Kasteeldomein Gruuthuse

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Alternatieve naam Kasteeldomein van Oostkamp; Kasteeldomein Gruuthuyse
Provincie West-Vlaanderen
Gemeente Oostkamp
Deelgemeente Oostkamp
Straat Stationsstraat
Locatie Stationsstraat 186-190, 196-198, Oostkamp (West-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Adrescontrole Oostkamp (adrescontroles: 17-10-2007 - 17-10-2007).
  • Inventarisatie Oostkamp (geografische inventarisatie: 04-01-2006 - 31-12-2006).
Links

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Gruuthusekasteel

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

is beschermd als monument Kasteeldomein Gruuthuse en bosboom

Deze bescherming is geldig sinds 14-07-2010.

Beschrijving

Stationsstraat nr. 196/ Gruuthuselaan. "Gruuthusekasteel" (of "Kasteel van Oostkamp"), thans gelegen langs de Stationsstraat en de kruising van de Moerbrugsestraat, vlakbij de brug over de spoorweg Brussel-Oostende. Kasteeldomein van circa 30 hectare dat zich uitstrekt tussen de Stationsstraat (noordelijke grens), de meanderende Rivierbeek (in het oosten), het domein van het aanpalende kasteel "De Cellen" (cf. Kapellestraat nr. 113) (zuidkant) en de lintbebouwing aan de Gruuthuselaan (westgrens). Het kasteeldomein, dat qua site zeker opklimt tot het begin van de 12de eeuw, bestaat aan de straatzijde uit een poortgebouw met een aanpalende conciërgewoning en koetsenstallingen. Het eind 19de-eeuws kasteel, gebouwd naar ontwerp van architect Buyck in neo-Vlaamse renaissancestijl, is gelegen in een laat 19de-eeuws aangelegd park van gemengde stijl. In het park staat een vermoedelijk eind 18de-eeuwse schandpaal. Rondom het huidige domein bevinden zich verschillende woningen die in de loop der eeuwen gebouwd zijn in opdracht en in functie van het domein d'Ursel, zoals Gruuthuselaan nr. 3 (voormalige hovenierswoning), Kapellestraat nr. 87 (tweede boswachterswoning), Westdijk nr. 19 (eerste boswachterswoning) en de hoeves aan de Westdijk nrs. 17, 18 en 20-21. Het kasteel is gelegen in de ankerplaats "Kastelen Gruuthuyse-Cellen-Erkegem en Kampveld" cf. landschapsatlas.

Historiek.
12de-13de eeuw. De eerste vermelding van het kasteel dateert van 1128 en kadert in de strijd om de opvolging van de vermoorde graaf Karel de Goede. Deze strijd speelt zich af tussen Willem Clito van Normandië en Diederik van den Elzas. Omdat de kasteelschout van het kasteel van Oostkamp een aanhanger is van Diederik, wordt het kasteel door graaf Willem Clito belegerd van 4 tot 9 juli 1128. Het relaas van de strijd, neergeschreven door de Brugse geschiedschrijver Galbertus van Brugge, beschrijft de Rivierbeek, de grachten en de versterkingen van het kasteel. Tijdens graafwerken in de 19de eeuw, voor de aanleg van de parkvijver, werden wapens en vechtuitrustingen teruggevonden, die wellicht dateren van deze belegering.
Circa 1200 krijgen de heren van Gruuthuse van graaf Boudewijn IX het gruutrecht toegekend, wat inhoudt dat de heren van Gruuthuse het monopolie bezitten op de verkoop van kruidenmengsels of 'gruut' aan de brouwers. 'Gruut' werd geleverd door een struik, de gagel, en werd als smaakstof aan bier toegevoegd, totdat de hoppe die functie overnam. Later houdt dat gruutrecht ook in dat zij belasting mogen innen op het transport van gruut langsheen het 'Gruut-huis' via de Rivierbeek en op het gebrouwen bier zelf. Daarmee weten de Gruuthuses rijkdom, status en invloed te verwerven.

