Geografisch thema

Langestraatkwartier

ID: 14692   URI: https://id.erfgoed.net/themas/14692

Beschrijving

Afbakening en historische achtergrond

Dit kwartier van 40 hectare ligt ten oosten van de oudste kern van Brugge en wordt ten noorden begrensd door de Jeruzalem- en de Peperstraat, ten westen door de Sint-Annarei met aansluitend de Coupure lopend naar het zuidoosten en ten oosten door de Kazernevest. Oorspronkelijk hangt het af van de parochie Sint-Kruis, gelegen buiten de tweede omwalling maar bijgestaan door de Sint-Annakerk die als zelfstandige parochie dienst doet sinds 1688. Het noordelijk gedeelte tot aan de Langestraat, als poortstraat in het verlengde van de Hoogstraat in de oudste kern, behoorde tot het Sint-Janszestendeel en het aansluitend zuidelijk gedeelte tot het Sint-Donaaszestendeel. Tot de Proosse van de heerlijkheid van Sint-Donaas hoorde alleen de enclave bij Hoogstuk en de Coupure, ten zuidoosten van het kwartier. De Peperstraat behoorde daarentegen nog tot de Oost-Proosse waarvan de grensstenen in een viertal huizen nog steeds getuigen.

Vóór het bouwen van de tweede omwalling zijn reeds religieuze instellingen gevestigd aan of in de omgeving van de Langestraat. Enkele begijnen betrekken reeds vóór 1200 een hoekpand aan het einde van de Langestraat en de verdwenen Sint-Obrechtstraat in de buurt van de latere Kruispoort; vanaf 1272 genieten ze de steun van gravin Margaretha van Constantinopel. Omdat ze zich voornamelijk toeleggen op het opvangen van arme zieken en reizigers wordt hun instelling vermeld als Sint-Obrechtsbegijnhof of -godshuis. Anderzijds richten de dominicanen - of predikheren - aan het begin van de Langestraat hun klooster op in 1234 in de buurt van de Molenbrug, als dusdanig vermeld in 1291.

Typische bestanddelen in de stadsstructuur tijdens het ancien régime

Aan het einde van de Langestraat komt in 1302-1304 bij de tweede omwalling (1297) de eerste Kruispoort, genoemd naar het aansluitende rurale gebied; na de afbraak van 1328 zal ze in 1401-1406 worden vervangen door een ruim nieuw gebouw met een voorpoort en een korte aansluitende muur met een toren, zoals afgebeeld op de kaart van Marcus Gerards (1562) die ook een goed zicht biedt op het hele kwartier. Op de vest zelf staan, ten zuidoosten, in de nabijheid van de Gentpoort, vier windmolens: de "Groote Schorsmolen", de "Jaeger", de "Buck" en de "Zeepe". Aan de westzijde is de vest afgezet door tuinmuren en bomenrijen die aansluiten bij een schaars bebouwde groene zone. Door het gebied heen kronkelt het Vuldersreitje vanuit de omgeving van de Vuldersstraat, de Rodestraat en de Molenmeers, en bereiktde Sint-Annarei ter hoogte van de Molenbrug.

Op deze kaart zijn ook de inmiddels opgetrokken belangrijkste gebouwen van het kwartier nauwkeurig weergegeven. Ten oosten van de Sint-Annarei en ermee verbonden door een axiaal straatje staat de hulpkerk van Sint-Anna, ingewijd in 1497 maar al herbouwd en opnieuw ingewijd in 1529. Verder, op de hoek van de Bal- en de Peperstraat, prijkt de Jeruzalemkerk, kort na 1470 opgericht als privégrafkapel voor de Genuese familie Adornes die sinds het einde van de 13de eeuw in Brugge verbleef en het aanpalende huis al vóór 1425 betrok. Het Sint-Obrechtsbegijnhof of -godshuis is er voorgesteld als een klein driehoekig complex palend aan de Vuldersrei; het is gemarkeerd door een laat gotisch kerkje, poort en een gebouwtje aan de Langestraat en een hogere bouw aan de Sint-Obrechtstraat. Verderop ligt, tegenover de Kruispoort op de hoek van de Langestraat en de Bapaumestraat, het "Columnahospice" dat in 1362 gesticht is en vanaf 1490 bekend staat als godshuis met bijbehorende kapel van de "wagenaers" en brouwersknechten. Op de hoek van de Langestraat en de Ganzenstraat staat het predikherenklooster met een driebeukige kruiskerk, een aanpalende kloostergang en een kleiner kloosterhof. Minder opvallend op deze kaart is op de hoek van de Hooistraat en de Moerkerke het ommuurde domein van het kloostertje van Magerzo of Sint-Barbara afgebeeld, gesticht in 1311 door de franciscaanse Derde Orde Zusters.

