Tuinwijk Klein Rusland

inventaris bouwkundig erfgoed \ geheel \ bouwkundig geheel

Locatie

Alternatieve naam Cité Industrielle
Provincie Oost-Vlaanderen
Gemeente Zelzate
Deelgemeente Zelzate
Straat Achille De Clercqlaan, Albert Mechelincklaan, Dimitri Peniakofflaan, Jozef De Tillouxlaan, Kardinaal Mercierplein, Koophandelsplein, Opgeëistenstraat, Schoolstraat, Strijderslaan, Verminktenlaan, Vrijwilligerslaan
Locatie Achille De Clercqlaan 1-8, Albert Mechelincklaan 1-17, 2-16, Dimitri Peniakofflaan 1-31, 2A-26, Jozef De Tillouxlaan 1-17, 2-18, Kardinaal Mercierplein 1-41, 2-40, Koophandelsplein 1-29, 2-28, Opgeëistenstraat 1-9, 2-4, Schoolstraat 1-7, 2-24, Strijderslaan 1-19, 2-16, Verminktenlaan 1-15, 2-20, Vrijwilligerslaan 3-13, 4-36 (Zelzate)
Status (deels) bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
Links

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Tuinwijk Klein Rusland

Deze vaststelling is geldig sinds 05-10-2009. (Vaststellingsbesluit)

Beschrijving

De gekoppelde woningen aan het Kardinaal Mercierplein 3-4 en 15-16 zijn beschermd als monument.

Tuinwijk voor industriearbeiders, tussen 1921 en 1928 gerealiseerd door de sociale huisvestingsmaatschappij Société Coopérative Locale des Habitations à Bon Marché de Selzaete naar ontwerp van Huib Hoste en Louis Van der Swaelmen. Na W.O. II aanpassingen door Geo Bontinck, Charles en Gérald Hoge.

De wijkaanleg combineert de principes van de lijnstad (centrale as) en de tuinwijk (gevarieerd stratenpatroon). De bebouwing bestond uit gezinswoningen, een vrijgezellentehuis met collectieve voorzieningen, winkels en een watertoren. De architecturale vormgeving was deels traditioneel maar de meeste woningen waren opgetrokken in een kubistische vormgeving van ter plekke gegoten asbeton (non-plus systeem), kleurrijke bepleistering, verspringende volumes, platte uitstekende daken en luifels, en felgekleurd schrijnwerk. De naoorlogse verbouwingen hebben deze moderne esthetiek deels versluierd.

Bouwgeschiedenis en situering

Na de verbreding en uitdieping van het zeekanaal Gent-Terneuzen tussen 1870 en 1885 nam de industrialisatie van Zelzate een hoge vlucht. Om industriearbeiders te huisvesten, werd in 1920 een sociale huisvestingsmaatschappij gesticht (Société Coopérative Locale des Habitations à Bon Marché de Selzaete) onder impuls van de staat, de provincie en de gemeente, en met medewerking van lokale industriëlen zoals Kuhlmann, Verreries et Produits Chimiques du Nord-Aluminium, Osséine et Engrais de Selsaete en Burt Boulton Haywood Ltd. De eerste realisatie van deze maatschappij was de cité industrielle op gronden gelegen aan de linkeroever van het Kanaal Gent Terneuzen, in de buurt van de scheikundige bedrijven. Deze wijk zou echter vrij snel bekend worden als Klein Rusland.