15de eeuw. In 1454 verkoopt ridder Jan Wittoen de heerlijkheid Oostkamp/Gruuthuse aan ridder Lodewijk van Brugge, zoon van Jan van der Aa IV, die vanaf dan heer van Gruuthuse is. Beide ridders krijgen hiervoor de goedkeuring van hun leenheer, hertog Filips de Goede. Het kasteel is de zetel van de heerlijkheid en die heerlijkheid bestaat uit 700 gemeten land, bos, meer en veld, een vierschaar met zeven schepenen waarvan vier benoemd door de graaf en drie door de heer van Oostkamp, een aman, een krikhouder en een klerk.
Lodewijk van Brugge (1422-1492) is baron van Spiere, heer van Oostkamp, Hamstede, Avelgem, Beveren, Tielt, ten Hove, heer van Gruuthuse, ridder van het Gulden Vlies, raadheer en kamerheer van de hertogen Filips en Karel van Bourgondië, luitenant-gouverneur en kapitein-generaal van Holland, Zeeland en Friesland. In 1455 huwt hij met Margareta van Borsele. Hij is een mecenas met een bijzonder rijke kunstcollectie van o.m. handschriften. Op een vijftal van die handschriften, gedateerd tussen 1473 en 1476, verschijnt een groot kasteel dat als het toenmalige kasteel van "Gruuthuse" wordt geïdentificeerd. Het heeft een groot driehoekig grondplan en bezit verschillende grote torens. Rondom het kasteel loopt een brede gracht. Deze zijn vermoedelijk de oudste afbeeldingen van het kasteel.
O.m. in 1470 verblijft de Engelse koning Edward IV enige tijd in het kasteel van Lodewijk van Gruuthuse en in september 1477 brengen ook gravin Maria van Bourgondië en haar echtgenoot aartshertog Maximiliaan van Oostenrijk een bezoek aan Lodewijk in zijn kasteel.

16de-17de eeuw. De laatste afstammeling van de familie van Gruuthuse is Catharina van Brugge, die zich echter door financiële moeilijkheden genoodzaakt ziet het domein te verkopen. Het wordt aangekocht door Cornelius Bertholf, die de heerlijkheid in 1616 verkoopt aan Conrad Schetz (1553-1632). Deze is o.m. baron van Hoboken en heer van Hingene en neemt in 1617, nadat hij geadopteerd wordt door zijn tante Barbe d'Ursel, de naam en het wapen van de d'Ursels over. Sindsdien is het Oostkampse domein d’Ursel tot op heden steeds geërfd door rechtstreekse afstammelingen.
In 1616 wordt het geheel omschreven als " 't Casteel van Gruithuyse eertyt ghenaempt ten Thorre" en verder "nopende de riviere ghenaempt het ghruijt". In 1638 verkrijgt de familie d'Ursel de grafelijke waardigheid.
In zijn "Flandria Illustrata", gepubliceerd in 1641, geeft Antonius Sanderus een afbeelding van een kasteel met als titel "castellum de Gruthuijse". Tegelijkertijd schrijft hij over de puinhopen die overgebleven zijn en die wijzen op de voormalige rijkdom van het kasteel. Gedetailleerd onderzoek wijst uit dat het hier om het voormalige kasteel "Breda" gaat, dat toen in de Rijselsestraat te Loppem (Zedelgem) lag. Op de achtergrond van de afbeelding van dat kasteel verschijnt links het Gruuthusekasteel.
In 1670 tekent landmeter Jacques Lobberecht een grondplan van de kasteelsite. De driehoekige structuur van het hof wordt opgedeeld door een gracht die de scheiding vormt tussen het opperhof met kasteel en het neerhof met inrijpoort. De tekening van het kasteel toont twee lage volumes met aan beide zijden een (ronde ?) toren. De inrijpoort is eveneens geflankeerd door twee kleinere torentjes. Een Oostkampse gebouweninventaris beschrijft het kasteel in 1673 als een "ghevallen casteel ofte huys ghenaemt het Gruuthuys, teenemael gheruineert en noch in ruyne ligghende". In oktober 1683 vernielen Spaanse soldaten het kasteel, dat op dat ogenblik bewoond wordt door Louis Ledroit. Circa 1690 laat François d’Ursel (†1696) een groot deel van het middeleeuwse kasteel slopen en herbestemt hij de overblijfselen als een buitenverblijf.

