Persoon

Goldsmith, George Hartley

ID
1203
URI
https://id.erfgoed.net/personen/1203

Beschrijving

George Hartley GOLDSMITH (1886 – 1967): Als assistent-tekenaar had Goldsmith reeds bij Edwin Lutyens ervaring opgedaan in de periode 1907-1910. Tijdens de oorlog diende hij als majoor. Als uitvoerend architect van de I.W.G.C. ontwierp hij 67 begraafplaatsen, die voornamelijk onder de verantwoordelijkheid vielen van hoofdarchitect Lutyens.

Principes van de ‘Imperial War Graves Commission’. Reeds vroeg in de oorlog werd beslist dat de Britse doden niet mochten gerepatrieerd worden, onder meer omwille van hygiënische en financiële redenen. Bovendien werd het standpunt ingenomen dat alle doden, ongeacht rang of stand, gelijk behandeld moesten worden. Hiermee wou men voorkomen dat enkel vermogende families hun familieleden konden laten overbrengen naar het thuisfront. Dit verbod lokte tijdens en na de oorlog hevige protesten uit bij de Britse publieke opinie. Protesten die de nieuwbakken instelling maar met moeite wist te trotseren. Er zijn verhalen bekend van familieleden die clandestien poogden hun geliefden zelf te ontgraven en over te brengen. En hier en daar zijn nog unieke uitzonderingen op deze regel bewaard gebleven, zoals op het kerkhof van Zillebeke, waar enkele private Britse graftekens staan.

Het gelijk behandelen van de doden zou in de na-oorlogse aanleg van de begraafplaatsen en de oprichting van gedenktekens voor vermisten opgevolgd worden. De vier belangrijkste pijlers van de ‘War Graves Commission’ zijn:

- iedere dode moet individueel herdacht worden op een grafsteen of op een monument

- de grafstenen en monumenten moeten permanent en duurzaam zijn

- de grafstenen zijn uniform qua ontwerp

- er mag geen onderscheid gemaakt worden naar rang of stand.

De Britse graven werden na de oorlog in de mate van het mogelijke ongemoeid gelaten. Begraafplaatsen van minimum 40 graven werden in principe ter plekke behouden. Door de oorlogsomstandigheden is de aanleg van dergelijke ‘oorspronkelijke begraafplaatsen’ vaak niet gestructureerd verlopen, waardoor ze een onregelmatige aanleg hebben. Soms werden meerdere kleinere begraafplaatsen omgevormd tot één grote begraafplaats. Toch moesten heel wat lijken na de oorlog ontgraven worden, omdat ze geïsoleerd of op te kleine begraafplaatsen lagen. Deze werden ‘geconcentreerd’ op bestaande begraafplaatsen of op nieuw aangelegde verzamelbegraafplaatsen. De Belgische staat kocht de gronden aan waarop de Britse begraafplaatsen werden aangelegd en schonk ze ‘voor eeuwig’ aan het Britse volk. Hieraan herinneren de zogenaamde drietalige ‘landplaten’, die op alle Britse begraafplaatsen terug te vinden zijn. De architecten Het feit dat geliefden niet mochten worden gerepatrieerd, wou men compenseren met een kwalitatief hoogstaande aanleg en onderhoud van de begraafplaatsen. Vandaar dat heel veel aandacht werd besteed aan de architectuur van de begraafplaatsen.

Eerst drie, later vier ‘principal architects’ werden aangezocht om de aanleg van Britse militaire begraafplaatsen op het vasteland vorm te geven. Het gaat om de befaamde Edwin Lutyens, Reginald Blomfield, Herbert Baker en als laatste Charles Holden. Deze 4 hoofdarchitecten waren vooral werkzaam in België en Frankrijk en waren eindverantwoordelijke voor de aanleg van de begraafplaatsen, die hen toegewezen waren. Hiertoe werden ze bijgestaan door diverse ‘assistent architects’, waarvan W.H. Cowlishaw, G.H. Goldsmith, N.A. Rew, A.J.S. Hutton, J.R. Truelove en W.C. Von Berg in Vlaanderen actief waren. In andere landen waren ook andere architecten actief. Deze uitvoerende architecten zorgden heel vaak voor de feitelijke ontwerpen, die ze vervolgens door de aangestelde hoofdarchitect lieten goedkeuren. De nobelprijswinnaar voor literatuur Rudyard Kipling was verantwoordelijk voor de opschriften die op diverse architecturale elementen van de begraafplaatsen terug te vinden zijn.

Tekst van Hannelore Decoodt, beschermingsdossier DW002414.


Erfgoedobjecten

Ontwerper van

Artillery Wood Cemetery

Poezelstraat zonder nummer (Ieper)
Britse militaire begraafplaats uit de Eerste Wereldoorlog. De eerste doden werden er begraven op 31 juli 1917. Na de oorlog werd de begraafplaats uitgebreid met meer dan 1.150 graven.


Bard Cottage Cemetery

Diksmuidseweg zonder nummer (Ieper)
Britse militaire begraafplaats ontstaan tijdens de Eerste Wereldoorlog. Na de wapenstilstand werden er nog graven toegevoegd.


