Geografisch thema

Tervuursevest

ID: 15112   URI: https://id.erfgoed.net/themas/15112

Beschrijving

De Tervuursevest is het gedeelte van de stadsvest tussen de Naamse- en de Tervuursepoort en volgt het tracé van de tweede stadsomwalling (1357-1365). Waar de Dijle en de Voer de stad binnenstromen werden in de stadsmuur twee sluizen gebouwd die nadien met molens werden uitgebreid, respectievelijk de Groote Spuye met de Volmolen en de Cleyne Spuye met de IJzermolen. De onderbouw van de Groote Spuye bleef bewaard ter hoogte van de huidige Dijlebrug en werd in 1998 als monument beschermd. De brug en de sluis op de Voer zorgden voor een knik in de cirkelvormige stadswal. De muur werd tussen 1821 en 1827 afgebroken en vanaf de Vaart oostwaarts tot de IJzermolen als promenade aangelegd. Het tweede gedeelte, van de Voer tot de Tervuursepoort werd rond 1908 gekasseid en dankt zijn sterk hellend tracee aan de Westhelling van de Dijlevallei. Vanaf 1953 worden de in de volksmond "boulevards" genoemde, vesten omgevormd tot de huidige ringlaan met dubbele rijstroken. De Volmolen verdween in 1957 bij de verbreding van de Dijlebrug en de IJzermolen in 1971 bij de aanleg van het ringviaduct over de in 1890 overwelfde Voer en de zogenaamde invalsweg (Koning Boudewijnlaan), die het stadscentrum rechtstreeks op het autostradenetwerk aansluit. Hierbij werd de buitenring naar de veldzijde verlegd en werd een brede groenstrook tussen beide rijrichtingen met vernieuwde Voersluis aangelegd.

Het morfologisch karakter van de vest zelf maar ook dat van de randbebouwing is bijzonder heterogeen, met name aan de onpare zijde op grondgebied van deelgemeente Heverlee, dat een opeenvolging is van grote bouwvolumes (appartementsgebouwen, supermarkten, Universitair Sportinstituut), open ruimten en parkings (het Leuvens Sportcentrum, parking Bodart). Een naoorlogse bouwverordening voor de pare zijde van de vest legt op 'te bouwen in villastijl, gescheiden door hovingen om het schilderachtig uitzicht op het Begijnhof te bewaren'. Onder meer de huidige herberg Waaiberg werd door P. Stevens in 1960 volgens deze richtlijn in open bebouwing opgetrokken. Het breed opengetrokken verkeersknooppunt van de Tervuursevest en de Kapucijnenvoer wordt gedomineerd door een vrijstaand en elf bouwlagen hoog appartementsgebouw dat in 1976 de plaats innam van de stedelijke zwemkom (E. Frische, 1911). Ook tussen de Heilige-Geeststraat en de Sint-Franciscusweg zijn omstreeks 1950 grotere bouwvolumes met appartementen op een achteruitliggende rooilijn ingeplant.

De aaneengesloten randbebouwing tussen Naamsepoort en Tervuursepoort kwam in verschillende bouwfasen tot stand. De eerste huizen verschenen rond 1880 aan de Naamsepoort. Het nummer 10, een drie bouwlagen hoog neoclassicistisch pand op de hoek van de Schapenstraat, is een weliswaar sterk verbouwd, restant hiervan. In tegenstelling tot de burgerlijke architectuur van omstreeks 1900 die de oostelijke vesten kenmerkt, worden in dezelfde periode aan de Tervuursevest de eerste arbeiderswoonwijken opgetrokken. Doorgaans eenvoudige bakstenen rijhuisjes van twee bouwlagen en twee traveeën onder pannen zadeldaken met getoogde vensteropeningen en sierbanden van witte of gesinterde bakstenen. Architect Th. Vandormael (1875-1947) bouwde in 1902-1903 voor de Société Anonyme pour la constructions des maisons ouvrières tientallen arbeiderswoningen in de Bankstraat en langs de Vest (zie nummers 306-354). Als antwoord op de grote woningnood na de Eerste Wereldoorlog bouwde de Samenwerkende Maatschappij voor Goedkope Woningen en Woonvertrekken in de jaren 1920-30 op nog onbebouwde terreinen verschillende arbeiderswijken: 64 woningen naar ontwerp van L. Van Kriekingen in 1922-1923 aan onpare zijde op het grondgebied van Heverlee, 64 woningen in de Voorzorgwijk (L. Spéder en J. Vanderveken, 1923), 30 woningen in de Heilige-Geeststraat (L. Spéder en J. Vanderveken, 1926), en in 1931 een wijk van 32 huizen aan de vest, de Heilige-Geeststraat en de Adolphe Bastinstraat naar ontwerp van E. en G. Jotthier (zie nummers 198-236).

