Geografisch thema

Roesbrugge-Haringe

ID: 14152   URI: https://id.erfgoed.net/themas/14152

Beschrijving

Grensgemeente in Zandlemig Vlaanderen en de Westhoek, aan de IJzer en de Franse grens. Roesbrugge en Haringe, in 1857 verenigd, zijn twee afzonderlijke dorpscentra. De gemeente telde in 1986 1215 inwoners en is 1195 ha groot.

Op het grondgebied Haringe werden sporen van Romeinse of Gallo-Romeinse bewoning aangetroffen. Haringe of de 'woonplaats van de afstammelingen van Hari' wordt echter voor het eerst vermeld in 899. Onder impuls van de bisschop van Terwaan werd in het laatste kwart van de 11de eeuw voor de verspreide bevolking een kerk gebouwd in Haringe. Dit gebeurde op het droogland, ietwat verwijderd van de zompige overstromingsgebieden.

In 1147 werd de zorg voor de kerk en de parochie toevertrouwd aan de abdij van Sint-Augustinus in Terwaan. Voor het beheer van de goederen werd de proosdij de Beauregard in Proven opgericht.

Intussen groeide ten oosten van Haringe een woonkern op de plaats waar een zekere Rohard een brug over de IJzer had aangelegd. Dit op de plaats van de huidige brug, die Roesbrugge met Beveren-IJzer (arr. Veurne) verbindt. De IJzer maakte te Roesbrugge een bocht, nog te herkennen in de loop van de 'rode IJzer'. Het rechte, gekanaliseerde deel en de tweede brug dateren waarschijnlijk van de 14de eeuw. De kern 'Ponte Rohardi' (1183) en Rohardsbrugge (1204) breidt vooral uit in de 13de eeuw als Elisabeth van Rohardsbrugge en haar echtgenoot Willem van Bethune het 'kasteel' betrekken, gelegen op een motte aan de linker oever van de IJzer (grondgebied Beveren); in 1367 werd dit ingepalmd door de abdij.

Laatstgenoemden bouwden in 1218 aan de rechter IJzeroever een kapel, tot 1807 afhankelijk van de parochie Haringe. Zij stichtten in 1236 het klooster 'Onze-Lieve-Vrouw ter Nieuwe Plant' te Roesbrugge op de linker IJzeroever (grondgebied Beveren-IJzer). De religieuzen behoorden tot de congregatie van Sint-Victor. Nadat het klooster tijdens de 16de eeuw verschillende malen door de opstandelingen was geplunderd - Roesbrugge was een tijdlang het hoofdkwartier en de legerplaats van de geuzentroepen - werd de abdij in 1579 met de grond gelijk gemaakt door de Waals-katholieke 'Malcontenten', die te Roesbrugge achter de kerk een fort hadden. De kloostergebouwen werden afgebroken omdat ze hun gezichtsveld belemmerden. In 1581 vestigde de orde zich definitief binnen de muren van de stad Ieper.

Haringe was gedeeltelijk van eind 15de eeuw tot 1651 eigendom van de heren van Gistel, die het Blauwhuis, gelegen ten oosten van de Sint-Martinuskerk, bewoonden.

Haringe behield steeds zijn agrarisch karakter. Roesbrugge evolueerde tot een centrum van handel en nijverheid door zijn ligging: aan de IJzer, van daar af bevaarbaar; aan een brug over de IJzer; aan de steenweg Ieper-Duinkerke, in 1681 aangelegd onder Lodewijk XIV; aan de buurtspoorweg Poperinge-Adinkerke (1906-in 1949 vervangen spoorlijn door bussen).

In Roesbrugge-Haringe, vooral te Roesbrugge, waren vroeger enkele nijverheden gevestigd: een tweetal windmolens (onder meer Camerlynks molen Weggevoerdenstraat nummer 22-24, gesloopt in 1911, en de Leenhoudersmolen verhuisd naar Bikschote in 1922, zie de Blauwe Molen); een papiermolen aan de IJzer in werking van 1757-1793; een vijftal brouwerijen (onder meer Heybrugstraat nummer 41); een drietal steenbakkerijen, onder meer Weggevoerdenstraat nummer 22-24 met bijbehorende handel in granen en vetten (bij de Camerlynksmolen) en, recht tegenover de herberg 'In de Brikerij' (Moenaardestraat nummer 23) in werking tot 1964, gelegen aan de IJzer in de Bergenstraat; een vlasroterij aan de IJzer (Heybrugstraat); en in de 18de eeuw twee tabaksfabrieken uitsluitend voor de smokkel.

