Persoon

Cowlishaw, William Harrison

ID: 1200   URI: https://id.erfgoed.net/personen/1200

Beschrijving

William Harrison COWLISHAW (1870 – 1957): Cowlishaw raakte sterk betrokken bij de ‘Arts & Crafts movement’. Hij diende in de ‘London Ambulance Brigade’ van het Rode Kruis, waar hij architect Charles Holden leerde kennen. Hij ontwierp als ‘assistent architect’ 237 Britse militaire begraafplaatsen.

Principes van de ‘Imperial War Graves Commission’. Reeds vroeg in de oorlog werd beslist dat de Britse doden niet mochten gerepatrieerd worden, onder meer omwille van hygiënische en financiële redenen. Bovendien werd het standpunt ingenomen dat alle doden, ongeacht rang of stand, gelijk behandeld moesten worden. Hiermee wou men voorkomen dat enkel vermogende families hun familieleden konden laten overbrengen naar het thuisfront. Dit verbod lokte tijdens en na de oorlog hevige protesten uit bij de Britse publieke opinie. Protesten die de nieuwbakken instelling maar met moeite wist te trotseren. Er zijn verhalen bekend van familieleden die clandestien poogden hun geliefden zelf te ontgraven en over te brengen. En hier en daar zijn nog unieke uitzonderingen op deze regel bewaard gebleven, zoals op het kerkhof van Zillebeke, waar enkele private Britse graftekens staan.

Het gelijk behandelen van de doden zou in de na-oorlogse aanleg van de begraafplaatsen en de oprichting van gedenktekens voor vermisten opgevolgd worden. De vier belangrijkste pijlers van de ‘War Graves Commission’ zijn:

- iedere dode moet individueel herdacht worden op een grafsteen of op een monument

- de grafstenen en monumenten moeten permanent en duurzaam zijn

- de grafstenen zijn uniform qua ontwerp

- er mag geen onderscheid gemaakt worden naar rang of stand.

De Britse graven werden na de oorlog in de mate van het mogelijke ongemoeid gelaten. Begraafplaatsen van minimum 40 graven werden in principe ter plekke behouden. Door de oorlogsomstandigheden is de aanleg van dergelijke ‘oorspronkelijke begraafplaatsen’ vaak niet gestructureerd verlopen, waardoor ze een onregelmatige aanleg hebben. Soms werden meerdere kleinere begraafplaatsen omgevormd tot één grote begraafplaats. Toch moesten heel wat lijken na de oorlog ontgraven worden, omdat ze geïsoleerd of op te kleine begraafplaatsen lagen. Deze werden ‘geconcentreerd’ op bestaande begraafplaatsen of op nieuw aangelegde verzamelbegraafplaatsen. De Belgische staat kocht de gronden aan waarop de Britse begraafplaatsen werden aangelegd en schonk ze ‘voor eeuwig’ aan het Britse volk. Hieraan herinneren de zogenaamde drietalige ‘landplaten’, die op alle Britse begraafplaatsen terug te vinden zijn. De architecten Het feit dat geliefden niet mochten worden gerepatrieerd, wou men compenseren met een kwalitatief hoogstaande aanleg en onderhoud van de begraafplaatsen. Vandaar dat heel veel aandacht werd besteed aan de architectuur van de begraafplaatsen.

Eerst drie, later vier ‘principal architects’ werden aangezocht om de aanleg van Britse militaire begraafplaatsen op het vasteland vorm te geven. Het gaat om de befaamde Edwin Lutyens, Reginald Blomfield, Herbert Baker en als laatste Charles Holden. Deze 4 hoofdarchitecten waren vooral werkzaam in België en Frankrijk en waren eindverantwoordelijke voor de aanleg van de begraafplaatsen, die hen toegewezen waren. Hiertoe werden ze bijgestaan door diverse ‘assistent architects’, waarvan W.H. Cowlishaw, G.H. Goldsmith, N.A. Rew, A.J.S. Hutton, J.R. Truelove en W.C. Von Berg in Vlaanderen actief waren. In andere landen waren ook andere architecten actief. Deze uitvoerende architecten zorgden heel vaak voor de feitelijke ontwerpen, die ze vervolgens door de aangestelde hoofdarchitect lieten goedkeuren. De nobelprijswinnaar voor literatuur Rudyard Kipling was verantwoordelijk voor de opschriften die op diverse architecturale elementen van de begraafplaatsen terug te vinden zijn.

