Geografisch thema

Humbeek

ID: 13655   URI: https://id.erfgoed.net/themas/13655

Beschrijving

Landelijk woondorp in het noordwestelijke deel van de provincie Vlaams-Brabant, aan de zuidelijke grens van Klein-Brabant en zo'n 15 km ten noorden van Brussel. Humbeek wordt in het noordoosten begrensd door Zemst, in het oosten door Grimbergen, in zuiden door Grimbergen en Beigem en in westen en noordwesten door Nieuwenrode. De gemeente heeft een oppervlakte van 787 ha en 3985 inwoners (website gemeente 2004) en is sinds 1977 deelgemeente van Grimbergen.

Het grondgebied ligt aan de voet van het Brabantse leemplateau en is licht golvend, afdalend van het zuidwesten (Oude Molen: 33 m) naar het Zeekanaal (10 m) in het oosten. Vrijwel boomloos gebied met uitzondering van het circa 80 ha uitgestrekte Gravenbos in het uiterste noorden. De belangrijkste dorpsbeek is de Meiskensbeek, ze komt van Beigem en stroomt van zuidwest naar noordoostelijke richting waar zij in het Gravenbos de kleine buisbeek opneemt en in de Sasbeek vloeit.

Het huidige stratenpatroon komt nog steeds overeen met het historisch wegennet. De Coppendries is het kruispunt van twee oude wegen: enerzijds de weg van Asse naar Mechelen die Humbeek van het zuidwesten naar het noordoosten doorsnijdt en gekend is onder de namen Kruisstraat - Dorpstraat - Kerkstraat - Mechelstraat en anderzijds de verticale weg van Brussel naar de Rupel te Ruisbroek, gekend als de Zijpstraat. Verder wordt het grondgebied van Humbeek verdeeld in rechthoekige blokken door drie parallel lopende wegen loodrecht op de weg naar Mechelen: de Molenstraat - Voordestraat; de Steeneikstraat - Hof ter Wilgenweg en de Benedestraat. Door het graven van de Willebroekse vaart (1550-1561) in het noordoosten van Humbeek werd de gemeente in twee zeer ongelijke delen verdeeld en de verbindingswegen onderbroken. De bouw van een sas ter hoogte van de Sas- of Kasteeldreef voorzag nog wel een vlotte verbinding naar Mechelen en had het ontstaan van een nieuw gehucht tot gevolg, "’t Sas" genaamd.

Humbeek wordt de eerste maal vermeld op het einde van de 10de eeuw. De naam is terug te brengen tot het tweeledige woord Hum-beek: "hum" is een Germaans stamwoord dat "bruin, donker, troebel" betekent en beek verwijst naar de "Heymbeke" of latere Sasbeek die in het begin van de 20ste eeuw samen met de Meiskensbeek naar de sluis van Kapelle werd afgeleid. De verschillende schrijfwijzen variëren van Humbeca, Hoenebeke (1268), Honebeke (1305), Henbeke (1435) tot Op-Humbeeck (Ferrariskaart, 1771-1778) en Humbecq(ue) onder het Franse Regime.

Hoewel Humbeek niet gelegen is aan een Romeinse weg (diverticula) hebben opgravingen op het Kerkeveld aangetoond dat er wel degelijk een Gallo-Romeinse nederzetting was. De teruggevonden voorwerpen, onder meer urnen, schalen, teilen, verzegeld aardewerk, munten enz. worden bewaard in het Stadsmuseum van Mechelen. Men vermoedt eveneens een Frankische nederzetting gelet op het voorkomen van de benaming "Dries", de indeling van het Kerkveld en het Speetveld in typische, lange percelen en de kunstmatige opdeling van het gehucht Coppendries.