In diezelfde periode kwamen echter ook rijwoningen tot stand op privaat initiatief meestal van art deco of modernistische inslag. De gevels worden gekenmerkt door de traditionele opstand van smalle deur- en brede venstertravee, gevarieerde muuropeningen en uitsprongen in de vorm van erkers en balkons. De nummers 48 en 50 (E.-L. Mispelter, 1927) zijn drie bouwlagen hoog en hebben een licht verheven venstertravee. De drie woningen nummers 186-190 zijn typerend voor de overgangsstijl van de jaren 1920: rechthoekige vensters met doorgetrokken bovendorpels en tandfriezen in kunststeen, en balkons met decoratieve smeedijzeren balustrades.

De Leuvense architect Th. Vanderstraeten is voornamelijk verantwoordelijk voor de modernistische gevelrij tegenover het viaduct. Nummers 130-134, 138-148, 156 en 182-184, alle opgetrokken tussen 1932 en 1935, hebben twee bouwlagen onder pannen zadeldaken met dakkapellen, verdiepte toegangsportalen in de betegelde onderbouw, en erkers of balkons in de bovenbouw. Nummers 158-162 uit 1936-37 zijn typische, sober modernistische rijhuizen van drie bouwlagen onder platte daken met groene of gele bakstenen lijstgevels. Ook de nummers 172-174 uit 1935 en het nummer 176 uit 1936 zijn voorbeelden van dit kleurrijk baksteenmodernisme.

De rijhuizen nummers 254-260 werden in 1968 en nummers 294-298 in 1973 vervangen door grote bouwvolumes met appartementen. De hoek met de Tervuursestraat - de hoeve "Die Calcoene" - werd recent vervangen door een opvallende nieuwbouw in beton, staal en glas naar ontwerp van M. Jaspers.

  • Afdeling ROHM Vlaams-Brabant, Archief Monumenten &n Landschappen: beschermingsdossier (19.10.1998).
  • Stadsarchief Leuven, Modern Archief, doss. 35523 (bouwverg. 08.03.1880), doss. 86581 (bouwverg. 10.01.1927), doss. 87014 (bouwverg. 24.06.1927), doss. 92290 (bouwverg. 16.09.1932), doss. 92362 (bouwverg. 18.10.1932), doss. 92545 (bouwverg. 24.02.1933), doss. 92705 (bouwverg. 24.05.1933), doss. 92793 (bouwverg. 15.07.1933), doss. 92904 (bouwverg. 22.09.1933), doss. 95318, 95319 (bouwverg. 24.04.1935), doss. 95342 (bouwverg. 22.06.1935), doss. 95844, 95845 (bouwverg. 14.09.1935), doss. 96552 (bouwverg. 25.03.1936), doss. 96801 (bouwverg. 29.05.1936), doss. 97596 (bouwverg. 01.03.1937), doss. 97653 (bouwverg. 01.03.1937), doss. 109064 (bouwverg. 15.09.1951), doss. 110402 (bouwverg. 16.04.1953), doss. 111246 (bouwverg. 26.03.1954), doss. 115945 (bouwverg. 10.11.1960), doss. 120502 (bouwverg. 08.04.1968), doss. 122669 (bouwverg. 20.09.1973).
  • PEETERS M., Gids voor oud Leuven, Antwerpen, 1983, p. 226.
  • UYTTENHOVE P., CELIS J., De wederopbouw van Leuven na 1914, Leuven, 1991, p. 169.
  • UYTTERHOEVEN R., Leuven Weleer 6. Op de Westhelling en langs de Vesten, Leuven, 1990, p. 106-133.

Bron     : Mondelaers Lydie & Verloove Clara i.s.m. Van Roy Diane, Van Damme Marjolijn en Meulemans Katharina. 2009. Inventaris van het bouwkundig erfgoed. Provincie Vlaams-Brabant. Leuven binnenstad. Herinventarisatie. Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen. VLB2 (onuitgegeven werkdocument)
Auteurs :  Mondelaers, Lydie, Verloove, Claartje


Relaties

  • Omvat
    Arbeidershuisvesting

  • Omvat
    Burgerhuis

  • Omvat
    Burgerhuis

  • Omvat
    Burgerhuis

  • Omvat
    Burgerhuis naar ontwerp van A. Vanden Eynde

  • Omvat
    Burgerhuis naar ontwerp van H. Maes

  • Omvat
    Burgerhuizen

  • Omvat
    Burgerhuizen

  • Omvat
    Hoekensemble

  • Omvat
    Instituut voor Lichamelijke Opvoeding

  • Omvat
    Modernistisch burgerhuis naar ontwerp van Th. Vanderstraeten

  • Omvat
    Neotraditioneel hoekhuis

  • Omvat
    Rij eclectische burgerhuizen

  • Omvat
    Rij stadswoningen

  • Omvat
    Stadswoning

  • Omvat
    Stadswoning naar ontwerp van Fr. Deconinck

  • Omvat
    Stadswoningen

  • Omvat
    Stadswoningen

  • Omvat
    Stadswoningen naar ontwerp van E. en G. Jotthier

  • Omvat
    Studentenhuis en kapel Pius X

  • Omvat
    Waterpoort De Grote Spui

  • Is deel van
    Leuven