18de eeuw. In 1716 verkrijgt de grafelijke familie d'Ursel de hertogelijke waardigheid. Algemeen bestaat tijdens de 18de eeuw vanwege de hertogelijke familie weinig belangstelling voor het kasteel in Oostkamp. De hoofdresidenties zijn duidelijk het kasteel in Hingene (bij Antwerpen) en het hôtel aan de Houtmarkt in Brussel. Oostkamp wordt enkel gebruikt als buitenverblijf en tijdens het jachtseizoen. Het kasteel en de aangrenzende percelen worden verhuurd.
Op een kaart van de heerlijkheid Oostkamp van 1703 staat de kasteelsite afgebeeld, bestaande uit een poortgebouw dat geflankeerd wordt door torentjes en een kasteel met minstens één grote toren. Identieke configuratie op andere 18de-eeuwse kaarten, zoals een Legger van bossen te Oostkamp, eigendom van de hertog van Ursel, bewaard in het Rijksarchief te Brugge: weergave van het kasteel, aanduiding van de "poort van d'heere van oostcamp casteel" en omgevende bossen en dreven. Een kaart van 1766, toegevoegd bij de ommeloper van Oostkamp van 1661-1662, heeft het kasteel aangeduid als "'t gruijthuijs". Het kasteel wordt duidelijk reeds met de latere Kortrijksestraat verbonden via een dreef, de huidige Hogedreef. Zelfde configuratie op de Kabinetskaart van de Oostenrijkse Nederlanden, opgenomen op initiatief van Graaf de Ferraris (1770-1778).

19de eeuw. Een beschrijving van het domein van hertog Charles-Joseph d’Ursel (1777-1860) in 1809 maakt duidelijk dat het domein een oppervlakte van 568 hectare heeft. Kort voordien zijn nog 65 hectare daaruit verkocht.
Het primitief kadasterplan (circa 1835) toont een kasteelsite met grosso modo driehoekig grondplan, omringd door een gracht die tot tegen de Rivierbeek loopt. Een tweede gracht snijdt de driehoek doormidden en scheidt het opperhof met het kasteel van het neerhof met de nutsgebouwen en de toegangspoort. Identieke configuratie op de Atlas der Buurtwegen (circa 1843) en de Atlas van Vandermaelen (1846-1854). Op de oudste foto van de site, daterend van 1860, verschijnt het toenmalige kasteel als samenstel van drie naast elkaar gebouwde volumes: een eerste van twee bouwlagen, een tweede licht achteruitspringend volume van drie bouwlagen en een derde haaks daarop gebouwd, eveneens van drie bouwlagen. In de oksel van de twee laatste staat een ronde traptoren, mogelijk een restant van het middeleeuwse kasteel.
Op 22 november 1888 start graaf Charles-Marie d'Ursel (1848-1903), na de afbraak van het bestaande gebouw het jaar ervoor, met de bouw van een volledig nieuw kasteel. De toegangspoort en één kleine ronde toren blijven bestaan. Graaf Charles-Marie d'Ursel was gouverneur, eerst van Henegouwen (hij woonde in Mons) en vanaf 1901 van West-Vlaanderen; wellicht verklaart deze professionele relatie (onder meer) de keuze van de architect. Naar verluidt doet de graaf namelijk beroep op architect René Buyck (1850-1923). Deze is Westvlaams provinciaal architect vanaf 1878 en hij ontwerpt onder meer de kerken van Zeebrugge en Beernem en samen met de Brugse stadsarchitect Louis Delacenserie leidt hij belangrijke restauratieprojecten zoals die van het Provinciaal Hof en het postgebouw op de Markt in Brugge. René Buyck had in 1882 reeds het Oostkampse gemeentehuis (cf. Gemeenteplein nr. 1) ontworpen in een soortgelijke neo-Vlaamse renaissancestijl.
Na een eerste ontwerp voor het "Gruuthusekasteel" wenst de graaf een minder overdadig versierd kasteel, waardoor Buyck zijn ontwerpplannen aanpast. Ook na de bouw blijkt de familie d'Ursel niet volledig tevreden over de gehanteerde stijl. Het tweede ontwerp van Buyck is wel uitgevoerd, doch niet volledig volgens plan.
Het kasteel is grotendeels voltooid in 1890, gevolgd door de bouw en ingebruikname van de huidige conciërgewoning (1891). In 1892 wordt volgens het kadaster het nieuwe kasteel in gebruik genomen, samen met de nieuwe paardenstallingen en het koetshuis. Het kasteel heeft een kelder, twee verdiepingen en een monumentale dakverdieping in leien, die nog eens drie bouwlagen telt o.m. een enorm waterreservoir.

