Geografisch thema

Staden

ID: 14450   URI: https://id.erfgoed.net/themas/14450

Beschrijving

Gemeente gelegen in Zandlemig Vlaanderen, sinds 1977 hoofdgemeente van de fusiegemeente. 5.438 inwoners (01.1998) en 2.543 ha. Vnl. land-, tuinbouw-, en woongemeente. Vrij vruchtbare grond o.m. gedraineerd door de Stadenbergbeek, de Stadendreef- of Stadenkasteelbeek, de 's Graveneek- en de Luikebeek. Golvend landschap met heuvels 'Stadenberg', 'Parnassusberg', 'Stampkot'en 'Keiaard'behorend tot de z.g. 'Rug van Westrozebeke', die het grondgebied van het N.W. naar het Z.W. doorsnijden. Hoogste punt 45 m ('Stadenberg'), laagste punt 22 m, kerkdrempel op 25 m. Van het grote bosareaal op de Ferrariskaart (1770-1778) in het Z. van Staden, zijn op heden geen resten meer. Sinds 1980, streekmuseum z.g. "Het Gebied van Staden" (cf. Marktplaats).

Staden wordt doorsneden door de verbindingswegen Brugge-Ieper en Roeselare-Diksmuide. Deze in 1843 geplaveide weg, wordt na W.O. I drastisch verbreed en opgenomen in de staatsbaan N57; Brugge-Ieper degradeert tot tweederangsweg. De in 1873 aangelegde spoorlijn Torhout-Ieper is sinds 1950 beperkt tot goederenverkeer, en heden sporadisch nog gebruikt voor de kazerne in Houthulstbos. Ter hoogte van de Walstraat, spoorwegbedding als holle weg; een tunnel met bakstenen fronten doorsnijdt de Stadenberg. De tramlijn Roeselare-Sleihage-Staden - aangelegd in 1911 en afgeschaft in 1951 - reed vanwege de smalle straten gedeeltelijk rondom de dorpskern.

In 1910-1911, vondst van bewerkte vuurstenen op de 'Keiaard', wijzend op een neolitische nederzetting (ca. 4500-1700 voor Chr.).

Eerste vermelding in 1115 als "Stathen", in 1175 "Staden"; de eerste kerk zou in XII of XIII gebouwd zijn. De voornaamste heerlijkheid, het "Hof van Staden" of het "Hof ter Loo" heeft vanaf eind XIV dezelfde heer als "Ter Heyde" (Westrozebeke). Foncier oorspronkelijk in het dorpscentrum - in de vallei van de Luike- of Lobeek (naar het "Hof ter Loo") -, vermoedelijk eind XIV verplaatst naar de vallei tussen 'Stadenberg' en Westrozebeke. Ca. 1280 behoort de heerlijkheid toe aan Jan van Gistel, in midden XIV aan Jan van Moorslede, van eind XIV tot 1472 aan de heren van Lichtervelde. Onder de heren van Noyelles die in 1472 het "Hof van Staden" via huwelijk verwierven, wordt op het nieuwe foncier een kasteel gebouwd (cf. Stadendreef- en Stadenkasteelbeek, Kasteelstraat); oudste vermelding in 1546, i.v.m. het lezen van missen in de kasteelkapel. In 1648, verkoop van de heerlijkheid aan Claudius de Carnin (cf. de Carninstraat). Onder de Franse bezetting van het Westkwartier, verheft Lodewijk XIV de heerlijkheid van Jan de Carnin tot "Graafschap van Carnin en Staden" (1712). Het "Hof van Staden" was voor heffing van belastingen afhankelijk van de zaal van Ieper, i.v.m. rechtspraak echter van het Brugse Vrije. Het wethuis was de herberg en brouwerij z.g. "Staden Dreve", aan de huidige Ieperstraat, en enigszins van de dorpskern verwijderd. Tevens een aantal kleinere heerlijkheden - o.m. "Cortenem", Hagebucx", "Vellenaere" en "Westquaetackerwalle" - en enclaves van "Paussche" en "Vyversche" onder het Brugse Vrije.

Het patronaat van de kerk wordt in 1149 door de bisschop van Doornik aan de kanunniken van zijn kathedraal geschonken. De parochie maakt achtereenvolgens deel uit van het bisdom Doornik (tot 1559), het bisdom Brugge (tot 1801), het bisdom Gent (tot 1834) en opnieuw het bisdom Brugge; sinds 1969 dekenij Staden.

De Hervorming woedt te Staden in alle hevigheid. In 1566 wordt het kasteel geplunderd en de kerk in de as gelegd.

