Parochiekerk Sint-Jan

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie West-Vlaanderen
Gemeente Poperinge
Deelgemeente Poperinge
Straat Sint-Janskruisstraat
Locatie Sint-Janskruisstraat zonder nummer, Poperinge (West-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Actualisatie Poperinge (actualisaties: 27-05-2008 - 18-06-2008).
  • Adrescontrole Poperinge (adrescontroles: 12-02-2008 - 14-02-2008).
  • Inventarisatie Poperinge (geografische inventarisatie: 01-01-1989 - 31-12-1989).
Links

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Parochiekerk Sint-Jan

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

is beschermd als monument Parochiekerk Sint-Jan

Deze bescherming is geldig sinds 25-03-1938.

Beschrijving

Parochiekerk St.-Jan. Georiënteerde gotische kerk uit eind XIII-XV, gelegen aan de O.-zijde van het oude diverticulum Cassel-Aardenburg (cf. infra); tussen de huidige SintJanskruisstraat (ten W.), de Valkestraat (ten O.), de Bruggestraat (ten N.) en de Ieperstraat (ten Z.). Oudste vermelding van 1290: op verzoek van de stad verlenen de abt van de St.-Bertinusabdij van St.-Omaars en de bisschop van Terwaan de toestemming tot het bouwen van twee nieuwe kerken (cf. de O.-L.Vrouwekerk), dit o.m. n.a.v. de bevolkingstoename tengevolge van de economische bloei in XIII. In 1784, opheffing van het omringend kerkhof n.a.v. het edict van Jozef II, waarna verkaveling van het N.-gedeelte aan Bruggestraatzijde tot bouwpercelen; huizenrij in 1986 gesloopt waardoor N.zijbeuk opnieuw vrijstaand. Behouden kerkhofruimte waarvan het weg- en plantsoenpatroon met afzomende lage muurtjes en lindenrij aan Valkestraatzijde dateert uit 1948-'49 en 1958; pastorie aan de Z.-zijde (Sint-Janskruisstraat nr. 19); kapelanie op de Z.W.-hoek, met calvarie tegen de l. zijgevel (Sint-Janskruisstraat nr. 17).

Miraculeus O.-L.-Vrouwebeeld cf. het mirakel van het doodgeboren kind van 1479; kern van de Poperingse ommegang ter ere van O.-L.-Vrouw van St.-Jan.

Kerk met basilicaal schip, vierzijdige kruisingtoren en drieledig hallekoor: kerktype enigszins afwijkend van het bouwschema van de twee overige Poperingse kerken die als bakstenen hallekerken met W.-toren onmiddellijk aansluiten bij de typische baksteengotiek van de kuststreek; echter voorts dezelfde kenmerken qua materiaalgebruik en architectonische versieringen.

De huidige St.-Janskerk resulteerde uit verschillende bouwcampagnes. Eind XIII-XIV a: bouw van resp. de kruisingtoren, het koor en schip. Midden XIV: bouw van twee transeptarmen als eerste afwijking van het oorspronkelijk geplande bouwschema bestaande uit een driebeukige basilicale kerk met kruisingtoren. Begin XV: vervanging van het oude koor door een ruimere overwelfde koorpartij; tevens vergroting van de dakhellingen van de zijbeuken met de daaruit volgende aanpassing van de bovenlichten. Ca. 1500 en vermoedelijk i.v.m. de sterk toegenomen Mariaverering cf. mirakel van 1479: toevoeging van twee zijkoren met houten tongewelf; een dito overwelving voor het hoofdkoor ter vervanging van het oorspronkelijke, stenen kruisribbengewelf. XVI B: de schade tengevolge van de beeldenstorm beperkt zich vnl. tot het interieur. XVII a: vervanging van de oude torenspits door een achtzijdige koepel met lantaarn.

XIX. De jaren 1830: bouw van de neogotische doopkapel, bepleistering van het kerkinterieur in neoclassicistische stijl, enkele bouwkundige ingrepen o.l.v. architect J. Lernould (Ieper) o.m. verwijdering en gedeeltelijke vervanging van de houten trekbalken in schip en transept door ijzeren, en bouw van nieuwe traptoren aan de N.-zijde van de kerk ter vervanging van het oorspronkelijke onderste gedeelte van de wenteltrap tegen de Z.O.-kruisingpijler (1836).

