beschermd cultuurhistorisch landschap van tot ( voorlopige bescherming definitief geworden)
Gulpvallei met omgeving
besluiten tot termijnverlenging: 01-10-2018 ID: 14709
Gulpvallei met omgeving
voorlopige beschermingsbesluiten: 21-12-2017 ID: 14570
Deze bescherming betreft de Gulpvallei met omgeving.
De Gulpvallei met omgeving is beschermd als cultuurhistorisch landschap omwille van het algemeen belang gevormd door de:
De gekende historische centra, zoals de dorpskern van Teuven, het kasteel van Obsinnich en de Abdij van Sinnich bezitten naast de historische ook een belangrijke archeologische waarde. De landschappelijke eigenheid van het gebied, met de combinatie van een vallei en de aangrenzende plateaus en hellingen, wijst verder op een groot potentieel voor de aanwezigheid van sites uit andere periodes, gaande van de steentijden tot recentere periodes.
Het gebied wordt gekenmerkt door een sterk en gevarieerd gaaf landschap met een hoge dichtheid aan verschillende erfgoedelementen die onderling een grote samenhang vertonen. Het traditionele cultuurlandschap is zeer herkenbaar. Het bocagelandschap is rijk aan diverse landschapselementen zoals poelen, bronnen, molenlopen, groeven, dolines, kruis- en grensbomen, hakhout, knotbomen en geriefhoutbosjes die allemaal onderling een grote ensemble- en contextwaarde hebben.
De graslandrijke valleien worden geflankeerd door hellingbossen die door een netwerk van holle wegen wordt doorsneden. Het kleinschalige en dichte netwerk van paden en wegen maakt dat de landschappelijke belevingswaarde zeer hoog is. De paden lopen langs of door de waterlopen (wadden of voorden), wat zeer zeldzaam voorkomt in Vlaanderen en de bezoeker een bijkomende zintuiglijke ervaring biedt.
Het gebied kent weinig tot geen verstoring door grootschalige infrastructuur, wat bijdraagt tot een hoge beleving van rust en stilte. De typerende flora en fauna dragen bij tot een verhoging van de rijke landschapsbeleving. De hoogstamboomgaarden bij hoeven, in de valleien en op de hellingen, in samenhang met een netwerk aan geschoren veekeringshagen van meidoorn (met relicten van leghagen en gevlochten hagen) dragen bij tot de landschappelijke beleving. Dit verhoogt nog in de bloesem periode.
De graslanden en hoogstamboomgaarden in de valleien bezitten een ander karakter dan de hellingen van de asymmetrische valleien. Deze zijn semi-gesloten door het voorkomen van de beplante holle wegen en graften. De bossen op de hellingen hebben een gesloten karakter. Op de hellingen en in de vallei zijn er op verschillende plaatsen zichten op en over de vallei en dorpen en gehuchten. De aansluitende leemplateaus hebben een open karakter.
Kasteeldomeinen zijn verweven met de GulpvalleL De losse bebouwing, vaak hoeven of watermolens, en de kleinschalige gehuchten zijn verweven met het landschap. De typerende vakwerkbouw en het netwerk van wegkruisen zijn zeer zeldzaam en verhogen samen de esthetische kwaliteit van dit gebied.
Gulpvallei met omgeving is een bijzonder voorbeeld van een gaaf en herkenbaar kleinschalig en continu ontwikkeld traditioneel cultuurlandschap. Het gebied heeft duidelijke structuren die teruggaan op historische ontginnings- en nederzettingspatronen. De historische percelering en cultuurzonatie zijn duidelijk zichtbaar in het landschap en landgebruik.
De waterlopen de Gulp en de zijbeken op de linkeroever zijn reeds op 18de-eeuwse kaarten duidelijk herkenbaar. Ze worden omgeven door stroken met graslanden die een langdurig en continu gebruik als hooi- of graasweide hebben. De dorpskernen en gehuchten situeren zich parallel met de Gulp en bevinden zich allemaal op de bronnenrijke linkeroever.
De woonkernen zijn minstens sinds de 18de eeuw omgeven door boomgaardengordels die door geschoren veekeringshagen van meidoorn worden afgeboord op de perceelsgrenzen. Dit opvallend uitgebreide netwerk aan geschoren veekeringshagen is goed bewaard. Op sommige plaatsen zijn nog sporen van vlechtwerk aanwezig. Hierbij worden gesteltakken zijdelings in de haag geleid om gaten te dichten.
