Domein Raversijde met Memoriaal Prins Karel en Atlantikwall

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie West-Vlaanderen
Gemeente Oostende
Deelgemeente Oostende
Straat Duinenstraat
Locatie Duinenstraat 147-149, Oostende (West-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Adrescontrole Oostende (adrescontroles: 11-10-2007 - 13-10-2007).
  • Inventarisatie Oostende (geografische inventarisatie: 01-01-2005 - 31-12-2005).
Links

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Domein Raversijde met Memoriaal Prins Karel en Atlantikwall

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

omvat de bescherming als monument Batterij Saltzwedel-neu
gelegen te Duinenstraat (Oostende)

Deze bescherming is geldig sinds 26-03-2010.

omvat de bescherming als monument Batterij Saltzwedel-neu
gelegen te Duinenstraat (Oostende)

Deze bescherming is geldig sinds 26-03-2010.

omvat de bescherming als monument Batterij Saltzwedel-neu: bunker
gelegen te Duinenstraat (Oostende)

Deze bescherming is geldig sinds 26-03-2010.

omvat de bescherming als monument Batterij Saltzwedel-neu: medische post
gelegen te Duinenstraat 149 (Oostende)

Deze bescherming is geldig sinds 26-03-2010.

omvat de bescherming als monument Bunker Steunpunt Bensberg
gelegen te Duinenstraat (Oostende)

Deze bescherming is geldig sinds 26-03-2010.

omvat de bescherming als monument Domein Raversijde
gelegen te Duinenstraat 147-149 (Oostende)

Deze bescherming is geldig sinds 26-03-2010.

omvat de bescherming als monument Domein Raversijde: koninklijke paardenstallen
gelegen te Duinenstraat zonder nummer (Oostende)

Deze bescherming is geldig sinds 26-03-2010.

Beschrijving

Het provinciaal domein Raversijde is gelegen op het adres van Nieuwpoortsesteenweg 636 in Raversijde (Oostende). Het gedeelte duinen met sporen van de Batterij Aachen, het Stützpunkt Bensberg en de Batterij Salzwedel neu (Stützpunkt Tirpitz) is gelegen op adres van Duinenstraat 147. Deze zone, ca. 50 hectare groot, is afgebakend en wordt via paden en gangen voor een groot deel opengesteld voor de bezoeker. In dit openluchtmuseum is o.m. het paviljoen van Prins Karel gelegen. Grenzend aan dit domein liggen nog de koninklijke paardenstallen van Leopold II en enkele betonnen verdedigingsconstructies, die eveneens tot het steunpunt en de batterijen van de Tweede Wereldoorlog behoorden, maar die buiten het domein kwamen te liggen: het gebied ten zuidwesten van het domein bevat sporen van de Batterij Saltzwedel-neu; op het adres Duinenstraat 149 en het aanpalend perceel 240P liggen nog twee betonnen constructies van deze batterij; in het gebied ten zuiden van de Duinenstraat, nabij de paardenstallen liggen twee betonnen constructies behorende tot het Stützpunkt Bensberg; ten noordoosten van het domein tenslotte ligt nog één betonnen constructie van ditzelfde steunpunt.

Historisch overzicht

De naam Raversijde verwijst naar het middeleeuws vissersdorp Walraversijde, gelegen achter een zeewerende dijk. Het dorp verdween tijdens het Beleg van Oostende (1601 – 1604) en werd niet meer op dezelfde plaats heropgebouwd. De toren van de kapel, laatste restant van het middeleeuwse dorp, werd in 1860 afgebroken. In de 19de eeuw bestond het gehucht Walraversijde nog slechts uit enkele eenvoudige vissers- en mandenvlechterswoningen achter de duinen, met hier en daar een kleine hoeve. De oorsprong van de oudste, heden nog bestaande constructie gaat terug tot 1865, toen op perceel 231 een mandenvlechterswoning werd opgetrokken. Deze eenvoudige woonst vormde de basis van het latere verblijf van Prins Karel. Door aanbouw in 1874 en 1911 verkreeg het zijn huidige plattegrond. Rond 1865 werd er vlak naast een nagenoeg identieke woning gebouwd, die later door de familie Van de Walle bewoond werd, en tijdens de Tweede Wereldoorlog afgebroken werd. Op deze plaats staat nu de villa Goffinet.

In 1894 werden twee torens met geleidelicht opgetrokken ten behoeve van de scheepvaart. Het laagste licht bevond zich in een stalen constructie op een duintop ten westen van het latere Koninklijke Domein, op een hoogte van 17,40m boven de zeespiegel. Het hoogste licht bevond zich achter de duinengordel, in een stalen toren op een hoogte van 23,40m boven de zeespiegel. Deze toren rustte op een hardstenen onderbouw. Binnen in de toren was er een metalen wenteltrap van 168 treden. In de twee torens zat geen draaiende lichtbron zoals bij vuurtorens, maar enkel een vast wit licht. Hoog en laag licht stonden zo opgesteld dat zij op één lijn het midden van het Westervaarwater van de Stroombank aanduidden.

Dicht bij de hoogste lichttoren werd een woning gebouwd voor de lichttorenwachter. Het gebouw is opgetrokken met rode en gele bakstenen, in de typische stijl van de huisjes nabij spoorwegovergangen. Later zal deze woning door Prins Karel omgevormd worden tot een gastenverblijf (de huidige ‘villa Bastien’). In de onmiddellijke omgeving staat ook een klein vierkant gebouwtje dat de brandstofvoorraad voor de lichten bevatte, het zgn. ‘petrolkot’.

Op de wandeldijk ‘La Corniche du Nord’ (tussen Oostende en Middelkerke) werd in 1897 een dubbele tramlijn geopend. In 1904 werd de wandeldijk tussen Middelkerke en Mariakerke omgebouwd tot een vaste zeedijk, waarop in 1908 een verharde rijweg werd aangelegd. Toen werden ook de tramsporen, die dicht tegen de duinen lagen, naar zeezijde verplaatst.

In 1904 werd op perceel 234 een nieuwe woning gebouwd, die nu de woning van de huisbewaarder omvat.

I. Het Koninklijk Domein

Koning Leopold II kocht in de periode 1902 – 1903 een aantal eigendommen nabij Raversijde aan als ‘dépendances’ van de Koninklijke Chalet te Oostende. Deze gronden waren gelegen op de wijk Walraversijde, tussen de Nieuwpoortsesteenweg en de Duinenstraat. Ze vormden de kern van het Koninklijk Domein Raversijde, dat later door Koning Albert en vooral door Prins Karel gevoelig uitgebreid werd.

Op vraag van Leopold II ontwierp de Noorse architect Finn Ivar Andreas Knudsen (1864 – 1911) de Koninklijke Stallen te Oostende en 3 gebouwen op zijn domein te Raversijde. Knudsen werkte hiervoor samen met de Noorse houtfirma Thams & Co (Trondheim), een firma die gekend was voor haar prefab-woningbouw in Scandinavische heimatstijl, met veel reminiscenties naar de Vikings (de zgn. ‘Dragestil’). De plannen werden in 1902 voorgelegd en goedgekeurd. De metselwerken - een bakstenen onderbouw en een bouwplateau met hardstenen plint - startten in mei 1902 onder leiding van architect Alexandre Marcel en werden uitgevoerd door Jean Fichefet & Frères (Brussel). In april 1904 werd gestart met de assemblage van de Noorse chalet en het tuinpaviljoen.

