erfgoedobject

Martelarenplein en omgeving

bouwkundig geheel
ID: 125500   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/125500

Juridische gevolgen

Beschrijving

Bij de wederopbouw van het Martelarenplein en het aanpalende Tiensevestgedeelte na 1914 werd er niet geopteerd voor een herstel of kopiëren van het vooroorlogse, neoclassicistische architecturale uitzicht. Wel werden de vroegere functies in het algemeen en op het plein ook de oude pleinformatie en grosso modo de vroegere percelering behouden.

De nieuwe, naoorlogse bebouwing werd opgetrokken in de zogenaamde "wederopbouwstijl", gekenmerkt door een eclectische gevelarchitectuur met integratie van eigentijdse en gefantaseerde bouwelementen. Vanuit een streven naar herwaardering van het eigen bouwkundige verleden, ontleent deze bouwtrant haar vormentaal aan typisch regionale bouwstijlen, met een karakteristiek gebruik van traditiegetrouwe bouwmaterialen.

Uit bezorgdheid een homogeen en esthetisch stadsbeeld te realiseren voerde het Leuvense stadsbestuur bijkomende stedelijke bouwreglementen in die betrekking hadden op het kunstzinnige uitzicht van de gevels, hun beoordeling volgens hun lokalisatie in de stad en de verwerking van gevelmaterialen zoals het verbod op het gebruik van similisteen in bepaalde historische stadsgedeelten. De bouwaanvragen werden ter beoordeling voorgelegd aan het plaatselijk opgerichte Raadgevend Commiteit voor Stedeschoon.

In feite kwam de wederopbouw neer op een uitgesproken "gevelarchitectuur", een doelbewust "decor" van homogene straat- en pleinwanden opgevat als een eclectische samenstelling van onderling gedifferentieerde gevels met bouwvormen en architectonische details geïnspireerd op streekeigen historische bouwstijlen.

De wederopbouwarchitectuur moest symbool staan voor het nationale reveil, de burgerzin en de triomfantelijke heropleving na de oorlogsverwoestingen, waarvan de herinnering overigens levend werd gehouden door de verplichting van stadswege een gedenksteen in de gevel te plaatsen.

In deze sfeer situeert zich dus ook de wederopbouw van het Martelarenplein, geïllustreerd door haar geïndividualiseerde opeenvolging van historiserende architectuur.

Relevant zijn de afwisselende topgevels, die door hun bouwschema's of bouwelementen duidelijk doorgaan als varianten of al dan niet geïnterpreteerde benaderingen van Brabantse 17de-eeuwse barokgevels en waarvan de topconstructies in feite fungeren als scherm vóór de langsgerichte daknok, als reminiscentie aan het vroegere diephuis. Door hun registerindeling met gesuperposeerde zuilen of pilasters en hun verticale geleding met toepassing van de kolossale orde refereren zij naar de historische, respectievelijk Italianiserende en classicerende baroktendensen.

Veeleer Frans en 18de-eeuws geïnspireerd zijn de horizontaal afgelijnde en ruimer of monumentaler opgevatte hoekpanden met de Tiensevest en de Bondgenotenlaan, wellicht als een vage verwijzing naar de vroegere hoekpaviljoenen van de vooroorlogse pleinbebouwing. Typerend ook is de materiaalkeuze: het traditiegetrouwe gebruik van baksteen en natuursteen, verwerkt met blauwe hardsteen.

Dit representatief en eenheidsvol historiserend pleindecorum vindt een homogene voortzetting in de straatwand Tiensevest/hoek Diestsestraat. Opvallend, zowel voor het plein als voor de vest, zijn de doorgaans nagenoeg volledig opengewerkte begane gronden, overeenkomstig hun haast exclusieve horeca- en handelsfuncties. Hiervoor getuigen ook de bouwaanvragen en talrijke publicitaire gevelopschriften en gevelstenen, waaruit overigens blijkt dat het merendeel van de panden gebouwd werden in opdracht van drie toenmalig belangrijke brouwerijen, met name "La Vignette", "Artois" en "Breda".

Naast de inbreng van de Brusselse architecten G. Monet (Martelarenplein 1) en G. Ch. Veraart & E. Richir (Martelarenplein 5), dragen de ontwerpen voornamelijk het signatuur van architecten met een lokale uitstraling zoals F. Vandeput (Martelarenplein nummer 2), Th. Van Dormael (Martelarenplein 6, 8 en Tiensevest 12), C. Goemans (Tiensevest 2-6, 14 en Diestsestraat 252-254) en A. Stevens (Martelarenplein 7, 11, 13 tot 15 en Tiensevest 10 en 16 tot 22).