1838-'40, 1844, 1848, 1850-'52: herstellingswerken aan de toren (hoektoren- tjes, torenhelm en borstwering). 1860'80, 1886-'89: vermoedelijk doortastende restauratiewerken aan gevels en vensters o.l.v. architect L. Schoonejans (Brussel), die in 1865 opgevolgd werd door architect J. Van Ysendijck (Brussel); de voor deze periode kenmerkende bekommernis om de stijlzuiverheid naar Frans voorbeeld, deed enigszins afbreuk aan het oorspronkelijk uitzicht van de kerk; ook omwille van het gebruik van mincer geschikte bouwmaterialen als o.m. Avesnessteen, werd deze restauratie reeds voor de eeuwwisseling sterk aangevochten. 1877-'78: bouw van een nieuwe Z.-sacristie n.o.v. architect J. Van Ysendijck.

XX. In 1912, herstellingswerken aan de toren o.l.v. architect J. Coomans (Ieper). 1921-1924: herstel van de oorlogsschade m.b.t. bedaking, vensters en luchtbogen o.l.v. vermeld architect; tevens ontpleistering en restauratie van het gotisch kerkinterieur; ontdekking van sindsdien gr.m. verdwenen laatgotische (?) muurschilderingen. 1939: bouw van een nieuwe N.-sacristie naar plannen van architect O. Carpentier (Poperinge) . 1940-'42, 1957-'58: resp. herstel van bedaking en bekapping van de Z.-zijbeuk, en dringende herstellingswerken aan het metselwerk van de buitenmuren o.l.v. l.g. architect. De restauratiewerken van 1975-1981 o.l.v. de architecten S. Dejaegere (Marke) en L. Allaert (Brugge), hadden vnl. betrekking op de natuursteen en stabiliteitsvoorzieningen: vervanging van de aangetaste Avesnes- en Euvillesteen, de resp. restauratiestenen uit XIX en 1921-'24, door de duurzamere Roche de Vaurion, en inwendige versteviging d.m.v. betontechnieken van toren, buitenmuren en luchtbogen; restauratie van het baksteenmetselwerk van de architectonische versieringen, en vernieuwing van de bedekking van daken en torenhelm; herstel van het W. -portaal waarvan o.m. ook de beelden werden vernieuwd; voorts, bouw van een winterkapel op de plaats van de gesloopte N.-sacristie, in een bouwtrant aansluitend bij de Z.-sacristie van 1877'78.1983: beëindiging van de restauratie van het kerkmeubilair.

Huidige plattegrond. Driebeukig basilicaal schip van vier trav.(XIV a). Transept (ca. 1350) met kruisingtoren (ca. 1300) en N.-traptoren (XIX). Hoofdkoor van twee rechte trav. met vijfzijdige sluiting (begin XV), en twee zijkoren van twee rechte trav. met vlakke sluiting (ca. 1500). Z.-sacristie (XIX) en recente N.-winterkapel. N.-doopkapel ter hoogte van de tweede zijbeuktrav. (XIX).

Gele baksteenbouw met gebruik van Atrechtse zandsteen voor sokkel en steunberen van de toren. Aanwending van andere natuursteensoorten, vnl. Roche de Vaurion (jongste restauratie), voor borstweringen, pinakels, kroonlijsten, portalen, maaswerk van de vensters, en dekplaten. Leien bedaking. Centrale W.-puntgevel met pinakelbekroning. Versneden hoeksteunberen met spitsbogige casementen voorzien van driepas onder wimberg of pinakel, en bovenaan uitlopend op achtzijdig, pinakelvormig torentje. Hoofdportaal: rondboog met uitgewerkte archivolten opgevangen door de baldakijnen van de heiligenbeelden van Livinus en Jozef l., Laurentius en Rochus r., ter bekroning van de halfronde zuilen met bladkapiteel; twee gekoppelde spiegelbogige doorgangen; middenstijl met beeld van St.-Jan-de-Doper onder baldakijn; in het boogveld, bas-reliëf "De kroning van Maria" omlijst met druivenranken en bladmotieven. Vermeld beeldhouwwerk is een recente kopie van de XIX-sculpturen van H. Thoris (Ieper).

Rondbogig vierlicht onder druiplijst met figuratieve kraagstenen, tussen twee uitgerokken spitsbogige casementen; maaswerk in de koppen. Met bladmotief versierde kroonlijst en opengewerkte balustrade verfraaid door spitsboogtraceringen met ingeschreven drielobmotief, onderbroken door pinakels en hoektorentjes, omlopend over middenbeuk, transept en koor; herhaald bij de zijbeuken. Achteruitspringende geveltop doorbroken door een centraal roosvenster tussen vier spitsbogige casementen.

Hoge middenbeuk en lage zijbeuken resp. onder zadel- en lessenaarsdaken. Trav. geritmeerd door pinakels en steunberen met versnijdingen die de luchtbogen schragen. Verdiepte tweelichten, resp. korf- en spitsbogig bij midden- en zijbeuken; maaswerk in de vensterkoppen; druiplijst, doorgetrokken bij de bovenlichten. Verdiept korfbogig Z.-portaal in geprofileerde omlijsting; erboven, een driezijdige oculus tussen twee spitsbogige casementen. Neogotische doopkapel ter hoogte van het vroegere N.-portaal. T.o.v. het schip uitspringende transeptarmen onder zadeldak aanleunend tegen de kruisingtoren.