De Noorse chalet, 11 op 19m groot, werd ingericht met een massieve open haard en meubilair dat door de architect ontworpen was in de stijl van de streek van Telemark. Het houten meubilair was overvloedig versierd met snijwerk en in felle kleuren geschilderd. Twee zijdelingse brede trappen gaven vanaf de Zeedijk toegang tot de chalet. De constructie was niet erg groot en zeker niet bedoeld voor een uitgebreid en langdurig verblijf, eerder voor ‘een dagje uit’ waarbij de koninklijke gasten ’s avonds terug naar Oostende trokken. De massieve bakstenen onderbouw is vandaag de dag nog steeds zichtbaar vanaf de Zeedijk. Het tuinpaviljoentje, 3,70 op 4m groot met één etage, was gebaseerd op een ‘Stabur’, een typisch paviljoen uit Noorwegen dat doorgaans dienst doet als proviandschuurtje. Door hun mooie ligging trokken beide gebouwen de aandacht van de wandelaars en de tramreizigers. Ten zuiden van de Duinenstraat, uit het zicht van de wandelaars op de dijk, verrees nog een houten Noorse woning bestemd voor de huisbewaarder. Dit gebouw, 10 op 12m groot, omvatte o.m. een keuken, wasplaats en strijkkamer.

De omgeving werd door de Franse tuinarchitect E. Lainé omgevormd tot een ‘lusttuin’. In 1906 werden door Alexandre Marcel twee vijvers aangelegd. Het park kreeg de functie van experimentele boom- en plantenkwekerij. Dichtbij de Duinenstraat werden broeikassen gebouwd. Vanaf de Nieuwpoortsesteenweg werd in 1905 een lange brede weg aangelegd, dwars door het zuidelijke parkgedeelte tot aan de Duinenstraat.

Vlakbij de Duinenstraat werden paardenstallen gebouwd, die tevens de aanzet vormden voor het brugje over de Duinenstraat. Op die manier werd de brede laan van het zuidelijke parkgedeelte verbonden met het andere deel van het koninklijke domein. Deze paardenstallen zijn nog steeds aanwezig.

Deze gronden en gebouwen werden op 8 november 1904 toegevoegd aan de bezittingen van de ‘Fondation de la Couronne de l’Etat Indépendant du Congo’, in 1906 aan de bezittingen van de ‘Onafhankelijke Congostaat’. Er werd uitdrukkelijk gestipuleerd dat deze gronden voorbehouden dienden te blijven om bomen en planten te kweken. Door de wet van 18 oktober 1908 maakten ze voortaan deel uit van de ‘Koninklijke Schenking’. In 1909 werd ook de duinengrond met de Noorse chalet stilzwijgend eigendom van de Koninklijke Schenking. De Civiele Lijst van de Koning stond in voor het onderhoud van het geheel. Na de dood van Leopold II verbleef ook Koning Albert regelmatig in Raversijde. In de zomer van 1913 ontving hij er aartshertog Franz-Ferdinand van Oostenrijk met zijn echtgenote. Albert kocht op 1 mei 1914 de gronden aan ten westen van het Koninklijke Domein (delen van perceel 230).

Tijdens de Eerste Wereldoorlog bouwde het Duitse Marinekorps de Batterij Aachen uit op het domein (zie verder) ten koste van o.m. alle gebouwen. De Noorse Chalet werd op 15 december 1914 door de Duitsers in brand gestoken, omdat het een voor de hand liggend herkenningspunt voor de Britse marine betekende. Om dezelfde reden werden de 2 lichttorens in het voorjaar van 1915 omvergetrokken. De onderbouw van het tuinpaviljoen werd door de Duitsers omgevormd tot observatiepost. De woning van de huisbewaarder raakte zwaar beschadigd.

In het interbellum werd het domein een aantrekkingspool voor ‘fronttoeristen’. In 1923 werden de stukken en alle ijzerwerk van de Batterij Aachen openbaar als schroot verkocht. In de verkoopsvoorwaarden stond uitdrukkelijk vermeld dat de stukken voorzichtig ontmanteld moesten worden, zonder schade aan de constructies te berokkenen. Gedurende meer dan 10 jaar bleef het Koninklijk Domein Raversijde onaangeroerd, maar vanaf 1930 kreeg de 27-jarige Prins Karel interesse voor het domein. Hij kocht o.m. een uitgestrekt duinengebied ten westen van Koninklijk Domein aan (percelen 230U3 en 230P3). In 1931 werden de laatste resten van de lichttorens opgeruimd. In 1934 werd de zwaar vervallen Noorse woning van de huisbewaarder in het park afgebroken. Materiaal van deze constructie werd door Prins Karel gerecupereerd voor de bouw van o.m. een loods en een garage. Het huis van de lichttorenwachter werd summier heringericht en diende hem sporadisch tot verblijf. De omgeving werd verfraaid en terrasvormig beplant, terwijl ook het parkgedeelte werd herbebost.

Na de dood van Koning Albert verwierf Prins Karel de volledige eigendom van zijn vader. Het oorspronkelijke domein van Leopold II bleef echter eigendom van de Koninklijke Schenking.

In de duinen, toebehorend aan baron Goffinet werd het zgn. ‘Vissershuisje’ gebouwd, een klein bakstenen paviljoen waar gasten werden ontvangen. De oude ‘mandenvlechterswoning', waar baron Goffinet soms verbleef, kreeg haar definitief uitzicht, met groen-oranje beschilderde luikjes. Opmerkelijk zijn de talrijke dakkapelletjes en de gevels met een hoogst eigenaardig stucwerkpatroon, dat de afdruk van de golven op het strand wil nabootsen. Naast het huis Boncquet werd een brede inrijpoort, een garage en een appartement voor de chauffeur opgericht (de huidige inkomhal van het memoriaal).

Tijdens de Tweede Wereldoorlog bouwden de Duitsers heel wat militaire constructies op het domein, die ingeschakeld werden in de ‘Atlantikwall’ (zie verder). De batterijchef, Oblt. Koppe, nam in 1942 zijn intrek in het Vissershuisje, de andere officieren in de villa van de Prins. De woning van baron Goffinet werd ingericht als mess voor de onderofficieren. De garage werd omgevormd tot keuken. Ernaast werd in 1941 een ruime zaal opgetrokken, die als kantine dienst deed. In het voorjaar van 1944 werd een nieuwe constructie opgericht als ‘Schreibstube’.

Het domein liep opnieuw zware schade op. Op uitdrukkelijk verzoek van Prins Karel werden de Duitse verdedigingswerken na de oorlog niet afgebroken. Het domein werd wel ontmijnd door het Belgische leger, geholpen door Duitse krijgsgevangenen. De overgebleven artilleriestukken en toebehoren werden in het najaar van 1946 weggehaald.

Tijdens zijn Regentschap breidde Prins Karel stelselmatig zijn eigendom uit. Zo werd hij dankzij een akkoord met de Koninklijke Schenking op 17 december 1949 eigenaar van het oorspronkelijke domein van Leopold II. Tijdens en onmiddellijk na het Regentschap werden de gebouwen opgeknapt. Het aanbrengen van (valse) steunberen moest een zekere eenheid brengen in het geheel. Drie Duitse gebouwen in het park kregen een bestemming als opslagplaats voor meubels, schilderijen, tapijten en andere goederen die de Prins liet overbrengen uit het Koninklijk Paleis. De Duitse kantine werd uitgebouwd tot de zgn. ‘Vlaamse Zaal’ (verwijzend naar een zaal die Prins Karel had ingericht in het Koninklijk Paleis te Brussel als privaat museum). De voormalige Duitse ‘Schreibstube’ werd in 1955 omgevormd tot de ‘pingpongzaal’ (huidige villa Goffinet). Ook de bouw in 1964 van de zgn. ‘‘Muur van Allard‘’, gekenmerkt door imitatiekantelen en bedoeld om de krachtige zeewind af te zwakken, deed het uitzicht van het domein sterk veranderen. In 1965 werd in het park een ‘open zwembad‘ aangelegd dichtbij de ‘caravan’ die de Prins gebruikte als buitenverblijf. De open vlakte tussen de vijvers werd geëgaliseerd om als golfterrein te kunnen gebruiken.