Een opvallend element in het "middeleeuwse" en tot op heden bewaard stratenpatroon is de nagenoeg centrale driehoek, ten westen gevormd door de Molenmeers en ten noorden en ten zuiden door de Peper- en de Langestraat die vóór de Kruispoort samenlopen. Het tussengebied is ingenomen door kleine langwerpige percelen aan Verbrand Nieuwland en de Rodestraat. De dichtbebouwde Langestraat doet hierbij dienst als ruggengraat van het gebied en groepeert diverse functies gaande van religie tot huisvesting en nering en hantering.

Ten noordwesten ligt de Sint-Annakerk met haar omringend kerkhof enigszins geïsoleerd in een buurt die aan de Sint-Annarei is afgezoomd door een dichte, heterogene bebouwing: naast burgerhuizen zijn er commerciële en pre-industriële bestemmingen ondergebracht zoals pakhuizen en brouwerijen.

Ten zuiden van de Langestraat lopen de erop uitkomende, nagenoeg gelijklopende straten in noordwest-zuidoostelijke richting; de bebouwing in los verband is er veel schaarser en, naar de vesten toe, haast onbestaande vermits hier voornamelijk tuinen liggen die voor de lakennijverheid zullen worden gebruikt als raamlanden. In deze buurt zijn immers al sinds 1305 lakenbereiders of volders gemeld. De nog bestaande "Vuldersstraat" maakte samen met Bilske oorspronkelijk deel uit van een "Rame", een min of meer afgebakend gebied met raamlanden doorsneden door grachten en voorheen afgesloten door een poort aan de Ganzenstraat. Bij de teloorgang van de lakennijverheid in de 16de eeuw werden ze ingeschakeld als blekerijvelden voor onder meer de Brugse linnenproductie.

De Geuzen teisteren in dit kwartier het predikherenklooster in 1578: de kloostergebouwen worden gedeeltelijk beschadigd of vernield zodat bij de terugkeer van de gevluchte paters de kerk in eerste instantie moet worden heringewijd; het herstellen en herbouwen worden aangevat in 1584 en duren tot 1641. Ook de Sint-Annakerk wordt getroffen: tijdens de Calvinistische periode wordt ze in 1580 verkocht en op de sacristie na gesloopt. Het gebouw zal pas na het herstellen van de eredienst in 1584 en de heraankoop van het domein in het begin van de 17de eeuw in 1611, volledig worden herbouwd op dezelfde fundamenten.

Zoals elders in de binnenstad zoeken religieuze orden waarvan de extra muros gelegen kloostergebouwen werden geteisterd, hun toevlucht intra muros. De kartuizers, sinds 1313 gevestigd in Genadedal, komen na de vernieling van hun goed terecht in Brugge en verhuizen van het ene pand naar het andere tot ze in 1609 het Sint-Olbrechtsgodshuis toegewezen krijgen door de aartshertogen Albrecht en Isabella. Dit pand, dat leeg was komen te staan door het uitdoven van de begijnengemeenschap, wordt in de loop van de volgende jaren eerst opgeschikt en aangepast en vanaf 1624 uitgebreid na aankoop van aanpalende panden, waardoor de Sint-Olbrechtstraat zal verdwijnen. Deze operatie zal in nog in de loop van de 18de eeuw worden voortgezet zodat het hele bouwblok tussen de Langestraat, de Koopmansstraat en de Kazernevest wordt ingenomen. Als kroon op het werk komt de bouw van de nieuwe kloosterkerk tussen 1771 en 1777.