Het vooroorlogse dorp vertoont een concentrische aanleg; de voornaamste straten komen uit op de kerk die in 1751 een nieuw koor met gewijzigde oriëntatie naar het W. kreeg. Het omringend kerkhof is sinds 1908 buiten gebruik cf. aanleg van nieuwe begraafplaats aan de Carninstraat. In 1848 wordt op de hoek van de huidige Brugge- en Sint-Jansstraat een omwalde hoeve z.g. "Craenhilst" met motte afgebroken. Het idee om hier een marktplaats in te richten moet wijken voor de bouw van burgerhuizen. Vooroorlogs dorpsbeeld: vnl. bepaald door lintbebouwing met burger- en arbeidershuizen van drie à zes trav. en één à twee bouwl. onder pannen zadeldaken (n // straat); eenvoudige bakstenen lijstgevels, soms bepleisterd en/of witbeschilderd.

Als doorgangsdorp is Staden op landbouw en handel gericht. Ca. 1870 wordt er, vlg. een rapport ingediend bij de "maatschappij van 's Vlaanderens ijzerweg" (mogelijk wordt hier bedoeld "les Chemins de Fer de la Flandre Occidentale" ), vooral handel gedreven in boter en konijnen, vlas, guano, suikerbieten en oliekoeken. In XIX B zijn er te Staden, een zestal windmolens, een vijftal brouwerijen (o.m. brouwerij Van Oost, cf. Ieperstraat), twee huidenvetterijen, een blekerij en een weverij. De olieslagerij Ch. Ampe groeit vanaf ca. 1870 uit de z.g. "Loomolen", een stenen windmolen; de olieslagerij Debeil-Bonte wordt ca. 1865 opgericht en na W.O. I, in tegenstelling tot e.g. bedrijf, wederopgebouwd (cf. Sint-Jansstraat). In XX a, opgang van de cichorei-asten, bij een hoeve of als aparte uitbating. Tevens pendel- en seizoensarbeid.

Tijdens W.O. I behoort Staden tot het door de Duitsers bezette gebied en wordt doorsneden door de "Flandern II stellung" (cf. bunker aan Soetestraat). Duitse soldaten en officieren kazerneren resp. in huizen en 'kasteeltjes'; hoofdkwartier in het kasteel. Met de slag om Passendale, 31 juli - 10 november 1917, verschuift de frontlinie naar het O., en dus naar Staden en vlucht de bevolking. Van dan af bijna volledige vernietiging van het gebouwenpatrimonium (slechts 50 van de 1300 huizen herstelbaar) door Engelse offensieven; enkel de N.O.-hoek van de gemeente blijft enigszins gespaard (cf. R. Desmedtstraat).

Vanaf oktober 1918, terugkeer van de vluchtelingen. Voorlopige woningen of barakken van het Koning Albertfonds, o.m. aan de Kapelleriestraat. Vanaf 1922, wederopbouw van de dorpskom, met staatssteun, vlg. een aanleg- en rooilijnplan n.o.v. arrondissementsingenieur R. Cloet (Tielt). Rond de kerk, grondige wijziging van de rooilijnen: de huizen rond het voormalige kerkhof worden onteigend - een proces dat reeds in 1908 ingezet was - en evenals het kerkhof geïntegreerd in een marktplaats. Verbreding van de hoofdstraten. In 1920-1922, wederopbouw van de St.-Jan-Baptistkerk als een georiënteerde hallenkerk met W.-toren n.o.v. architect T. Nolf (Torhout); voorts zijn de pastorie, de onderpastorie en het klooster door hem ontworpen. In 1923, bouw van een gemeentehuis (gemeenteraadszittingen vroeger in aanpalend huis) n.o.v. A. Van Coillie (Roeselare). Uit archiefonderzoek blijkt dat voorts de architecten E. Apers (Roeselare), H. Buytaert-Reynaert (Roeselare), F. Humblet (Antwerpen) en T. Raison (Brugge) bij de wederopbouw betrokken waren. De resp. brouwerijen worden niet heropgebouwd, voor de oprichting van de z.g. "Centrale Brouwerij" aan de de Carninstraat worden de krachten wel gebundeld. Plannen n.o.v. J. Coomans (Ieper) om het imposante kasteel van Staden her op te bouwen niet gerealiseerd; laatste muurresten gesloopt in 1958; van de gerecupereerde stenen wordt in 1975 een gedenkbank opgericht aan de Kasteeldrevestraat. De hoeven werden meestal op dezelfde plaats wederopgebouwd, dikwijls door het Brusselse bedrijf 'Entr'aide'i.s.m. verscheidene architecten.

Tijdens W.O. II wordt, in 1943, de kerk grotendeels vernietigd bij een bombardement van de dorpskom. Duits soldatenkerkhof te Staden van W.O. I in 1955 ontgraven en overgebracht naar de militaire begraafplaats van Menen.

Na W.O. II, omschakeling van de landbouw naar groenteteelt o.m. serreculturen, met daaraan gekoppeld de opkomst van talrijke 'diepvriesbedrijven'.

