Geografisch thema

Wijk Opex

ID: 14519   URI: https://id.erfgoed.net/themas/14519

Beschrijving

“Den OPEX” is het stadsgedeelte van de Vuurtorenwijk, tussen de Dokter Eduard Moreauxlaan ten noorden en de Spuikom ten zuiden.

In 1912 wordt een conventie afgesloten tussen de Staat en de Stad Oostende tot de aanleg van een modern havencomplex met onder meer een nieuwe vuurtoren, een vismijn, dokken en stapelhuizen ten oosten van de havengeul. Dit plan omvat ook de aanleg van een industrieterrein en de bouw van een nieuwe woonwijk voor vissers. Om dit te realiseren wordt overgegaan tot onteigening van de oude Vuurtorenwijk, hier gegroeid rondom de in 1857 opgetrokken vuurtoren ten oosten van de Leopoldspuikom (1853-1859) en bewoond door vissers en personeel van de Staatspakketboten. Deze zelfstandige parochie telde in 1900 circa 3000 inwoners, met schoolinfrastructuur en tramverbinding met de binnenstad (1903). Voorts koopt de stad ongeveer 70 ha land- en tuinbouwgronden ten oosten van de Congolaan, nu Dokter Eduard Moreauxlaan, met de bedoeling ze te verkavelen voor bouwgrond.

In 1924 geeft de Stad Oostende de uitwerking van het project in concessie aan de "Société Anonyme Ostende-Phare et Extensions" (O.P.E.X.), die instaat voor de infrastructuurwerken en de verkoop van de bouwgronden. Voor het drinkwater, geleverd door de "Société Intercommunale des Eaux de Flandres", zorgt een nieuwe watertoren (1930-1932) aan de Dokter Eduard Moreauxlaan recht tegenover de Sint-Antoniusstraat. De Stad Oostende staat in voor gas en elektriciteit, evenals voor de bouw van kerk, scholen en andere openbare gebouwen. De N.V. OPEX bouwt o.m. samenstellen van eengezinswoningen. Voorts staat zij tegen gunstige voorwaarden een terrein van 3 ha af aan de samenwerkende vennootschap De Oostendse Haard. In 1928 geeft de Nationale Maatschappij voor Goedkope Woningen en Woonvertrekken (NMGWW) haar goedkeuring aan de ontwikkeling van het gebied door OPEX, twee jaar later aan de aanlegplannen van stadsingenieur Auguste Verraert voor 135 woningen en 51 appartementen en nog een jaar later aan de uitvoering van 36 huizen met 44 woningen door aannemers Despriet en Vermeulen (Harelbeke-Kuurne), naar plannen van (L.) Van Damme en in opdracht van De Oostendse Haard.

In de jaren vijftig bouwt De Oostendse Haard in samenwerking met het stadsbestuur (wet Brunfaut) in deze wijk nog 86 sociale woningen en appartementen naar ontwerp van de architecten René Meyer (Oostende) en Sylvain Smis (Oostende) en in 1969 20 woningen naar ontwerp van (W.) Marchal. Deze naoorlogse sociale woningen worden deels gesloopt en gerenoveerd tussen 2010 en 2015.

Onmiddellijk na de oorlog wordt in deze wijk (aan de Voorhavenlaan 172-186, Sergeant De Bruynelaan 32-46, Francis Verrestraat 73-95 en Taboralaan 99-117) ook een Nationale Werf gerealiseerd van 38 woningen naar ontwerp van architect Paul De Vroye. De in totaal 13 Nationale Werven die onder de communistische minister van Wederopbouw Jean Terfve (1946-1947) worden opgetrokken, zijn grotendeels kleine (tuin)wijken van traditionele grondontsloten woningen (8-60 huizen) o.a. te Borgerhout, Deurne, Ertveld-Rieme, Heist-aan-zee (voor visserfamilies), Nieuwpoort en Oostende. De architectuur is bescheiden, pragmatisch en traditioneel. In 1982 werden 15 huizen overgenomen door de sociale huisvestingsmaatschappij De Gelukkige Haard.