Tekst van Hannelore Decoodt, Beschermingsdossier DW002414.

Erfgoedobjecten

Ontwerper van

Britse militaire begraafplaats Moorsele

Caesar Gezellestraat zonder nummer (Wevelgem)
Dieper in gelegen, typisch Brits oorlogskerkhof, aangelegd in 1921. Geheel omgeven door haag, 94 graven met uit Portlandsteen gekapte grafzerkjes.


Heestert Military Cemetry

Kerkomtrek zonder nummer (Zwevegem)
Grafveld met onregelmatige plattegrond met 127 graven van Britse soldaten gesneuveld tijdens de Eerste Wereldoorlog en 57 Duitse soldaten.


Britse militaire begraafplaats Vichte Military Cemetery

Elf Novemberlaan zonder nummer (Anzegem)
Militaire begraafplaats met 236 graven van voornamelijk Britse gesneuvelden uit de Eerste Wereldoorlog en twee uit de Tweede Wereldoorlog.


Britse militaire begraafplaats Ruisseau Farm Cemetery

Melkerijstraat zonder nummer (Langemark-Poelkapelle)
'Ruisseau Farm' werd tijdens de Derde Slag bij Ieper ingenomen op 8 oktober 1917 door de 'Guards Division', vechtend aan de zijde van Franse troepen. De begraafplaats werd na deze gevechten aangelegd.


Britse militaire begraafplaats Dochy Farm New British Cemetery

Zonnebekestraat zonder nummer (Langemark-Poelkapelle)
De begraafplaats, gelegen op een tijdens de oorlog fel begeerde heuvelrug, is genoemd naar een nabijgelegen boerderij. 'Dochy Farm' werd door Duitse eenheden uitgebouwd tot een versterking.


Britse militaire begraafplaats Seaforth Cemetery, Cheddar Villa

Brugseweg zonder nummer (Langemark-Poelkapelle)
'Cheddar Villa' was de naam die door het leger werd gegeven aan de vlakbij gelegen boerderij met geschutsbunker. Tijdens de nacht van 25 op 26 april 1915 (Tweede Slag bij Ieper), toen de Duitsers Sint-Juliaan konden veroveren, werden hevige gevechten geleverd op deze plaats. De Britse doden werden ter plaatse begraven.


Britse militaire begraafplaats Saint Julien Dressing Station Cemetery

Felix Nadarstraat zonder nummer (Langemark-Poelkapelle)
Vanaf september 1917, toen Sint-Juliaan in geallieerde handen gevallen was tijdens de Derde Slag bij Ieper, richtten Britse eenheden in het dorp een 'dressing station' (medische post) in. Noodzakelijkerwijze diende er ook een begraafplaats aangelegd te worden. Deze bleef in gebruik tot in maart 1918.


Britse militaire begraafplaats Grootebeek British Cemetery

Vlamertingseweg zonder nummer (Poperinge)
De begraafplaats kreeg eerst de naam 'Ouderdom Military Cemetery'. Later werd het gewijzigd in ‘Grootebeek British Cemetery’ naar de Grotebeek of Grote Kemmelbeek die er naast stroomt.


Britse militaire begraafplaats Dranoutre Military Cemetery

Victoriastraat zonder nummer (Heuvelland)
Dranoutre Military Cemetery werd gestart in juli 1915. De begraafplaats werd gebruikt tot maart 1918. Volgens het huidige register liggen er 459 militairen begraven. De begraafplaats is ontworpen door Charles Holden (hoofdarchitect) en W.H. Cowlishaw (uitvoerend architect). Min of meer rechthoekige begraafplaats met een oppervlakte van ca. 3800m². Het terrein van de begraafplaats is grotendeels genivelleerd en aangelegd in verschillende niveaus, deels afgebakend met breukstenen muurtjes met trapjes. De begraafplaats wordt deels omgeven door steile randen en wordt afgebakend met een haag (beuk) en afrasteringen. De begraafplaats kan betreden worden via een graspad, afgezet met Portugese laurierkers, en 2 smeedijzeren hekkens, met tussenin een grijsgroene natuurstenen muur, afgewerkt met witte natuursteen en aan de zijkanten 2 pijlers. Hier staat te lezen ‘Dranoutre Military Cemetery


Britse militaire begraafplaats Godezonne Farm Cemetry

Kriekstraat zonder nummer (Heuvelland)
In de tuin van 'Godezonne Farm' werd een begraafplaats aangelegd in de periode februari - mei 1915. Het ontwerp van de begraafplaats is het werk van W.H. Cowlishaw.