Prins Karel vestigde zich in de oude mandenvlechterswoning die voordien door baron Goffinet bewoond was. Binnenin bestaat het gebouw uit kleine, overvolle ruimten. Overal herinneren schuifdeuren, hangkastjes en patrijspoorten aan de marine. De Prins had een groot deel van zijn jeugd doorgebracht op de schepen van de Britse Navy. Tussen de stijlmeubels (o.m. afkomstig van Napoleon Bonaparte) stonden talrijke aparte snuisterijen in porselein. Elke beschikbare plaats aan de muur werd ingenomen door schilderijen, gravures of bronzen sierelementen. Aan de plafonds hing een collectie sabels en vuurwapens. Elementen van een modelspoorweg die op het Koninklijk Paleis een volledige kamer innam, werden over de ganse woning verspreid. Overal stonden schilderwerken van de Prins opgestapeld. Naast de woning werd een houten bibliotheek aangebouwd, die een enorm aantal boekbanden bevatte (afgebroken in 1987). Opvallend is de beschildering van de gebouwen. De overheersende okergele hoofdkleur werd gebroken door het groen en oranje van de luiken. ‘Villa 2’ werd uitgevoerd in blauw en rood, met een uiterst ingewikkelde beschildering van het dak, naar verluidt geïnspireerd op de kleurrijke geglazuurde dakpannen in de Bourgogne. Deze woning werd in 1950 ingericht voor schilder Alfred Bastien, die na de dood van baron Goffinet de vertrouwenspersoon van Prins Karel werd.

Al deze tijd bleven de duinen onaangeroerd, bunkers werden als opslagplaats gebruikt of werden dichtgemetseld, verbindingsgangen verzandden, munitie bleef tot in 1985 op het domein liggen. Gebouwen takelden af door gebrek aan personeel en onderhoud.

Het domein behoorde vanaf januari 1971 tot het grondgebied van Oostende. Toen de Oostendse gemeenteraad een spoedprocedure wou inzetten om het domein te onteigenen, stelde de Prins zijn eigendom op 19 januari 1980 te koop, in de hoop dat de Koninklijke Schenking of de Staat zijn domein aankocht. Uiteindelijk werd het domein op 12 december 1981 verkocht aan het Ministerie van Openbare Werken. Het Bestuur der Waterwegen kocht het noordelijke gedeelte, de Dienst Groenplan het zuidelijke park. Prins Karel behield het vruchtgebruik. Hij overleed op 1 juni 1983. Na zijn dood werden alle gebouwen ontruimd op last van de erfgenamen.

Door een samenwerking tussen de Vlaamse Gemeenschap, de Regie der Gebouwen en het bestuur van de Provincie West-Vlaanderen werd het voormalig Koninklijk Domein in zijn vroegere staat hersteld, uitgebreid en opengesteld voor het publiek. De bestaande gebouwen werden vanaf 1988 ingrijpend gerestaureerd door de Regie der Gebouwen. De uitbating van het ‘Memoriaal prins Karel’, op 7 juli 1992 plechtig onthuld, wordt verzorgd door de Provincie West-Vlaanderen. Op 24 juni 2000 werd de archeologische site ‘Walraversijde 1465’ officieel voor het publiek geopend.

II. De Eerste Wereldoorlog‘

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd de Belgische kust verdedigd door het Duitse Marinekorps. Langsheen de kuststrook, tussen Raversijde en de Nederlandse grens, waren een 40-tal batterijen opgesteld in de nabijheid van havens of op en achter duinengordels, met kanonnen van heel divers kaliber, gaande van licht afweergeschut van 8,8cm tot de zwaarste scheepskanonnen van 38cm. Deze batterijen moesten de geallieerden van de kust weghouden, het eigen scheepvaartverkeer beschermen en de toegang tot de marinebasissen van Oostende, Zeebrugge en Brugge dekken. Tussen de batterijen bevonden zich kleine infanteriestellingen, bewapend met mitrailleurs en omgeven door prikkeldraad. Grote schijnwerpers en kanonnen met lichtgevende munitie konden in een ogenblik de ganse kuststrook verlichten. Dit uitgebreide defensiesysteem zou 20 jaar later als model gebruikt worden voor de uitbouw van de Atlantikwall.

Op het Koninklijk Domein te Raversijde werd de ‘Batterij Aachen‘ uitgebouwd. De stelling was eind april 1915 volledig afgewerkt. Reeds op 5 mei beschoot de batterij de Franse batterijen bij Nieuwpoort. De batterij was ingedeeld bij de ‘Westbatterijen’ (Aachen, Antwerpen, Beseler, Cecilie) en behoorde tot de ‘Artillerieabschnitt West’.

In het begin van de oorlog werden de Westbatterijen vooral vanuit zee beschoten, door Britse schepen, zoals op 19 september 1915 toen Aachen het zwaar moest ontgelden. Het gevaar kon evengoed vanuit het binnenland komen. Op 6 oktober 1916 berokkende een intensieve geallieerde beschieting vanaf het IJzerfront zware schade aan de batterij. Naar aanleiding van deze beschieting werden enkele maatregelen genomen, zoals de versterking van de houten manschappenverblijven en de beveiliging van de munitieruimtes met pantserdeuren.

Als meest westelijk gelegen batterij fungeerde deze stelling niet enkel als kustverdediging (bv. tijdens de Britse pogingen op 23 april en 10 mei 1918 om de haven van Oostende te blokkeren), maar werd ze ook ingezet om de geallieerde stellingen langs de IJzer onder vuur te nemen. Op 16 oktober 1918, tijdens het Geallieerde Bevrijdingsoffensief, werden de stellingen van de Batterij Aachen verlaten en werden de kanonnen onklaar gemaakt.

De stellingen van Batterij Aachen waren omgeven door één à twee gordels prikkeldraad van vijf tot zeven meter breed. Deze werden aangevuld met mitrailleursnesten, die zowel de voor-, achter- als zijkanten moesten dekken. Drie mitrailleursposten op de zeedijk zorgden voor bescherming tegen luchtaanvallen. Links van de Batterij Aachen bevonden zich infanteriestellingen en vier oude Wahrendorff kanonnen, te Luik vervaardigd in 1865. Deze verouderde stukken op wielen waren in opvallende bonte kleuren geschilderd. Ze dienden enkel als afleiding voor vijandelijke vliegtuigen. De ingang van de batterij lag langs de Zeedijk, dicht bij de linkse observatiebunker. Het ijzeren hekken, dat oorspronkelijk de ingangspoort van het Koninklijk Domein was, werd geflankeerd door twee Britse zeemijnen, die op versierde sokkels rustten. Op de linkse zeemijn was de naam ‘AACHEN’ geschilderd, op de rechtse stond ‘GOTT STRAFE ENGLAND’. Tot in 1992 lagen er nog steeds twee zeemijnen bij deze poort, maar deze dateerden uit de Tweede Wereldoorlog.

De eigenlijke batterij bestond uit vier stukken scheepsgeschut (type 15cm S.K. L/40), vervaardigd in 1901. Ze waren opgesteld op versterkte, nagenoeg vierkante betonnen platforms, wogen 40 ton en hadden een bereik van 18 kilometer. Deze beddingen, evenals de nabijgelegen munitieruimtes, zijn bewaard gebleven. Ze werden met mekaar verbonden via een dubbel smalspoor langs de bestaande holle weg (die naar de Koninklijke Chalet leidde) Dit smalspoor diende om de munitie aan te voeren vanuit twee centrale munitiedepots, die in oktober 1918 vernietigd werden. De wanden van de holle weg waren bekleed met hout om verzanding tegen te gaan. Links en rechts van deze kanonnen werden twee commando- en observatiebunkers opgetrokken, eveneens bewaard. Vanuit deze bunkers vertrokken de communicatielijnen naar de stukken. De linkerobservatiebunker werd in 1917 ingrijpend verstevigd door het aanbrengen van een zware supplementaire luifel, omdat ze toen ook gebruikt werd als ‘Hauptstand West’ voor de Batterij Deutschland (Bredene) en bijgevolg kostbare meetapparatuur bevatte. In 1941 werd deze observatiepost opnieuw gebruikt door waarnemers van de Hannover-batterij, die in Leffinge was gestationeerd. De rechtse observatiebunker werd tijdens de Tweede Wereldoorlog gebruikt door artilleriewaarnemers van de batterij Hannover (Leffinge) en werd toen sterk aangepast.