De naam Klein Rusland verwijst naar de Russische ingenieurs Dimitri Peniakoff (1865-1925), directeur van de nabijgelegen aluminiumfabriek en van de betrokken huisvestingsmaatschappij, en Alexis Veretennicoff (1860-1927), een afgezet gouverneur van de provincie Kiev (destijds smalend Klein Rusland genoemd), die als vluchteling in Zelzate terechtkwam en door bemiddeling van Peniakoff opzichter werd bij de bouw van de wijk. Veretennicoff en zijn vrouw, de Servische prinses Vera Ratch, werden ook de eerste bewoners van de wijk (Dimitri Peniakofflaan 1). In 1992 werd in de gevel van Dimitri Peniakofflaan 1 een oude gedenksteen ingemetseld met de tekst: "Dimitri Peniakoff 1866-1925/ Fondateur Animateur de Cette Cité/ Stichter en Bezieler Dezer Stede". Daarnaast werd de naam Klein-Rusland ook populair als verwijzing naar het vervreemdend karakter van de wijk (omwille van het collectivistisch karakter en de modernistische vormgeving), en naar de vermeende (linkse) politieke overtuiging van de bewoners, "(Klein) Ruslanders" genoemd.

Voor het ontwerp werden architect Huib Hoste en landschapsarchitect Louis Van der Swaelmen aangesproken. Die laatste werkte ook mee aan de drie gekende modernistische tuinwijken rond Brussel: Le Logis – Floréal (1922-1930) in Watermaal-Bosvoorde, La Cité Moderne (1922-1925) in Sint-Agatha-Berchem en Kapelleveld (1923-26) in Sint-Lambrechts-Woluwe waar ook Huib Hoste woningen ontwierp. Hun voorontwerp voor een wijk in Zelzate (uit 1921) voorzag 300 woningen, een sportplein en een vrijgezellenhuis met 25 kamers. Omwille van financieringsproblemen – de maatschappij kreeg de huizen niet verkocht – werden slechts 168 huizen uitgevoerd, een vrijgezellenhuis met 31 kamers en een watertoren.

In een eerste fase (1921-1923) werd het vrijgezellenhuis met 31 kamers gerealiseerd en een aanpalend bouwblok van 17 gezinswoningen (Dimitri Peniakofflaan 1-3, 5-7, Kardinaal Mercierplein 1-2, Opgeëistenstraat 3-9, Vrijwilligerslaan 3-5, 7-9 en 2-4, 6-8). De tweede fase (1922-1924) omvatte 74 huizen aan de zuidelijke kant van de wijk en de derde fase (1928) 76 huizen aan de noordwestelijke kant (onder andere rond het Kardinaal Mercierplein). De bouw van de woningen werd toegewezen aan Napoleon De Meyer, een aannemer uit Zelzate. De watertoren werd gerealiseerd door G. J. Bagnette (concessionn. de la soc. Peinard Considère Co et à Verviers), de sanitaire installatie voor 169 huizen door Wittenberg (Destelbergen) en de elektrische installatie van die huizen door René Van Heyghem (Zelzate). Desmet en Evenepoel (Molenbeek) waren verantwoordelijk voor de wegenaanleg en riolering, Heynendonckx voor de beplanting.

Na de oorlogsschade van de Tweede Wereldoorlog werden in 1949-50 vijftien huizen aan het Kardinaal Mercierplein gerenoveerd en acht huizen aan de Verminktenlaan heropgebouwd met kredieten voor oorlogsschade. In 1950 werd het vrijgezellenhuis omgebouwd tot twee winkels, een stortbadinstallatie en vijf huizen, vijftien andere huizen werden gerenoveerd. Bijna alle vooroorlogse huizen kregen tussen 1950 en 1956 een bakstenen parement onder leiding van de Gentse architecten Charles en Gérald Hoge. In 1951-1952 bouwde de maatschappij (vanaf 1952 Gewestelijke Samenwerkende Maatschappij voor Goedkope Woningen van Zelzate) in het noordoosten een nieuwe huizengroep van 54 woningen en een school naar ontwerp van dezelfde architecten, met als aannemer V. Gouwy en zonen van Zelzate. Reeds in 1963-1965 werden hiervan alle 22 woningen aan de Tweede-Gidsenlaan en zes huizen in de Dimitri Peniakofflaan afgebroken voor de aanleg van een tunnel. In 1961 werden enkele eengezinswoningen aan het Koophandelsplein gesloopt voor een appartementsgebouw met acht appartementen en vier winkels. In 1964 verving men de oude winkelhuizen aan het Koophandelsplein door drie meergezinswoningen van telkens zes appartementen naar ontwerp van Georges Bontinck en datzelfde jaar bouwde men acht nieuwe huizen (Dimitri Peniakofflaan 4A-4F en Strijderslaan 10A-10B). Verder sloopte men in deze periode de watertoren en werden de wegen bestraat met asfalt.