20ste eeuw. In de jaren 1930 laat graaf Louis d'Ursel (1886-1969) een piste met tribunes bouwen op zijn domein, ten oosten van de Gruuthuselaan. De piste wordt in 1935 ingewijd en blijft in gebruik tot in de jaren 1960. In de 20ste eeuw wordt de familie d'Ursel verschillende keren onteigend o.m. in de jaren 1950 voor de aanleg van de autosnelweg Brussel-Oostende (E40) en in 1969 voor de aanleg van de Gruuthuselaan (cf. Gruuthuselaan). Een brand op 17 augustus 1981 vernielt het imposante dak van het kasteel. Nadien wordt het niet meer heropgebouwd, maar vervangen door een plat dak.

Beschrijving.
Het poortgebouw is door de eeuwen heen verscheidene keren aangepast en vertoont vandaag geen zuivere stijlvorm. Het bevat naar verluidt een oudere kern, die mogelijk opklimt tot de 16de-17de eeuw. Volgens de gegevens van het kadaster zijn de torens aan de erfzijde van het gebouw bijgebouwd circa 1890. Verankerde, bakstenen constructie onder een leien zadeldak, in combinatie met arduin voor de poortomlijsting aan de straatzijde en kalkzandsteen voor de kruisvensters en de aanzetstenen van de poort aan de kasteelzijde.
Het gebouw heeft een quasi vierkante, tweeledige plattegrond: links de doorrit en rechts het woongedeelte van de portier. Het geheel telt twee bouwlagen, onder een vrij spits zadeldak tussen twee zijtrapgevels, met aan de voor- en de achterzijde telkens een dakvenster en twee dakkapellen. Aan de kant van het kasteel wordt het poortgebouw sinds circa 1890 geflankeerd door twee ongelijke hoektorens onder een tentdak op polygonaal grondplan. Boven de poort aan de straatkant zit een rondboognis met een voorstelling van Maria. Aan de kant van het kasteel prijkt een natuurstenen bas-reliëf met het wapenschild van de familie d'Ursel.

De conciërgewoning ligt ten oosten van het poortgebouw en paalt aan de straatzijde aan de muur van het kasteeldomein. De woning, gebouwd en in gebruik genomen in 1891, is geïnspireerd op de cottagearchitectuur met invloed van de Anglo-Normandische bouwstijl. Het is een baksteenbouw onder leien zadeldaken, waarbij arduin is aangewend voor de plint, de (drieledige) kruisvensters en de als banden doorgetrokken midden- en onderdorpels. De invloeden van de cottagestijl zijn o.m. terug te vinden in het verspringende grondplan (cf. erkeruitbouw aan straatkant, uitspringende ingangen onder luifeltjes), de leien bedaking met overkragende dakrand en de geveltoppen met imitatievakwerk.

Het grote koetshuis met -stalling paalt ten westen aan het poortgebouw. Het ontwerp is van de hand van de architect van het kasteel, René Buyck (1850-1923) en dateert eveneens van circa 1892.
Rode baksteenbouw onder leien zadeldaken, gecombineerd met arduin voor de omlijstingen van de muuropeningen, de drieledige vensters, de geblokte ontlastingsbogen en de als banden doorgetrokken lateien.
De constructie is opgetrokken uit twee vleugels op een L-vormige plattegrond ter afbakening van een binnenkoer. De linkervleugel werd gebruikt als remise cf. de rondboogvormige koetspoorten, de rechtervleugel als paardenstal cf. de rechthoekige, tweeledige staldeuren. Aan straatzijde heeft het gebouw een vrij gesloten uitzicht door de blinde vensteropeningen ter hoogte van de stallingen. De eerste verdieping - ter hoogte van het dak - was voorzien voor het personeel, thans ingericht als appartement.
Binnenin zijn nog de oorspronkelijke paardenboxen bewaard.

