Persoon

Sir Lutyens, Edwin Landseer

ID: 1215   URI: https://id.erfgoed.net/personen/1215

Beschrijving

Sir Edwin LUTYENS (1869 – 1944): Lutyens wordt als de allergrootste Engelse architect van zijn generatie beschouwd. Hij had reeds heel wat befaamde bouwwerken op zijn naam staan (waaronder in New Delhi en Johannesburg), vooraleer hij bij de werking van de ‘Imperial War Graves Commission’ betrokken werd. Hij werkte nauw samen met landschapsarchitect Gertrude Jekyll (1843 – 1932). Als ‘principal architect’ was hij verantwoordelijk voor het ontwerp van 126 begraafplaatsen. Hij is de ontwerper van de ‘Stone of Remembrance’ die op de grotere Britse begraafplaatsen terug te vinden is, evenals van vele oorlogsgedenktekens wereldwijd. Lutyens stond voor een monumentale classicistische stijl.

Principes van de ‘Imperial War Graves Commission’. Reeds vroeg in de oorlog werd beslist dat de Britse doden niet mochten gerepatrieerd worden, onder meer omwille van hygiënische en financiële redenen. Bovendien werd het standpunt ingenomen dat alle doden, ongeacht rang of stand, gelijk behandeld moesten worden. Hiermee wou men voorkomen dat enkel vermogende families hun familieleden konden laten overbrengen naar het thuisfront. Dit verbod lokte tijdens en na de oorlog hevige protesten uit bij de Britse publieke opinie. Protesten die de nieuwbakken instelling maar met moeite wist te trotseren. Er zijn verhalen bekend van familieleden die clandestien poogden hun geliefden zelf te ontgraven en over te brengen. En hier en daar zijn nog unieke uitzonderingen op deze regel bewaard gebleven, zoals op het kerkhof van Zillebeke, waar enkele private Britse graftekens staan.

Het gelijk behandelen van de doden zou in de na-oorlogse aanleg van de begraafplaatsen en de oprichting van gedenktekens voor vermisten opgevolgd worden. De vier belangrijkste pijlers van de ‘War Graves Commission’ zijn:

- iedere dode moet individueel herdacht worden op een grafsteen of op een monument

- de grafstenen en monumenten moeten permanent en duurzaam zijn

- de grafstenen zijn uniform qua ontwerp

- er mag geen onderscheid gemaakt worden naar rang of stand.

De Britse graven werden na de oorlog in de mate van het mogelijke ongemoeid gelaten. Begraafplaatsen van minimum 40 graven werden in principe ter plekke behouden. Door de oorlogsomstandigheden is de aanleg van dergelijke ‘oorspronkelijke begraafplaatsen’ vaak niet gestructureerd verlopen, waardoor ze een onregelmatige aanleg hebben. Soms werden meerdere kleinere begraafplaatsen omgevormd tot één grote begraafplaats. Toch moesten heel wat lijken na de oorlog ontgraven worden, omdat ze geïsoleerd of op te kleine begraafplaatsen lagen. Deze werden ‘geconcentreerd’ op bestaande begraafplaatsen of op nieuw aangelegde verzamelbegraafplaatsen. De Belgische staat kocht de gronden aan waarop de Britse begraafplaatsen werden aangelegd en schonk ze ‘voor eeuwig’ aan het Britse volk. Hieraan herinneren de zogenaamde drietalige ‘landplaten’, die op alle Britse begraafplaatsen terug te vinden zijn. De architecten Het feit dat geliefden niet mochten worden gerepatrieerd, wou men compenseren met een kwalitatief hoogstaande aanleg en onderhoud van de begraafplaatsen. Vandaar dat heel veel aandacht werd besteed aan de architectuur van de begraafplaatsen.

