersteunen een platform en balustrade versierd met cartouches en acht engeltjes; erboven vier witmarmeren voetstukken met koperen kandelaars; in de zwikken beelden van de vier evangelisten.

Doopvont in Doornikse kalksteen, Romaans, 11de eeuw, oudste kunstwerk van de kerk, zijvlakken met symbolische voorstellingen in verband met het doopsel. Twee friezen stellen de belangrijkste momenten voor uit het leven van de apostel Paulus: zijn bekering en zijn opname in de gemeenschap van de apostelen, gerestaureerd in 1858-1860 door J.B. De Pauw (Dendermonde) naar plan van architect L. Roelandt (Gent) met toevoeging van voetstuk; deksel met beeldengroep "doopsel van Christus" van 1862, hout en koper; witte marmeren wijwatervaten door beeldhouwer Walter Pompe (Antwerpen), 1774. Kruisweg door Godfried Guffens (Schaarbeek), 1878, olie op doek.

Grafmonumenten: talrijke funeraire monumenten, grafzerken in de vloer en gebeeldhouwde epitafen van belangrijke families, onder meer de gebroeders Van der Meere, 17de eeuw, van pastoor Gillis Berchgracht, 1554 en 1666, van de familie F. Van Hoorebeke- Van Praet, door Cornelis Schut (Antwerpen)1644, in barokke omlijsting met beelden van Heilige Joachim en Anna; van Pieter Esscheric en Margriete van den Driessche, messing, midden 15de eeuw, van Bertelmeeus Penneman en Brigitte Nieuwlandts, messing en groefemail, circa 1539.

Muurschilderingen: nis met 15de–eeuwse muurschildering met de voorstelling van een Calvarie, in 1907 ontdekt bij de verwijdering van het Sint-Rochusaltaar, in 1943 gerestaureerd door C. Leegenhoek; in noordelijke zijbeuk muurschildering met voorstelling van Heilige Willem van Aquitanië, uit tweede helft 15de eeuw; op zuilen van het koor, ontpleisterd in 1908, muurschilderingen met voorstelling van de apostelen: Heilige Petrus, Heilige Andreas en Heilige Johannes en Jacobus met de kanunniken Johannes en Jacob van der Meeren, 15de, 16de en 17de eeuw; neogotische muurschilderingen in Onze-Lieve-Vrouwekoor en in de vroegere Sint-Annakapel door het atelier van Léon Bressers, 1908.

Glasramen: hoogkoor met één groot raam met boom van Jesse boven de toegangsboog van de apsiskapel door Paul en Marcel Ganton (Gent), 1936, en zes kleine glasramen met heiligenfiguren, door Paul en Marcel Ganton (Gent), 1936; vier figuratieve neogotische glasramen in Onze-Lieve-Vrouwekoor, door Leopold Pluys (Mechelen) en Gustave en Achiel Ladon (Gent), 1909 en twee in noordelijke zijmuur door Gustave en Achiel Ladon (Gent), 1910-1911; vier figuratieve glasramen in de Heilige Sacramentskapel door Jules Dobbelaere (Brugge), 1898; twee figuratieve glasramen in zuidelijke zijbeuk door Paul en Marcel Ganton (Gent) naar ontwerp van architect Valentin Vaerwyck, 1932; drie neogotische figuratieve glasramen in de Sint-Jozefkapel door Gustaaf en Achiel Ladon (Gent), 1909; drie glasramen in de zuidelijke zijkapellen door Cyriel Los (Dendermonde), 1952-1953, één groot figuratief raam in noordelijk transept door Cyriel Los (Dendermonde), 1963 en één modern glasraam in zuidelijk transept naar ontwerp van Harold Van de Perre uitgevoerd door het atelier Joëlle D’Alsace (Lanaken), 2000.

  • Vlaamse Overheid, Ruimte & Erfgoed, Afdeling Oost-Vlaanderen, Onroerend erfgoed, archief.
  • BROECKAERT J., Graf en Gedenkschriften der Stad Dendermonde, Dendermonde, 1896.
  • Dendermonde, O.-L.-Vrouwkerk, Stadsbestuur Dendermonde, Open Monumentendag 1992.
  • DHANENS E., Inventaris van het kunstpatrimonium van Oostvlaanderen, IV, Dendermonde, Gent, 1961, p. 41-159.
  • PÉE L. & STROOBANTS A., De O.-L.-Vrouwekerk te Dendermonde anders bekeken, Dendermonde, 1994.
  • PÉE L., Houten wandbekledingen en wandmeubilair in de O.-L.-Vrouwekerk te Dendermonde, Dendermonde, 2005.
  • PÉE L. & STROOBANTS A. – VAN DE PERRE H., Antoon Van Dyck in de O.-L.-Vrouwekerk te Dendermonde, Dendermonde, 1999.
  • STROOBANTS A.& PÉE L., De afsluiting van de doopkapel in de O.-L.-Vrouwekerk te Dendermonde, Dendermonde, 2001.
  • STROOBANTS A.& PÉE L., De Dendermondse patroonheiligen Hilduardus en Christiana, Dendermonde, 2004.
  • STROOBANTS A., Gids voor de collegiale O.-L.-Vrouwekerk van Dendermonde, Dendermonde, 2006.
  • VAN SEVEREN G., Gedenkplaten in de O.L. Vrouwekerk te Dendermonde, in Oost-Vlaanderen, 5, 1958, p. 106-107.
  • VERSCHRAEGEN H., Fotorepertorium van het meubilair van de Belgische bedehuizen, Provincie Oost-Vlaanderen, kanton Dendermonde, Brussel, 1982, p. 31-52.

Bron: Bogaert C. , Duchêne H. , Lanclus K. & Verbeeck M. s.d.: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie Oost-Vlaanderen, Arrondissement Dendermonde, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 20N, (onuitgegeven werkdocumenten).

Auteurs: Duchêne, Helena & Verbeeck, Mieke

Datum tekst: 2001

Relaties

maakt deel uit van Dendermonde

Dendermonde (Dendermonde)

omvat Muurschilderingen Onze-Lieve-Vrouwekerk

Onze-Lieve-Vrouwkerkplein 1, Dendermonde (Oost-Vlaanderen)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.