In de jaren tachtig werden opnieuw renovatiewerken uitgevoerd door de maatschappij (sinds 1972 Gewestelijke Maatschappij voor de Huisvesting van Zelzate). In 1985 werden de houten dakoverstekken en bakgoten vervangen door PVC en tien jaar later verving men ook alle buitenschrijnwerk door PVC. Tussen 2005 en 2012 ten slotte liet de maatschappij (sinds 2002 Wonen CVBA) acht huizen aan de Vrijwilligerslaan afbreken en vervangen door een meergezinswoning met twaalf appartementen naar ontwerp van Atelier 4 architecten (Peter Van Driessche). Tegelijkertijd startte de maatschappij in 2011 met de restauratie van vier beschermde woningen aan het Kardinaal Mercierplein, in samenwerking met het agentschap Onroerend Erfgoed (Vlaamse overheid).

Typering en beschrijving

Louis Van der Swaelmen vatte deze wijk op als de eerste fase van een industriële lijnstad langs het kanaal, gebaseerd op de lijnstad van Sorio y Mata van 1882. Om die reden werd de wijk ontwikkeld aan weerszijden van een centrale noord-zuidas (de brede Dimitri Peniakofflaan) met uitbreidmogelijkheden in noordelijke en zuidelijke richting. Deze uitbreiding kwam er echter nooit.

Voor de aanleg van de wijk greep Louis Van der Swaelmen terug naar de vormelijke principes van de tuinwijk, zoals die eind 19de eeuw in Engeland ontwikkeld waren door Raymond Unwin en Richard Barry Park, en voor het eerst toegepast in Letchworth: een welomlijnde, geconcentreerde bebouwing met vrije, groene ruimte errond, een gevarieerde straataanleg met een duidelijke hiërarchie tussen hoofdwegen, secundaire wegen en voetgangerswegen, en aandacht voor beeldcompositie met gesloten perspectieven door het draaien van hoekwoningen, gebogen of geknikte straten, het verspringen van de rooilijn, voortuinen, groenaanleg en het aanpassen van de aanleg aan de bestaande topografie, waardoor diverse pleintjes en parken ontstaan. Tegelijkertijd werd rekening gehouden met een rationeel grondgebruik en hygiëne (onder andere door optimale bezonning).

Het uiteindelijke aanlegplan van de geïsoleerde industriële tuinwijk toont een gevarieerd stratenpatroon met pleinbebouwing (het Kardinaal Mercierplein), straten met in vertandingen opgestelde woningen met verspringende volumes, huizenrijen op een rechte rooilijn, al dan niet met voortuintjes, en enkele binnenparkjes. De verspringende woningblokken en bouwvolumes zorgen voor een ritmisch spel. Een variëteit van gekoppelde woningen, rijwoningen en vrijstaande huizen bieden een afwisselend straatbeeld, met voortuinen, en met open tussenruimtes in de bouwblokken en openbaar groen. Ook het stratenpatroon is typerend, met een onderscheid tussen de brede centrale laan, de smallere rijwegen, het grote plein en de paadjes tussen de bouwblokken en de tuinen. Belangrijk vanuit het tuinwijkprincipe is ten slotte dat er winkels werden voorzien die van de wijk een meer zelfvoorzienend organisme maken.