Een specifieke visserswijk is de OPEX blijkbaar nooit geweest. Deze was trouwens gepland ten westen ervan, binnen het havengebied tussen de Dokter Eduard Moreaux-, Napoleonlaan en Fortstraat, doch werd nooit uitgevoerd. In 1924-1925 bouwde de Stichting Godtschalk echter wel een rusthuis voor bejaarde zeelieden ten noorden van de OPEX (Dokter Eduard Moreauxlaan nr. 322, cf. Oostende-Haven).

Driehoek tussen Spuikom en Dokter Eduard Moreauxlaan met regelmatige stratenaanleg en naar stedelijk patroon doorlopende rijbebouwing met burgerwoningen, huur- en handelspanden, flatgebouwtjes en ensembles van sociale woningen; ten noorden van de Loodsen- en de Mansveldstraat, recentere en minder geometrische verkavelingspatronen - o.m. met villabouw - aansluitend bij Bredene. Nieuwe appartementscomplexen (onder meer twaalf bouwlagen) aan de Sluisvlietstraat.

Doorgaans traditionele architectuur, echter ook meer expressief met art deco- of modernistische inslag bij enkele handels- en appartementencomplexen uit de jaren 1930.

De sociale woningen in deze wijk werden binnen de thematische inventarisatie van het sociale woningbouwpatrimonium niet geselecteerd als bouwkundig erfgoed omwille van onvoldoende erfgoedwaarde op Vlaams niveau met uitzondering van de bouwfase van 1929.

  • Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen, Dienst Onroerende Transacties, registratiefiches, SHM 3320, Oostende, Vuurtorenwijk en 3315, Oostende, wijk Terve.
  • CALLAERT G., DELEPIERE A.-M., HOOFT E., KERRINCKX H. & VANNESTE P. met medewerking van SANTY P. & SNAUWAERT L. 2005: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Oostende, Deel IA: Stad Oostende, Straten A-M, Deel IB: Stad Oostende, Straten N-Z en wijken Haven, Hazegras, Opex, Deel II: Deelgemeenten Mariakerke, Raversijde, Stene en Zandvoorde, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL6, (onuitgegeven werkdocumenten).
  • CORNILLY J. 2007: Modern bouwen tussen strand en duin. Bouwen aan de Belgische kust in de periode 1945-1975, Brugge, 28-29.
  • DEVRIENDT L. 1986: Sociale woningbouw te Oostende, onuitgegeven verhandeling Universiteit Gent, Burgerlijk ingenieur architect, 109-115, 185-195, 207-212, 278-279 & 322-325.
  • DEWULF D., De concessie van de aanleg van de Vuurtorenwijk, Ter Cuere, 1988, 67-93.
  • FLORÉ F. 2006: Lessen in goed wonen. Woonvoorlichting in België 1945-1958, Leuven, 58-69.
  • L’Habitation à Bon Marché, 1928, 11, 218; 1930, 4, 74; 1931, 4, s.p.
  • HOSTYN N., Architecten en architectuur tijdens het interbellum 4. "Een moderne wijk" - de "OPEX" of Vuurtorenwijk: Oostende's oostelijke uitbreiding, De Plate, 1986, 153-156 & 245.
  • S.N. 1948: Le Chantier national d’Ostende. Architectes: P. De Vroye et M.C. Dethion, La Maison, 3, 62-63.
  • S.N. 1948: Le Chantier national d’Ostende. Architectes: P. De Vroye et M.C. Dethion, Le Document, 4, 91.
  • S.N. s.d. (2001): De Gelukkige Haard : Vijftig Jaar, Oostende, 26.
  • VERRAERT P. 1932: Le Futur Quartier du Phare, in: VANDEPUT, Ostende et le littoral belge, Brussel, 223-224.

Bron     : -
Auteurs :  Callaert, Gonda, Vandeweghe, Evert
Datum  : 2016


Relaties