Britse militaire begraafplaats Irish House Cemetry

Savaardlindestraat zonder nummer (Heuvelland)
'Irish House Cemetery' is een kleine, rechthoekige begraafplaats, met een oppervlakte van circa 570 vierkante meter, ontworpen door W.H. Cowlishaw. Het terrein van de begraafplaats is effen en wordt omgeven door een lage, donkere natuurstenen muur, afgedekt met rechtopstaande natuurstenen.


Britse militaire begraafplaats Kemmel No. 1 French Cemetery

Vierstraat 59B (Heuvelland)
De oorsprong van de begraafplaats Kemmel No.1 French Cemetery is niet gekend. De begraafplaats werd kort na de oorlog ontdekt door de Franse dienst voor oorlogsgraven. In het totaal zijn er 390 doden begraven. De begraafplaats is ontworpen door E. Lutyens (hoofdarchitect) en W.H. Cowlishaw (uitvoerend architect).


Britse militaire begraafplaats Locre Hospice Cemetery

Godtschalckstraat zonder nummer (Heuvelland)
Locre Hospice Cemetery werd gebruikt tussen juni 1917 (na de Mijnenslag) en april 1918 (tot het Duits Lente-Offensief). Volgens het huidige register liggen er 246 militairen uit de Eerste Wereldoorlog begraven.


Britse militaire begraafplaats Locre No.10 Cemetery

Dikkebusstraat zonder nummer (Heuvelland)
Locre No. 10 Cemetery is één van de begraafplaatsen die door Franse eenheden werden aangelegd in het voorjaar van 1918. Er liggen nu 58 doden uit het Verenigd Koninkrijk en 75 Duitsers begraven. Locre No 10 Cemetery werd ontworpen door W.H. Cowlishaw. De begraafplaats heeft een L-vormig grondplan, met een oppervlakte van ca. 730m², omgeven door een lage donkergrijsgroene natuurstenen muur, afgewerkt met witte natuursteen. Het terrein van de begraafplaats is genivelleerd en ligt hoger dan het straatniveau. Aan straatzijde is de voormuur nauwelijks hoger dan het niveau van de begraafplaats. De witte stenen in de muurtjes links en rechts van het smeedijzeren toegangshekken vermelden ‘Locre No 10 Cemetery MCMXVIII’. Bij de toegang bevinden zich de Nederlandstalige en Engelstalige landplaten, evenals de metalen informatieplaat op een lage, schuine tafel. Vanaf de toegang vertrekt e


Britse militaire begraafplaats Kandahar Farm Cemetery

Nieuwkerkestraat zonder nummer (Heuvelland)
De begraafplaats werd vanaf november 1914 gebruikt, tot aan het Duitse Lente-Offensief in het voorjaar van 1918. Er liggen volgens het huidige register 446 doden begraven. Het ontwerp van de begraafplaats is van de hand van Ch. Holden (hoofdarchitect) en W.H. Cowlishaw (uitvoerend architect).


Britse militaire begraafplaats Westoutre British Cemetery

Poperingestraat zonder nummer (Heuvelland)
De aanleg van de begraafplaats startte in oktober 1917. Na de wapenstilstand werd de begraafplaats aangevuld met 50 graven afkomstig van de omliggende slagvelden en uit kleinere begraafplaatsen. De begraafplaats werd ontworpen door W.H. Cowlishaw.


Britse militaire begraafplaats Derry House Cemetery No. 2

Krommestraat zonder nummer (Heuvelland)
Derry House Cemetery No. 2 werd aangelegd vanaf juni 1917. Op Derry House Cemetery No. 2 liggen er 163 doden begraven. De begraafplaats is ontworpen door W.H. Cowlishaw.