Het Langestraatkwartier biedt voorts een afwisseling van bestemmingen en percelering die zoals gemeld het dichtst is aan de belangrijke straten die voornamelijk zijn afgelijnd door diephuizen. Op de kaart van Marcus Gerards is niet zo duidelijk hoeveel hiervan een houten gevel vertonen, maar aangenomen wordt dat ook hier de verstening wordt doorgetrokken in de loop van de 17de en de 18de eeuw, wat niet wegneemt dat hierbij de oudere structuren en gebinten worden behouden. Integrale baksteenbouw is alleszins voorbehouden voor de betere burger- en patriciërswoningen zoals het voor dit kwartier reeds vermelde 15de-eeuws "Huis Adornes" of het voormalige "Hof van Ravenstein" aan de Molenmeers dat afgebeeld is als een breedhuis met traptoren en bijgebouwen.

Godshuizen in dit kwartier blijken niet zo talrijk te zijn geweest en alleszins verspreid. Het oudste zou het voormalige "Godshuis voor arme vrouwen" aan de Balstraat nr. 2-12 zijn. Het dankt zijn stichting aan Anselm Adornes die in zijn testament van 10 februari 1470 de bouw voorzag in zijn domein van twaalf "cameren van steene". Toen die huisjes aan het einde van de 16de eeuw vervallen waren, werden er zes hersteld die tot op heden zijn bewaard. Eveneens behouden is het sinds 1657 aan de Leffingestraat gevestigde godshuis "Cobrysse", genoemd naar de schenker en zijn echtgenote, en bedoeld als "godtshuys tot woonste van zes aerme vrouwkens van goede faeme". Aan Bilske stonden sinds 1710 vijf huisjes van het "Godshuis Ondermarck" of "Godshuis van de heilige Catharina van Siëna".

Tot de andere "sociale" voorzieningen in dit kwartier hoorde het "Spinhuis" of "Vrouwenrasphuis" dat tot 1722 als gevangenis gevestigd is in een 16de-eeuws gebouw aan de Hooistraat op de plaats van het huidige nr. 27. Zwakzinnigen werden vanaf de 18de eeuw opgevangen in een speciale instelling aan de Balsemboomstraat.

Typisch voor het kwartier zijn de talrijke brouwerijen die min of meer gegroepeerd liggen in de dicht bij het water gelegen zone van de Sint-Annarei, het Verbrand Nieuwland en de Langestraat. Aan de Sint-Annarei gaan bedrijven als "Den Hert" en "Den Anker" respectievelijk terug tot 1580 en 1553; de eerste sloot in 1921 en de tweede functioneerde tot 1977 dankzij haar overname door de "Aigle Belgica". Voor de Langestraat worden tijdens het ancien regime brouwerijen vermeld die nog kunnen worden gelokaliseerd, zoals "De Meermin" (1540) die nog tot 1933 (nr. 23) en de voormalige brouwerij "De Zon" (1710-1913) (nr. 128 A). Tijdens het laatste kwart van de 18de eeuw hoort bij "'t hamerken", een woonhuis met een stokerij dat in de loop van de 19de eeuw de bakermat zal worden van de bloeiende brouwerij "de Gouden Boom" (nr. 45). Aan dezelfde straat ligt ook het "Gasthof de grote hert" in een 17de-eeuws pand, terwijl de oudste herberg "Café Vlissinghe" in de Blekersstraat reeds voorkomt in registers van 1515.

Ingrijpend in de stadsstructuur van de wijk "den Oye" is uiteraard het doortrekken van de Coupure in 1751. Enkele huizen werden hiervoor onteigend aan in te korten straten als Hoogstuk, de huidige Moerkerkestraat en de Hooistraat, die zijstraten werden van de nieuw aangelegde Predikherenrei. Ook de tuin van het predikherenklooster moest verdwijnen. De wijk en ook het Langestraatkwartier en het Magdalenakwartier werden strikt van elkaar gescheiden.

Alleen twee bruggen verzekerden nog de verbinding, één ter hoogte van de Hooistraat die -naar haar vroeger verlengde de nu zogenaamde Schaartstraat- leidt en één aan de Predikherenstraat. Aan de noordelijke oever zal de Predikherenrei lange tijd onbebouwd blijven en pas in de loop van de 19de en begin 20ste eeuw tot ontwikkeling komen met een vermenging van utiliteitsgebouwen en woningen.