Bethleem Farm Cemetery

Rijselstraat zonder nummer (Mesen)
De begraafplaatsen Farm East en Farm West, werden aangelegd leem Farm' werd aangelegd, nadat de 3de Australische divisie de 'Bethleem Farm'-hoeve en de omgevingde boerderij kon veroveren op 7 juni 1917 (tijdens de Mijnenslag). Beide begraafplaatsen zijn een ontwerp van G.H. Goldsmith.


Britse militaire begraafplaats Abeele Aerodrome Military Cemetery

Dodemanstraat zonder nummer (Poperinge)
Abeele Aerodrome Military Cemetery werd gestart door Franse troepen in april 1918, tijdens het Duitse Lente-Offensief. De begraafplaats werd genoemd naar een vliegveldje dat hier tegenover lag. Het ontwerp van de begraafplaats is van de hand van G.H. Goldsmith.


Britse militaire begraafplaats Kemmel Chateau Military Cemetery

Nieuwstraat zonder nummer (Heuvelland)
Britse militaire begraafplaats uit de Eerste Wereldoorlog naast de gemeentelijke begraafplaats van Kemmel, waar militaire doden uit de Tweede Wereldoorlog zijn toegevoegd.


Britse militaire begraafplaats La Laiterie Military Cemetery

Kemmelstraat zonder nummer (Heuvelland)
Britse militaire begraafplaats met doden uit de Eerste Wereldoorlog, gelegen langs de Kemmelstraat, op ongeveer 1300 meter ten noordoosten van de kerk van Kemmel.


Britse militaire begraafplaats Maple Leaf Cemetery

Zakstraat zonder nummer (Heuvelland)
Britse militaire begraafplaats uit de Eerste Wereldoorlog, op het gehucht Le Romarin, op drie kilometer ten zuiden van Nieuwkerke, vlak tegen de Franse grens.


Britse militaire begraafplaats Westhof Farm Cemetery

Eikelstraat zonder nummer (Heuvelland)
Britse militaire begraafplaats uit de Eerste Wereldoorlog, gelegen langs de Eikelstraat op ongeveer 1700 meter ten zuidwesten van Nieuwkerke, op ongeveer 500 meter ten oosten van de boerderij 'Groot Westhof'.


Coxyde Military Cemetery

Robert Vandammestraat zonder nummer (Koksijde)
De begraafplaats werd in gebruik genomen vanaf 1917.Na de oorlog werden nog 54 Britse doden naar hier overgebracht uit geïsoleerde graven en uit kleinere begraafplaatsen in de omgeving.


Elzenwalle Brasserie Cemetery

Kemmelseweg zonder nummer (Ieper)
Deze begraafplaats werd genoemd naar de brouwerij, die tegenover de begraafplaats gelegen was. De begraafplaats is ontworpen door G.H. Goldsmith.


La Brique Military Cemetery No 1

Pilkemseweg zonder nummer (Ieper)
Britse militaire begraafplaats met doden uit de Eerste Wereldoorlog, aangelegd vanaf mei 1915. La Brique verwijst naar het gehucht Brieke, dat genoemd was naar een oude steenbakkerij.


La Brique Military Cemetery No 2

Pilkemseweg zonder nummer (Ieper)
Britse militaire begraafplaats met doden uit de Eerste Wereldoorlog, aangelegd vanaf februari 1915. ‘La Brique’ verwijst naar het gehucht Brieke, dat genoemd was naar een oude steenbakkerij, die hier stond vóór de Eerste Wereldoorlog uitbrak. Na de wapenstilstand werden nog graven uit de omliggende slagvelden toegevoegd.


Ramparts Cemetery, Lille Gate

Rijselstraat zonder nummer (Ieper)
De begraafplaats heeft een grotendeels gebogen grondplan, met een oppervlakte van circa 1870 vierkante meter en een afhellend terrein. Ze is ontworpen door Reginald Blomfield, met medewerking van G.H. Goldsmith.


Ramscappelle Road Military Cemetery

Brugse Steenweg zonder nummer (Nieuwpoort)
Het grootste deel van de bijzettingen in perk I werd verricht in juli en augustus 1917, toen de sector Nieuwpoort door het Britse ‘XV Corps’ werd verdedigd. Na de oorlog kwam er een aanzienlijke uitbreiding (meer dan 700 graven) door de ontruiming van andere begraafplaatsen in de omgeving.


Ridge Wood Cemetery

Kriekstraat zonder nummer (Ieper)
De Britse militaire begraafplaats Ridge Wood Cemetery te Voormezele, is vernoemd naar het bos op de heuvelrug tussen de Kemmelseweg en Dikkebusvijver. Ze werd als frontlijnbegraafplaats gebruikt vanaf mei 1915.


Talana Farm Cemetery

Diksmuidseweg zonder nummer (Ieper)
Britse militaire begraafplaats uit de Eerste Wereldoorlog. De eerste doden werden er begraven in april 1915.


The Huts Cemetery

Steenakkerstraat zonder nummer (Ieper)
Britse militaire begraafplaats, tijdens de Eerste Wereldoorlog aangelegd in de nabijheid van een reeks barakken ('huts', die tussen juli en november 1917 gebruikt werden door medische posten ('field ambulances').



Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2021: Goldsmith [online] https://id.erfgoed.net/personen/1203 (Geraadpleegd op )