Enkele mooie vrij volledige en gave hoogstamboomgaarden zijn verspreid op verschillende plaatsen in het landschap, ook op de hellingen en op het plateau waar ze vaak in de omgeving van historische hoeves staan.
Wijzigende evoluties in de landbouwsector op het einde van de 19de eeuw maakten dat de landbouw evolueerde van een gemengde economie naar een veeteelteconomie. De graslanden en hoogstammen op de valleihellingen zijn uitbreid en brachten een vergroening van het landschap met zich mee. De hellingen hebben hun areaal aan historisch permanente graslanden behouden. De percelen worden van elkaar scheiden door steile en met houtkanten beplante taluds, de graften.
De hellingbossen Nuropperberg en Teuvenerberg zijn grotendeels oud-boscomplexen. Deze bossen zijn al minstens vanop de midden 18de-eeuwse kaarten ononderbroken als bos gekarteerd.
Het gebied is rijk aan typologisch zeer verscheiden types van houtige beplantingen met erfgoedwaarde, zoals kruisbomen, knotbomenrijen, houtkanten op taluds en beekoevers en hakhoutstoven. De perceelsgrenzen zijn vaak beplant, het zij door houtkanten, knotbomenrijen of geschoren veekeringshagen.
De oude wegenstructuur met inbegrip van holle wegen en voorden, wegkruisingen over de Voer, zijn gaaf en herkenbaar bewaard. De dichtheid van intact bewaarde holle wegen is uniek. In vergelijking met 18de- en 19de-eeuwse kaarten is het historisch wegennetwerk vrijwel intact bewaard gebleven. De wegen en paden hebben hun half- of onverhard karakter goed bewaard. Deze nog steeds functioneel zijnde wegen zijn getuigen van een eeuwenoude ontsluiting van het gebied.
Het gebied is rijk aan karakteristiek bouwkundig erfgoed, zoals hoeves, kastelen, een abdij, grenspalen en wegkruisen. Voeren maakt deel uit van het Maasland, een historische en culturele entiteit die zich door de eeuwen heen wist te karakteriseren. Het gebruik van bepaalde materialen en technieken is aan de streek verbonden, bijvoorbeeld vakwerk en silex. Belangrijke historische, kastelen zoals het kasteel van Teuven en Obsinnich zijn nauw met het landschap verweven. De. watermolens en de molenlopen en -vijvers tonen de ontwikkeling van een molenlandschap in de vallei.
Enkele alleenstaande hoeven op de plateaus zoals Gieveldhoeve en Driesenhof zijn in oorsprong gesticht door de abdij van Sinnich. Ook in de vallei komen hoeven voor die aan de abdij gerelateerd waren, zoals het Middelhof en Kloosterhof.
De noord- en oostzijde van het gebied wordt afgeboord door kegelvormige gietijzeren grenspalen uit het tweede kwart van de 19de eeuw. Tussen de gietijzeren palen liggen hardstenen hulpstenen of tussengrenspalen. In het Beusdalbos ligt een rij natuurstenen grenspalen met geknotte haagbeuken.
Het gebied wordt gekenmerkt door houten wegkruisen vaak uit de eerste helft van de 20ste eeuw. De 18de- en 19de-eeuwse kaarten tonen vaak reeds kruisen op deze locaties. In de Sinnichstraat staat een beeldbepalende interbellum elektriciteitscabine in een voor Voeren typerende baksteenarchitectuur.
Op verschillende plaatsen komen groeven voor. Grind-, kalk-, en silexgroeven zijn relicten van vroegere ontginningen. De groeven liggen voornamelijk in de omgeving van wegen. De in onbruik geraakte groeven zijn vergroeid met bosvegetatie. De sites zijn goed in het reliëf herkenbaar als ontginningsplek. Krijt werd gebruikt in de landbouw om de akkers en weilanden te mergelen, ~e vruchtbaarder te maken. Silex werd gebruikt in de woning- en wegenbouw.