Eerst drie, later vier ‘principal architects’ werden aangezocht om de aanleg van Britse militaire begraafplaatsen op het vasteland vorm te geven. Het gaat om de befaamde Edwin Lutyens, Reginald Blomfield, Herbert Baker en als laatste Charles Holden. Deze 4 hoofdarchitecten waren vooral werkzaam in België en Frankrijk en waren eindverantwoordelijke voor de aanleg van de begraafplaatsen, die hen toegewezen waren. Hiertoe werden ze bijgestaan door diverse ‘assistent architects’, waarvan W.H. Cowlishaw, G.H. Goldsmith, N.A. Rew, A.J.S. Hutton, J.R. Truelove en W.C. Von Berg in Vlaanderen actief waren. In andere landen waren ook andere architecten actief. Deze uitvoerende architecten zorgden heel vaak voor de feitelijke ontwerpen, die ze vervolgens door de aangestelde hoofdarchitect lieten goedkeuren. De nobelprijswinnaar voor literatuur Rudyard Kipling was verantwoordelijk voor de opschriften die op diverse architecturale elementen van de begraafplaatsen terug te vinden zijn.

Tekst van Hannelore Decoodt, beschermingsdossier DW002414.


Erfgoedobjecten

Ontwerper van

Bedford House Cemetery

Rijselseweg zonder nummer (Ieper)
Het Britse militaire Bedford House Cemetery is gelegen op anderhalve mijl ten zuiden van Ieper, ten zuidoosten van de historische hoeve Zuid Bellegoed, dat tijdens de Eerste Wereldoorlog tijdelijk gebruikt werd als veldhospitaal.


Belgian Battery Corner Cemetery

Omloopstraat zonder nummer (Ieper)
Op 'Belgian Battery Corner' waren batterijen van de Belgische artillerie opgesteld in 1915. De begraafplaats werd ontworpen door E. Lutyens (hoofdarchitect) en J.R. Truelove (uitvoerend architect).


Birr Cross Roads Cemetery

Meenseweg zonder nummer (Ieper)
'Birr Cross Roads' was een kruispunt dat zo werd genoemd door de '1st Leinsters' in 1915, naar hun depot in Ierland. De begraafplaats werd gestart in augustus 1917.


Britse militaire begraafplaats Chateau Military Cemetery

Nieuwstraat zonder nummer (Heuvelland)
In december 1914 startte men met de aanleg van de begraafplaats in het noordelijk deel van het kasteeldomein, langs de 'Sackville Street'. De begraafplaats werd ontworpen door E. Lutyens (hoofdarchitect) en G.H. Goldsmith (uitvoerend architect). Volgens het huidige register liggen er 1135 doden uit de Eerste Wereldoorlog en 22 doden uit de Tweede Wereldoorlog begraven.


Britse militaire begraafplaats Kemmel No. 1 French Cemetery

Vierstraat 59B (Heuvelland)
De oorsprong van de begraafplaats Kemmel No.1 French Cemetery is niet gekend. De begraafplaats werd kort na de oorlog ontdekt door de Franse dienst voor oorlogsgraven. In het totaal zijn er 390 doden begraven. De begraafplaats is ontworpen door E. Lutyens (hoofdarchitect) en W.H. Cowlishaw (uitvoerend architect).


Britse militaire begraafplaats Klein-Vierstraat British Cemetery

Molenstraat zonder nummer (Heuvelland)
Deze begraafplaats, genoemd naar het nabijgelegen gehucht ‘Vierstraat’ (waar de herberg ‘Kleine Vierstraat’ stond), werd gestart in januari 1917. Na de wapenstilstand werden 364 graven toegevoegd.


Britse militaire begraafplaats La Clytte Military Cemetery

Reningelststraat zonder nummer (Heuvelland)
Volgens het huidige register liggen er 1082 doden begraven. Het ontwerp van de begraafplaats is van de hand van Edwin Lutyens (hoofdarchitect) en N.A. Rew (uitvoerend architect). De begraafplaats heeft een langwerpig, nagenoeg rechthoekig grondplan, achteraan (zuidwestkant) is de muur rondgebogen. Het terrein, met een oppervlakte van ca. 4435m², is licht golvend en wordt omgeven door een bakstenen muur, afgedekt met witte natuursteen, die trapsgewijs aangelegd is volgens het reliëf van de begraafplaats. Aan straatzijde is de voormuur vrij laag. De begraafplaats kan betreden worden via 2 bakstenen toegangsgebouwen met rondbogige doorgang. In deze toegangsgebouwen bevinden zich de landplaten en het registerkastje. De metalen informatieplaat ligt in een bloemperkje centraal tegen de voormuur. Links en rechts vooraan staan 2 stenen zitbanken. Centraal vooraan op de begraafplaats staat de