Voor de architectuur greep Huib Hoste grotendeels terug naar de traditionele grondgebonden eengezinswoning (koppelwoningen en rijwoningen met twee, drie of vier slaapkamers). De planindeling van de woningen was eerder burgerlijk met een piepklein salon. Deze gezinswoningen werden wel aangevuld met een vrijgezellenhuis van 31 kamers, dat gebaseerd was op Limburgse mijndorpen en Nederlandse interneringskampen die Hoste tijdens de oorlog had bezocht. Dit vormde het stedenbouwkundige hart van de wijk en was een vorm van collectief wonen met een gemeenschappelijke eetkamer, lees- en conversatiekamer, badinstallatie en fietsenstalling.

De vormgeving van de huizen uit de eerste fase (en een deel van de huizen uit de tweede fase) is eerder traditioneel: gekoppelde bakstenen woningen in spiegelbeeldschema van twee traveeën en één bouwlaag onder doorlopend zadeldak (rode pannen) met een gekoppelde rechthoekig uitspringende deurportiek onder overstekend plat dak. Het venstertravee, met rechthoekige vensters, is hoger opgetrokken in een dakkapel met plat dakje. Ook het vrijgezellenhuis kreeg een bakstenen parement (met plat dak). Volgens Hoste werd voor deze eerste fasen baksteen gebruikt omwille van de dringendheid.

De meeste woningen uit het interbellum werden echter opgetrokken in mager beton of asbeton (gemaakt van hoogovenslakken, een vorm van industrieel afval) volgens het zogenaamde non-plus systeem, een geïndustrialiseerde constructiemethode waarbij het beton gegoten wordt in een bekisting met uitsparing van de gevelopeningen. Deze beton werd nadien ruw bepleisterd en kleurrijk beschilderd. Hoste bepleitte dit procedé omwille van de economische voordelen en de plastische mogelijkheden, met name een kubistische vormgeving van verspringende volumes met integratie van de achterbouwen, die aansluit bij de Nederlandse beweging De Stijl. Die link wordt nog duidelijker wanneer men de ontwerptekeningen bekijkt met hun overdachte, gevarieerde kleurstelling. Verder worden de woningen gekenmerkt door platte daken met (oorspronkelijk) houten overstek en houten blokramen met roedeverdeling, houten luifels en luiken. Ook die werden gekleurd: rood voor de vaste raamdelen en groen voor de draaiende vleugels en de roedeverdeling, luifels en dakranden. De woning aan de Strijderslaan 7 vertoont nog sporen van oorspronkelijke gevelbepleistering en schrijnwerk, evenals de zijgevel van het huis aan de Jozef de Tillouxlaan 2.

Zoals Auke Van der Woud (1983) opmerkt, verraadt Huib Hostes’ zoeken naar sterke en gevarieerde effecten door te werken met verspringingen en verhogingen eerder een vormelijke voorkeur voor het pittoreske en individuele, dan een nieuwe visie op wonen die nadruk legt op het uniforme-collectieve en functionele-rationele. Het resultaat is een deels door economische noodzaak ingegeven esthetiek waarbij schoonheid bekomen wordt door het harmonisch combineren van bouwvolumes, eerder dan door het decoreren van de bouwvolumes. De wijk wordt opgevat als een compositie van horizontalen (platte, licht uitkragende daken en deurluifels) en verticalen (trapvormige afwerking van de hoeken en vroeger ook de watertoren en elektriciteitspalen).

Over de groenaanleg is weinig geweten maar er werd in 1924 een aanzienlijk budget voor aanplantingen voorzien (134.930 fr.). Op het plan van Louis Van der Swaelmen valt af te lezen dat hij langs alle straten en pleinen bomen voorzag. Oude foto’s tonen dat het plein en de straten vooral voorzien werden van bomen, de voortuinen van de huizen werden afgeboord met hagen. Anno 2016 bevinden zich nog oorspronkelijke hagen van gewone liguster aan de Strijderslaan. De straatbomen in de Albert Mechelincklaan zijn koningslinde en zomerlinde.

Evaluatie

Deze wijk (met name de bouwfasen uit het interbellum) werd binnen de thematische inventarisatie van het sociale woningbouwpatrimonium zeer hoge tot uitzonderlijke erfgoedwaarde toegekend (top van de selectie).