Wegens de toenemende beschietingen met zwaar kaliber moest iedere batterij vanaf 1916 over minstens één bomvrije schuilplaats beschikken, die ook hier bewaard gebleven is. Houten constructies werden na de oorlog door omwonenden ontmanteld: het hout werd als brandhout gebruikt. Zo zijn de meeste manschappenverblijven verdwenen: deze waren in het zand uitgegraven, opgetrokken met houten balken en bedekt met ijzeren platen waarop een laag zand was aangebracht. Een houten wachtlokaal langs de Duinenstraat en een houten medische post met een verbandkamer, een ziekenzaal met 20 bedden en een woonruimte voor de arts zijn eveneens verloren gegaan. Ook de elektrische leidingen, schakelborden, verlichting en de volledige inboedel ondergingen hetzelfde lot, net zoals de houten wanden van de loopgraven. Het merendeel van de loopgraven uit de Eerste Wereldoorlog werd tijdens de Tweede Wereldoorlog hergebruikt en verstevigd met bakstenen metselwerk.

In de batterij werden drie waterputten geboord. Eén hiervan droeg de naam ‘Barbara Brunnen’ en is bewaard gebleven. De H. Barbara was de patrones van de artilleristen. In de omgeving van deze bron waren houten manschappenverblijven opgetrokken.

De Batterij Aachen (net als andere batterijen) werd op het einde van en na de oorlog vaak bezocht door belangrijke politieke leiders en hoge militairen, die het Duitse defensiesysteem onderzochten en analyseerden. Het Duitse verdedigingssysteem werd als een meesterstuk in militaire vestingbouw beschouwd.

III. De Tweede Wereldoorlog‘

Voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog bouwden de Duitsers verschillende bunkerlinies, elke keer met andere bunkertypes. Aan de grens met Duitsland en Polen bijvoorbeeld had men vanaf 1935 de Ostwall. Vanaf 1938 bouwden ze langs de grenzen met Frankrijk en België de Westwall en gedurende de oorlog werd de Atlantikwall (Golf van Biscaje tot aan de Noordkaap) en de Südwall (Middellandse Zee) gebouwd.

Tijdens de zomer van 1942 waren de plannen voor de bouw van de Atlantikwall klaar. Ongeveer 15.000 bunkers dienden er tussen de Spaanse grens en de Waddeneilanden gebouwd te worden, ca. 5.300km lang. Het moest een ononderbroken lijn worden die een invasie kon tegenhouden en mannen en geschut konden beschermen tegen vijandelijk vuur. Iedere batterij moest 60 dagen op eigen voorraden kunnen voortbestaan.

Om het gigantische project van de Atlantikwall binnen een zo kort mogelijke tijd te verwezenlijken, moest men systematisch te werk gaan. Bijna elke bunker die er gebouwd werd, was van een bepaald type, waarvan er een standaardbouwplan, een ‘Regelbau’ bestond, met tekening en opgave van nodige materialen en manuren per constructie. Elk ontwerp kreeg een nummer, bijvoorbeeld Regelbau 630 voor een mitrailleurbunker. Dat nummer wordt nog altijd aangewend als men over Duitse bunkersites bespreekt. ‘

Stützpunkt Bensberg, Saltzwedel-neu en Stützpunkt Tirpitz‘

Tussen de overblijfselen van de Aachen-batterij uit de Eerste Wereldoorlog bouwden ‘Festungspioniere’ een groot aantal manschappenverblijven en bijhorende accomodaties, waaronder lichte munitie- of voorraadbunkers en een medische hulppost. Ze kregen namen mee van componisten (Händel, Bach, Mozart, Haydn, Millöcker,…) en maakten deel uit van het Stützpunkt Bensberg. De observatieposten van de voormalige Batterij Aachen werden in gebruik genomen door artilleriewaarnemers van de Batterij Hannover, gelegen te Leffinge. Stützpunkt Bensberg situeerde zich tussen de overgebleven flankeringsbunker met bijhorende geschutstellingen (nr. 16, 16a en 16b) en in oostelijke richting tot aan het gebouw dat vroeger Jan van Gent werd genoemd, dus buiten het huidige domein Raversijde.

De batterij Saltzwedel-neu, in de westelijk gelegen duinstrook uitgebouwd in 1941, maakte deel uit van de ‘Marine Artillerie Abteilung 204’ (M.A.A. 204), die verschillende batterijen had opgericht langsheen de Vlaamse kust. De batterij werd genoemd naar een bevelhebber van een onderzeeër, Reinhold Saltzwedel, die in 1917 het leven liet. Oorspronkelijk was deze batterij op het domein van Prins Karel gebouwd om de haven van Oostende te beschermen. Later, vanaf eind 1942, zou de batterij ingeschakeld worden in het verdedigingssysteem van de Atlantikwall. Men sprak nu van het steunpunt Tirpitz, genoemd naar een Duitse admiraal uit de Eerste Wereldoorlog. Omwille van de oprukkende Canadese troepen werd de batterij op 7 september 1944 ontruimd en werd het geschut onklaar gemaakt.

De batterij strekte zich deels ten westen van het huidige domein Raversijde uit, tot 50m vóór de Kalkaertstraat. In het stuk buiten het domein werden de constructies bovengronds grotendeels afgebroken. Vandaag de dag is het grootste deel van de batterij dat binnen het koninklijk domein gelegen was, bewaard gebleven dankzij de uitdrukkelijke wens van Prins Karel om deze militaire werken te behouden: o.m. een centrale observatie- en commandobunker, drie van de vier open geschutsbeddingen met bijhorende munitiebunkers, twee van de vier overgebleven bunkers voor 10.5cm kanonnen (R671), één van de twee flankeringsbunkers (R612) en twee grote manschappenverblijven. Hier verbleven normaal gezien 136 mannen.

De batterij bestond oorspronkelijk uit vier stukken Belgisch veldgeschut van 120mm (model 1931, vervaardigd door de fabrieken Cockerill), die in mei 1940 buitgemaakt werden. Na de capitulatie van het Belgische leger op 28 mei 1940 werden de kanonnen opgenomen in de Duitse nomenclatuur als type K370(b). Geplaatst op een spil hadden ze een schootsbereik van 360°. Aanvankelijk werden deze kanonnen op houten platformen in het zand geplaatst, later op betonnen beddingen. Tijdens de oorlog werden deze kanonnen nauwelijks gebruikt, behalve tijdens oefeningen. In april 1944 werden de veldkanonnen naar Frankrijk overgebracht en werden enkele van de platforms aangepast voor luchtafweergeschut. In oktober 1943 werd alle geschut in overdekte stellingen opgesteld, dit in navolging van het zgn. ‘Schartenbauprogramm’. Vier duikbootkanonnen, type SKC/32U met een kaliber van 10,5cm werden opgesteld in nieuwe geschutsbunkers van het type R671, een type dat heel goed vertegenwoordigd is langsheen de Atlantikwall.