De watermolens op de Gulpbeek met bijbehorende molenlopen en (relicten van) molenvijvers hebben een technische waarde. De sites van de watermolen van Obsinnich, de watermolen van Sinnich en de watermolen van Teuven maken samen deel uit het een molenlandschap. In functie van de aanvoer van proceswater voor de aandrijving van de watermolens werden molenlopen aangelegd in de beekvalleien. Het zijn rechte waterlopen die parallel met de beek lopen. In Obsinnich en Sinnich zijn de relicten van de molenvijvers duidelijk aanwezig in het landschap.
Sommige molenlopen zijn honderden meters lang, afhankelijk van het verval van de beek. De specifiek hiervoor aangelegde waterloop werd door middel van waterbouwkundige ingrepen in het landschap steeds hoger opgestuwd zodat het gewenste verval bereikt werd, een technische verbetering waardoor de molen met grotere kracht kon draaien.
De Gulp en zijbeken met bijbehorende valleibodem zijn belangrijke waterlopen met duidelijk structurerende waarde. De nederzettingen ontstonden op de linkeroever van de Gulp langs bronrijke zones.
Rond de dorpen en de gehuchten bevonden zich boomgaardengordels. De boomgaardpercelen worden begrensd door geschoren veekeringshagen van meidoorn. Andere percelen zijn graslanden. De beeklopen worden geaccentueerd door beekbegeleidende beplantingen.
Op de aansluitende hellingen bevinden zich holle wegen, graslanden, hoogstamboomgaarden. Andere delen van de hellingen zijn bebost. Het dal is asymmetrisch: de westelijk geëxposeerde helling is steil en bebost, terwijl de helling met oostelijke expositie zachter en vlakker is.
De hoeves op de vlakkere leemplateaus zijn omgeven door grootschalige akkerlanden. Delen van het plateau zijn bebost en sluiten aan op het hellingbos. Wegkruisen bevinden zich · voornamelijk op kruispunten van wegen.
Het duidelijke patroon van asymmetrische groene valleien met dorpen, kasteeldomein en gehuchten aan de beken, de open akkerlanden op plateaus en de hellingen met hellingbossen of graftenrijke graslanden en hoogstamboomgaarden is nog steeds zeer duidelijk zichtbaar in het huidige landschap
Het gebied heeft een hoog aardkundig belang. Het voorkomen van verschillende types van geologische ontsluitingen en groeven toont de diversiteit van de ondergrond. Het voorkomen van bronnen en kwelzones, dolines en graften (cultuurtaluds) maken dat de vallei van de Gulp en het omgevend landschap een zeer grote diversiteit aan geologisch en geomorfologisch unieke en zeldzame fenomenen bezit.
Het grote verval van de Gulp en de steile erosiehellingen zijn veroorzaakt door de grote en snelle tektonische opheffing van deze gebieden. Dit is een voor Vlaanderen zeer zeldzaam geologisch fenomeen.
Het voorkomen van historisch permanente, soorten- en microreliëfrijke, graslanden met een kalkgebonden 'flora is voor Vlaanderen zeer zeldzaam. De kalkrijke kamgraslanden bevtnden zich op de overgang van het Atlantische naar het Midden-Europese flora-element. Voeren is door zijn ligging uniek op floristisch gebied voor Vlaanderen.
De bosflora op de hellingen is gekenmerkt door soorten van enerzijds kalkrijke droge gronden, en anderzijds door soorten van zure en voedselarme gronden. Op bepaalde stukken komen zones met heiderelicten voor.
Diverse graften en taluds langs holle wegen bevatten een grote verscheidenheid aan houtig erfgoed. Opvallend is ook de voor Vlaanderen unieke hoge dichtheid aan hakhout, hoge en lage knotbomen.
De waterlopen zijn niet gekanaliseerd of beschoeid. De sterk en vrij meanderende beken hebben een goede structuurkwaliteit met stroomkuilen en afwisselende stenige en zandige beekbeddingen.
De bijzondere abiotische kenmerken in combinatie met de kenmerken van het kleinschalige gecompartimenteerde landschap zorgen voor een typerende fauna, bijvoorbeeld de grauwe klauwier, de wijngaardslak, het vliegend hert, de hazelmuis en de das.
Je kan deze pagina citeren als: Inventaris Onroerend Erfgoed 2025: Gulpvallei met omgeving [online], https://id.erfgoed.net/aanduidingsobjecten/21188 (geraadpleegd op ).
Beheerder fiche: Agentschap Onroerend Erfgoed
Heb je een vraag of opmerking over deze fiche? Meld het ons via het contactformulier.