Ter hoogte van de aansluiting van de Coupure op de binnenvestinggracht, komt eveneens in 1751, maar dan op de "veste" tussen de Kruispoort en de Gentpoort, een ijzeren hek met een bewakingspost om het scheepsverkeer te controleren. Stadsplattegronden situeren precies deze "Corps de garde de la barrière de fer", die in 1853 zal worden gesloopt.

Overgang naar de 19de eeuw en latere aanpassingen...

Vanaf de tweede helft van de 18de eeuw krijgt het noordoostelijk deel van het kwartier een embryonale militaire bestemming, na een eerste vestiging in 1742 van een kazerne op de nu gelijknamige vest. Vanaf 1763 tot 1766 wordt aan de Ganzenstraat een rijhuis met mogelijk 16de-eeuwse kern gebruikt als kazerne en aansluitend, tot 1788, als soldatenhospitaal. Deze trend zet zich door wanneer het kartuizerklooster aan de Langestraat, net zoals andere contemplatieve orden, wordt opgeheven bij keizerlijk decreet van 1783. Aansluitend wordt gewerkt aan de herbestemming van de gebouwen als kazerne; hiertoe werden er al in 1835-1839 enkele bestanddelen afgebroken; de kerk bleef overeind, maar was verworden tot paardenstal met slaapzalen op de ingebrachte bovenverdieping. In de loop van de volgende jaren komen er op het oorspronkelijke domein, gevat tussen de Langestraat, de Koopmansstraat, de Vuldersstraat en de Kazernevest, nieuwe gebouwen bij zoals onder meer de Rademakerskazerne. Voor de aanleg van een rijweg op de vanaf 1782 ontmantelde vest worden de vier molens afgebroken en hun molenberg genivelleerd op de strook tussen de Vuldersstraat en de Kruisvest.

Het predikherenklooster, dat sinds 1751 een weliswaar verkleind maar nog ruim domein besloeg tussen de Lange- en de Ganzenstraat, kent later deels een analoog lot. Bij het opheffen van hun klooster in 1796 onder het Frans Bewind worden de paters verdreven; de Rijkswacht betrekt meteen een deel van de gesekwestreerde gebouwen waarin logies worden ondergebracht, terwijl de kerk als opslagplaats wordt gebruikt tot ze instort in 1801. Ook deze kazerne breidt geleidelijk uit: eerst in 1891 door het optrekken aan de Predikherenrei van een neogotische vleugel waarin de westelijke pandgang wordt opgenomen en later, in 1904 door het samenvoegen van percelen die het ensemble tot zijn oppervlakte brengen van 1998. De noordoostelijke vleugel zal in 1905 worden herbestemd als "Hôtel Verriest" met een toegang in de Langestraat.

Het andere kloostertje in dit kwartier, met name Magerzo of Sint-Barbara, was al sinds een eerste overdracht in de loop van de 16de eeuw door verschillende orden betrokken, het laatst sinds 1717 door de apostolinnen aan wie gevraagd werd het kantklossen te onderwijzen in Brugge. Wanneer ze in 1788 het verwaarloosde pand verlaten, wordt het afgebroken en later ingeschakeld voor tuinbouw. Na verschillende verhuizingen in de binnenstad krijgen de apostolinnen uiteindelijk in 1835 een onderdak aangeboden door de familie Adornes in hun pand aan de Peperstraat. Ze zetten hun gespecialiseerd onderricht voort maar nu voor meisjes uit burgermilieus. Elders in het kwartier bestond ook reeds vanaf 1784 - en dit tot 1952 - een kantschool in het hoekpand van de Molenmeers en de Leffingestraat. Een nieuwe vestiging is die van de zusters van de Heilige Vincentius a Paolo die in 1894 de aan de Langestraat nrs. 72-74 bestaande 16de-17de-eeuwse panden betrekken en ze ten behoeve van hun klooster aan de achterzijde uitbreiden met onder meer een neogotische kapel.