Puntgevels geflankeerd door op elkaar gestelde hoeksteunberen met dezelfde kenmerken als bij de W.-gevel. N.- en Z.-portaal: twee gekoppelde spiegelbogige doorgangen resp. opgenomen in getoogde en rondbogige omlijsting met geprofileerd beloop, onder druiplijst; bovenaan, omschrijvenderechth . omlij sting aansluitend bij de omlopende lekdrempel. N.-portaal, ook Paradijsportaal genoemd: midden- en zijstijlen met XIX-beelden van resp. O.-L.Vrouw Onbevlekte Ontvangenis op bundelpijler, H. Elisabeth (l.) en H. Joachim (r.) op halfronde zuilen; bekronende baldakijnen. Z.-portaal: archivolten neerkomend op halfronde zuiltjes met knopkapiteel; maaswerk in het boogveld; figuratieve console op de middenstijl. Boven portalen: twee hoge spitsboogvensters tussen twee lager zittende, dito casementen; druiplijst, bovenaan doorgetrokken en aansluitend bij de geveltoppen resp. met klimmende spitsbogige casementen ten Z., en rondbogige casementen weerszijden en boven de vensterkoppen ten N. (cf. centrale W.-geveltop). Dekplaten bekroond met pinakel.

N.-traptoren in oksel van transept met zijbeuk: vijfzijdig en gedateerd 1836 d.m.v. gevelsteen ter hoogte van de onderste lichtgleuf.

Massieve vierkante kruisingtoren met drie geledingen aangegeven door kordon (ca. 1300). Op elkaar gestelde hoeksteunberen met versnijdingen, ter hoogte van de derde geleding overgaand in hoekblokken; op de Z.O.-hoek vervangen door vijfzijdige traptoren met verweerde gefigureerde basis van

Doornikse steen halverwege de eerste torengeleding. Eerste torengeleding: spitsboogvensters dichtgemetseld n.a.v. bouw van het transept (ca. 1350) cf. sporen in de Z.- en N.-gevel. Tweede geleding verlevendigd d.m.v. twee spitsboognissen met centrale lichtgleuf en blinde oculus tussen de koppen; beperkt tot twee blinde oculi ten W. en O. Per torenzijde, drie gesplitste galmgaten ingeschreven in rondboogomlijsting. Borstwering met korfboognissen o.m. gesuperposeerde; de hoektorentjes verdwenen wegens bouwvalligheid in 1865. Achtzijdige koepelvormige bekroning met gesloten lantaarn voorzien van galerij onder ingesnoerde naaldspits met uitkijkvenstertjes (XVII a); houten constructie bedekt met leien.

Drie hallekoren onder zadeldaken (begin XV; ca. 1500). Gelijkaardige steunberen en pinakels als schip; echter hogere balustrade en bredere spitsboogvensters (drie- en vierlichten). O.-gevels van de zijkoren met gr.m. dezelfde kenmerken als de Z.-transeptpuntgevel: dichtgemetseld spitsboogvenster, resp. vier-en drielicht ten Z. en N., met doorgetrokken druiplijst aansluitend bij de geveltoppen met klirnmende spitsbogige casementen; traceerwerk in de koppen van vensters en casementen.

Gedeeltelijk bepleisterd interieur. Midden- en zijbeuken gescheiden door bakstenen spitsboogarcaden en zuilen van Doornikse steen met octogonale sokkel en knoppenkapiteel; dito halfzuilen tegen de W.-gevel. Bovenlichten deels gedicht door de aanleunende lessenaarsdaken van de zijbeuken (cf. vergroting van de dakhelling in XV); oorspronkelijk bewaarde middenstijlen van baksteen. Verborgen achter de lambrizering van de zijbeuken: boogfriezen van bak- én/ of natuursteen o.m. op figuratieve consooltjes (XIV a). Bakstenen kroonlijsten.

Midden- en zijbeuken overdekt met houten bebording tegen de spanten van de XIV A-bekapping, vlg. het gebroken vlak gevormd door de onderste spantbalken, korbelen, kepers en schuine standzonen.

Torenvoet van Atrechtse zandsteen met spitsbogige scheibogen op de kruisingpijlers; het bakstenen kruisgewelf met zandstenen ribben en z.g. klokkegat, wellicht uit begin XV en vermoedelijk als vervanging van de oorspronkelijk vlakke overzoldering. Z.O.-kruisingpijlers: uitgehonwen wijwatervat met uitspringend vijfzijdig bekken.