Bij de wijk Klein-Rusland te Zelzate zijn verschillende erfgoedwaarden aanwezig.

Architecturale en stedenbouwkundige waarde. Het tuinwijkconcept is een belangrijk fenomeen van de stedenbouwkundige ontwikkeling in de 20ste eeuw. In de tuinwijk werd tijdens het interbellum een nieuwe type van samenleving en een nieuwe vorm van sociale woningbouw gerealiseerd. Klein Rusland is opgetrokken als één van de eerste modernistische tuinwijken in ons land en in Europa. De architectuur van de woningen én de algemene planaanleg naar ontwerp van architect Huib Hoste (1881-1957), een sleutelfiguur van de avant-garde in de jaren twintig, in samenwerking met beroemde stedenbouwkundige Louis Van der Swaelmen (1883-1929), illustreren op een treffende wijze de modernistische beweging in België tijdens het interbellum. De samenwerking van Hoste en Van der Swaelmen, beiden waren duidelijk vertrouwd met de internationale ontwikkelingen, leidde tot een geslaagd homogeen geheel. Voor beiden vormt deze wijk een sleutelwerk in hun oeuvre. De combinatie van de Engelse tuinwijkgedachte met het uit Spanje afkomstige lijnstad-concept (Soria Y Mata), die Van der Swaelmen wist door te voeren in de inplanting van de wijk langs het kanaal en de industrie-as Gent-Terneuzen, benadrukt de internationale dimensie van Klein Rusland. Klein Rusland (1922-1928) is samen met de Brusselse wijken Le Logis-Floréal (1922-1930) La Cité Moderne (1922-1925) en Kapelleveld (1923-1926) één van de vier belangrijkste modernistische ensembles in België. Vooral Kapelleveld vertoont een vergelijkbare aanleg en architectuur (door de tussenkomst van dezelfde ontwerpers). Daar waar de Brusselse wijken opgericht werden door huurcoöperatieven en gericht waren op de kleine burgerij (ambtenaren, leraars, (artistieke) vrije beroepen) is Klein-Rusland de enige modernistische arbeiderswijk.

Artistieke waarde. De invloed van de artistieke beweging De Stijl – waarvan Hoste deel uitmaakte tijdens zijn ballingschap in Nederland tijdens de Eerste Wereldoorlog – vertaalde zich in een pittoresk-kubistische vormgeving en een rijk kleurenpallet.

Technische waarde. In Klein Rusland worden voor het eerst standaardisatie en normalisatie in een geïndustrialiseerde constructiemethode toegepast. Klein Rusland is een belangrijke getuige van de experimentele bouwprocédés die tijdens het interbellum werden ontwikkeld, in het bijzonder in de context van de sociale huisvesting. De eerste woningen werden nog gebouwd in traditioneel baksteenmetselwerk, maar met een moderne vormgeving. Het grootste gedeelte van de 169 woningen werd echter opgetrokken in "asbeton", een mager, cementarm beton met hoogovenslakken als toevoegstof. Voor het storten van de betonwanden werd gebruik gemaakt van het toen nieuwe, revolutionaire Non Plus-systeem.

Historische waarde. Deze wijk betekende een belangrijk onderdeel van de industriële ontwikkeling van de gemeente (lokaal). Bovendien werd de wijk door figuren als Dimitri Peniakoff, een Russische ingenieur en voorzitter van de Zelzaatse woningbouwmaatschappij die Klein Rusland bouwde en Alexis Veretennikoff, eveneens een Russische ingenieur en werfopzichter, verbonden met een stuk van de politieke wereldgeschiedenis, zoals weerspiegeld in de naamgeving.

Volkskundige waarde. De naam Klein-Rusland is een mooi voorbeeld van de wijze waarop de bewoners ("(Klein) Ruslanders") zich de wijk en de architectuur trachtten toe te eigenen door middel van volkse, humoristische toponiemen.

