Essex Farm Cemetery

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie West-Vlaanderen
Gemeente Ieper
Deelgemeente Boezinge
Straat Diksmuidseweg
Locatie Diksmuidseweg zonder nummer, Ieper (West-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Inventarisatie van het Wereldoorlogerfgoed (geografische inventarisatie, thematische inventarisatie: 01-01-2002 - 31-12-2005).
  • Synchronisatie databank beschermde monumenten 2008 (synchronisaties: 05-06-2008 - 31-12-2008).
Links

Juridische gevolgen

is beschermd als monument Essex Farm Cemetery

Deze bescherming is geldig sinds 01-04-2009.

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Essex Farm Cemetery

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

Beschrijving

Essex Farm Cemetery ligt langs de Diksmuidseweg (N369) naast huisnummer 148, ten noorden van de Noorderring en ten westen van de Ieperlee en het kanaal Ieper-IJzer. De begraafplaats maakt deel uit van de zogenaamde Kanaalsite John McCrae. Op de kanaaldijk naast de begraafplaats staat het gedenkteken voor de '49th (West Riding) Division'. Ten noorden van de begraafplaats ligt de betonnen (en reeds beschermde) medische post met aanpalende betonrestanten. Er zijn op de site nog diverse betonconstructies terug te vinden, waaronder één die jarenlang als noodwoning is gebruikt. Verder zijn er vele informatieborden en diverse gedenktekens terug te vinden langs de verschillende wandelpaden. Vlakbij de toegang van de begraafplaats staat de provinciale naamsteen 'John McCrae'.

Rond 1700 vormde het kanaal tussen Ieper en Fort Knokke, dat tussen 1636 en 1643 werd gegraven, de noordelijke grens van het Franse koninkrijk. De hoge dijk hielp om die grens te beschermen en vormde één van de 'retranchementen' van de Franse vestingbouwer Vauban, als onderdeel van de grensverdediging die hij uitbouwde van de Noordzee tot Charleroi.

De begraafplaats is ontstaan nabij een boerderij, die door de Britten 'Essex Farm' werd genoemd in het voorjaar van 1915. Vermoedelijk werd deze naam gegeven door het '2nd Battalion Essex Regiment', die hier toen als eenheid van de 4de divisie werd ingezet. Toen lag de Britse frontlijn circa 8 kilometer ten oosten van het kanaal. De dijk werd gebruikt door de artillerie.

Op 22 april 1915 werd de 1ste Canadese artilleriebrigade hier opgesteld, waartoe de Canadese arts John McCrae behoorde. Van een betonnen 'Advanced Dressing Station' (vooruitgeschoven verbandpost), die vandaag de dag bewaard gebleven is, was toen nog geen sprake. McCrae had een gat van circa 2.5 op 2.5 meter laten graven in de steile helling van de kanaaldijk, die vooraan afgedekt werd met zandzakken en bovenaan met hout en platen. Met wat stro op de bodem maakte hij zijn verbandpost annex persoonlijke schuilplaats compleet. Hierin verzorgde McCrae gedurende 17 dagen de gewonden van de 1ste Canadese artilleriebrigade alsook de gewonden die werden aangevoerd van op het slagveld in de buurt van Sint-Juliaan tijdens de zware gevechten na de Duitse gasaanval van 22 april 1915. In die dagen ontstond de nabijgelegen begraafplaats. McCrae raakte heel sterk getroffen door het gruwelijke oorlogsleed rondom hem. Op 2 mei 1915 stierf bovendien zijn goeie vriend Alexis Helmer. Totaal ontredderd schreef hij het gedicht 'In Flanders Fields', op 3 mei 1915 bij de kanaaloever nabij 'Bridge No 4', uitkijkend over de pas aangelegde begraafplaats, nu bekend als 'Essex Farm Cemetery'. Nadat McCrae begin juni 1915 werd overgeplaatst naar het 'No. 3 Canadian General Hospital' te Dannes-Camiers in Noord-Frankrijk, herschreef hij zijn gedicht en hij stuurde het op naar 'The Spectator', waar het geweigerd werd. Het Londense weekblad 'Punch' publiceerde het wel op 8 december 1915, weliswaar anoniem. Sindsdien begon het een eigen leven te leiden: tegen het einde van de oorlog genoot het gedicht een wereldwijde faam en werd het intens aangewend als propagandamiddel.