Haringe bleef lang het kerkelijk centrum (parochiekerk Sint-Martinus). Roesbrugge was sinds de Franse Revolutie een administratief centrum: kantonhoofdplaats (1796-1800), vredegerecht, kantoren van de registratie en de belastingen, rijkswacht- (tot 1970), douane- en brandweerbrigade (1859-1968).

Gemeente met twee dorpskernen: Haringe is een dorp met een uitgesproken landelijk karakter. De kleine dorpskom wordt gekenmerkt door 19de- en 20ste-eeuwse lintbebouwing (in- en uitspringende rooilijn) onder zadeldak, langsheen de Moenaardestraat en het Haringeplein, onderbroken ter hoogte van de pastorie en de parochiekerk midden in het groen. In Roesbrugge wordt de dorpskom gevormd door het Roesbruggeplein en de Prof. Rubbrechtstraat, getypeerd door vooral 19de-eeuwse lintbebouwing, breedhuizen van twee tot twee en een halve bouwlaag onder pannen zadeldak, vaak met vernieuwd gevelparement, afgewisseld met nieuwe bouw. Ten zuidoosten van het dorpsplein bevindt zich de 19de-eeuwse Sint-Martinuskerk met een dominante westelijke toren. Ten noorden situeert zich de Prof. Rubbrechtstraat, die deel uitmaakt van de 17de-eeuwse steenweg Ieper-Duinkerke, uitlopend naar de IJzer en de gemeentegrens tot in de Bergenstraat, met analoge, ietwat recentere bebouwing. De brug over de IJzer dateert van 1955. Het huidige stratenpatroon is duidelijk herkenbaar in de plattegrond door A. Sanderus (1641-1644), zichtbaar in de aanleg van het Roesbruggeplein, de Prof. Rubbrechtstraat en de situering van de kerk, en het voormalige klooster.

Buiten de dorpskernen zien we verspreide hoevebouw, voornamelijk uit de 19de eeuw, soms met een 18de-eeuwse kern (zie Moenaardestraat nummer 63 en 68), naast aan de straat gelegen arbeiders- en boerenarbeidershuisjes uit de 19de en 20ste eeuw. Ten zuiden van de dorpskom van Roesbrugge bevindt zich het gehucht 'De molenwal', gelegen aan het kruispunt gevormd door de Weggevoerdenstraat, de Heybrugstraat en de Molenwalstraat.

  • GEYSENS J. 1987: Haringe: Wat met de oudheidkundige vondsten, Aan de Schreve XVII. 2, 3-6.
  • LEEUWERCK E. 1978: Geschiedenis van de windmolens te Roesbrugge-Haringe, Aan de Schreve VIII.1, 21-28.
  • Rijksarchief Beveren, De abdij "O.-L.-Vrouw ter Nieuwe Plant" van Beveren-Rousbrugge (1236-1579), De IJzerbode IV.1, 1-2.
  • RUBBRECHT L. 1907: Geschiedboek der gemeente Roesbrugge-Haringhe van 1800 tot 1907, Brugge.
  • TANGHE G. 1852: Haringe (Malecia bij Cranaaye), Brugge.
  • TANGHE G. 1857: Beschrijving van Roesbrugge, Roeselare.
  • TILLIE W. 1979: Gemeenten die Poperinge groot maken. Proven Krombeke, Roesbrugge-Haringe, Watou, Aan de Schreve IX.3, 20-28.
  • VANDENBUSSCHE E. 1867: L'Histoire de Roesbrugge-Haringe en Flandre, Gent.

Bron     : Delepiere A.-M. & Huys M. 1989: Inventaris van het cultuurbezit in BelgiĆ«, Architectuur, Provincie West-Vlaanderen, Arrondissement Ieper, Kanton Poperinge, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 11N2, Brussel - Turnhout.
Auteurs :  Delepiere, Anne Marie, Huys, Martine
Datum  : 1989


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Roesbrugge-Haringe [online] https://id.erfgoed.net/themas/14152 (Geraadpleegd op 26-10-2020)