Daarnaast wordt de erfgoedwaarde van de wijk ondersteund door de criteria die het agentschap bijkomend hanteert in haar beoordeling.

Representativiteit en zeldzaamheid. Klein Rusland is als tuinwijk een typisch voorbeeld van een nieuw stedenbouwkundig concept uit het interbellum en van een nieuwe vorm van sociale woningbouw. Vooral in de Brusselse voorsteden werden in het interbellum grote tuinwijken gecreëerd. Het aanlegplan van Klein Rusland is illustratief voor de modernistische ideeën van de ontwerper, landschapsarchitect en stedenbouwkundige Louis Van der Swaelmen. De architecturale vormgeving van de wijk Klein Rusland is kenmerkend voor de modernistische stijl binnen het oeuvre van de internationaal bekende architect Huib Hoste en is tevens representatief voor de beweging van het modernisme in het interbellum. Het concept van de tuinwijk getuigt ook van Hostes veelzijdigheid en diens breedvoerig architecturaal oeuvre. Het criterium representativiteit scoort hoog. Tegelijkertijd is deze interbellumwijk voor het Vlaamse grondgebied uiterst zeldzaam (en zelfs uniek) omwille van de combinatie van een uitgewerkte pittoreske tuinwijkaanleg met een doorgedreven modernistische architectuur.

Ensemblewaarde. De tuinwijk is een duidelijk voorbeeld van een ‘totaalconcept’ waar een symbiose tussen architectuur, openbare ruimte, groenaanleg en stedenbouw nog duidelijk aanwezig is, en waar zowel de stedenbouwkundige eenheid (stratenpatroon, pleintjes, tuinen) als de architecturale eenheid bepalend zijn. De tuinwijk heeft een grote variëteit van gekoppelde woningen, rijwoningen en vrijstaande huizen die een afwisselend straatbeeld bieden, enkele types met voortuinen, en met open leefruimtes in de bouwblokken en het openbaar groen. De ensemblewaarde wordt hoog geëvalueerd.

Contextwaarde. De tuinwijk heeft een beeldbepalende functie in de stedenbouwkundige en architecturale evolutie van Zelzate. In de brede ruimtelijke context van Zelzate scoort de tuinwijk hoog.

Herkenbaarheid. Ondanks aanpassingen en uitbreidingen aan de wijk en de woningen zelf bleef de globale structuur en sfeer nog gaaf. De stedenbouwkundige en architecturale eenheid van de wijk is ook nog steeds intact. Kort na de Tweede Wereldoorlog al werd een volledig bakstenen parament rond de kubistische woonblokken aangebracht omwille van vochtproblemen met de asbeton. Het oorspronkelijke buitenschrijnwerk en lijstwerk werd stelselmatig vervangen. Door deze ingrepen verdween het gevarieerde kleurgebruik in gevelafwerking (en schrijnwerk) en wordt de monotonie in de hand gewerkt. Daarnaast hebben de opeenvolgende generaties van bewoners allerhande eigen ingrepen uitgevoerd. Veel oorspronkelijke elementen zijn echter nog altijd aanwezig, zij het in een aantal gevallen verborgen achter voorzetgevels en veelvuldige bijbouwen. Ook is de oorspronkelijke ruimte-indeling binnenshuis meestal bewaard. Het herkenbaarheidscriterium op het vlak van de architecturale vormentaal scoort matig.