De eerste doden van Essex Farm Cemetery dateren dus van april-mei 1915 (Tweede Slag bij Ieper). In de daaropvolgende maanden van 1915 zouden nog 76 doden begraven worden. Een groot deel hiervan kwam om ten gevolge van een Duitse aanval met fosfeengas bij Wieltje op 19 december 1915. In 1916 werden er 801 militairen begraven (vooral in perk II), in 1917 waren dit er 205. De laatste dode zou dateren van 24 oktober 1917.

De bijzettingen gebeurden min of meer willekeurig, zonder vast plan. Vandaar dat de meeste doden van de divisies door mekaar begraven liggen. Er zouden nu op Essex Farm 1185 militairen begraven, waarvan 1171 Britten, 9 Canadezen en 5 Duitsers. Bij tellingen ter plaatse werden slechts 8 Canadezen teruggevonden. 104 doden konden niet meer geïdentificeerd worden. Voor 19 Britten waarvan aangenomen wordt dat ze onder een naamloze grafsteen liggen, werden 'special memorials' opgericht.

Essex Farm Cemetery is een begraafplaats, die door een internationaal publiek heel druk bezocht wordt, omdat het de plek is waar 'In Flanders Fields' neergeschreven is. In perk I ligt bovendien Joe Strudwick begraven, die met zijn 15 levensjaren één van de jongste Britse overleden militairen in de 'Salient' is.

In juli 1920 werd een ontwerpplan getekend door W. Holden. Op dit plan staan ook de architecten W.H. Cowlishaw en N.A. Rew vermeld. In de beschikbare informatie wordt R. Blomfield als hoofdarchitect genoemd.

Het gedenkteken hoog op de kanaaldijk is opgericht ter herinnering aan de Britse '49th (West Riding) Division', die vooral manschappen telde uit Noord-Engeland. Deze divisie arriveerde aan het front in Ieper in mei 1915. De verschillende plaatsen waar de 49ste divisie tijdens de Eerste Wereldoorlog gestreden heeft, staan in chronologische volgorde op het monument vermeld. De oever van het kanaal Ieper-IJzer speelde voor deze divisie vooral in de laatste maanden van 1915 een belangrijke rol.

Tot de heraanleg van de site in het voorjaar van 2003 was deze obelisk enkel toegankelijk via de lange trappentoegang, die vertrekt vanaf Essex Farm Cemetery. Na overleg tussen de architecten van het gedenkteken, Brierly en Rutherford en Reginald Blomfield, de hoofdarchitect van Essex Farm Cemetery, werd tot de huidige constellatie gekomen, waarbij de obelisk pal op de as met de 'Stone of Remembrance' werd geplaatst, benadrukt door het toegangspad. Het gedenkteken werd gerealiseerd door Rombaux-Roland, Ecaussinnes (Belgique). Het werd op 22 juni 1924 ingewijd door generaal Perceval, die in 1915 bevelhebber was van de 49ste divisie. De Commonwealth War Graves Commission is verantwoordelijk voor het gedenkteken.

Vóór de begraafplaats staat een provinciale 'Naamsteen' ter herinnering aan het 'John Mc Crae – In Flanders Fields – 3 mei 1915'. Naar aanleiding van de verjaardag van het overlijden van Koning Albert I en het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, richtte de Provincie West-Vlaanderen tussen 1984 en 1988 - in verschillende reeksen - 25 gedenktekens op, 'Naamstenen' genoemd. Ze werden vooral in de frontstreek geplaatst op die locaties, waar niets meer aanwezig was dat herinnerde aan bepaalde belangrijke gebeurtenissen of installaties uit de Eerste Wereldoorlog. Op de naamsteen nabij de Kanaalsite John McCrae, die opgericht werd in 1985, is in plaats van gebruikelijke monogram van Koning Albert een klaproos aangebracht. De klaproos is door het gedicht van John McCrae hét symbool geworden van de herinnering aan de Eerste Wereldoorlog en haar ontelbare slachtoffers. De gedenkstenen werden ontworpen door J. Vansteenkiste. De uitvoering is van de hand van P.H. Boudens (ontwerper en uitvoerder opschriften) - J. Hollevoet (spanbeton sokkel)

Bijna rechthoekige begraafplaats van circa 135 op 45 meter, met een oppervlakte van circa 6060 vierkante meter, ontworpen door R. Blomfield (hoofdarchitect) en W. Holden, W.H. Cowlishaw en N.A. Rew. Het terrein van de begraafplaats is ongeveer vlak.