In de duinen werd een kleine vlakte omgevormd tot ‘Appelplatz’. Her en der werden stellingen voor luchtafweergeschut of kleiner geschut (mitrailleurs, mortiers) ingericht. Er stonden drie zoeklichten opgesteld. Overdag verbleven de mannen buiten of in houten barakken, ’s nachts in betonnen manschappenverblijven. Het geheel van stellingen, bunkers en schuilplaatsen werd met mekaar verbonden door een systeem van open en ondergrondse gangen, die in baksteen waren opgetrokken.

Het geheel werd zoveel als mogelijk gecamoufleerd. Zo werd de grasmat van de Wellingtonrenbaan in Oostende gebruikt om de constructies met graszoden te kunnen afdekken. Ook camouflagenetten werden veelvuldig gebruikt. De meeste bunkers of schuilplaatsen waren ingegraven. Stellingen, open loopgraven, enz. werden beschilderd met een grillig patroon van gele, groene en paarse vlekken. Op één constructie werden vensters en deuren geschilderd en een vals dak gemonteerd.

Beschrijving van het bouwkundig erfgoed op de site

De nummers in de beschrijving van de locatie verwijzen naar het situeringsplan in bijlage.

1) Bakstenen onderbouw van de zgn. ‘Noorse Chalet’

Locatie: noordoostelijk deel domein, onder geschutstelling nr. 5, te zien vanaf de Zeedijk (

Beschrijving:

Massieve bakstenen onderbouw van de zgn. 'Noorse Chalet' met schuinoplopende voormuur en licht gebogen, schuinoplopende randen. De Noorse Chalet van Leopold II, ontworpen door de Noorse architect Knudsen werd in december 1914 door de Duitsers in brand gestoken, omdat ze vreesden dat het gebouw een richtpunt zou vormen voor Britse schepen. Enkel de bakstenen onderbouw is bewaard gebleven.

2) Paviljoen Prins Karel

Locatie: gelegen binnen het Domein Raversijde, rechts van de toegang Beschrijving: Oude mandenvlechterswoning uit de 19de eeuw, die door baron Goffinet rond 1935 haar definitief uitzicht kreeg. Imposant bakstenen volume in regionalistische stijl, getypeerd door wisselend dakenspel bedekt met Vlaamse pannen en voorzien van opvallende schouwmassieven, tuitgevels, steunberen, geaccentueerde dakvensters en kleurrijke luiken. Verankerde baksteenbouw, voorzien van in okergeel beschilderde bepleistering met stucwerkpatroon dat wil verwijzen naar de golven van de zee. Hoofdvolume van vier traveeën geflankeerd door lagere volumes. Uitspringend inkomportaal van één travee met korfboogopening, voorzien van tuitgevel, geflankeerd door steunberen en afgewerkt met tegelpannetjes. Rechthoekige muuropeningen met typerende roedeverdeling en behouden groen-oranje beschilderde luiken. Binnenin bestaat het gebouw uit kleine vertrekken. Overal herinneren schuifdeuren, hangkastjes en patrijspoorten aan de marine. Het ‘Paviljoen van de Prins’ werd na een grondige restauratie met de medewerking van de Civiele Lijst van de Koning gedeeltelijk heringericht. Het originele meubilair van de woonkamer kreeg zijn plaats terug, samen met vele kunstvoorwerpen en snuisterijen: het schilderspalet, de golfstokken, de stoel van Napoleon, beeldhouwwerken van koningin Elisabeth, een portret van Leopold II, koninklijk vaatwerk in de keuken (waar de Prins bij voorkeur schilderde),… De bonte kleuren van het interieur werden opnieuw aangebracht.

3) Bakstenen omheiningsmuur

Locatie: gelegen binnen het Domein Raversijde, ter hoogte van het paviljoen Prins Karel en de villa Goffinet Beschrijving: Bakstenen muur met pijlers en ezelsrug. Rondbogig poortje met kapelletje ter hoogte van paviljoen Prins Karel.

4) Koninklijke paardenstallen

Locatie: buiten het domein gelegen, iets ten zuiden van de Duinenstraat, in het park Beschrijving: Paardenstallen gebouwd onder Leopold II. De stallen vormden tevens de aanzet voor een brugje dat over de Duinenstraat heen de twee delen van het Koninklijk Domein verbond. De paardenstallen fungeerden als drager voor een ontdubbeld, langzaam stijgend pad waarvan de twee delen samenkwamen bij het brugje. Dit brugje, oorspronkelijk met een gietijzeren reling afgezet, werd na de dood van Prins Karel afgebroken. Het pad over dit brugje vond aansluiting bij een brede laan, die het zuidelijk parkgedeelte dwarste, tot aan de Nieuwpoortsesteenweg. Bakstenen gebouw in U-vorm, gestaag naar het midden toe verhogend. Dak uit gewapende betonplaat, vermoedelijk afgewerkt met teer. Op het dak ligt een pad in gebakken aarden tegels met geometrisch lijnenspel. Dit pad is afgezet met lage bakstenen muurtjes met ezelsrug, dat aan het begin van het pad uit hardsteen is vervaardigd. Het pad leidt tot het (nu afgebroken) brugje over de Duinenstraat.

Restanten van gecementeerde plint en van de bossage bezetting op de gevels. De rondbogige poortingangen zijn nu grotendeels dichtgemetseld en/of voorzien van rechthoekige venster- en deuropeningen. Plafond uit betonnen balken. In de centrale stalling hangen golfplaten.

5) Vier geschutsbeddingen voor kanonnen van het type 15cm S.K. L/40 met bijhorende munitieruimtes (Batterij Aachen)

Locatie: noordoostelijk deel domein, kant Zeedijk. De meest oostelijke geschutsbedding (nr. 5) is op de plaats van de Noorse Chalet gebouwd, dat in december 1914 vernield werd. Beschrijving: De batterij Aachen bestond uit vier stukken scheepsgeschut (type 15cm S.K. L/40), vervaardigd in 1901. Ze waren opgesteld op versterkte nagenoeg vierkante betonnen platforms, wogen 40 ton en hadden een bereik van 18km. De scheepskanonnen stonden op een centrale sokkel gemonteerd, die door middel van zware bouten in het beton verankerd was. Ze waren overdekt met stalen koepels met een cirkelomtrek van 9,90m en 2,10m hoogte. Op de binnenzijde van de bepantsering waren een aantal vaste coördinaten geschilderd die gebruikt werden om een spervuur aan te leggen op de haveningang van Oostende. Maar meestal schoten de kanonnen in de richting van Nieuwpoort (IJzerfront). De vier kanonnen waren afkomstig van schepen van de ‘Kaiserliche Marine’ en werden bediend door mannen van het ‘Matrosen-Artillerie-Regiment 2’. Twee van de vier betonnen beddingen (nrs. 4 & 5) hebben bijna volledig hun oorspronkelijk uitzicht behouden. De sporen van de verankering van de centrale sokkel zijn nog duidelijk zichtbaar. Bij de twee overige geschutstellingen (nrs. 2 – 3) werd tijdens W.O. II de toegang afgesloten door de aanleg van loopgraven in baksteen.

Links en rechts van de geschutstellingen zitten munitieruimtes, voorzien van stalen deuren. In de ruimte rechts werden de projectielen en de ontstekers bewaard. Links werden de hulzen met de lading gestockeerd. De munitievoorraad werd aangevuld via een kleine ronde opening op het niveau van de smalspoorbaan, zodat de nauwe toegangstrap hiervoor niet moest gebruikt worden. De munitie werd d.m.v. een kleine lift met kabels en tegengewichten verticaal naar boven gebracht, tot bij de kanonnen. Binnenin zijn de oorspronkelijke opschriften bewaard, die de plaats van het aanwezige materiaal aanduiden (bv. ‘Zünd-ladung’, ‘Kopf-Zünder’, ‘Boden-Zünder’) of waarschuwen (‘Rauchen Verboten’, ‘Kein öffnes Licht benutzen’).