Als besluit kan gesteld worden dat de interbellum bouwfase van de wijk Klein-Rusland op Vlaamse niveau uniek is en dus de hoogste erfgoedwaarde heeft. Binnen de wijk kan wel een differentiatie aangebracht worden in de waardering. Zo kunnen zes zones onderscheiden worden, met een afnemend belang:

1. Oorspronkelijk aanlegplan, bouwfase interbellum (contextueel ingebed)

2. Oorspronkelijk aanlegplan, bouwfase interbellum (context (deels) verloren)

3. Oorspronkelijk aanlegplan, verbouwd naoorlogs met behoud van volumewerking (vrijgezellenhuis)

4. Oorspronkelijk aanlegplan, verbouwd naoorlogs

5. Oorspronkelijk aanlegplan, verbouwd ca. 2012

6. Naoorlogse uitbreiding

De partieel bewaarde, naoorlogse uitbreiding van de wijk (6) (Schoolstraat 1-7; 2-24 en Dimitri Peniakofflaan 18-26; 21-31) heeft sowieso slechts een ondersteunende waarde. Bij de bouwfase van 1925 zijn zowel aanleg als architectuur waardevol (1), maar voor die delen van de wijk die na de Tweede Wereldoorlog heropgebouwd werden (4) (o.a. Dimitri Peniakofflaan 4, 4A-4F, Koophandelsplein 1-19 25-9, 2-20, 24-28, Strijderslaan 10A-10B, Verminktenlaan 2-16) of circa 2012 (5) (Vrijwilligerslaan 1-3), is de erfgoedwaarde niet zozeer gelegen in de architectuur, als wel in het stedenbouwkundige patroon, de groenaanleg en de architecturale volumes. Met name bij het voormalige vrijgezellentehuis (3) (Dimitri Peniakofflaan 2A-2B, Koophandelsplein 21-23 en Strijderslaan 12-16) is die architecturale, trapsgewijze volumewerking bewaard. De partieel bewaarde gevelrijen uit het interbellum die zich in het zuiden van de wijk bevinden hebben een ongelijke binding met rest van de wijk. Deze contextwaarde is hoog bij Vrijwilligerslaan 4-10 (dat aansluit bij achterliggend pleintje) en Vrijwilligerslaan 12-14 (dat aansluit bij de Opgeëistenstraat) (1) maar eerder laag bij Vrijwilligerslaan 16-36, Verminktenlaan 1-15 en de Achille De Clercqlaan (2).

Erfgoedelementen die bijdragen tot de erfgoedwaarde zijn de circulatiepatronen met autowegen, wandelpaden en gemeenschappelijke groenruimtes, de inplanting van de architecturale volumes ten opzichte van elkaar (onder andere getrapt), de straat en de open ruimte, de groenaanleg, de architecturale homogeniteit en schaal (laagbouw), het silhouet (platte daken), de volumewerking (in- en uitsprongen), de gevelcompositie en de heden versluierde materialiteit en coloriet.