Kasteel. Het huidige "Gruuthusekasteel" is ontworpen in neo-Vlaamse renaissancestijl op de plaats van het eind 17de-eeuwse kasteel, dat werd afgebroken circa 1887. Bakstenen constructie gecombineerd met kalkzandsteen voor de versiering en arduin voor de plint. Het kasteel is gebouwd op een rechthoekig grondplan en wordt geritmeerd door licht uitspringende risalieten. De gevels zijn verlevendigd door 'witte' hoekkettingen, als banden doorgetrokken lateien, onder- en tussendorpels, geblokte ontlastingsbogen en deuromlijstingen. Aan de voorzijde is het kasteel toegankelijk via een dubbele bordestrap.
Het oorspronkelijke dak telde drie verdiepingen en oogde aldus vrij imposant. Het werd geritmeerd door verschillende, rijk uitgewerkte dakvensters en een dubbele rij dakkapellen in combinatie met enkele slanke schoorstenen en een decoratieve vorstkam. Aan de kant van de vijver was de ingang van drie traveeën, uitgewerkt als risaliet en bekroond met een trapgevel.
Beide zijgevels zijn voorzien van een ingang onder een luifel.
Interieur. De plattegrond wordt gekenmerkt door een brede, centrale doorgang die het hele gebouw doormidden snijdt; dit patroon komt voor in de kelder, op de begane grond en op de eerste verdieping. Alle ruimtes geven uit op deze gang. Verschillende versierde salons.

Domein d'Ursel. Kasteeldomein met vroegere domeingoederen bestaande uit bossen (o.m. Warandebos, Grote en Kleine Kwameers), landerijen, dreven en hoevegebouwen (m.n. Hoeve "Joyeuse Pensée" cf. Warandestraat nr. 1, Hoeve "Ter Lare" cf. Westdijk nrs. 20-21 en de Coupure-hoeve cf. Westdijk nr. 18). Drie monumentale dreefassen, waaronder de voormalige westelijke toegangsdreef of Hogedreef/Kasteeldreef, met rechtstreekse verbinding naar de dorpskern van Oostkamp, zijn nog steeds herkenbaar in het omringende landschap. De overige dreefassen betreffen de Portaaldreef/Klaverdreef in noordelijke richting en de Claerdreef/Nieuwenhovedreef/Hertendreef in zuidelijke richting.

Het huidige kasteeldomein gaat terug op een oud domein uit de 12de eeuw dat, als eigendom van de graafgezinde Lodewijk van Brugge, Heer van Gruuthuse, een hoogtepunt kende omstreeks 1470-1480. Het geheel is sinds het einde van de 16de eeuw eigendom van de grafelijke familie d'Ursel, die het toenmalige kasteel in de 18de en 19de eeuw voornamelijk als zomerresidentie betrokken en het domein verder als jachtgebied gebruikten. Het kerngebied met het huidige kasteeldomein blijkt reeds minstens sinds de late middeleeuwen met een historisch permanent bosareaal overeen te stemmen. Van dit areaal is bekend dat het kan vereenzelvigd worden met het jachtpark of 'warande' van de Heren van Gruuthuse. Het bosareaal is als dusdanig aangegeven op de Grote Kaart van het Brugse Vrije van Pieter Pourbus (1561-1571), gekopieerd door Pieter Claeissens (1601). Ook op de Kabinetskaart der Oostenrijkse Nederlanden, opgenomen op het initiatief van Graaf de Ferraris (1770-1778), is nog een omvangrijk bosareaal of B(oi)s Warande waar te nemen, waarin reeds de voornaamste dreefassen, met name de Hogedreef/Kasteeldreef, de Claer-/Nieuwenhove-/Hertendreef en de Portaaldreef/Klaverdreef, alsook de Daledreef blijken aangelegd. De kasteelsite zelf was lange tijd omgracht en voorzien van ingesloten tuinruimten.