In de 10de eeuw werd het domein van Humbeek door Jan Berthout aan de abdij van Lobbes geschonken, die het op haar beurt overmaakte aan de bisschop van Kamerijk om latere betwistingen van de schenking te voorkomen. Eind 10de - begin 11ste eeuw werd het als allodium (slechts afhangend van "God en de zon") verworven door het Sint-Romboutskapittel van Mechelen. Dit allodium, kern van de latere gemeente Humbeek, had zijn eigen leenhof waarvan de heerlijkheid zelf afhing (later uitgebreid met 30 achterlenen), een eigen cijnshof en schepenbank met meier. In 1260 werd het domein als leengoed afgestaan aan de Mechelse tak van de machtige Berthouts wat meteen verklaart waarom Humbeek een enclave bleef in het "Land van Grimbergen". Hoewel Humbeek een zelfstandige gemeente was, vormde het omstreeks 1292 samen met de andere dorpen die niet afhingen van de Berthouts van Grimbergen, de meierij Kapelle-op-den-Bos (aanvankelijk: Kapelle, Ransdonk, Op-Hombeek, Zemst en Weerde; midden 17de eeuw uitgebreid met Willebroek, Ruisbroek, Heynsdonk, Puurs en Op-Puurs). In 1313 verkochten de Berthouts het domein van Humbeek aan de familie de Bouchout, waarna het in 1465 via erfenis overging op de familie de la Marck, vanaf 1509 door huwelijk verwant met de familie van Arenberg die hun naam en wapen overbrachten. Tussen 1606 en 1644 werd het domein meerdere malen verkocht: in 1606 aan Robert Noirot die het onmiddellijk aan Jacques de Maillo verpandde en in 1643 aan Philippe Maes, om uiteindelijk in 1644 voor circa 150 jaar verworven te worden door de familie le Cocq. In 1694 verhief Karel II, koning van Spanje Jacques-Francois le Cocq tot graaf en de heerlijkheid Humbeek tot graafschap. Tot op het einde van de 18de eeuw bleef het kapittel van Mechelen in bezit van een groot deel van de heerlijkheid, als ook van 2/3 van de tienden waardoor de heren van Humbeek steeds het hoge gezag van het kapittel dienden te herkennen.

Na afschaffing van de feodale instellingen werd Humbeek in 1802 ingedeeld bij het kanton Wolvertem dat zelf deel uitmaakte van het Dijledepartement. Het lokale bestuur werd overgedragen aan de gemeenteraad met aan het hoofd een burgemeester. Het voormalig heerlijk kasteel werd in 1792 verkocht aan André-François Le Candele, waarna het in 1880 vererfd werd door de familie Lunden en in 1995 door de Brusselse familie t'Serstevens. Heden is het kasteel gekend onder de naam Graven- of Lundenkasteel.

Van oudsher had Humbeek zijn eigen schepenbank met meier die er de lagere, middele en hogere jurisdictie uitoefenden. De benoeming van schepenen en meier berustte aanvankelijk bij het kapittel en vanaf circa 1272 bij de heren van Humbeek. Het privilege van eenvoudig vonnis, zonder beroep of herziening gaat zonder twijfel terug tot de oudste tijden maar werd vaak aangevochten. Eerst in het midden van de 16de eeuw werd beslist de Raad van Brabant te herkennen als hoofd. Het raadshuis en gerechtshof waren gesitueerd op de oostelijke oever van het kanaal ter hoogte van het sas en stonden rechtstreeks in verbinding met het kasteel via de Sas- of Kasteeldreef. Vanaf de Franse tijd ging men te rade bij het vredegerecht te Wolvertem.

De parochie zou pas vrij laat, in de eerste helft van de 11de eeuw, opgericht zijn door het kapittel van Mechelen die de titel van Sint-Rombouts, de eigen patroonheilige, aan de kerk gaf. Het kapittel oefende het begevingsrecht uit en hief 2/3 van de tienden; het personaat hoorde echter toe aan het kapittel van Kamerijk dat het laatste derde tiend met de bedienaar deelde. Bijgevolg heeft de parochie Humbeek nooit tot het Land van Grimbergen of aan de abdij van Grimbergen toebehoord. Humbeek behoorde aanvankelijk tot het bisdom Kamerijk, vanaf 1559 tot Mechelen en vanaf 1962 tot Mechelen-Brussel.

Het dorp wordt aan drie zijden begrensd door natuurlijke waterlopen, in het noordoosten de Aabeek, in het oosten en zuiden de Aa- en Lintbeek en in het noordwesten de Driesbosbeek; grosso modo overeenkomend met het primitieve allodium van het kapittel. Enkel de grens met Beigem is van kunstmatige aard wat de oorspronkelijke samenhang van Humbeek en Beigem bevestigt. De veldindeling en de namen "Hulteveld", "Coppendries" en "Langblok" die in beide gemeenten voorkomen duiden erop dat de grens dateert van na de landindeling.