Britse militaire begraafplaats Somer Farm Cemetery

Hollebekestraat zonder nummer (Heuvelland)
Somer Farm Cemetery No. 1 werd net als ‘No. 2’ in juni 1917 gestart. De begraafplaats werd genoemd naar de vlakbij gelegen boerderij. Somer Farm No. 2 werd na de oorlog ontruimd. Op de begraafplaats liggen er volgens het huidige register 67 doden uit het Verenigd Koninkrijk (waarvan er 1 niet geïdentificeerd kon worden) en 24 Australiërs begraven. De aanleg van de begraafplaats is van de hand van W.H. Cowlishaw. De begraafplaats, 633m² groot, is rechthoekig en het terrein is vlak. In de toegangsmuur, vervaardigd uit bruine natuursteen en afgewerkt met witte natuursteen, zijn bloembakken verwerkt. De toegang wordt afgesloten met ijzeren kettingen en de toegangsplaten vermelden de jaartallen MCMXVII - MCMXVIII. Het ‘Cross of Sacrifice’ is van het type A1 en staat op een verhoog, die aansluiting vindt met de natuurstenen omheiningsmuur. De drietalige landplaat is gegrift in de


Britse militaire begraafplaats Wytschaete Military Cemetery

Wijtschatestraat zonder nummer (Heuvelland)
Wytschaete Military Cemetery werd na de oorlog aangelegd door de concentratie van verspreide graven en de ontruiming van kleinere begraafplaatsen rond Wijtschate.


Britse militaire begraafplaats Packhorse Farm Shrine Cemetery

Lindestraat zonder nummer (Heuvelland)
‘Packhorse Farm’ was de naam van een boerderij aan de oostzijde van de weg van Lindenhoek naar Wulvergem. Net ten zuiden ervan stond een kapelletje ('shrine'), dat nu echter verdwenen is. De begraafplaats werd aangelegd in april 1915. Op de begraafplaats liggen 59 geïdentificeerde doden uit het Verenigd Koninkrijk. De begraafplaats is ontworpen door W.H. Cowlishaw. Packhorse Farm Shrine Cemetery is te bereiken via een breed graspad, tussen 2 weiden door. De begraafplaats wordt afgesloten met een ijzeren hek en wordt deels omgeven door een bakstenen muur, afgedekt met witte natuursteen, deels door een haag (beuk). De begraafplaats is ca. 675m² groot en neemt een rechthoekige vorm aan. Het terrein is vlak. Het ‘Cross of Sacrifice’ (type A1) bevindt zich links achteraan, op een bakstenen verhoog. Onder het offerkruis zijn de landplaten verwerkt, evenals een witstenen zitbank.


Britse militaire begraafplaats Pond Farm Cemetery

Vrooilandstraat zonder nummer (Heuvelland)
Men startte met de aanleg van de begraafplaats in juli 1916. Op de begraafplaats zijn 301 mannen begraven. Er werden 3 'special memorials' opgericht voor de mannen van het ‘1st/7th Cheshire’. De begraafplaats is ontworpen door Charles Holden (hoofdarchitect) en W.H. Cowlishaw (uitvoerend architect).


Aeroplane Cemetery

Zonnebeekseweg zonder nummer (Ieper)
Een Brits vliegtuig stortte in 1915 neer nabij het huidige 'Cross of Sacrifice', waardoor de begraafplaats zijn huidige naam verwierf. Na de wapenstilstand werd de begraafplaats aangevuld met circa 960 graven uit de omliggende slagvelden en kleinere begraafplaatsen.


Essex Farm Cemetery

Diksmuidseweg zonder nummer (Ieper)
Essex Farm Cemetery ligt langs de Diksmuidseweg (N369) naast huisnummer 148, ten noorden van de Noorderring en ten westen van de Ieperlee en het kanaal Ieper-IJzer. De begraafplaats maakt deel uit van de zogenaamde Kanaalsite John McCrae.


No Man's Cot Cemetery

Moortelweg zonder nummer (Ieper)
No Man's Cot Cemetery is genoemd naar een nabijgelegen boerderij vlakbij 'Admiral's Road', die tijdens een groot deel van de oorlog in het niemandsland lag. De begraafplaats ontstond eind juli 1917. In het totaal liggen er 79 Britten begraven. De begraafplaats is ontworpen door W.H. Cowlishaw.


Divisional Collecting Post Cemetery and Extension

Hogeziekenweg zonder nummer (Ieper)
Divisional Collecting Post Cemetery and Extension bestaat in feite uit twee begraafplaatsen, die pas in 2001 bijeengevoegd werden. Divisional Collecting Post Cemetery is de oorspronkelijke begraafplaats. Deze begraafplaats werd gestart in augustus 1917.