Vanuit het schip zichtbare W.-muur van de eerste torenverd.: pleisteren O.-L.Vrouwebeeld ter hoogte van een in 1836 gedichte deuropening, tussen twee bakstenen spitsboognissen (tweelichten) met witstenen traceerwerk in de boogvelden; doorgetrokken druiplijst van baksteen. Dito nissen ook aanwezig in de Z.- en de N.-torenwand, doch verborgen achter de bepleistering; boogkoppen nog zichtbaar vanaf de transeptzolders. Gelijkaardige overdekking van transept als schip.

Midden- en zijkoren gescheiden door twee bakstenen spitsbogen resp. op veelzijdige (half-)zuilen van Atrechtse zandsteen met bloemknoppenkapiteel ten N., en (half-)zuilen van afwisselend Doornikse steen en baksteen met knoppenkapiteel ten Z.; per zijde verschillen de zuilen ook nog onderling. Aflijnend spitsboogfries van baksteen in zijkoren en transeptarmen (W.-muur). Houten tongewelven overdekken de koren; houten maskers als aanzet van de gordelbogen in het middenkoor. Z.-koor: witstenen spitsboogfries gelijkaardig aan dat van de Z.-beuk, opgenomen in de Z.-muur achter de huidige lambrizering; vermoedelijk hergebruikt materiaal afkomstig van het oude middenkoor (Bind XIII-XIV a). Bakstenen blinde rondboogarcade achter de lambrizering van de N.-muur in het N.-koor.

Doopkapel met bepleisterd neoclassicistisch interieur. Mobilair. N.-transept: "Oordeel van Salomon" (doek), gedateerd 1630, Vlaamse school; "Doopsel van Jezus" (doek), uit XVII, Vlaamse school. Z.-transept: "Onthoofding van Johannes de Doper" (doek), uit XVII, Vlaamse school; "Vermenigvuldiging der broden en vissen" (doek), uit XVII, Vlaamse school. N.O.-kruisingpijler: "Tenhemelopneming van Maria" (doek), gedateerd 1733.

N.-zijbeuk: funerair moment met H. Barbara (beschilderd hout), uit midden XVIII. Kruisingpijlers: H. Petrus, H. Livinus (Z.W.), H. Aubertus van Kamerijk, H. Jozef (N.W.) (beschilderd hout), uit XVIII. o.m. funeraire monumenten cf. opschrift van sokkels. N.-transept: "O.-L.Vrouw van Smarten met zoven zwaarden doorboord" (verguld hout), uit XVIII (?).

Meubilair vnl. daterend uit XVII en XVIII; meeste houtsnijwerk doorgaans toegeschreven aan de Poperingenaars J. Costenoble en E. Wallyn.

Neogotisch hoofdaltaar (hout) van ca. 1900. N.-zijkoor (O.-L.-Vrouwekoor): portiekaltaar (gemarmerd hout) van 1670, met o.m. het miraculeus beeld van O.-L.-Vrouw van St.-Jan (XV?). Z.-zijkoor (H. Hartkoor): portiekaltaar (gemarmerd hout) toegewijd aan de H. Laurentius, van ca. 1768. N.transept: altaar van de H. Familie (gemarmerd hout) van 1670. Z.-transept: St.-Sebastiaansaltaar (hout), van 1670.

Koorgestoelte (eik) in rococostijl, gedateerd 1776, en gelijktijdige kerkmeestersbank, in het hoofdkoor. Classicistische lambrizering (eik) uit XVIII c, in de zijbeuken. XVIIIcommuniebank (eik) in het hoofdkoor. Preekstoel (eik) en vier biechtstoelen (eik) in rococostijl, van ca. 1780. Orgel toogeschreven aan J.J. Van der Haeghen; orgelkast en doksaal gedateerd 1765, door E. Wallyn. Grafstenen in de zijkoren.

Sint-Janskerk - Poperinge. Monument van vroeg-gotische bouwstijl. Gids voor de bezoeker, Poperinge, 1975.

VERBIESE F., De Sint-Janskerk te Poperinge, 7 eeuwen bouwgeschiedenis, eindverhandeling, St.-Lucas Gent, 1984.

Bron: Delepiere A.-M. & Huys M. 1989: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie West-Vlaanderen, Arrondissement Ieper, Kanton Poperinge, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 11N2, Brussel - Turnhout.

Auteurs: Delepiere, Anne Marie & Huys, Martine

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Sint-Janskruisstraat

Sint-Janskruisstraat (Poperinge)

omvat Orgel kerk Sint-Jan

Poperinge (Poperinge)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.