Kloosters of delen ervan worden ook hier, samen met oudere huizen, herbestemd als onderwijsinstellingen, met een zekere concentratie aan Ganzenplein en -straat, waar een kleuterschool wordt opgericht en de Stadsmeisjesschool met een poort gedateerd in 1865. Ook de voormalige Sint-Benedictusschool is hier van 1908 tot 1971 actief. Voor de Kantwerkschool wordt nog in 1912 een gebouw opgericht aan de Timmermansstraat.

Ondanks de verschuivingen van sommige bestemmingen blijft het "middeleeuwse" stratenpatroon op uitzonderingen na behouden. In het raam van de plattelandsvlucht en de moeilijk op gang komende industrialisatie ontstaat er vanaf de eerste helft van de 19de eeuw ten zuiden van de Langestraat en de Koopmansstraat, een nog bestaande verdichting van de bebouwing die zich verder zal doorzetten in de tweede eeuwhelft en in de 20ste eeuw. Vroegere ommuurde tuinen en blekerijvelden worden verkaveld in kleine langwerpige percelen die vaak dienen voor de typische arbeidershuisvesting ondergebracht in seriegebouwen en forten. Opvallend is dat laatstgenoemde hier soms waren gegroepeerd in één wijk of straat zoals deze aan de Vuldersstraat en de drie van de Balsemboomstraat die verschillende types illustreren.

Zo waren in het fort "De Blaere" 18de-eeuwse panden opgenomen die werden aangevuld met 19de-eeuwse. Van de zeven huisjes stonden er vijf aan de straat en twee aan een kleine binnenplaats toegankelijk via de Essenboomstraat. Het fort "Oud Zothuis" - refererend aan de plaatselijke instelling voor zwakzinnigen - werd in 1850 opgetrokken op een groot terrein dat als moestuin diende. Een "heester" met tuin werd in 1851 vervangen door het fort "Het Heesterje" of "D'Or" waarvan de naam alludeerde op zijn rijkelijke herkomst of de familienaam van een eigenaar. Het "Heestertje" werd geteisterd tijdens de Eerste Wereldoorlog en in 1922 bij de herstelling en vergroting gereduceerd tot 5 woningen. In de saneringsperiode van de jaren 1960 moest het fort "De Blaere" plaats ruimen voor een flatgebouw in 1959 en werd het "Oude Zothuis" gesloopt in 1966. Het "Fort Lillo" in Verbrand Nieuwland met zijn vier huizen van het rug-aan-rugtype uit 1838 werd tot vier woningen in 1953-1954 aangepast tot vier woningen.

Van de pre-industriële, hier gevestigde nijverheden kennen sommige een merkwaardige groei die tot uiting komt in opeenvolgende uitbreidingen en de inname van aangrenzende panden en bouwblokken. Zoals elders in Brugge verloopt de industrialisatie hier traag en geleidelijk en doorgaans komen stoommachines pas na 1850 in zwang. De militairen in het kwartier zorgen voor enig vertier en voor een toenemend drankgebruik in een stijgend aantal drankgelegenheden, bevoorraad door de brouwerijen uit de buurt. Zo wordt de 18de-eeuwse stokerij "'t Hamerke" aan de Langestraat omstreeks 1830 overgenomen door een brouwer-distilleerder die zich zal toeleggen op de bierproductie van de sindsdien genoemde "Gouden Boom". Vanaf het midden van de 19de eeuw worden er herhaaldelijk bijkomende bedrijfsgebouwen opgericht en aangepast waarbij de brouwerij samen met de mouterij het bouwblok tussen de Langestraat en Verbrand Nieuwland innemen. De brouwerij is één van de enige nog werkende in de binnenstad; de mouterij, die actief bleef tot 1976, werd in 1991 ingericht als brouwerijmuseum. De andere vermelde "oude" brouwerijen aan de Sint-Annarei zetten hun productie voort tot het interbellum en zelfs tot 1977.

In dezelfde buurt komen ook andere landbouwgebonden bedrijven voor zoals de cichoreifabriek uit 1888 aan de Sint-Annarei en een tweede die sinds 1848 aan de Leffingestraat gevestigd is, tussen de Molenmeers en de Sint-Annarei; in 1875 wordt ze herbestemd als stoomsuikerfabriek die na vernieuwing en uitbreiding wordt opgedoekt in 1934 en nadien verschillende opeenvolgende functies herbergt.