  • Onroerend Erfgoed, digitaal beschermingsdossier DO002316, Zelzate: gekoppelde woningen in de tuinwijk Klein Rusland (LANCLUS K., 2009).
  • Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen, Dienst Onroerende Transacties, registratiefiches, SHM 4360, Zelzate, Klein Rusland.
  • BUIJS J., De tuinwijk Klein Rusland (1921-1928) te Zelzate, Studie naar de bouwtechnische en architecturale context, i.o.v. het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Afdeling Monumenten en Landschappen.
  • DE MEULDER B. 1994: Wonen in Oost-Vlaanderen in de kijker, in: OLLIVIER H. (ed.), Met licht geschreven, foto’s uit een eeuw dagelijks leven, Gent, 134-135.
  • DE MEULDER B., DE DECKER P., VAN HERCK K., RYCKEWAERT M. & VANSTEELANT H. 1999: Over de plaats van de volkswoningbouw in de Vlaamse ruimte, in: Huiszoeking. Een kijkboek sociale woningbouw, Brussel, 25.
  • DESOMBRE P., SPITAELS K. & HERREGODTS K. 1997: Architectuur, in: S.N., Bouwstenen van sociaal woonbeleid, de VHM bekijkt 50 jaar volkshuisvesting in Vlaanderen. Deel 1, Brussel, 343.
  • FRANKIGNOULLE P. 2003: Sociale woningbouw, in: VAN LOO A. (ed.), Repertorium van de architectuur in België van 1830 tot heden, Antwerpen, 460.
  • L’Habitation à Bon Marché, 1923, 2, 41-42; 1924, 7, 165.
  • Huisvesting 1950, 7, 49.
  • HEIRMAN M. & VAN SANTVOORT L. 2000: Gids voor architectuur in België, Tielt, 480.
  • HOSTE H. 1923: La Cité de Selzaete, L’Habitation à bon marché, 9, 213-215.
  • S.N. s.d.: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie Oost-Vlaanderen, Gemeenten: Assenede, Eeklo, Kaprijke, Maldegem en Sint-Laureins, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 21N, onuitgegeven werkdocumenten.
  • MEGANCK L. 2002: Bouwen te Gent in het interbellum (1919-1939). Stedenbouw – Onderwijs – Patrimonium – Een synthese, onuitgegeven doctoraatsverhandeling UGent, Vakgroep Kunstwetenschappen, 254-257.
  • PIETERAERENS M. 2008: Sociale woningbouw, in: 20ste editie/eeuw modern denken. Themabrochure Open Monumentendag 2008, 61-62.
  • S.N. 1997: Monografieën erkende bouwmaatschappijen, in: S.N., Bouwstenen van sociaal woonbeleid ’45-‘95. De VHM bekijkt 50 jaar volkshuisvesting in Vlaanderen. Deel 2, Brussel, 103.
  • S.N. s.d. (1995): Gewestelijke Maatschappij voor de Huisvesting van Zelzate, 1920-1925, Zelzate, 7-17.
  • SMETS M. 1977: Ontwikkeling van de tuinwijkgedachte in België: Een overzicht van de Belgische volkswoningbouw 1830-1930, Brussel, 97, 114 & 124-125.
  • STYNEN H. 1979: Stedebouw en gemeenschap, Louis Van der Swaelmen (1883-1929), bezieler van de moderne beweging in België, Liège, 83-87 & 128.
  • VAN DER SWAELMEN L. 1929: l’Urbanisation des Cités-Jardins Kapelleveld, Le Logis, Floréal, Selzaete, L'habitation à bon marché, 1929, 12, 216-225.
  • VAN DER WOUD A. 1983: Het Nieuwe Bouwen internationaal CIAM : volkshuisvesting, stedebouw, Delft, 40-41.
  • VAN DE VOORDE S., DE MEYER R. & TAERWE L. 2008: Beton in de Belgische architectuur, in: Open Monumentendag Vlaanderen.
  • VAN HERCK K. 2011: ’Architectuur of revolutie’ Sociale woningbouw in Vlaanderen, in: WINTERS S. (ed.), Sociaal Wonen vandaag. Een tijdsbeeld van sociaal wonen in Vlaanderen anno 2011, Mechelen, 43-45.
  • VERDONCK A. s.d.: Oeuvrelijst van Huib Hoste: architect, stedenbouwkundige en publicist, Detailstudie van het doctoraatsonderzoek "De zoektocht van Huib Hoste naar de nieuwe betekenis van kleur in de architectuur", in opdracht van de Vlaamse Gemeenschap, s.l.
  • Informatie over groenaanleg verkregen van Herman van den Bossche (18 juli 2016).

Bron: -

Auteurs: Bogaert, Chris; Lanclus, Kathleen & Vandeweghe, Evert

Datum tekst: 2016

Alle teksten

Relaties

maakt deel uit van Zelzate

Zelzate (Zelzate)

omvat Gekoppelde tuinwijkwoningen

Kardinaal Mercierplein 3, 4, Zelzate (Oost-Vlaanderen)

omvat Gekoppelde tuinwijkwoningen

Kardinaal Mercierplein 15, 16, Zelzate (Oost-Vlaanderen)

omvat Gekoppelde tuinwijkwoningen

Dimitri Peniakofflaan 1-3, Zelzate (Oost-Vlaanderen)

omvat Tuinwijkwoning

Strijderslaan 7, Zelzate (Oost-Vlaanderen)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.