De oorsprong van de dorpskom dateert, net zoals de parochie, zeer waarschijnlijk uit de eerste helft van de 11de eeuw en bestaat uit een straatdorp gesitueerd aan de belangrijkste doorgangsweg Asse-Mechelen. De kaart van J. Van Acoleÿen (kaartboek van de abdij, 1699) geeft een duidelijk beeld van Humbeek op het einde van de 17de eeuw. De dorpskern wordt gevormd door een rechthoekig blok met de kerk in de as van de huidige Dorpstraat. Ter hoogte van de kerk maakt de weg een bocht naar het noorden om door middel van een veldweg verbinding te maken met het kasteel dat op zijn beurt duidelijk georiënteerd is naar het oosten: het kanaal en Mechelen. Kerk en kasteel vormen twee onafhankelijke entiteiten die niets met elkaar gemeen hebben. Door de aanleg van het kanaal in 1550-1561 met sluis op grondgebied Humbeek, won het dorp aan belang en ontstond er een nieuwe wijk rond het sas die het dorp vanaf de 16de eeuw een nieuw uitzicht gaf. De bebouwing concentreert zich vooral aan de hoofdweg en met name het begin van de Dorpstraat en aan de kruispunten met de Molen- en Benedenstraat en aan het Sas. Nadat Humbeek in 1583 door godsdiensttroebelen en in 1683 door de Fransen met de grond gelijk werd gemaakt, telde het dorp op het einde van de 17de eeuw een kasteel, een kerk en zestien andere stenen gebouwen waaronder een pastorie, brouwerij, herbergen en boerderijen; de overige 44 huizen of hutten waren van leem en stro. Naast het heerlijk kasteel was ook het "Stenen huis" -in het begin van de Dorpstraat en tegenover de kerk- voorzien van een omwalling; zo ook het 16de-eeuwse Wilderkasteel (niet afgebeeld op de abdijkaart) en de pastorie (enkel omwald op de Ferrariskaart). Grote landbouwbedrijven of versterkte hoeves kwamen niet voor. In de 18de en 19de eeuw nam de bebouwing sporadisch toe en bestond vooral uit eenvoudige boeren/arbeidershuisjes. Reeds in de Hollandse periode bouwde Humbeek een eigen gemeentehuis en vanaf het midden van de 19de eeuw verschenen er voornamelijk langs de Kerkstraat enkele statige herenhuizen. Door het graven van het kanaal in de 16de eeuw en de aanleg van de tram in 1889 verloor Humbeek zijn zuiver agrarisch karakter. Er ontstond een aangepaste handel, zoals het teelten van suikerbieten, groenten en bloemen bestemd voor de Brusselse markt en de mensen konden buiten hun dorp gaan werken. De oevers van het kanaal waren bij uitstek de plaats voor de vestiging van kleine industrie en opslagplaatsen, onder meer de internationaal vermaarde aardappelhandelaar Binst, een aluminiumfabriek, kolenhandel en wat houtindustrie. In het begin van de 20ste eeuw telde de gemeente nog vier brouwerijen, heden allen verdwenen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog brandden de kerk en een dertigtal huizen af en werd de brug over het kanaal opgeblazen. De brug werd tijdens de Tweede Wereldoorlog opnieuw verwoest en pas hersteld tussen 1962-1966, zolang werd de overvaart verzekerd door een veerpont.

Thans landelijke woongemeente met een dicht bebouwde dorpskern gegroeid uit een straatdorp met in de as de in 1927-1930 heropgebouwde neoromaanse-neogotische kerk. De bebouwing loopt vanaf het centrum als een lint door de gemeente tot aan het gehucht 't Sas dat daardoor zijn geïsoleerd karakter totaal verloren heeft en is verder omgeven door landbouwgebied. Het noorden van de gemeente wordt gekenmerkt door het uitgestrekte Gravenbos.

Het historische patrimonium van Humbeek is niet zo groot doch zeer waardevol en beslaat onder meer het "Gravenkasteel" in kern minstens opklimmend tot 1600, het "kasteel ter Eiken" opklimmend tot de 18de eeuw, het "kasteel ter Wilder" van circa 1775 en het "Gravenhuis" of oude gerechtshof van circa 1700. De pastorie van 1745 werd in de tweede helft van de 20ste eeuw bepleisterd en het interieur aangepast. Slechts twee 19de-eeuwse hoeves met oudere, 18de-eeuwse kern bleven bewaard (Kruisstraat nr. 40 en Warandestraat nr. 45).