Britse militaire begraafplaats La Laiterie Military Cemetery

Kemmelstraat zonder nummer (Heuvelland)
De begraafplaats werd aangelegd in november 1914 en bleef in gebruik tot oktober 1918. Volgens het huidige register liggen er 751 militairen begraven. De begraafplaats is ontworpen door E. Lutyens (hoofdarchitect) en G.H. Goldsmith (uitvoerend architect). La Laiterie Military Cemetery heeft een min of meer rechthoekig grondplan met uitsprong rechts vooraan, met een oppervlakte van ca. 5.175m². Het terrein is lager gelegen dan het straatniveau, helt tamelijk sterk af en golft lichtjes. De begraafplaats wordt deels omgeven door een rode bakstenen muur, afgedekt met witte natuursteen, die trapsgewijs de helling van het terrein volgt. Aan de noordwestelijke en noordoostelijke kant wordt de begraafplaats afgebakend door een haag (Portugese laurierkers). De toegang bestaat uit 2 witte natuurstenen pijlers en een trap en wordt afgesloten door een ketting en een paaltje. Bij de toegang bevind


Britse militaire begraafplaats Oosttaverne Wood Cemetery

Rijselstraat zonder nummer (Heuvelland)
'Oosttaverne Wood Cemetery' werd ontworpen door Sir Edwin Lutyens, met medewerking van N.A. Rew. De begraafplaats is langwerpig, circa 4340m² groot en wordt grotendeels omgeven door een lage natuurstenen muur, afgedekt met witte natuursteen. Het terrein is aangelegd in verschillende niveaus.


Britse militaire begraafplaats Wytschaete Military Cemetery

Wijtschatestraat zonder nummer (Heuvelland)
Wytschaete Military Cemetery werd na de oorlog aangelegd door de concentratie van verspreide graven en de ontruiming van kleinere begraafplaatsen rond Wijtschate.


Chester Farm Cemetery

Vaartstraat zonder nummer (Ieper)
Dit was een frontlijnbegraafplaats bij een boerderij, die met de naam 'Chester Farm' werd bedacht. In maart 1915 werden de eerste doden er begraven. Op Chester Farm Cemetery liggen 424 militairen begraven.


Coxyde Military Cemetery

Robert Vandammestraat zonder nummer (Koksijde)
De begraafplaats werd in gebruik genomen vanaf 1917.Na de oorlog werden nog 54 Britse doden naar hier overgebracht uit geïsoleerde graven en uit kleinere begraafplaatsen in de omgeving.


Dickebusch New Military Cemetery en Dickebusch New Military Cemetery Extension

Kerkstraat zonder nummer, zonder nummer (Ieper)
Dickebusch New Military Cemetery is gelegen langs de oostkant van de Kerkstraat, iets ten zuiden van de kerk. Aan de overzijde van de Kerkstraat, op de hoek van het kruispunt met de Oude Bellestraat, ligt de Extension.


Divisional Cemetery

Omloopstraat zonder nummer (Ieper)
In 1914 werd deze begraafplaats voor het eerst gebruikt. In het vlakbij gelegen 'Rossières Château' waren tijdens de oorlog meerdere hoofdkwartieren van divisies gevestigd, vandaar de naam van de begraafplaats. De begraafplaats is ontworpen door E. Lutyens (hoofdarchitect) en W.H. Cowlishaw (uitvoerend architect).