6) Twee observatie- en commandoposten (Batterij Aachen)

Locatie: noordoostelijk deel domein, kant Zeedijk, links en rechts van de vier geschutsbeddingen Beschrijving: Twee commando- en observatiebunkers links en rechts van de vier geschutsbeddingen. Vanuit deze bunkers vertrokken de communicatielijnen naar de stukken. Orders om te vuren werden gegeven door middel van een belsignaal. Deze observatie- en commandobunkers kenmerkten zich door de smalle observatiegleuf die nagenoeg 180° beslaat en een maximaal uitzicht op zee moest garanderen. De observatieruimtes bevatten gewoonlijk tekeningen met silhouetten van vijandelijke schepen. Boven de bunkers stond een telemeter opgesteld, waarmee de afstand tot het doel bepaald kon worden. De telemeter was met de commandoruimte verbonden via een spreekbuis. De linkerobservatiebunker had aanvankelijk een lichte bescherming, maar vanaf 1917 werd de dakconstructie ingrijpend verstevigd door het aanbrengen van een zware supplementaire luifel. Daartussen werd een zandlaag aangebracht om eventuele schokken op te vangen. Deze bunker werd vanaf 1917 namelijk ook gebruikt als ‘Hauptstand West’ voor de Batterij Deutschland te Bredene. Hierdoor bevatte hij kostbare meetapparatuur voor zware batterijen, die extra beschermd moest worden. De observatiegleuf kon afgesloten worden door ijzeren luiken, die naar boven dichtklapten. In 1941 werd deze observatiepost opnieuw gebruikt door waarnemers van de Hannover-batterij (Leffinge). Zij bouwden o.m. baksteenconstructies op het dak voor luchtafweer en brachten beschildering aan. De rechtse observatiebunker werd tijdens W.O. II sterk aangepast, enkel de onderbouw dateert nog uit W.O. I. De oorspronkelijke kijkopening werd tijdens W.O. II dichtgemetseld, de naar zee gerichte observatieruimte met luifel en de bakstenen bovenbouw werden toen toegevoegd. Boven op de bunker was een plaats voorzien om een telemeter op te stellen. Vanuit deze bunker kon ook een zoeklicht bediend worden, dat tussen de batterijen Aachen en Antwerpen opgesteld stond. De bunker werd tijdens W.O. II gebruikt door artilleriewaarnemers van de batterij Hannover.

7) Bomvrije schuilplaats uit 1916, type Wellblech (Batterij Aachen)

Locatie: noordoostelijk deel domein, achter (ten zuidoosten van) de geschutstellingen gelegen Beschrijving: Wegens de toenemende beschietingen met zwaar kaliber moest iedere batterij vanaf 1916 over minstens één bomvrije schuilplaats beschikken. Het gaat om een zgn. ‘Wellblech’ (‘Schutzsicherer Wellblechunterstand’) uit 1916. Betonnen constructie, met gebogen ijzeren golfplaten die met een dikke laag beton en zand werden bedekt. S-vormige toegangspartij. Dak is ca. 4m dik. Dichtgemaakte nooduitgang, die uitmondde in de holle weg achter de Batterij Aachen.

8) Waterput ‘Barbara Brunnen’

Locatie: noordoostelijk deel domein, net ten westen van de Duinenstraat en paardenstallen Beschrijving: Eén van de drie waterputten, die tijdens W.O. I werden geboord. Ze droeg de naam ‘Barbara Brunnen’, naar de H. Barbara, patrones van de artilleristen. Fontein uit baksteen, gecementeerd, met pilasters afgewerkt met deksteen en met boogvormig afgewerkte muurvlakken. Centrale waterbak geflankeerd door twee zitbanken. De Duitse naam is niet meer zichtbaar. Vloer met gele tegels.

9) Elf manschappenverblijven ‘Verstärkt feldmäßiger Ausbau’ (Vf), type 2a (Stützpunkt Bensberg)

Locatie: grotendeels in noordoostelijk deel domein gelegen achter en tussen de restanten van de Batterij Aachen, enkele ten zuidwesten van Batterij Aachen (ten westen van het centrale pad). Eén constructie ligt buiten het domein, bij de paardenstallen, net ten zuiden van de Duinenweg

Beschrijving: Tussen de overblijfselen van de Aachen-batterij (W.O. I) bouwden ‘Festungspioniere’ tijdens W.O. II een groot aantal manschappenverblijven en bijhorende accomodaties. Ze kregen namen mee van componisten (Händel, Bach, Mozart, Haydn, Millöcker,…). Het gaat om zgn. ‘Verstärkt feldmäßiger Ausbau’ (Vf) of versterkte, betonnen veldconstructies van het type 2a, met wanden dunner dan 2m. De meeste constructies zijn verzonken. T-vormige toegang (trappen en gang tussen scherfmuren), afgesloten met stalen deur met dubbelluik en een kijkgat (type 434P1). Betonnen plafonds zonder stalen platen. Nooduitgang bij iedere constructie, bestaande uit een betonnen koker naast de constructie, afgesloten met stalen deur. Deze koker was met zand gevuld en bovenaan afgesloten met een betonnen deksel. De soldaten moesten een aantal wanden uit hout en steen verwijderen, de koker leegmaken alvorens ze naar boven konden klimmen en de betonplaat konden wegduwen. Iedere constructie werd met een nummer gemarkeerd (Ost-W voor steunpunt Oostende-West, gevolgd door nummer), af en toe vergezeld van een ‘L’ (voor ‘Leichtsausführung’ of lichte constructie).

10) Drie lichte munitie- of voorraadbunker, type 7a (Stützpunkt Bensberg)

Locatie: nr. 10 is gelegen tussen de manschappenverblijven Kunnecke en Händel (9); nr. 15B is vlakbij manschappenverblijf Verdi gelegen; nr. IX ligt in het perceel ten oosten van het domein. Beschrijving: Lichte munitie- of voorraadbunker, type 7a. T-vormige toegang (trappen en gang tussen scherfmuren). Binnenin opgedeeld in twee ruimtes. Constructie nr. 10, gemarkeerd als OST-W 108, heeft plafond met stalen balken en twee (tweeledige) stalen deuren. Constructie 15B, gemarkeerd met OST-W 118, zou een dubbel houten plafond en houten deuren hebben. Constructie nr. IX heeft een plafond met stalen balken, waartussen houten planken zitten. Hier zijn geen deuren meer aanwezig.

11) Twee WC-bunkers (Stützpunkt Bensberg)

Locatie: achter de meest oostelijke geschutstelling van batterij Aachen gelegen en ten zuiden van de Duinenweg, vlakbij de paardenstallen Beschrijving: WC-bunker nr. 12: heeft T-vormige toegang (trappen en gang tussen scherfmuren). Muren en dak zijn meer dan 1m dik, opgetrokken uit gewapend beton; onder de bunker zit een grote beerput met inhoud van meer dan 13m³. Markering ‘Ost-W 107 L’. Vlakbij bakstenen bedding voor zoeklicht. Inscriptie ‘1942’ boven verbindingsgang. WC-bunker Nr. X heeft scherfmuren, die de toegang langs beide zijden afschermen.

12) Lichte keukenbunker, type 7aK (Stützpunkt Bensberg)

Locatie: ten westen van ‘Villa Bastien’ naast manschappenverblijf Beschrijving: Rechthoekige betonnen constructie, binnenin naar verluidt met twee vertrekken. Tijdens de oorlog werd een vals dak op de bunker gemonteerd en werden een deurtje en vensters op de buitenmuren geschilderd, dit als camouflage.