De bouwplannen werden nauwgezet geadviseerd door het Raadgevend Commiteit. Opgelegde wijzigingen betroffen zowel de symmetrische compositie en het esthetisch uitzicht van de gevel zelf als zijn harmonische integratie in de omringende bebouwing. Dit blijkt onder meer voor het Martelarenplein nummer 8 waar de architect zich voor de topconstructie diende te inspireren op het nabije Café Van de Weyer, of voor de gevel nummer 1 waar strikte richtlijnen werden voorgeschreven voor de houten raamindeling.

Behoudens een aantal summiere en overigens kleinschalige wijzigingen hebben de gevelwanden tot op heden hun oorspronkelijk uitzicht vrij gaaf weten te behouden. Wel werd op het plein in nummers 11-12 het fraaie eclectische gevelfront van de voormalige bioscoopzaal "Eden-theater" naar ontwerp van architect A. Schellynck, na de verwoesting tijdens de Tweede Wereldoorlog in 1949-1950 door E. Ajoux herbouwd in een vormentaal die nog enigszins aansluit bij de scenografie van het plein. Dit in tegenstelling tot haar pendant nummers 3-4, een appartementsgebouw opgericht in 1961, waarbij weinig of hoegenaamd geen rekening werd gehouden met een gepaste integratie in deze specifieke pleinarchitectuur.

  • Stadsarchief Leuven: Bouwdossiers 76.462, 76.817, 116.320, 79.965, 76.952, 79.431, 78.570, 77.562, 77.394, 79.358, 81.323, 77.260, 81.073, 79.288, 81.460, 94.836, 80.986, 78.244, 79.610, 76.866, 83.972, 76.604, 83.973, 83.974; Modern Archief 1.503, 3.142, 3.159, 8.212, 8.213, 8.217, 10.588, 10.589, 10.591, 11.902, 2O.92O, 29.764; Gemeenteraad, Resolutieboeken 1841-1843; Kaarten en Plannen 9.
  • CELIS J., De Leuvense stationswijk, 1875-1875. Het ontstaan en de ontwikkeling van een stadsbeeld in de negentiende eeuw, onuitgegeven licentiaatsverhandeling, K.U.Leuven, 1985-1986, p. 29-58.
  • CRESENS F.A., Het Leuvense spoorwegknooppunt ... Monumenten op een rij? Het ontstaan van een spoorwegsite en de invloed ervan op de ruimtelijke ordening in de oostelijke Leuvense regio, onuitgegeven script, 7/9/1994.
  • M.R., LAVACHERY H., Le Monument de Louvain, Marcel Wolfers, in Savoir et Beauté, jaargang 6, nummer 2, 1926, p. 32-39.
  • REMS M., De Leuvense standbeelden, in Arca Lovaniensis, Jaarboek 1981, p. 8-17, 42.
  • STAES J., CELIS J., CRESENS F.A., e.a., Mechelen, Leuven, Tienen ... retour. Een treinreis door het verleden, Leuven, 1987, p. 89-121.
  • UYTTENHOVE P., CELIS J., De wederopbouw van Leuven na 1914, Leuven, 1991.
  • UYTTERHOEVEN R., Leuven weleer. 1. Langs bekende handelsstraten naar Sinte-Geertrui en Tempelhof, Leuven, 1985, figuren 4a-5b, 72a-74b.
  • UYTTERHOEVEN R., Leuven weleer. 6. Op de westhelling en langs de Vesten, Leuven, 1990, figuren 46a-65b.
  • VAN EVEN E., Louvain dans le passé et dans le présent, Leuven, 1895.
  • VERDAVAINE G., Le sculpteur Marcel Wolfers, in Le Hôme, 8, 1924, p. 113-120.

Bron     : Mondelaers Lydie & Verloove Clara i.s.m. Van Roy Diane, Van Damme Marjolijn en Meulemans Katharina. 2009. Inventaris van het bouwkundig erfgoed. Provincie Vlaams-Brabant. Leuven binnenstad. Herinventarisatie. Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen. VLB2 (onuitgegeven werkdocument)
Auteurs :  Mondelaers, Lydie, Verloove, Claartje
Datum  : 2009

Aanvullende informatie

Ongeveer in het midden van het plein, voor de ingang van het stationsgebouw, werd in 1923-1925 het "martelarenmonument" opgericht ter ere van de oorlogsslachtoffers van de Eerste Wereldoorlog. Het monument valt op door zijn eigentijdse vormgeving in de lijn van de art deco.

Auteurs : Delannoye, Charlotte
Datum: 08-11-2018

Relaties

  • Omvat
    Afgeschuind hoekpand

  • Omvat
    Heropgebouwd café en hotel

  • Omvat
    Heropgebouwde cafés

  • Omvat
    Wederopbouwburgerhuis

  • Omvat
    Wederopbouwburgerhuizen

  • Is gerelateerd aan
    Diestsestraat

  • Is gerelateerd aan
    Martelarenplein

  • Is gerelateerd aan
    Tiensevest

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Martelarenplein en omgeving [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/125500 (Geraadpleegd op 25-10-2020)