Aan straatzijde wordt de begraafplaats enkel door een gracht afgebakend. Aan de andere zijden is de begraafplaats met sparren omheind. Rondom rond staan linden. De graven staan verdeeld over 3 perken in een bijzonder onregelmatige schikking. Ze worden getooid worden met bloemperken.

De begraafplaats wordt betreden via houten toegangspoortjes links en rechts van het 'Cross of Sacrifice' in de noordwestelijke hoek. Op de sokkel onder het offerkruis staat het opschrift 'Essex Farm Cemetery 1915-1918'. Bij deze toegangspartij zijn de metalen informatieplaat, het registerkastje en de drietalige landplaten terug te vinden. Aan de westelijke zijde staat een zitbank uit witte natuursteen.

Vrij centraal aan de oostelijke zijde, tegen de Ieperlee en in rechte lijn met het gedenkteken voor de 49ste divisie, staat de 'Stone of Remembrance' op een verhoog. Links en rechts van deze gedenksteen staan de 'special memorials'.

Het gedenkteken voor de '49th Division bestaat uit een monumentale gedenkzuil gelegen op de kanaaldijk, bereikbaar via een brugje over de Ieperlee en een lange trappentoegang. Op vier treden staat een hoge meerdelige naar boven toe versmallende sokkel met sterk geprofileerde kroonlijst, die overgaat in een kleinere meerledige sokkel. Het gedenkteken is volledig in hardsteen uitgevoerd. Op de sokkel: op de voorkant 'XLIX West Riding Division 1915 1918'; op de achterkant 'To the memory of all ranks of the 49th West Riding Division who gave their lives for king and country in the great war 1914 1918'; op de linkerkant '1915 Aubers Ypres', '1916 The Somme Thiepval Schwaben Redoubt', '1917 Nieuport Poelcappelle'; op de rechterkant '1917 Passchendaele Ypres', '1918 Neuve Eglise Kemmel Wytschaete River Selle Valenciennes'. Hoogte 1900 centimeter (ten opzichte van brugdek) x Breedte 920 centimeter x Diepte 920 centimeter (obelisk) Breedte 260 centimeter x Diepte 2650 centimeter (met trappen) (brug)

De provinciale naamsteen "John McCrae" vóór de begraafplaats bestaat uit een rechthoekige sokkel uit gewapend beton, die vooraan driehoekig uitloopt. Een grote ruitvormige gedenksteen (80 x 80 x 10 centimeter) uit witte natuursteen is schuin tegen de sokkel bevestigd. Bovenaan staat het gekleurde wapenschild van de provincie West-Vlaanderen in geanodiseerd aluminium. Daaronder de tekst 'John McCrae - In Flanders Fields - 3 mei 1915'. De letters zijn diep V-vormig in de steen gekapt en lichtgrijs gepatineerd. Onderaan is een klaproos gegrift in de steen. Hoogte 140 x Breedte 50 x Diepte 20 centimeter.

  • Onderzoek / notities door Roger Verbeke.
  • Bezoekersinformatie Commonwealth War Graves Commission (nieuwe en oude registers).
  • SCOTT M., The Ypres Salient. A guide to the cemeteries and memorials of the Salient. Norwich-Norfolk, Gliddon Books, 1992.
  • Drie nieuwe oorlogssites in Ieper: persbericht van het In Flanders Fields Museum op http://www.wo1.be/ned/mainnav.html
  • Informatie afkomstig van de informatieborden op de site John McCrae .
  • JACOBS M., Zij, die vielen als helden... Inventaris van de oorlogsgedenktekens van de twee wereldoorlogen in West-Vlaanderen, Deel 2. Brugge, Provincie West-Vlaanderen, 1996.
  • JACOBS M., Zij, die vielen als helden... Inventaris van de oorlogsgedenktekens van de twee wereldoorlogen in West-Vlaanderen, Deel 1. Brugge, Provincie West-Vlaanderen, 1995.
  • JACOBS M., Naamstenen 1914-1918. 25 gedenkstenen opgericht tussen 1984 en 1988 ter herinnering aan het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog en aan het overlijden van Koning Albert.

Bron: Beschermingsdossier DW002417

Auteurs: Decoodt, Hannelore

Alle teksten

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Diksmuidseweg

Diksmuidseweg (Ieper)

is gerelateerd aan Bard Cottage Cemetery

Diksmuidseweg zonder nummer, Ieper (West-Vlaanderen)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.