Park. Het park is thans herkenbaar als een laat 19de-eeuws park in gemengde stijl, deels geometrisch, deels landschappelijk, met verdiepte gazonpartijen of 'boulingrins', een spiegelvijver met bijzondere watersculptuur of 'tritonne', winterserre, rozenpergola en geschoren elementen, graslanden, solitaire bomen, bomengroepen, boomweide, dreven, lovergang of 'charmille', parkbossen en bijhorende zichtassen. Noordwaarts van de Hogedreef/Kasteeldreef was, in relatie tot de zuidelijk georiënteerde afsluitingsmuur, een boomgaard en moestuin ingeplant. Thans is daar een verlandschappelijkt parkgedeelte ingericht. Moestuin en boomgaard sloten oorspronkelijk aan bij de hovenierswoning (cf. Gruuthuselaan nr. 3). Het huidige park ontstond omstreeks 1890 naar ontwerp van de Franse equipe rond de tuinarchitecten Henri (1841-1902) en Achille (1866-1947) Duchêne. Het ontwerp kwam tot stand na familiale contacten tussen het gezin van Gouverneur Charles d’Ursel en Edme Sommier, toenmalig opdrachtgever voor de restauratie van de befaamde Franse baroktuinen van Vaux-le-Vicomte nabij Melun.
Vader en zoon Duchêne ontwerpen voor Gruuthuse een totaal nieuw kasteelpark, waarbij de architecturale compositie vertrekt vanuit het pas opgerichte kasteel. Het karakter van de bestaande site is echter met respect benaderd, maximaal benut en zelfs versterkt. Het oorspronkelijke presentatieplan, een olieverf geschilderde weergave van het parkontwerp, is nog bewaard, maar raakte ernstig beschadigd in de brand op het kasteel in 1981.
Langs de zuidzijde van het kasteel vertrekken vanuit de tuinkamer en het zonneterras meerdere belangrijke zichtassen of 'vistas' in het landschappelijk aangelegd deel van het park, met name over een boomweide op de Rivierbeek, op een zuidoostelijk graslandcomplex (zogenaamde korte vista), op de Sint-Antoniusdreef en op een zuidwestelijk graslandcomplex (zgn. lange vista). Vanaf het inkombordes zijn zichtassen uitgebouwd op de Claer-/Nieuwenhove/ Hertendreef en op een westelijk graslandcomplex met aansluitend sterrenbos. In het centrale knooppunt van dit sterrenbos staat de originele schandpaal van het dorp (cf. infra).
Opmerkelijke parkboomsoorten zijn onder meer Reuzenlevensboom, Amerikaanse amberboom, Moerascipres, Treurbeuk, Gewone plataan, Zilveresdoorn, Zilverlinde, Amerikaanse tulpenboom (groen-gele variëteit), Weymouthden, Varenbeuk, Reuzenzilverspar, Haagbeuk (variëteit met ingesneden blad) en Zwarte moerbei.

Schandpaal of pelderijn met bovenaan het wapenschild van de familie d'Ursel. Deze 18(?)de-eeuwse gerechtigheidspaal stond oorspronkelijk vóór het schepenhuis van Oostkamp, op de hoek van de Stationsstraat en de Brugsestraat (cf. Brugsestraat nr. 2).
Waarschijnlijk is de paal door Charles d'Ursel (1718-1775), vierde hertog van Ursel, opgericht naar aanleiding van het herstel van de heerlijkheid. De Win situeert de oprichtingsdatum na 19 augustus 1716 door de aanwezigheid van de hertogelijke wapenversierselen. In de loop van de 19de eeuw (tussen 1820 en 1890) is de pelderijn overgebracht naar zijn huidige standplaats in het kasteelpark.
De schandpaal is opgetrokken in onbeschilderde, blauwe hardsteen. Het monument is circa 3.70 meter hoog. De octagonale schacht staat op een vierkante sokkel. Ongeveer halverwege de zuil is aan de voorzijde een leeuwenkop aangebracht en op de zijkanten drie stenen uitsteeksels. De leeuwenkop is door vier gaten omringd, die vermoedelijk dienen voor twee verticale stangen die de verstelbaarheid van het (verdwenen) halsijzer mogelijk moesten maken.
Bovenaan prijkt in gebeeldhouwd reliëf het ovalen wapenschild van de familie d'Ursel, opgehouden door twee griffioenen als schildhouders; het geheel is omhangen door een wapenmantel met een hertogelijke kroon erboven. Het wapen van de familie d'Ursel is: in keel een schildhoofd van zilver beladen met drie meerltjes van het veld. Onder het wapen is een onleesbare banderol aangebracht.

De renbaan of "Hippodrome Gruuthuse" was in de loop van de 20ste eeuw gelegen ten oosten van de Gruuthuselaan en ten zuiden van het kasteel. De renbaan werd gebouwd op initiatief de hertog van Ursel en werd in 1935 ingehuldigd. Piste volledig afgebroken circa 1965 om plaats te maken voor bos en weide. Van de tribunes zijn nog enkele betonstructuren, die van de hand waren van de handelaar in bouwmaterialen Germain D’Hoore (cf. Patersonstraat nr. 100), bewaard.