13) Centrale observatie- en commandobunker (Batterij Saltzwedel-neu)

Locatie: in de zuidwestelijke hoek van de batterij, kant Zeedijk Beschrijving: Bunker centraal in de batterij opgesteld, waar geobserveerd werd en mededelingen en bevelen werden doorgegeven. De constructie beantwoordt niet aan 'Regelbau'. Betonnen constructie met rechthoekige plattegrond, met aan de kant Zeedijk een trapeziumvormige uitsprong met observatiegleuf onder een zware fronton. Op de top van de bunker is een betonnen kuip uitgespaard, waarin een zware afstandsmeter van 4m lang was opgesteld. Via buizen werd de informatie doorgegeven aan de rekenkamer. Enkele lagen rode baksteen op de rand van het dak (nu gecementeerd) hielden de graszoden tegen, die als camouflage waren aangebracht. Aan de zuidoostzijde is een houten hok aangebouwd met wasfaciliteiten voor de manschappen (vernieuwd).

Toegang via twee stalen deuren. Gemarkeerd met Ost-W 07-121 (Ostende-West, steunpunt 7, volgnummer bunker). Binnenin zijn er naar verluidt negen vertrekken. Aan zeezijde de observatieruimte met observatiegleuf en rechthoekige nissen, waar oorspronkelijk de kleine telemeter opgesteld stond. De vensters waren oorspronkelijk deels opklapbaar. Via een spreekbuis was de observatieruimte verbonden met de commandokamer, die tegelijk als rekenkamer fungeerde. De andere ruimtes werden gebruikt als telefooncentrale, verblijfsruimte van de commandant en slaapruimte voor de soldaten. Rondom deze observatiepost liep een onderaardse gang met enkele mitrailleursnesten.

14) Bakstenen observatie- en commandopost

Locatie: zuidwestelijk deel, achter centrale observatie- en commandopost Beschrijving: Kleine bakstenen observatiepost, landinwaarts gericht, gedateerd 4 augustus 1944, vermoedelijk haastig opgericht n.a.v. de landing van Normandië. Op de top een kleine geschutstelling. De constructie moest een solide indruk wekken. In werkelijkheid gaat het om baksteen met een laagje cementpleister. Aan landzijde is onderaan een deels verzonken, halfronde geschutstelling gebouwd.

15) Flankeringsbunker type R612 met bijhorende geschutstellingen (Batterij Saltzwedel-neu)

Locatie: zuidwestelijk deel domein, uiterste rechtse flank batterij, kant Zeedijk Beschrijving: Eén van de twee oorspronkelijke flankeringsbunkers, type R612, gebouwd in 1943, bedoeld om veldgeschut (7,5cm) op te stellen. Deze bunker vormde de uiterste rechtse flank van de batterij. Van hieruit kon de haveningang van Oostende rechtstreeks onder vuur genomen worden. Het veldgeschut was verplaatsbaar en kon buiten aan de zeezijde op een circulaire geschutstelling (nr. 16a) worden opgesteld of verreden worden via een betonnen pad naar een circulaire open geschutstelling aan landzijde (16b). Het type R612 kwam veelvuldig voor langs de Atlantikwall.

Technische fiche R612: 120m³ uit te graven aarde; 385m³ beton; 17 T rondstaal; 4,1 T profielstaal; zonder gasbeveiliging; munitiecapaciteit 500 stuks voor 7,5cm veldgeschut; afm. L. 9 x Br. 9m. Rechthoekige vorm met aan de achterzijde aan beide zijden een verbreding. De schuinopstaande scherfmuur aan de voorzijde werd afgebroken bij de wegverbreding van de Koninklijke Baan. Dubbele stalen deur (waarlangs kanon binnengerold kon worden) geeft toegang tot trapeziumvormige geschutskamer met opzij twee munitiekamertjes. De schietopening was afgesloten door twee stalen luiken met kijkgaten. Plafond bekleed met stalen platen en liggers, waartussen schotten zijn aangebracht om het effect van de luchtverplaatsing af te zwakken. Plafondhaken om kanon te verplaatsen. Grote stalen kokers in de muren (afvoer kruitdamp). Gemarkeerd met OST-W 07-470.

16) Drie open geschutsbeddingen met bijhorende munitiemontagekamers (Batterij Saltzwedel-neu)

Locatie: zuidwestelijk deel domein, kant Zeedijk

Beschrijving: Drie van de oorspronkelijk vier open betonnen geschutsbeddingen waarop vier stukken Belgisch veldgeschut geplaatst waren van 120mm (model 1931, vervaardigd door de fabrieken Cockerill). Deze kanonnen werden na de capitulatie van het Belgische leger op 28 mei 1940 opgenomen in de Duitse nomenclatuur als type K370(b). Geplaatst op een spil hadden ze een schootsbereik van 360°. Aanvankelijk werden deze kanonnen op houten platformen in het zand geplaatst, maar na korte tijd waren de betonnen beddingen klaar. Tijdens de oorlog werden deze kanonnen nauwelijks gebruikt, behalve tijdens oefeningen. In april 1944 werden de veldkanonnen naar Frankrijk overgebracht en werden enkele van de platforms aangepast voor luchtafweergeschut. Eén van deze platforms draagt de inscriptie 10 juni 1944. Nissen voor munitie-opslag in de wanden van de bedding. Oorspronkelijk waren de beddingen beschilderd met felle camouflagekleuren. Aangrenzende munitiemontagekamers uit rode baksteen of grijswitte cementsteen, waar de munitie geassembleerd werd. De vierde geschutstelling lag buiten het huidige domein en werd afgebroken. FLAK 36, met een 37mm kaliber bij nr. 28.

17) Drie munitiebunkers (Batterij Saltzwedel-neu)

Locatie: in zuidwestelijk deel domein, bij respectievelijke open geschutsbeddingen Beschrijving: Drie bewaarde munitiebunkers, gebouwd in 1941, en behorend bij de open geschutsbeddingen. Hier werd tijdens de eerste oorlogsjaren de 12cm munitie opgeslagen. De onderdelen werden afzonderlijk opgeslagen omwille van veiligheidsredenen: in de ene kamer werden de 12cm granaten en hun ontstekers opgeslagen, de hulzen en de ladingen springstof in de andere kamer. Gedeeltelijk verzonken constructie, bedekt met gras. Twee muren opzij van de bunkers dienden als scherfmuren en boden bescherming tegen het afglijdend zand. Betonnen constructie met twee toegangen aan landzijde, afgesloten met stalen deuren met kijkgat. Twee kamers, verschillend van grootte. Plafonds bekleed met stalen platen, bedoeld als bescherming tegen implosie. Inscripties in munitiebunker nr. 28a.

18) Twee bunkers type R671 voor kanonnen 10,5cm (Batterij Saltzwedel-neu)

Locatie: zuidwestelijk deel domein, kant Zeedijk

Beschrijving: Twee van de vier oorspronkelijke geschutsbunkers, type R671, opgeleverd in april 1944 voor duikbootkanonnen type SKC/32U met een kaliber van 10,5cm. Toen in oktober 1943 duidelijk werd dat de geallieerde luchtaanvallen toenamen, had het Duitse opperbevel het bevel gegeven om alle geschut in overdekte stellingen op te stellen (zgn. ‘Schartenbauprogramm’). De kanonnen rustten op een zware sokkel en hadden een beperkte schootshoek van max. 80°. Ze namen de functie over van de Belgische kanonnen in de open geschutstellingen. Type R671 is goed vertegenwoordigd langsheen de Atlantikwall. Technische fiche R671: 330m³ uit te graven aarde; 320m³ beton; 13 T rondstaal; 4,7 T profielstaal; munitiecapaciteit 150 schoten voor 10,5cm kanon; hoogte schootsveld max. 35°; afm.: L 9,60 x B 10 x H. 5,10m. Betonnen constructie met muren van 2m dikte. Trapeziumvormige plattegrond met aan de achterzijde aan beide kanten een verbreding van de muur. Aan de voorzijde (kant zee) een trapeziumvormig platform dat bij beide bunkers deels weggebroken werd voor de wegverbreding. Het voorste deel van de zijwanden van de schietopening en van het fronton is getrapt (om het inslaan van projectielen te voorkomen). Op het fronton zijn nog haken zichtbaar voor het aanbrengen van camouflagenetten. De geschutsopening kon afgeschermd worden met stalen netten. Binnenin vooraan een trapeziumvormige geschutsruimte met in het midden een lage betonnen sokkel. Betonnen greppel in de vloer voor de opvang van warme hulzen (waar ze in water afgekoeld werden). Plafond met stalen platen en liggers bekleed. Plafondhaken voor de montage van het geschut. Achteraan nissen voor opslag zinken containers met munitie. In de muur zaten ventilatiekokers voor de afzuiginstallatie. Nr. 24 gemarkeerd met ‘Ost-W 07 – 466’. duikbootkanon type SKC/32U met een kaliber van 10,5cm.