In de loop van de 19de eeuw werden langs de hoofdweg enkele voorname burger- en herenhuizen opgetrokken; onder meer het neoclassicistische gemeentehuis met woning voor de hoofdonderwijzer uit de jaren 1820 en "villa De Donder" van 1849 alsook een tramstation met woning voor de stationchef in 1888. Van de talrijke éénlaagse boeren/arbeidershuisjes te zien op oude postkaarten en foto's resten slechts twee exemplaren (Kerkstraat nr. 258 en Mechelstraat nr. 10). Het merendeel van de huidige landbouwbedrijven werd opgericht in het tweede en derde kwart van de 20ste eeuw. De vroegere banmolen werd in 1913 gesloopt en het molenaarshuis volledig verbouwd. Humbeek wordt gekenmerkt door een groot aantal (gevel)kapellen meestal daterend uit de 19de en 20ste eeuw, al dan niet op een oudere site en een grote Lourdesgrot van 1954. De recente restauraties van de wegkapellen wijzen op de nog steeds actuele volksdevotie. Langs de oevers van het kanaal zijn opslagplaatsen en kleinere fabrieken gevestigd. Slechts een paar nieuwe woonwijken werden in de loop van de tweede helft van de 20ste eeuw ingeplant: onder meer ten zuiden van de Kruisstraat, in het noordoosten van de gemeente en op de oostelijke oever van het gehucht 't Sas.

  • Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen. Inventaris van het cultuurbezit in België. Architectuur, dl. 2n, Vlaams Brabant. Halle-Vilvoorde, Gent, 1977.
  • B.T.K. LEEFMILIEU, Inventaris kapellen Grimbergen, onuitgegeven studie van de gemeente Grimbergen, 1979.
  • DEMOL, S. en J. VAN WETSWINKEL, Groot Grimbergen tussen 1900-1958. Facetten van het dorpsleven in vier deelgemeenten, Nieuwkerken-Waas, 2002.
  • Eigen Schoon (heemhundig tijdschrift), Grimbergen.
  • MERGAERTS, G., Humbeek in oude prentkaarten, Zaltbommel, 1982.
  • SPINAEL, H., Humbeek, vroeger en nu, Kapelle-op-den-Bos, 1967.
  • VAN ACOLEYEN, J., Den Generaelen Caertboeck, ofte Register der Goederen des Godtshuÿse van Grimbergen, Grimbergen, 1699, facsimile-uitgave, Caertboeck Abdij van Grimbergen, dl. I tekstboek en dl. II kaartenmap, z.p., 1999.
  • VERBESSELT, J., Het Parochiewezen in Brabant tot het einde van de 13e eeuw, dl. III, Tussen Zenne en Dender, dl. II, Pittem, 1964.
  • VERBOUWE, A., Iconographie van Vlaamsch-Brabant. IV. Kanton Wolvertem. Gezichten, plannen en kaarten uit vorige eeuwen, 1942.
  • WAUTERS, A., Histoire des environs de Bruxelles, Brussel, 1855, heruitgave o.l.v. F. MARIEN, dl. 5, Brussel, 1972.

Bron     : Van Damme M. met medewerking van Debacker I. & Boekstal P. 2005: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie Vlaams-Brabant, Gemeente Grimbergen, Deelgemeenten Grimbergen, Beigem, Humbeek en Strombeek-Bever, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen VLB4, (onuitgegeven werkdocumenten).
Auteurs :  Van Damme, Marjolijn


Relaties

  • Omvat
    't Sas

  • Omvat
    Benedestraat

  • Omvat
    Dorpsstraat

  • Omvat
    Herenhuis Le Vieux Logis

  • Omvat
    Kerkstraat

  • Omvat
    Knotwilgenrij

  • Omvat
    Kruisstraat

  • Omvat
    Landbouwbedrijf

  • Omvat
    Langsschuur

  • Omvat
    Maalbeekvallei en gevarieerde cultuurlandschap ten oosten Grimbergen

  • Omvat
    Meiskensbeekstraat

  • Omvat
    Molenstraat (Humbeek)

  • Omvat
    Ommuurde begraafplaats

  • Omvat
    Onze-Lieve-Vrouw Boskapel

  • Omvat
    Oudemolenweg

  • Omvat
    Pachthof van het Gravenkasteel

  • Omvat
    Steeneikstraat

  • Omvat
    Voordestraat

  • Omvat
    Vrijstaande dorpswoning

  • Omvat
    Warandestraat

  • Is deel van
    Grimbergen