Hooge Crater Cemetery

Meenseweg zonder nummer (Ieper)
Hooge Crater Cemetery werd gestart in oktober 1917. Na de wapenstilstand werd de begraafplaats uitgebreid met zo’n 5800 graven uit slagvelden en kleinere begraafplaatsen rondom Zillebeke, Zandvoorde en Geluveld.


Larch Wood (Railway Cutting) Cemetery

Komenseweg zonder nummer (Ieper)
Deze begraafplaats werd aangelegd ten noorden van een lorkenbosje (‘larch wood’), aan de noordoostkant van de spoorweg. De aanleg van de begraafplaats werd gestart in april 1915.


Maple Copse Cemetery

Schachteweidestraat zonder nummer (Ieper)
De naam 'Maple Copse' werd gegeven aan een kleine aanplanting ten oosten van het dorp Zillebeke en juist ten westen van Sanctuary Wood. In het totaal worden hier 256 geïdentificeerde en 52 niet-geïdentificeerde doden begraven of herdacht.


Perth Cemetery

Maaldestedestraat zonder nummer (Ieper)
De begraafplaats werd gestart door Franse eenheden in november 1914. De begraafplaats werd toen voor een onbekende reden 'Perth' genoemd.


Railway Dugouts Burial Ground

Komenseweg zonder nummer (Ieper)
In april 1915 werd gestart met de aanleg van de begraafplaats naast 'Transport Farm'. De namen 'Transport Farm' en 'Railway Dugouts’. In 1916 en 1917 zouden hier vele doden begraven worden.


Ramscappelle Road Military Cemetery

Brugse Steenweg zonder nummer (Nieuwpoort)
Het grootste deel van de bijzettingen in perk I werd verricht in juli en augustus 1917, toen de sector Nieuwpoort door het Britse ‘XV Corps’ werd verdedigd. Na de oorlog kwam er een aanzienlijke uitbreiding (meer dan 700 graven) door de ontruiming van andere begraafplaatsen in de omgeving.


Ridge Wood Cemetery

Kriekstraat zonder nummer (Ieper)
De Britse militaire begraafplaats Ridge Wood Cemetery te Voormezele, is vernoemd naar het bos op de heuvelrug tussen de Kemmelseweg en Dikkebusvijver. Ze werd als frontlijnbegraafplaats gebruikt vanaf mei 1915.


Sanctuary Wood Cemetery en gedenkteken voor Keith Rae

Canadalaan zonder nummer (Ieper)
Sanctuary Wood Cemetery is gelegen langs de Canadalaan, op een heuvelflank ten westen van het bos. Tegen de voormuur staat het gedenkkruis voor Keith Rae.


Spoilbank Cemetery

Vaartstraat zonder nummer (Ieper)
De naam van deze begraafplaats verwijst naar de oevers die werden opgeworpen bij het uitgraven van het nooit voltooide kanaal Ieper-Komen.


The Huts Cemetery

Steenakkerstraat zonder nummer (Ieper)
Langs de weg tussen Dikkebus en Brandhoek (Vlamertinge) stond een rij barakken (‘huts’), die tussen juli en november 1917 gebruikt werden door medische posten ('field ambulances').


Voormezeele Enclosure No 3

Ruuschaartstraat zonder nummer (Ieper)
Enclosure No. 3, de grootste van de 4 'enclosures', werd in februari 1915 gestart. Uit verschillende begraafplaatsen werden nadien graven overgebracht.De aanleg van de begraafplaats is van de hand van E. Lutyens (hoofdarchitect) en W.C. Von Berg (uitvoerend architect).


Voormezeele Enclosures No 1 and No 2

Voormezele-Dorp zonder nummer (Ieper)
‘Enclosure No. 1’ werd gestart in maart 1915. ‘Enclosure No. 2’ werd eveneens gestart in maart 1915. Enclosure No. 4’ was gestart in december 1914.


Woods Cemetery

Verbrandemolenstraat zonder nummer (Ieper)
Woods Cemetery ligt vlakbij 'The Bluff', aan het einde van 'The Ravine', een gebied waar tijdens de oorlog heel fel om gevochten werd. Woods Cemetery werd in april 1915 gestart.