Dorpskom gevormd door de Marktplaats en het Guido Gezelleplein, met centraal de decanale St.-Jan-Baptistkerk en het gemeentehuis ten Z.W daarvan. Resp. ten N.W., N.O., Z.O. en Z.W. sluiten de Statiestraat en gedeelten van de Brugge-, Sint-Jans- en Ieperstraat daarbij aan. Overwegend lintbebouwing met handelspanden, burger- en arbeidershuizen van drie à zes trav. en één à twee bouwl. onder pannen zadeldaken (n // straat). Nieuwbouwwijken z.g. 'koninklijke'en 'blommenwijk', resp. ten O. en ten W. van de Diksmuidestraat (o.m. sociale woningbouw). Aan de Ooststraat, plaatselijke openbare bibliotheek van 1998 n.o.v. architecten H. Geldof en C. Vanassche (Staden).

De z.g. Ommeganckstraat die ten W. en ten N. de dorpskom omcirkelde, is bij de invoering van nieuwe straatnamen na de fusie gesplitst als Hospitaalstraat, Cardijnlaan, Hogeschuur- en Lucasstraat, en een gedeelte van de Renaat Desmedtstraat.

Buiten de dorpskom, verspreide bebouwing met boerenarbeidershuizen en hoevetjes van het langgestrekte type; hoeven met losse bestanddelen zijn minder talrijk.

Kleine gehuchten - o.m. Ondank, Stampkot, Tolhoek, Sleihage, Stadenreke, Stadenberg en Vijfwegen met kerk St.-Eligius (1960) - met kenmerkende aaneengesloten bebouwing van lage boerenarbeidershuizen. In sommige gehuchten was reeds in XIX B een wijkschooltje gevestigd.

  • COGHE G., Staden. Oostnieuwkerke. Westrozebeke, 1999. (onuitgegeven eindwerk toerismeopleidingen F.B.A.A.)
  • CORNETTE J., Staden 1764. Schouwing van ons wegennet, in het Gebied van Staden, III, 1995, p. 309-334.
  • DE CEUNINCK K., Staden. Eertijds en hedendaags, Brugge, 1872. Daarin opgenomen: nagetekende "Gedeeltelyke landskaart van Staden gemaekt in 't Jaer 1609".
  • DEMEULENAERE N., Hoe het marktplein van uitzicht veranderde, in het Gebied van Staden, IV, 1997, p. 46-64.
  • GEMEENTELIJKE CULTUURRAAD, Gemeente Staden. Staen-Oost-West-Route, Staden, 1987.
  • Heemkring "Antonius Sanderus", Staden in oude prentkaarten, Zaltbommel, 1972.
  • LEMAHIEU M., Stadense herbergen, in het Gebied van Staden, III, 1991, p. 26-44; III, 1992, p. 89-109; III, 1993, p. 189- 214; III, 1994, p. 258-306.
  • LEMAHIEU M., Over onze herbergen, in het Gebied van Staden, III, 1991, p. 17-25.
  • LE ROY A., Kaart 'Staen-platse voor en rond 1900', bewaard in het museum "Het Gebied van Staden", s.d. (vermoedelijk XX B).
  • MATTEN S., Sleihage van gehucht naar parochie, Handzame, 1986.
  • VANDECANDELAEBRE D., Staden. Beelden uit het verleden, Handzame, 1987.

Bron     : De Gunsch A., Metdepenninghen C. & Vanneste P. met medewerking van  Tansens A. 2001: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie West-Vlaanderen, Arrondissement Roeselare, Kantons Hooglede - Izegem - Lichtervelde, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 17N2, Brussel - Turnhout.
Auteurs :  De Gunsch, Ann, Metdepenninghen, Catheline, Vanneste, Pol
Datum  : 2001


Relaties

  • Omvat
    Boerenarbeidershuis

  • Omvat
    Bruggestraat

  • Omvat
    de Carninstraat

  • Omvat
    Diksmuidestraat

  • Omvat
    Duitse bunker Houthulstbos

  • Omvat
    Duitse militaire post Corbystraat 10

  • Omvat
    Duitse militaire post Corbystraat 16

  • Omvat
    Duitse militaire post Corbystraat 8

  • Omvat
    Duitse militaire post Parnassusberg

  • Omvat
    Duitse militaire post Soetestraat 3

  • Omvat
    Duitse militaire post Soetestraat 5

  • Omvat
    Duitse militaire post Soetestraat 9

  • Omvat
    Duitse mitrailleurspost Stadendreve

  • Omvat
    Duitse mitrailleurspost Stampkot

  • Omvat
    Duitse observatiepost 's Graveneik

  • Omvat
    Hoeve met losse bestanddelen

  • Omvat
    Houthulstbos

  • Omvat
    Ieperstraat

  • Omvat
    Ingebouwde Duitse militaire post Moortelbalk

  • Omvat
    Kapelleriestraat

  • Omvat
    Lindestraat

  • Omvat
    Marktplaats

  • Omvat
    Sint Jansstraat

  • Omvat
    Stampkotstraat

  • Omvat
    Statiestraat

  • Omvat
    Vijfwegen

  • Is deel van
    Staden