AROHM, Monumenten en Landschappen, Landschapsatlas, 2001, OC GIS-Vlaanderen.
KADASTERARCHIEF WEST-VLAANDEREN TE BRUGGE, 207: Mutatieschetsen, Oostkamp, 1892/14, 1893/11.
KADASTERARCHIEF WEST-VLAANDEREN TE BRUGGE, 212: Kadastrale legger, Oostkamp, artikels 392, 815 en 1227.
RIJKSARCHIEF BRUGGE, Schepenbank Oostkamp, Legger bossen: Archief van de schepenbank Oostkamp (1558-1732), Legger van bossen te Oostkamp, toebehorende aan de hertog van Ursel, 1724-1732.
RIJKSARCHIEF BRUGGE, Landmetersarchief Peper, nr. 386: Oostkamp, ommeloper in Oostkamp van de heerlijkheden, naar Jacques Lobberecht, 1661-1662.
STADSARCHIEF BRUGGE, Janssens de Bisthoven, II, nr. II1: Oostkamp, Papenvijvers (Oostkamp, Erkegem), 1717 (kopie 1844).
ARREN P., Gruuthuse, in Van kasteel naar kasteel, deel VI, Kapellen, 1999, p. 215-223.
BEKAERT P., VANDER HORST A., e.a., Tuinen in Vlaanderen, Brugge, 1986, p. 57-61.
BOULJON B., Het Oostkamp, Ruddervoorde, Hertsberge en Waardamme van toen. Een verzameling foto's van de vier Oostkampse deelgemeenten in de 19de en de eerste helft van de 20ste eeuw, Brugge, 1984, p. 32-33.
BOULJON B., Oostkamp, Hertsberge, Ruddervoorde en Waardamme in oude prentkaarten, Zaltbommel, 1981, nr. 24, 83-84
CLAEYS G., Kroniek van Oostkamp, Brugge, 1985, p. 65, 326.
CLAEYS G., Oostkamp in oude prentkaarten, Zaltbommel, 1982, nr. 51-52.
DESOETE S., GERVOYSE P., VANDENBERGHE P., Oostkamp. Beeld in beweging, Oostkamp, 2000, p. 64.
DE WIN P., Inventaris van de feodale schandpalen op Belgisch grondgebied, Brussel, 1996, p. 177-178.
FRANGE C., DUCHENE M., Le style Duchêne; Henri & Achille Duchêne, Architectes Paysagistes 1841-1947, Cachan, 1998.
SCHEPENS L., De provincieraad van West-Vlaanderen 1836/1924, Tielt, 1976, p. 385-386.
VANDE GINSTE S., Archiefbeelden Oostkamp, Gloucestershire, 2005, p. 76-77.
ZWAENEPOEL A., Inventaris van traditionele bomenrijen als leidraad voor natuur- en landschapsbehoud en -herstel in West-Vlaanderen, WVI in opdracht van de provincie West-Vlaanderen, Brugge, 2006, p. 119.
ZWAENEPOEL A., Inventaris van traditionele, solitaire bomen en struiken als leidraad voor natuur- en landschapsbehoud en -herstel in West-Vlaanderen, WVI in opdracht van de provincie West-Vlaanderen, Brugge, 2005, p. 61.

Bron: Vanwalleghem A. met medewerking van Creyf S. 2007: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Oostkamp, Deel I: Deelgemeente Oostkamp, Deel II: Deelgemeenten Hertsberge, Ruddervoorde en Waardamme, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL30, (onuitgegeven werkdocumenten).

Auteurs: Vanwalleghem, Aagje

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Stationsstraat

Stationsstraat (Oostkamp)

omvat Boswachterswoning

Kapellestraat 87, Oostkamp (West-Vlaanderen)

omvat Geleide linden -en haagbeukenrij in Kasteelpark Gruuthuse

Stationsstraat 196-198 (Oostkamp)

omvat Geleide zilverlindenrij in Kasteelpark Gruuthuse

Stationsstraat 196-198 (Oostkamp)

omvat Hovenierswoning van het kasteel Gruuthuse

Gruuthuselaan 1, Oostkamp (West-Vlaanderen)

omvat Loofgang van gewone haagbeuk in Kasteelpark Gruuthuse

Stationsstraat zn (Oostkamp)

omvat Opgaande zomereik in kasteeldomein Gruuthuse

Stationsstraat zn (Oostkamp)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.