19) Twee manschappenverblijven (Batterij Saltzwedel-neu)

Locatie: zuidwestelijk deel domein. Beschrijving: Verzonken betonnen manschappenverblijven uit de vroegste bouwfase van de batterij, geen ‘Regelbau’. Oorspronkelijk bedekt met gras en zand (camouflage). T-vormige toegang met trappen. De toegang werd met camouflagekleuren beschilderd en bovenop de muren konden camouflagenetten aan ijzeren haken worden bevestigd. Stalen toegangsdeur met kijkgat, gevolgd door een kleine dwarsgang. Centraal kleine kamer voor drie onderofficieren en twee grotere zijvertrekken voor telkens 15 soldaten. Opklapbare bedden, met drie boven elkaar met kettingen aan het plafond opgehangen. Plafonds bekleed met stalen platen. Elektriciteit, ventilatiepijpen en verwarming met ronde kolenkachels (Wt 80 of Wt 80K). Nooduitgang afgesloten met betonnen of houten balken. batterij. Nr. 34 is niet publiekelijk toegankelijk.

20) Medische post Duinenstraat 149 (Batterij Saltzwedel-neu)

Locatie: gelegen op adres van de Duinenstraat 149, buiten het domein Raversijde fungeerde als medische post voor de Batterij Saltzwedel-neu.

21) Betonnen constructie bij chalet (Batterij Saltzwedel-neu)

Locatie: gelegen op het perceel ten westen van Duinenstraat 149, buiten het domein Raversijde Beschrijving: Kleine betonnen constructie die deel uitmaakte van de Batterij Saltzwedel-neu. De constructie bestaat uit een gang, een grotere en een kleine ruimte. Functie wellicht i.v.m. de nabijgelegen medische post.

22) Oorspronkelijke ingang batterij met wachtlokaal en wachthuisje

Locatie: Kant Zeedijk, ter hoogte van Appelplatz. Het toegangspad loopt zuidoostwaarts richting Paviljoen Prins Karel en Villa Goffinet. Beschrijving: Oorspronkelijk toegangspad Koninklijk Domein dat tijdens beide wereldoorlogen werd gebruikt. Toegang wordt geflankeerd door wachtlokaaltje voor de onderofficier van dienst en wachthuisje uit W.O. II. Wachtlokaal opgetrokken uit baksteen en kleine betonblokken, gecementeerd, met gebogen dak. Klein geprefabriceerd wachthuisje dat vaak voorkomt langs de Atlantikwall. Kleine betonnen constructie, met bovenaan schuinoplopende wanden, voorzien van een kijkgat. Kon door middel van een haak aan de bovenkant gemakkelijk in zijn geheel getransporteerd worden. Oorspronkelijk in traditionele Duitse camouflagekleuren (geel, groen en bruin) geschilderd. Oorspronkelijk met letters ‘U.v.D.’ voor 'Unteroffizier vom Dienst' (nu verdwenen)

23) Ondergrondse zaal (Batterij Saltzwedel-neu)

Locatie: zuidwestelijk deel domein, landzijde, vlakbij geschutstelling 32b Beschrijving: Volledig verzonken constructie, bereikbaar via trap. Bakstenen muren. Betonnen, schuinaflopend dak. Aanwezigheid wasbak doet mogelijke functie als keuken of wasruimte vermoeden.

24) Appelplatz (Batterij Saltzwedel-neu)

Locatie: tussen de toegang Batterij Saltzwedel-neu (nrs. 20 en 21) en manschappenverblijf nr. 34. Beschrijving: Kleine vlakte in de duinen, die dienst deed als ‘Appelplatz’.

25) Stelsel van open en ondergrondse gangen

Locatie: zowel in de batterijen/steunpunten uit W.O. I als W.O. II Beschrijving: Systeem van meer dan 2 km open en overdekte gangen, in baksteen opgetrokken, die de stellingen, bunkers en schuilplaatsen met mekaar verbonden. De loopgraven uit W.O. I waren opgetrokken met houten wanden en volgden het reliëf van de duinen. Tijdens W.O. II werden ze met baksteen versterkt en werd het stelsel aangepast en uitgebreid. Daar ze niet bedoeld waren om bescherming te bieden, enkel om de mannen verborgen te houden voor de vijand in de lucht, zijn de daken van de gangen heel dun. De open gangen werden met gecamoufleerde netten bedekt. De gangen waren voorzien van elektriciteit. Er lagen eveneens telefoonkabels. Hier en daar gebruik van gevelstenen (afbraak omliggende bebouwing). Op regelmatige afstand nooduitgangen, die rechthoekig waren en oorspronkelijk met een betonnen plaat waren afgedekt, nu door glas. Hier en daar nog andere bakstenen of (lichte) betonnen constructies, waaronder manschappenverblijven, schuttersposten gericht naar de Zeedijk, mitrailleursnesten, stellingen voor afweergeschut,…

  • DESEYNE A.M., "Raversijde 1914-1918. Geschiedenis van de Batterij Aachen. Historique de la Batterie Aachen. Geschichte der Batterie Aachen. History of the Aachen Battery". Brugge, Provinciebestuur West-Vlaanderen, 2005.
  • DESEYNE A.M., "100 jaar Koninklijk Domein Raversijde. Le Domaine Royal de Raversyde a 100 ans. Hundert Jahre königliche Domäne Raversijde. 100 years of Royal Domain Raversijde". Brugge, Provinciebestuur West-Vlaanderen, 2005.
  • JACOBS M., "Raversijde 1940-1945. De Atlantikwall. Batterij Saltzwedel Neu / Tirpitz". Brugge, Provinciebestuur West-Vlaanderen, 1995.
  • ROLF R., “Der Atlantikwall. Die Bauten der deutschen Küstenbefestigungen 1940-1945”. Osnabrück, Biblio Verlag, 1998.
  • SAKKERS H. & HOUTERMAN J.N., "Atlantikwall in Zeeland en Vlaanderen gedurende opbouw en strijd 1942 – 1944". Middelburg, Eigen beheer, 1991.
  • POSTIGLIONE G. (ed.), “The Atlantic Wall. Linear Museum I. The Archive”. Milaan, 2005.
  • PHILIPPART F., PEETERS D. & VAN GEETRUYEN A., “De Atlantikwall. Van Willemstad tot de Somme. Een gids langs de Duitse verdedigingslinie van de Tweede Wereldoorlog.” Tielt, 2004.
  • Website van het Domein Raversijde, op http://www.domeinraversijde.be/.

Bron: Beschermingdossier DW002443 (2009)

Auteurs: Decoodt, Hannelore

Alle teksten

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Raversijde

Oostende (Oostende)

is gerelateerd aan Duitse bunker Batterij Antwerpen

Duinenstraat zonder nummer, Oostende (West-Vlaanderen)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.