De Poppkaart van 1865 geeft goed de toestand van de hele configuratie en de perceelindeling weer. Op dat ogenblik zijn de blekerijvelden aan de westzijde van de Vest, tussen de Vulders- en de Ganzenstraat, nog voorgesteld als een netwerk van grachten. Met de opkomst van de wasserijen zullen ze alle worden verkaveld en bebouwd. Zo zal de wasserij "De Zwaan" aan de in 1910 rechtgetrokken Vuldersstraat de traditie voortzetten tot in de jaren 1960.

Vanaf de laatste drie tot vier decennia van de 19de eeuw worden sporadisch enige wijzigingen doorgevoerd in sommige straten en zelfs wijken. Aanpassingen van de rooilijnen worden vastgelegd bij Koninklijk Besluit en hebben meestal het rechttrekken of het verbreden van de straat tot doel. Soms geldt dit uitsluitend voor een deel ervan, zoals in de Rodestraat ter hoogte van nr. 60 (1878). In de Sint-Annarei, met zijn oude bebouwing, staat alleen het achteruitspringende huis nr. 3 (1898) op de nieuwe rooilijn (1861). Elders wordt het rechttrekken doorgevoerd aan een bepaalde straatzijde of een deel ervan, zoals de noordkant van de Blekersstraat (1882). Het huidige straattracé kan ook het resultaat zijn van opeenvolgende aanpassingen zoals in de Ganzenstraat (1861, 1877 en 1910). Voor Bilske is dit nog het geval in 1928 en 1930, op het moment dat er wordt gestart met woningbouw. In het begin van de straat wordt nog vanaf 1903 de kerk van de Heilige Jozef of de Heilige Familie - hulpkerk van Sint-Anna - op de oude rooilijn opgetrokken, vermits ze de vijf huisjes verving van het Godshuis Ondermarck uit 1710.

Een meer drastische ingreep gebeurt ten noorden van de Langestraat, bij de nieuwe aanleg van het Sint-Annaplein en aanpalende straten op het vroegere terrein van het kerkhof, dat pas in 1870 wordt opgeheven. De kerk, gelegen in de as van de oude Sint-Annakerkstraat met aangepaste rooilijn, komt hierbij centraal te liggen op een haast rechthoekig plein met afgeschuinde hoeken aan de westzijde. De regelmatige perceelindeling is er afgestemd op de toenmalige voorkeur voor eenheidsbebouwing die als een nieuw omlopend scherm voor de oude kerk zal fungeren.

Recentere ontwikkeling

Tot de jaren 1960-1970 ondergaat het kwartier geen fundamentele wijzigingen meer. De sanering van forten en de weinig creatieve invulling met appartementsgebouwen worden voortgezet. Het Structuurplan van 1972 stipt, net als voor de andere poortstraten, het commerciële karakter van de Langestraat aan en de dichte bebouwing en bevolking van de wijk die aan rehabilitatie toe is. Ook het probleem van de sinds 1965 gesloten kazernegebouwen wordt aangekaart: gepleit wordt voor een vermenging van kantoorgebouwen en huisvesting. Inmiddels werden de kazernegebouwen gesloopt tussen 1974 en 1979, de resterende kloostergebouwen gerestaureerd, herbestemd en aangevuld met nieuwbouw voor de vestiging van het nieuwe Gerechtsgebouw. Anderzijds werden in de huidige Kartuizerwijk - einde Balsemboomstraat, Sint-Brunostraat, Kazernevest - nieuwe sociale woongelegenheden opgetrokken in 1996-1997.

De Voetgangersbrug over de Coupure, die sinds 2002 de Bonin- en de Kazernevest verbindt, noodt tot een voortgezet parcours en een herwaardering van de groene vesten en een zekere ontdekking van dit minder gekende en geapprecieerde kwartier.


Bron     : Gilté S., Vanwalleghem A. & Van Vlaenderen P. 2004: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Stad Brugge, Middeleeuwse stadsuitbreiding, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 18NB Noord, Brussel - Turnhout.
Auteurs :  Gilté, Stefanie, Van Vlaenderen, Patricia, Vanwalleghem, Aagje
Datum  : 2004


Relaties