Minty Farm Cemetery

Hemelrijkstraat zonder nummer (Ieper)
De naam 'Minty Farm' die de Britten toekenden aan de boerderij, is vermoedelijk afkomstig van een eenheid uit Wiltshire. De begraafplaats werd gestart in oktober 1917. Volgens het huidige register liggen er 193 doden begraven. De begraafplaats is ontworpen door W.H. Cowlishaw.


Railway Chateau Cemetery

Adriaansensweg zonder nummer (Ieper)
Vlakbij het zogenaamde 'Railway Chateau' bevond zich een smalspoorweg. De begraafplaats, ook wel 'St. Augustine Street Cabaret' of 'L.4 Post' genoemd, werd gestart in november 1914.


Divisional Cemetery

Omloopstraat zonder nummer (Ieper)
In 1914 werd deze begraafplaats voor het eerst gebruikt. In het vlakbij gelegen 'Rossières Château' waren tijdens de oorlog meerdere hoofdkwartieren van divisies gevestigd, vandaar de naam van de begraafplaats. De begraafplaats is ontworpen door E. Lutyens (hoofdarchitect) en W.H. Cowlishaw (uitvoerend architect).


Oak Dump Cemetery

Bernikkewallestraat zonder nummer (Ieper)
'Oak Dump' was een opslagplaats voor allerhande oorlogsmateriaal (prikkeldraad, zandzakjes...) dat de soldaten in de loopgraven nodig hadden. Oak Dump Cemetery werd gestart tijdens de Derde Slag bij Ieper in 1917.


Bus House Cemetery

Sint-Elooisweg zonder nummer (Ieper)
De begraafplaats is genoemd naar een café die de naam 'Bus House' verkreeg, naar een typische Londense ‘Omnibus’ die in panne viel toen het in 1914 troepen naar het front bracht.


Blauwepoort Farm Cemetery

Komenseweg zonder nummer (Ieper)
Deze begraafplaats werd gestart in november 1914. De begraafplaats is ontworpen door W.H. Cowlishaw. Volgens het huidige register liggen er 90 doden uit het Verenigd Koninkrijk, waarvan er 8 niet geïdentificeerd konden worden.


Larch Wood (Railway Cutting) Cemetery

Komenseweg zonder nummer (Ieper)
Deze begraafplaats werd aangelegd ten noorden van een lorkenbosje (‘larch wood’), aan de noordoostkant van de spoorweg. De aanleg van de begraafplaats werd gestart in april 1915.


Spoilbank Cemetery

Vaartstraat zonder nummer (Ieper)
De naam van deze begraafplaats verwijst naar de oevers die werden opgeworpen bij het uitgraven van het nooit voltooide kanaal Ieper-Komen.


Woods Cemetery

Verbrandemolenstraat zonder nummer (Ieper)
Woods Cemetery ligt vlakbij 'The Bluff', aan het einde van 'The Ravine', een gebied waar tijdens de oorlog heel fel om gevochten werd. Woods Cemetery werd in april 1915 gestart.


Zantvoorde British Cemetery

Kruisekestraat zonder nummer (Zonnebeke)
De begraafplaats werd na de oorlog aangelegd door de concentratie van graven uit kleinere begraafplaatsen en veldgraven. Er liggen nu 1583 doden uit de Eerste Wereldoorlog en 1 Brit uit de Tweede Wereldoorlog begraven (of worden herdacht).


New British Cemetry

Deerlijksesteenweg zonder nummer (Harelbeke)
Harlebeke New British Cemetry. Brits oorlogskerkhof beheerd door de Commonwealth War Graves Commission. Begraafplaats naar het ontwerp van architect W.H. Cowlishaw (1870–1957), die over de 200 begraafplaatsen ontwierp.


Dranouter Churchyard

Planciusplein zonder nummer (Heuvelland)
Britse graven, verspreid over 3 perken aan de zuidwestkant, de zuidkant en de noordkant van de begraafplaats.


Nieuwkerke Churchyard

Markt zonder nummer (Heuvelland)
De meeste graven van Nieuwkerke Churchyard liggen op een langgerekt perk ten noordwesten van de Onze-Lieve-Vrouwkerk van Nieuwkerke. 13 graven liggen her en der verspreid over het burgerlijk kerkhof.


Reninghelst Churchyard & Extension

Reningelstplein zonder nummer (Poperinge)
Reninghelst Churchyard" is een perk van 2 graven en 1 "special memorial" voor doden uit het Verenigd Koninkrijk."Reninghelst Churchyard Extension" werd ontworpen door William H. Cowlishaw.